skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

De Commissaris van de Koningin over Dongen

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 11:55 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Dongen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Dongen

Den 31n. Juli 1896 bezocht ik de gemeente Dongen. Omstreeks vijf uur van ’s Gravenmoer vertrokken, reed ik over Roode brug en Lagen Ham naar Dongen. Op de grens van Dongen en ’s Gravenmoer stond het Statenlid Bressers mij op te wachten met zijn eigen goede harmonie (Musis Sacrum), benevens met twee andere harmoniën, eenige gezelschappen en een massa menschen. Met een keurige speech heette hij mij welkom. Ik nam hem naast mij in mijn rijtuig, en stapvoets ging het voort tot aan Dongen toe.

Onderweg werden mij twee bouquetten aangeboden; het eene door een zoontje van den leerlooier Aarts (denzelfden, die het Collegie van Gedep. Staten was lastig gevallen over deszelfs houding in zake tramconcessies aan “de Meijerij” en aan de “Vicinaux Hollandais”); het tweede aan het klooster te Dongen door een dochtertje van Bressers, met nog twee andere meisjes. Daar stond de heele school, alle pensionaires benevens hare leermeesteressen, buiten voor het gebouw geschaard. Op het gemeentehuis vond ik het Dagelijksch Bestuur van de gemeente. Met die heeren onderhield ik mij tot aan de audientie; middelerwijl kwam eene zangvereeniging in de vestibule van het Raadhuis eene aubade brengen.

Op de audientie verschenen de Roomsche geestelijkheid (zeer talrijk), de dominee, de directeur van het post- en telegraafkantoor, een volontair ter secretarie, benevens het lid der Provinciale Staten, de Heer Bressers. Klachten hadden ze gelukkig niet; het schijnt, dat de verhouding tusschen Bressers en den burgemeester eene zeer onaangename is; beiden dongen indertijd naar ééne vacature lid der Prov. Staten; Bressers werd toen benoemd.

Na afloop der audientie vormde zich weder een stoet, in denzelfden geest als die, waarmede ik was ingehaald. Stapvoets, vergezeld door een drom van menschen, werd ik weer uitgeleide gedaan door de “Bergen” tot aan de grens van Dongen en Rijen. Daar kwam Bressers weer bij mij om zijn afscheidswoord te spreken, waarna ik afscheid nam, om mij vervolgens te begeven naar het station Rijen, vanwaar ik ’s avonds naar Den Bosch terugkeerde. Terwijl ik door de gemeente Rijen reed, viel het mij op, dat bijna de geheele gemeente op straat was, om mij te zien passeeren. Het heele dorp was gevlagd. De pastoor van Rijen kwam nog op straat, om mij te complimenteeren; ik had echter weinig tijd om hem te woord te staan, omdat ik vreesde, den trein te zullen missen.

Blijkens het deswege door Klasens aan mij uitgebracht rapport was de administratie van den ontvanger goed in orde; die van den secretaris liet in kleinigheden te wenschen over, waarop mondeling de aandacht gevestigd werd.

Den 28 Juni 1900 kwam ik weer in deze gemeente; ik bezocht dienzelfden dag Geertruidenberg en ’s Gravenmoer, ontbeet in het hotel Koppelpaarden (eigenaar Van Lier) te Oosterhout, en at te Waalwijk bij Verwiel. In het bestuur van de gemeente is sinds mijn vorig bezoek eenige wijziging gebracht; de burgemeester is niet meer uitsluitend baas, zooals vroeger; er zijn enkele zelfstandige menschen in den Raad gebracht; een van deze, Maas, werd wethouder.

Om dit te kunnen bewerken werd door Bressers eene kiesvereeniging opgericht, onder presidium van den looier Van Gool. De burgemeester schijnt zich in het onvermijdelijke te schikken. Het gaat den leerlooiers in Dongen goed; zij hebben de laatste 25 jaren veel geld verdiend; meer dan de 25 jaren tevoren. Dit komt vooral door de uitbreiding van het bedrijf, want op iedere kuip wordt niet zooveel verdiend als vroeger, maar er zijn veel meer kuipen. De looiers zijn goed op de hoogte van hun vak, zij blijven bij de zaak en werken hard; door de week zal er nooit een enkele in de herberg komen.

