skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

De Commissaris van de Koningin over Drunen

BHIC
BHIC Bhic
vertelde op 31 maart 2009
bijgewerkt op 7 augustus 2018
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Drunen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Drunen

Den 7den Augustus 1896 bezocht ik de gemeente Drunen. Te omstreeks 6 uur kwam ik aan het Raadhuis, en vond daar eene harmonie, die mij met muziek opwachtte. Met B. en W. behandelde ik de begrooting van 1896 en het gemeenteverslag van ‘95.

Vooral besprak ik met hen de bestemming, te geven aan de gelden, welke zij van den Staat ontvangen voor onteigende gronden ten behoeve van het kanaal ‘s Bosch-Drongelen (± f. 7.500,-); B. en W. wilden er schuld mede aflossen; ik raadde, om er eene inschrijving grootboek voor te koopen, ofwel, om er grond voor te ontginnen. Ik denk, dat mijn raad wel zal worden opgevolgd.

Op mijne audientie verschenen successievelijk de leden van den Raad, de pastoor met zijn kapelaan, Canters, de candidaat-notaris van notaris Loeff, die om gezondheidsredenen in het buitenland is, eene arme vrouw, een boer (Van den Hoven) die iets kwam vragen over vergoeding voor onteigende gronden, en eene commissie van landbouwers, die eene brug kwamen vragen over de Zwaluwmoersche Steeg.

Aan deze laatste Commissie heb ik gezegd, dat zij voorloopig geen brug kregen, dat de ondervinding moest uitwijzen of het kanaal ’s zomers misschien niet droog is, als wanneer er zeker geen brug behoeft te komen. Bovendien is het niet uitgemaakt, dat het belang zoo groot is, om eene uitgave, als het aanstellen van een brug vordert, te rechtvaardigen. Zij konden niet beter doen, dan te zorgen, dat hunne wenschen niet vergeten werden, door van tijd tot tijd te bevoegder plaatse te requestreeren.

Na de audientie zat ik nog wat met B. en W. te praten, waarna zij mij, met de harmonie, uitgeleide deden tot een eindweegs buiten het dorp. Blijkens een deswege aan mij uitgebracht rapport, was de administratie van den ontvanger, zoowel als die van den secretaris in vrij goede orde. In een afzonderlijk schrijven wees ik het gemeentebestuur van Drunen op enkele tekortkomingen.

Drunen, Het kasteel d'Oultremont of huis van Drunen (Salha, DRN00301).jpgHet kasteel d'Oultremont (foto: collectie Salha)

Graaf d’Oultremont uit Brussel is eigenaar van het kasteel te Drunen, en heeft daar bovendien ± 60 H.A. land liggen; het kasteel werd door hem voor ± 15 jaar veranderd in eene comfortabele heerenhuizinge. Jaarlijks komt hij van 4 tot 6 weken te Drunen; hij heeft daar zijn rijtuigen staan, en brengt dan gewoonlijk een 4-tal paarden mede. De familie houdt vooral veel van paard rijden. Als heer van Drunen is hij eigenaar van het heerlijk jacht- en visrecht; het eerste werd nooit aangevochten; het laatste wel, n.l. door de gemeente Drunen onder burgemeester Jansen (den lateren burgemeester van Tilburg); de gemeente verloor haar proces in twee instanties en betaalde ruim f. 1.000.- aan proceskosten.

Het jaar, waarin het invorderen der tienden de gemoederen in Noord-Brabant zoo beroerde, benevens het daaropvolgende jaar, bleef de familie d’Oultremont in België. Nu zijn de tienden afgekocht door den polder en zal de tiendheffing ophouden, zoodra de leening, voor den afkoop benoodigd geweest, zal zijn afgelost; daarmede zal die tiendquaestie gelukkig tot het verledene behooren.

Den 5den Mei 1899 bezocht ik wederom deze gemeente. Ik reed van ’s Bosch over Vlijmen en Nieuwkuik naar Drunen; vandaar over Elshout naar Oudheusden, alwaar ik een ontbijt had besteld in de herberg van … (tegenover de tuin van den Griffier der Staten). Vandaar ging ik naar Heusden, om ten slotte over Herpt en de Haarsteeg langs Vlijmen naar ’s Bosch terug te keeren.