Een groot deel van de bevolking (± 900) is schoenmaker; de bazen werken met 20 à 25 knechts, meestal huiswerkers. Daar heerscht weer in ergerlijke mate de gedwongen winkelnering; 2/3 van de schoenmakers moeten zich daaraan onderwerpen; daardoor gaan de schoenmakerijen slecht; de knappe werklui willen zich niet laten dwingen; daardoor verloopt de zaak, want er wordt slecht werk geleverd: de bazen vragen niet: wat kan die knecht?, maar: hoeveel verdien ik aan hem in mijn winkel?

Door die gedwongen winkelnering maken de overige winkeliers in Dongen buitengewoon goede zaken; zij regelen hunne prijzen naar de winkels, waar gedwongen gekocht wordt; geen wonder, dat men in Dongen zoo reikhalzend naar eene tramverbinding met Tilburg uit ziet. Bij de leerlooiers bestaat geen gedwongen winkelnering; deze hebben trouwens minder personeel in dienst.

Het gaat den boeren in Dongen slecht; volgens B. en W. zijn de boeren lui en onbekwaam; vele boerderijen zouden te koop zijn. Voor een half jaar is er eene coöperatieve roomboterfabriek opgericht; die moest dagelijks 10.000 liter verwerken, maar kan niet meer dan 6.000 liter krijgen. De toestand van de armenklasse is goed, althans zeer bevredigend; buiten de gemeente behoeft niemand te gaan om werk te zoeken. Op mijne audientie verscheen niemand dan het Statenlid Bressers; hij vroeg mij, of ik het Gasthuis niet zou willen komen zien; hij is daarvan regent, ik meen zelfs voorzitter van regenten. Aangezien daarvoor de tijd te kort was, zeide ik het hem toe bij gelegenheid van een volgend bezoek.

Ik besprak met B. en W. nog de fout van den Raad, die den onderwijzer Benders ontsloeg, en op dat besluit geene goedkeuring vroeg van Gedep. Stat. Ook hun koppig tegenstreven tegen de regeling omtrent het onderhoud van den Groenendijkschen haven, waarbij zij tenslotte zoo verstandig waren, eieren voor hun geld te kiezen, en het hoofd in den schoot te leggen. B. en W. verklaarden hun verzet met de opmerking, dat de Groenendijksche haven buiten de gemeente ligt, en dat de gemeente – ook indirect – zoo goed als geen voordeel van heeft; als die haven aan de gemeente geld moest kosten, dan wilden zij die liever abandonneeren.

Opening nieuwe tramlijn Tilburg - Dongen, 18 juli 1904 (41478, RAT)Opening nieuwe tramlijn Tilburg - Dongen, 18 juli 1904 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Ik vernam van B. en W. dat de Heer Aarts nog steeds vergeefs zocht naar de oplossing van de vraag hoe hij beweging moet krijgen in zijne automobielen; zij vreesden, dat Aarts niet zou slagen, en dat hij veel geld in de zaak zou laten zitten. Van exploitatie van eene automobilen onderneming Dongen-’s Gravenmoer-Waspik was dan ook nog geen sprake. De nieuwe weg Dongen-Tilburg was bijna gereed; behalve de tram Dongen-Rijen-Tilburg, wilde men ook een tram Dongen-Tilburg. Met den aanleg van den nieuwen weg wordt op een tram gerekend; de kunstbaan ligt niet zuiver midden in den weg. Men had niet veel lust, om de exploitatie van den tram Dongen-Tilburg in handen te geven van de Zuiderstoomtram Mij., omdat de tarieven van die Mij. circa 30% hooger zijn dan die van de Meijerij.

Blijkens het door Klasens deswege uitgebrachte verslag waren er bij het onderzoek der gemeentelijke administratie enkele kleine opmerkingen gemaakt; mondeling was beloofd, daarop in het vervolg te zullen letten.

Den 22 Juni 1904 kwam ik weer in Dongen; denzelfden dag bezocht ik de gemeenten Gilze en Alphen. De twee wethouders klagen sterk over de toenemende diefstallen in Dongen; er komt geen enkele diefstal uit. De Gedeputeerde Bressers komt als afgevaardigde van het dagelijksch bestuur van den looierstand zich over dezelfde zaak beklagen. Den burgemeester ingescherpt, dat hij moet zorgen, dat de politie meer activiteit ontwikkelt. Van de politie heb ik geen hoogen dunk; terwijl ik op het Raadhuis zat, liepen de agenten op straat heen en weer sigaartjes te rooken; toen de school uitging, hingen de jongens op het hek van de stoep van het raadhuis en maakten zoo’n spectakel, dat het onmogelijk was, om met B. en W. te praten. Toen ik later wegreed, hing de Dongensche straatjeugd aan mijn rijtuig!