Ik had B. en W. verzocht, zich te omstreeks half negen aan den Drunenschen hoek te bevinden, omdat ik voornemens was, met hen de gemeente-eigendommen na te gaan. Ik nam het eerst de aan de gemeente behoorende weilanden “de Zeeg” genaamd, in oogenschouw en vernam, hoe de gemeente, tijdens dat Jansen burgemeester was, eene administratieve procedure gevoerd had tegen het bestuur van den Hoogen Maasdijk van Stad en Lande van Heusden. Jansen was zelf naar den Raad van State gegaan, om het recht van de gemeente te bepleiten, om, wanneer de “kade” was aangeloopen, water door den Drunenschen dijk te lossen op de waterleidingen van den polder; daarmede wordt dat buitenwater naar binnen gebracht.

Jansen won zijn administratieve procedure voor de gemeente, en verkreeg daarmede tevens een belangrijke bron van inkomsten voor Drunen. Een afdruk van zijn pleidooi voor den Raad van State te dezer zake was nog toevallig ter secretarie en nam ik mede.

Van “de Zeeg” namen we onzen weg langs de Zwaluwmoersche steeg; het heet altijd in de rapporten dat die steeg een zandweg is, zonder eenig verkeer, zonder eenig belang, behalve voor een enkelen boer, die ’s zomers vee op “de Honderd Bunders” weit. Ik kwam er nu vier karren met hout op tegen.

“De Honderd Bunders” is weiland van de gemeente, den 1sten Mei schaart men in; in Augustus moet het vee er uit, omdat het anders ziek wordt, of althans sterk afvalt. Het schijnt, dat in het begin van den tijd de weide (voor een gedeelte is het een heideveld) zeer voedzaam is. Het kanaal ’s Bosch-Drongelen gaat door deze gemeenteweide; men hoopt dat daardoor de afwatering verbeteren en de grond in waarde stijgen zal.

Drunen, Boerderij van de Familie Van Wezel op de Fellenoord (Salha, DRN00506)Boerderij van de familie Van Wezel op de Fellenoord (foto: collectie Salha)

De bosschen (eiken slaghout, met berk daartusschen en verder mast) worden door de gemeente netjes onderhouden, zoowel bij de Honderd Morgen, als voorbij Fellenoord. Een brand, welke aldaar voor eenige dagen had gewoed, en waardoor ongeveer een H.A. 15-jarige mast verloren ging, gaf mij aanleiding er bij B. en W. met kracht op aan te dringen, dat zij hunne mastbosschen toch tegen brandschade zouden verzekeren.

Burgemeester Jansen heeft in der tijd tegen Graaf d’Oultremont geprocedeerd over het Heerlijk vischrecht, Napoleon Sassen occupeerde voor de gemeente, en verloor zijn proces; om de kosten te betalen, deed de gemeente aan Mr. Sassen een gedeelte weiland over, aan “de Zeeg” palende.

De Hoofdingenieur van den Waterstaat (Hoogenboom) zou voor een half jaar aan het bestuur van Drunen hebben beloofd, dat er een brug over het kanaal zou komen in de Zwaluwmoersche steeg. Ik heb gezegd, dat mij daarvan niets bekend was. Vóórdat de provincie den weg Nieuwkuik-Helvoirt maakt, heeft men gedacht over een weg Drunen-Udenhout. Drunen werkte destijds niet erg mede, omdat het vreesde, dat de boeren uit Udenhout het hooi te Drunen duur zouden maken.

De polder van Drunen kocht voor enkele jaren den tiend af; het gaat nu best; van tiendweigering is geen sprake meer; 1/3 van het opgenomen kapitaal f. 30.000 is reeds afgelost; in 1898 kon men zelfs f. 2.500,- aflossen. De oorzaak van het feit, dat in 1898 elf kinderen levenloos waren aangegeven, kon niet worden opgegeven. Hoewel ook in Drunen gedwongen winkelnering bestaat, maken de werkgevers van hunne macht over het werkvolk geen al te groot misbruik; vandaar, dat er geene klachten over worden geuit. Administratie van secretaris en van ontvanger waren in goede orde.

Den 24 April 1903 kwam ik weer in de gemeente; ik had des ochtends Hedikhuizen bezocht, daarna ontbeten te Heusden in het Wapen van Amsterdam, en daarna doorgereden naar Drunen. Ik vond op het raadhuis den burgemeester met den wethouder Van Dal; de wethouder Van Loon was overleden, terwijl in de vacature nog moest voorzien worden. Ik verleende audientie aan Leendert Klerks; hij kwam inlichtingen vragen, wanneer hem eene premie – toegekend in 1902 op de keuring te Heusden – zou worden uitbetaald; hij was in 1903 met de bekroonde merrie op de keuring te Heusden verschenen, en had dus de aanhoudingspremie verdiend.

Door de benoeming van den tegenwoordigen secretaris is veel ruzie in de gemeente ontstaan; hij is de zoon van den vroegeren secretaris (Veltman) en is gediplomeerd. Eene groote partij in Drunen wilde een ander; en toen nu de tegenwoordige secretaris tijdelijk (d.i. voor zes jaren) benoemd werd, keerde die partij zich tegen enkele raadsleden, en wilde den wethouder Van Dal laten vallen; dit mislukte. De jonge Veltman is ziekelijk; hij had zijne secretarie redelijk goed in orde.

Omtrent de eigendommen der gemeente vernam ik enkele particulariteiten: als de kade van den polder de Zeeg boven water is, dan mag die polder, om zijn water spoedig kwijt te zijn, dat lossen door een sluis in de algemeene omkading (de Zeegsluis) naar het Drunensche sluisje in den Zeedijk (op de grens van Drunen en Elshout). De mastenbosschen zijn thans gedeeltelijk tegen brandschade verzekerd bij een Brusselsche Maatschappij.

De tienden zullen spoedig geheel tot het verleden behooren; de leening ad f. 30.000 oorspronkelijk door den polder gesloten om gelden voor den afkoop te hebben, is thans nog f. 11.500 groot; in 1902 waren de tienden duur, en kon er f. 3.000 worden afgelost. Een klein batig saldo uit de polderkas wordt soms mede aangewend om af te lossen; nl. wanneer er niet voldoende is voor een heel aandeel der leening af te lossen (elk aandeel is f. 500) dan wordt het ontbrekende uit de polderkas gesuppleerd.

Drunen,  Centrum Drunen met het oude raadhuis. Rechts het oude raadhuis en hotel Vissers, nu hotel Royal, links huize Middendorp (Salha, DRN00240)Het oude centrum van Drunen met rechts het oude raadhuis en hotel Vissers (nu Royal), links Huize Middendorp (foto: collectie Salha)

Op die wijze betalen ook die gronden uit den polder die tiendplichtig zijn, maar waarvan omdat het nu groesgronden zijn op het oogenblik geen tiend wordt geheven, ook iets aan de opheffing van de tienden. Men denkt, dat het kapitaal over een jaar of vijf zal afgelost zijn, en de tiend daarmede dan zal zijn opgeheven. Groot succes voor den burgemeester Van Hulten, tevens voorzitter van het waterschapsbestuur, die in dagen van tiendweigering den afkoop uitvond, en er het initiatief toe nam.

Omtrent de eigenaren van het kasteel te Drunen vernam ik nader, dat alles in onverdeeldheid toebehoort aan de gebroeders Jean en Adrien d’Oultremont; Jean is ruim 50 jr; Adrien is 55. Beide zijn getrouwd; Adrien heeft negen kinderen, en komt jaarlijks met zijn heele huishouden een maand of drie in Drunen; zijn zoons zouden niet veel uitvoeren; tot nu toe konden ze geen officier worden. Jean d’Oultremont heeft niet zooveel kinderen; deze schijnen wèl te werken; een is officier. Jean is hofmaarschalk van Koning Leopold.

Voor heerlijk jacht- en vischrecht hebben ze niet veel over; ze laten slecht surveilleeren; daardoor is er zoo goed als geen wild meer, gedeeltelijk ten gevolge van de lichtbak. Het vischrecht is verpacht; het jachtrecht zouden ze – naar de Burgemeester gehoord had – ook gaan verpachten, omdat er zoo weinig te schieten was. Als dat gebeurt, zullen ze wel spoedig niet meer in Drunen komen. Er schijnt een mooie snippenjacht te zijn; Frans en Eugene Verheyen jagen daar; ze zijn familie van d’Oultremont.