B. en W. verweten, dat ik nu nog niet het verslag over 1903 had terwijl in het verslag van 1902 zoo goed als niets instond; zoo zou bijv. de Raad in 1902 niets gedaan hebben, dan eene geldleening voteeren! Van de raadsleden woont er een (Snoeren) te Vaart; een (v.d. Hoek) te Klein Dongen; alle anderen wonen in Dongen. B. en W. geraden om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te brengen; het schijnt, dat de wethouders daar wel ooren naar hadden.

De Groenendijksche haven is voor de gemeente altijd een lastpost geweest; hij was ongeschikt voor de groote bietenschepen! Er is in Dongen een zeer groot gesticht voor zenuwlijders (Overdonck), beheerd door broeders der Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Lourdes te Oostacker. De gewone gemeentegeneesheer (Van Dortmund) moet de patienten behandelen; krankzinnigen worden er natuurlijk niet opgenomen. Een der wethouders (Oomen) is lid van de Gezondheids Commissie, hij beklaagt zich over de weinige medewerking van gemeentebestuur als gezondheidscommissie voorstellen doet! Armoede wordt er in Dongen niet geleden; er wordt veeleer te veel bedeeld dan te weinig.

De administratie ter secretarie laat alles te wenschen over; het is meer dan ergerlijk. Toen ik Dongen verliet, reed ik langs “Vredeoord”, de nieuw gebouwde villa van den Heer Bressers. Ik stapte even uit, en liep met Bressers even diens mooien tuinaanleg rond, terwijl hij mij een deel van zijn huis – waarin men nog druk werkte – liet zien. Alles zag er zoo uit, dat het den indruk gaf uit een ruime beurs te zijn gebouwd. De tuin, vooral de gazons, belooft zeer mooi te worden! Ik beloofde Bressers, wanneer ik eens als gewoon mensch in de buurt van Dongen kwam, dat ik hem dan eens zou komen bezoeken. Burgemeester van Gastel, heeft eene goede kassierszaak; hij moet zeer eenvoudig leven, en schatrijk zijn. Als ik hem wat vroeg kreeg ik geen, of een half antwoord; hij was blijkbaar bang van zich te verpraten! Hij maakte een echt vervelenden indruk! Bij schrijven dd. 23 Juli 1904 A. nr 14, 1ste afd. 1ste bureau las ik den burgemeester de les over het onvoldoende politietoezicht in Dongen.

Den 1 Mei 1908 kwam ik weer in Dongen. Er zijn thans twee geneesheeren: Dr. Van Dortmund en Dr. Lasance; beide gemeentegeneesheer; ieder een wijk van de gemeente; samen f. 700; moeten daarvoor ook de medicijnen leveren; gemeentelijke vroedvrouw geniet f. 350. Gasfabriek werd 1 October 1907 geopend; fabriek + bedrijfskapitaal f. 90.000; vele aansluitingen; men hoopt het eerste jaar 160.000 M3 gas à 7 cent te verkoopen, en kan daarop de fabriek bestaan en tevens f. 3.600 renten dekken. Als er later meer aansluitingen komen, dan kan men ook het geld voor de aflossing vinden.

Lederindustrie. Firma J. Bressers, Eerste Koninlijke Lederfabriek Dongen. Het ontvlezen en ontharen van de huiden voor de looiing, 1913 (055435, RAT) (bron: Regionaal Archief Tilburg/ )

In 1907 besteedde de gemeente f. 500 voor het onderhoud der waterleidingen; alles werd in daghuur in orde gemaakt; de toestand is nu bevredigend. Thans is het onderhoud in perceelen aanbesteed; het kost nu minder aan de gemeente. Groenendijksche haven rapporteert niet meer, sinds de suikerfabriek werd afgebroken. Afbreken van die fabriek was voor Dongen geen groot verlies: er werken schier geen menschen uit Dongen. Geen gedwongen winkelnering. De leerlooiersknechts verdienen gemiddeld f. 7; - een schoenmaker op de fabriek minstens f. 7; een handwerkschoenmaker (tehuis werker) hoogstens f. 6. - ± 66% van de vroegere tehuiswerkers zijn thans op de fabrieken werkzaam.