Er moet in Drunen nogal wat geld onder de menschen zitten; een jaar geleden werd een Boerenleenbank opgericht; daarop staat nu een bedrag van f. 30.000. Veel geld wordt aan die bank niet gevraagd – althans niet gegeven, tot nu toe niet meer dan f. 2.000. Er zullen in Drunen een 400 à 500 schoenmakers zijn; arme tobbers, handwerkers, vechtende tegen de machine. Zij werken voor een twintigtal bazen, die aan de schoenmakerij niet verdienen, maar zooveel te meer aan de gedwongen winkelnering.

Het ergerlijkste van alles is wel, dat slechts 15 van die bazen een eigen winkel hebben; de andere 5 hebben geen eigen winkel, maar dwingen hun knechts, om in een bepaalden winkel te koopen, en krijgen daarvoor groote vergoeding van den winkelier. Op die wijze hebben ze het voordeel van de gedwongen winkelnering, zonder den last te hebben, er een winkel op na te moeten houden.

Het ergste van alles is wel, dat een baas van tijd tot tijd aan zijn knechts zegt, dat hij hen wegens slapte van zaken gedaan moet geven. Wat doen dan die arme slobbers? Dan gaan ze naar den baas, en vragen, of ze voor half geld mogen werken, omdat ze anders niet te eten hebben! Erger exploitatie van de menschen is niet mogelijk!

Drunen Hoofdstraat met R.K. kerk. Links herenhuis voor schoenfabriek Durea (DRN00032, salha)Hoofdstraat met rechts de R.K. kerk en links het herenhuis voor schoenfabriek Durea (foto: collectie Salha)

Zooals de zaken nu staan, is een schoenmaker van 40 jaar geen vol werkman meer; hij kan niet naar de nieuwe modellen werken, omdat hij dat niet gewend is; hij kan daardoor maar half geld verdienen, en is bovendien, juist ten gevolge van zijne voortdurende, bijna bovenmenschelijke inspanning, spoedig versleten. Over tien jaar is volgens B. en W. het ras handwerk schoenmakers in de Langstraat uitgestorven; de kinderen van de schoenmakers worden niet meer in het handwerk van hun vader opgebracht, maar gaan meestal boerenwerk doen.

De gemeente Drunen heeft een eigen doctor, Dr. van Seters; deze krijgt voor de armenverzorging f. 1.350. Er zijn in Drunen twee openbare scholen, nl. eene in Wolfshoek, en eene in de kom; voor de meisjes is er een liefdehuis in de kom. Herhalingsonderwijs wordt zeer op prijs gesteld, en door 21 leerlingen vlijtig gevolgd.

Den 29 April 1907 kwam ik weer in Drunen; ik had te voren Heusden bezocht. Ik verleende audientie aan Deken Selten, oud-professor van het seminarie, sinds twee jr pastoor van Drunen. Hij is een broer van den secretaris van Haps, en ook vandaar geboortig; van hem vernam ik allerlei particulariteiten omtrent Van Deurzen, burgemeester van Haps.

De heer Selten deelde mij mede, dat de schoenindustrie opperslecht gaat; dat evenwel de gedwongen winkelnering niet meer zoo erg is als vroeger. Men trachtte thans te komen tot de oprichting van eene groote schoenfabriek, die dan, als het goed ging, later heelemaal machinaal moest worden ingericht. De tehuiswerkende schoenmakers hadden echter geen lust, om daar te komen werken; men werkte liever tehuis; dientengevolge zou het nog wel een jaar duren, vóór men begon. Aanvankelijk zou men – met toestemming van den Bisschop – beginnen in een ledig staand lokaal van de kerk.

Ik vernam van den Heer Selten, dat de verhouding tusschen burgemeester Van Hulten en notaris Canters alles te wenschen overliet; het zou voortspruiten uit eene jachtquaestie: Canters, rentmeester van d’Oultremont, had in die qualiteit aan v. Hulten het jagen moeten verbieden. Inde irae, omdat v. Hulten meende, dat Canters op eigen initiatief gehandeld had. De Pastoor vroeg mijne medewerking om den burgemeester te bewegen de quaestie bij te leggen.

B. en W. deelden mij mede, dat er een brug in de Zwaluwmoersche Steeg komt; dat Graaf Adrien d’Oultremont vóór enkele maanden overleden is; dat de Honderd Bunders jaarlijks zuiver niet meer dan ± f. 200,- rapporteeren; dat de Zeeg, ongeveer 40 H.A. groot, mèt de omliggende stukken grond, aan de gemeente jaarlijks gemiddeld f. 3.000,- geeft; dat de tiendschuld ad f. 30.000 door den polder van Drunen aangegaan, geheel gedelgd is, zoo dat de tiend nu vervallen is, en in 1907 voor de eerste maal geen tiend behoeft te worden opgebracht; dat de Boerenleenbank goed werkt; er zal thans ± 60 mille op staan, terwijl daarvan weer ± 35 mille is uitgezet;

Van Drunen, de gemeente-ontvanger, een opgeklaarde boer, is penningmeester van de Boerenleenbank; dat, terwijl het den boeren goed gaat, de handwerkschoenmakers een hopeloozen strijd tegen de machine voeren; zoowel de schoenmakersbazen als de knechts hebben het slecht, vooral echter de bazen, van wie er niet één is, die zaken maakt; gedwongen winkelnering bestaat er nog wel, maar toch niet meer zóó erg als vroeger.

Het is een ongeluk, dat de menschen niet met hun tijd mede gaan, zoodat een schoenmaker van 40 jr niet in staat is, om schoenen te maken, zooals die nu gevraagd worden, omdat hij dat in zijn jeugd niet geleerd heeft; bovendien zijn door het werken bij de lamp (slecht licht) de oogen op 40-jarigen leeftijd veel minder, terwijl bovendien door het voortdurend voorover zitten de borst geleden heeft. Die schoenmakersknechts zijn wèl te beklagen; vroeg oud, half blind, veel armoede. In 1906 bedeelde de gemeente voor f. 1.900; alles aan schoenmakersgezinnen; de boerenarbeiders hadden geen onderstand noodig.

Den 2 April 1911 kwam ik weer in Drunen; bezocht tevoren Besoyen en Baardwijk; kwam per spoor tot Besoyensche Steeg; keerde via Drunen-Heusden per spoor naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan Deken Selten; volgens hem is de goede verstandhouding tusschen Burgemeester en notaris Canters uiterlijk hersteld. Er is thans een erge stokebrand in de gemeente, een zekere v.d. Wiel, een Drunensche jongen, die in Amsterdam een schoenwinkel had, daarmede geld verdiende, en nu met wat fortuin weer in Drunen was komen wonen en zich daar eene villa gebouwd had. Genoemde v.d. Wiel ijvert erg tegen het Gemeentebestuur, maakt zich erg druk met raadsverkiezingen, maar kon geen raadszetel machtig worden, niettegenstaande hij erg werkt met bier en jenever. Men kan nog veel last van hem hebben.

Men is druk bezig met het omwerken van woeste gronden in de Honderd Morgen; sterk aangeraden eene kaart te maken en een uitvoerige inlichtende staat aan te leggen van alles, wat daarop betrekking heeft. Ik ben bereid in den aanst. zomer (van 1911) nog eens te komen kijken, wanneer men mij tevoren waarschuwt, wanneer het daarvoor de beste tijd is en men er droogvoets kan komen.

De vakcursus voor schoenmakers werkt naar de meening van B. en W. niet goed, omdat er handwerkschoenmakers worden gevormd, terwijl het handwerk ten doode is opgeschreven, en door de machinale schoenfabrieken verdrongen wordt. Voor hen, die op de fabrieken werken geeft het niets, of zij bekwame handwerkschoenmakers zijn. Door P. Elshout werd voor korten tijd eene kleine machinale schoenfabriek opgericht; hij werkt voorloopig met 25 man. Men hoopt, dat hij het vol zal houden, en zich zal uitbreiden; dat er nog meer fabrieken mogen verrijzen, opdat de arme handschoenmakers op die wijze werk en brood mogen vinden. Dankzij de vrij sterke vakorganisatie doet de gedwongen winkelnering op het oogenblik weinig of geen kwaad meer, men hoort er niet meer over klagen.