Sinds de oprichting der roomboterfabriek gaat het den boeren veel beter; zij krijgen thans geld in handen; hun veestapel is grooter geworden; ze maken meer mest; ze krijgen beter land. Er wordt thans dagelijks 10.000 Liter verwerkt. Toestand behoeftige klasse is bevredigend; er wordt door niemand broodsgebrek geleden.

Van diefstallen enz. hoort men niet meer; de daders werden nooit ontdekt, maar men meende, dat de diefstallen gepleegd werden door schuim uit Waalwijk, Tilburg enz. dat zich in Dongen gevestigd had. De fabrikanten sloegen de handen ineen en gaven die menschen gedaan; deze moesten toen wel verhuizen, en daarmede hielden de diefstallen op.

Ik verleende audientie aan den timmerman Van Rooy en den fabrikant Kanters; zij vroegen eene machtiging om schadelijk gedierte te schieten; aan het bestuur van de afdeeling Dongen van den Algemeenen Nederl. Bond van Schoenfabrikanten (voorzitter de wethouder Smits) deze kwam betoogen, dat eene eventueele vakschool voor de schoenindustrie te Tilburg moest komen en niet te Waalwijk; aan het bestuur van den looiersbond (Bressers en Maas), dat steun vroeg bij de oprichting van een kamer van koophandel; - aan de pastoors van de twee parochies, die eenvoudig hunne opwachting kwamen maken.

Het werk ter secretarie lijkt nergens naar; Verdijk was bepaald geïndigneerd. Even bij Bressers aangereden en daar mijn compliment gemaakt aan Mevrouw Bressers en haar dochter; er was geen tijd om een kop thee te drinken. Per rijtuig reed ik toen naar Tilburg.

Den 26 Maart 1912 kwam ik weer in Dongen. Vanuit hotel De Kroon te Breda ging ik per auto eerst naar Oosterhout, toen naar ’s Gravenmoer en eindelijk naar Dongen; via Oosterhout keerde ik ’s avonds naar Breda terug. Het Raadhuis wordt omgebouwd; tijdelijk is het gemeentehuis gevestigd in het pension “Borsten” in de Kruideniersstraat. Wethouder Maas is ziek; ik werd ontvangen door burgemeester Switzar en wethouder van Baal.

Naar de Heeren mij mededeelden, gaan over het algemeen de zaken in Dongen niet goed; vooral de looiers hebben reden tot klagen. De ruwe huiden = hun grondstof is veel te duur en wordt maar steeds duurder; terwijl voor de gelooide huiden in verhouding geen geld gemaakt kan worden; dat geldt zoowel voor de huiden die machinaal bereid worden als voor die, welke nog volgens de oude methode worden behandeld.

Op de fabrieken werken wel meisjes, geen getrouwde vrouwen. De looiersknechts worden voor een jaar gehuurd, van vastenavond tot vastenavond. Er is wel eenige beroering geweest in de Dongensche arbeiderswereld; maar de laatste verhuring is glad en zonder incidenten van stapel geloopen; de moeielijkheden in de arbeiderswereld schijnen voorloopig tot het verleden te behooren.

De landbouw gaat in den laatsten tijd merkbaar vooruit; deels door groote zorg voor de waterleidingen onder toezicht van wethouder Maas; deels door meer intensieven bouw ten gevolge van meerdere ontwikkeling; de tweejarige landbouwwintercursus werd door 19 leerlingen met groote ambitie ten einde toe gevolgd. Een tuinbouwwintercursus is er niet; evenmin een cursus van de Hanze, in het handelsrekenen en boekhouden. De gasfabriek gaat buitengewoon goed.

Men is met Breda in onderhandeling, om van uit Dorst water te krijgen uit de Bredasche waterleiding. De Groenendijksche haven zal voor Dongen niet lang meer van nut zijn. Het Wilhelminakanaal komt op 300 M. langs de kom. Het fietspad naar Tilburg wordt binnenkort besteed. Tegen gedwongen winkelnering wordt thans eene geweldige actie gevoerd; men hoopt, dat die zal slagen. Er wordt in Dongen veel waterschoenwerk gemaakt voor Engelsche rekening; dat werk wordt meestal door thuiswerkers vervaardigd.