Drunen Stiksters in schoenfabriek ca. 1930 (drn02936, salha)Stiksters in Drunense schoenfabriek (foto: collectie Salha)

Den 23 Mei 1916 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten Drunen en Udenhout. De schoenindustrie gaat tegenwoordig buitengewoon goed; dientengevolge steeg de gemiddelde verdienste van een schoenmaker tot ruim f. 10,- per week. De helft der schoenmakers zijn nog handwerkers. Er zijn thans twee machinale schoenfabrieken, terwijl de oprichting van een derde fabriek in voorbereiding is.

De vakschool voor schoenmakers wordt druk bezocht; volgens den burgemeester hebben de leerlingen niet veel aan het geleerde, wanneer zij op eene fabriek komen. De gedwongen winkelnering is er nog niet heelemaal uit; bij IJpelaar bestaat die nog. Er is nog geen beschrijving van de gemeentelijke bezittingen; gemeenteraad stelde geld beschikbaar voor een kaart; die is er ook nog niet. De exploitatie gaat prachtig; van de 100 bunders wordt dit jaar 1/3 gehooid; op de 2/3 weiden 150 beesten en 5 paarden voor te samen f. 3.112. De Zeeg brengt f. 90,- per Hectare op. Boerenleenbank zet jaarlijks 3 ton om. Men gaat een nieuw raadhuis bouwen; het zit er nu aan. Gemeente moet armbestuur jaarlijks nog f. 1.500 subsidie geven.

Den 26 Augustus 1920 kwam ik weer in Drunen. De raadsverkiezingen 1919 brachten twee nieuwe raadsleden, twee andere wethouders. Volgens B. en W. gaat het heel goed in de raadsvergaderingen. Er werden reeds 400 arbeiderswoningen gebouwd; elke woning heeft een terrein van 2 tot 6 are; huurprijs van f. 2,50 tot f. 3. Gemeente zal er f. 35 per woning moeten bijpassen. Van den winter zullen er waarschijnlijk nog meer woningen moeten gebouwd worden.

Op de secretarie zit als klerk een zoon van den secretaris, een jongetje van 16 jr. Hij verdient f. 400 als klerk en f. 200,- van de distributie. Ik heb het afgekeurd, dat een zoon van den secretaris op de secretarie te Drunen werd te werk gesteld.

Als Drunen met eene andere gemeente zou moeten vereenigd worden, zou dat met Elshout moeten zijn; het liefst zag men, dat de gemeente bleef zooals ze is. Ik heb er over geklaagd, dat het gemeenteverslag van 1919 met zoo weinig zorg bewerkt was: omtrent de gemeente-eigendommen geeft het heel geen gegevens; omtrent de industrie zegt het zelfs niet hoeveel werknemers er zijn.

De doorbraak te Cuyk heeft aangetoond, dat de Keerdam in den Baardwijkschen Overlaat te laag is; in den afgeloopen winter heeft men dien dam met groote moeite gehouden. Het Rijk is thans bezig er een Meter op te zetten, en de kruin bijzonder te versterken.

De vakschool voor schoenmakers is verbouwd en nieuw ingericht; zoodra de gemeente elektriciteit krijgt, zullen er nog enkele machines worden geplaatst om de leerlingen ook in het machinaal schoenmaken te oefenen.

Er is nog geen beschrijving van de gemeentelijke bezittingen; daar is ook nog geen kaart; nogmaals aangedrongen om daarvoor te zorgen; Drunen trekt uit het grondbezit f. 18.000. De schoenindustrie gaat tamelijk goed; de landbouw heeft gelukkig ook niet te klagen. De groenten- en vruchtenveiling gaat heel goed; haar bestaan is eene uitkomst voor de streek. Distributienet voor de elektriciteit aanbesteed voor f. 350.000; moet over drie maanden klaar zijn.

Den 1 Augustus 1923 bezocht ik Drunen en Eethen. Het was voor de eerste keer, dat ik daar burgemeester Loeff in functie zag. Mijn indruk is onverdeeld gunstig. Hij heeft zich blijkbaar in de zaken geheel ingewerkt; hij was omtrent personen en toestanden geheel op de hoogte. Met genoegen constateerde ik, dat hij op goeden voet met den gemeentesecretaris leeft. Hij prees Veltman als ijverig en van goeden wil; op de secretarie was veel ten goede veranderd: zoo was er een nieuw registratuurstelsel ingevoerd; binnen enkele weken dacht men er geheel mede klaar te zijn, en was daarmede aan het zoeken naar oude stukken een einde gemaakt: men kon direct vinden, wat men noodig had.

Naar ik later van Robbers vernam, houdt men in de gemeente van Loeff: hij is de gewilde man. Ook oud-burgemeester Van Hulten – die zijne opwachting kwam maken – prees Loeff, vooral ook omdat hij zuinig was. Bij mijn onderhoud met B. en W. kreeg ook ik den indruk, dat hij op de kleintjes past.

De exploitatie van de 40 arbeiderswoningen leverde in 1922 een tekort op van f. 2.400,- waarvan f. 600 voor de gemeente. Men heeft thans in studie de vraag, of er ook landarbeiderswoningen zullen komen; de gemeente heeft daarvoor een mooi terrein van 40 H,A. beschikbaar. Bij de laatste Raadsverkiezing werden elf Raadsleden gekozen, 5 boeren en 6 burgers. Het is zeer onzeker, of de wethouders zullen herkozen worden.

De landerijen van de gemeente zijn te goedkoop verhuurd; dat nemen de burgers kwalijk. Er is geen bijzondere school voor jongens. Eene oude juffrouw zal hare woning met tuin aan de kerk laten; daar moet dan de bijzondere school gesticht. Deken Selten is zoo verstandig de zaak niet te forceeren, en met den bouw van de bijzondere school te wachten, tot dat die juffrouw dood is. Middelerwijl wordt aan de openbare school, die bijzonder slecht is, ook niets meer gedaan.

Drunen, Bestuur van De Hanze. In 1907 werd in Drunen een middenstandsvereniging opgericht (Salha, DRN01997).jpgBestuur van De Hanze. In 1907 werd in Drunen een middenstandsvereniging opgericht (foto: collectie Salha)

Het electriciteitsbedrijf loopt goed; in 1921 een verlies van f. 1.170; in 1922 van f. 360. In 1923 zal het zich dekken; er kwamen in 1922 nog 50 nieuwe aansluitingen bij. Licht f. 0,50; kracht f. 0,25. De waterstand in het kanaal ’s Bosch-Drongelen is te laag; vele landerijen gingen daardoor 1/3 in waarde achteruit. De industrie gaat slecht; daardoor veel werkeloosheid. Op het moment werken er nog 35 bij de gemeente; als de laatste 5 H.A. heide, waarmede men thans bezig is, klaar zijn, is het geheele gemeentelijk bezit (390 H.A.) ontgonnen. Met het dichten van wielen en dergg. kan men de werkeloozen nog 1½ hoogstens 2 jaren aan het werk houden. In 1922 kostte de bestrijding der werkeloosheid aan Drunen f. 7.920.23.

De schoenindustrie – acht oorlogsbedrijven – is aan de Hanzebank zeker 2 ton schuldig; dat geld is allemaal weg. De kleine schoenmakerijen – een vijftigtal, meestal handwerk – hebben het beter dan de fabrieken; zij maken het maatwerk voor de voornaamste winkels in de groote steden. De vakschool voor schoenmakers wordt druk bezocht: ± 50 leerlingen. De tuinbouw gaat dit jaar slecht; op de veiling worden zeer lage prijzen bedongen.

Reacties (2)

Bert Meijs zei op 18 augustus 2020 om 10:00
Er werden reeds 400 arbeiderswoningen gebouwd; elke woning heeft een terrein van 2 tot 6 are; huurprijs van f. 2,50 tot f. 3.

400 moet zijn 40
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 18 augustus 2020 om 11:19
Duidelijk hoor, Bert. En dank voor je aanvulling, interessant om te lezen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.