RK Laurentiuskerk ( Waterstaatkerk) Foto van de toren na de brand in mei 1917 (085454, RAT)RK Laurentiuskerk (Waterstaatkerk) na de brand in mei 1917 (bron: Regionaal Archief Tilburg/ )

Den 2 Augustus 1917 kwam ik weer in Dongen; tevoren had ik Gilze bezocht. Het spant hevig bij Raadsverkiezingen; de machthebbers hebben te laat ingezien, dat de arbeiders eene macht vormen, waarmede moet worden rekening gehouden. Twee werkmans-vertegenwoordigers zitten thans in den Raad; een hunner werd gekozen tegenover den verdienstelijken wethouder Van Baal.

Het Wilhelmina Kanaal is thans gereed tot halfweg Tilburg; het wordt reeds vrij druk bevaren. Men stelt zich vooral groote voordeelen voor, wanneer het tot Tilburg klaar is, omdat het dan van uit die gemeente druk bevaren zal worden, en de schepen dan tevens Dongen zullen aandoen.

De gasfabriek gaat buitengewoon goed; door eene vergissing van het kolendistributiebureau kreeg men het dubbele van het benoodigde quantum steenkolen, zoodat de voorraad grooter is, dan men in den aanst. winter zal behoeven.

Het distributienet voor de elektriciteit is reeds lang gereed; men hoopt maar, dat men spoedig over elektriciteit zal kunnen beschikken. Dan hoopt men ook tot eene bevredigende oplossing te kunnen komen van de behoefte aan goed drinkwater. Er is groote woningnood; 20 nieuwe woningen werden gebouwd; nog veel te weinig. Industrie gaat bijzonder goed; daar worden schatten verdiend. Het werkvolk wordt goed behandeld en goed betaald; de werkdag is 10 uur; daar veelal op stukwerk gewerkt wordt, verlangen de arbeiders niet naar een korteren arbeidsdag. De gedwongen winkelnering is heelemaal gedaan. De Rijksvakschool te Waalwijk wordt zeer gewaardeerd; men maakt daarvan vooral veel gebruik, wanneer daar bijzondere cursussen gegeven worden.

Den 3den Mei 1921 kwam ik weer in Dongen en ’s Gravenmoer. Om in den woningnood te voorzien bouwde de gemeente reeds vroeger – d.i. vóór dat het bouwen reeds zoo kostbaar was – 60 arbeiderswoningen. 20 van f. 2.600 , en 40 van f. 4.300. Thans zijn nog acht aanvragen in behandeling om een Rijkssubsidie (f. 2.000) in de bouwkosten van acht woningen. Het gaat den schoenmakers redelijk goed; de leerlooiers verloren in de laatste maanden naar ruwe schatting twee millioen. De Heer Verheyen vertelde mij, dat wanneer hunne firma in dien tijd normaal gewerkt had, zij 7 ton zouden verloren hebben. Ze hadden het zien aankomen, en bijna niet gewerkt, zoodat hun verlies veel geringer was.

Het is jammer, dat de Rijksvakschool te Waalwijk zoo moeielijk te bereiken is; slechts 2 leerlingen uit Dongen volgen daar de lessen. De gasfabriek, in 1913 gebouwd, blijft goed gaan, in 1920 405.000 M3 geproduceerd. Vele fabrieken zijn met zuiggasmotoren geïnstalleerd; vandaar dat het electrisch bedrijf gerekend wordt eerst na drie jaren loonend te zullen worden; de electrische installatie kost aan gemeente ruim 2 ton. Gemeente besloot aan te sluiten aan de Waterleiding Mij West Brabant, zoo dat men ook hier over korte jaren goed drinkwater zal hebben. Het is hoog noodig; de verontreiniging van de Donge is heel erg.

Wilhelminakanaal brengt aan Dongen groot voordeel; de daaraan ten koste gelegde gelden voor los- en laadsteiger (f. 60.000), haven (f. 20.000) brengen in normale jaren ruim hunne renten op.

Vakschool voor schoenmakers, 1925 (55484, RAT) (bron: Regionaal Archief Tilburg/ )

Men bedelt geweldig om eene spoorweg verbinding met Waalwijk; men ziet daarin een levensbelang voor Dongen. Toch zal men het wel nooit krijgen; de Staatsspoor wil het niet exploiteeren.

Het levensmiddelenbedrijf heeft goed geloopen; het heeft f. 120.000 gekost. De Roomsche Kerk afgebrand; assurantiepenningen f. 104.000. De nieuwe kerk gebouwd door Kuypers, is thans onder dak; aangenomen voor f. 320.000; de inventaris zal f. 150.000 kosten. De kom is geheel gerioleerd; al het vuile water dat uit de riolen komt, gaat naar de Donge. Er is een tweejarige vakschool voor schoenmakers waaraan 40 leerlingen les halen; subsidie van gemeente f. 1.000.

Den 17 Juli 1925 bezocht ik Gilze en Dongen. De leden van den Gemeenteraad wonen goed over de gemeente verdeeld. Er zijn 3 boeren, 5 burgers en 5 arbeiders, te samen 13 leden. De arbeiders zijn niet voldoende onderlegd; hebben daardoor geen invloed in den Raad. Bij eene volgende Raadsverkiezing zullen er waarschijnlijk enkele arbeiders uitgeworpen worden. Het Raadslidmaatschap is steeds sterk omstreden; bij de laatste Raadsverkiezing vielen vijf Raadsleden.

De belastingen in Dongen zijn schrikbarend hoog; aan gemeentelijke inkomstenbelasting moet van 5 tot 17% betaald. In 1920/21 was de opbrengst van de Rijksinkomstenbelasting f. 215.533,75; en in 1923/24 f. 38.364.75; een verschil dus van f. 177.169. In de rijke jaren heeft Dongen duur geleefd, en veel geleend; aan renten en aflossing moet ruim f. 137.000 betaald. Geen wonder, dat men thans zulke hooge belastingen moet heffen, en er desniettegenstaande toch niet kan komen!

Bij de exploitatie van het electrisch bedrijf spon Dongen tot nu toe geen zijde; het net is te groot en te duur (f. 245.000). In 1924 nog een verlies van f. 3.000. Men hoopt, dat de exploitatie in 1925 zich eindelijk zal dekken. Aan de drinkwaterleiding waren in het eerste half jaar van exploitatie 200 aansluitingen, Nu de waterleiding er is, kon de brandweer behoorlijk in orde gebracht worden; men schafte een paar brandweerslangenwagens met het noodige materieel aan. Een mooie oude gothische Kerk, thans in handen van de Protestanten, staat om zoo te zeggen op invallen. De restauratie is aanbesteed geweest voor f. 51.000; daarin zou het Rijk 2/3 betalen. Moeielijkheden met den aannemer waren oorzaak, dat de restauratie niet door ging. Erg jammer! De toren behoort aan de gemeente; ook deze is niet erg solide meer.

De lederfabrieken verontreinigen het water van de Donge in sterke mate. Wanneer de zuiveringsinrichting, die thans voor het afgewerkte water in Rijen gebouwd wordt, goed voldoet, dan zal men in Dongen wel spoedig eene soortgelijke inrichting bouwen. Voor het Wilhelminakanaal blijft men zeer dankbaar; daar wordt een druk gebruik van gemaakt. De eigen vakschool voor schoenmakers en leerlooiers voldoet aan eene groote behoefte; die wordt bezocht door 24 leerlingen. Naar de Rijksvakschool te Waalwijk gaan op het moment 3 jongens uit Dongen.

 H. Laurentius. R.K. Kerk. Gebouwd in 1920. Architect: P. J. H. Cuypers., J. Th. J. Cuypers (BHIC) (bron: BHIC/ Provincie Noord-Brabant)

De verhouding tusschen patroons en werklieden blijft goed; de menschen zijn over het algemeen tevreden. Bij de Kamerverkiezing op 1 Juli ll. werden 42 socialistische stemmen uitgebracht. De groote Roomsche Kerk brandde af en werd naar de plannen van Cuypers weer opgebouwd; buitengewoon kostbaar: aangenomen voor f. 379.000! Er moet nog een stuk van 13 M lengte aangebouwd worden, en dan nog de toren! Ook de meubileering is ongekend kostbaar; van het hoofdaltaar staat een gedeelte; kostende f. 14.000 als het heelemaal klaar is, zal het f. 46.000 kosten. Het Maria-altaar is ook heel mooi; het kostte f. 13.000. Achter het hoofdaltaar prachtige muurschilderingen van Jan Colette. Alles is begonnen in den tijd van de hoogconjunctuur; thans, nu er millioenen verloren zijn, is er geen geld om alles volgens de oorspronkelijk ontworpen plannen te voleindigen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!