i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Empel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Empel

vertelde op 20 april 2009 om 09:00 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Empel te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Empel

Den 27sten. Augustus 1898 bezocht ik deze kleine gemeente; ik reed van Oss over Lithoijen, Lith, Kessel, Maren en Alem langs het Gewande naar Empel, en vandaar weer terug naar ’s Bosch. Voor het raadhuis van Empel vond ik de kinderen der openbare school met hunne onderwijzers; zij waren voorzien van vlaggetjes, en brachten de liedjes ten gehoore, welke zij geleerd hadden ter eere van het Koninginnefeest. Burgemeester Godschalx, een zoon van den vroegeren burgemeester, ontving mij met zijn wethouders de Bekker en van Hirtum onder aan de trap van het raadhuis.

Op mijne audientie verscheen de Pastoor (Pompen genaamd); hij annonceerde, dat hij spoedig eene subsidie dacht te vragen voor den bouw van eene nieuwe kerk, waarop ik hem heb geantwoord, dat, wanneer de gemeenteraad die subsidie voteerde, een groote kans bestond, dat dit besluit door de hoogere autoriteit gecasseerd werd. Het hoofd der school klaagde, dat een lek in het dak zijner woning niet tijdig hersteld werd, niettegenstaande hij den burgemeester daarmede in kennis had gesteld. Daardoor was, nu het dak eindelijk gemaakt was, een deel der woning ten gevolge van vocht bijna onbewoonbaar, en groeiden de champignons aan het plafond, terwijl het behangsel zelfs op de spoumuren niet meer hield.

Na afloop van de audientie zat ik nog wat met B. en W. te praten. Het was vooral de wethouder de Bekker, die steeds het hooge woord voerde en den burgemeester wel wat in de schaduw stelde. Toen er later een glas Rijnwijn moest gedronken worden, maakte het geen aangenamen indruk, dat de burgemeester den secretaris liet komen, door dezen een flesch uit een kast liet halen, de flesch liet ontkurken en liet inschenken, waarop de secretaris weer heen mocht gaan. Het had er veel van, alsof de secretaris de huisknecht van den burgemeester was.

Den 18 Juni 1902 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed, na des ochtends Engelen bezocht te hebben, van ’s Bosch over Empel, Gewande, en het Wildt naar Maren; en later langs denzelfden weg terug. Op het raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder de Bekker; wethouder van Hirtum was voor zaken afwezig. De Bekker vertelde mij, dat hij indertijd de aannemer was geweest van den dijk te Heerewaarden, van Rossum naar Dreumel; die dijk ligt te Rossum op 7.90 M+ A.P. en loopt tot Dreumel geleidelijk 0.60 M op, in verband met het verhang der rivier, en ligt te Dreumel dus 8.50 M. Op die dijk ligt de dijk dus hooger dan 7.90 + A.P..

De oorzaak van de weinige welvaart, welke men algemeen langs den Maasdijk aantreft, niettegenstaande de grond daar zoo mooi is, zou gelegen zijn, in de waterrampen tengevolge van de veelvuldige dijkbreuken; de menschen werden ’s zomers opgecommandeerd voor hand- en spandiensten; verloren ’s winters somtijds have en goed, en hadden in het voorjaar veel waterbezwaar (kwelwater enz.) op hunne landerijen. Daardoor waren de menschen voor en na verplicht, de gronden, van welke ze eigenaren waren, te verkoopen of te bezwaren; daardoor heerscht er thans langs de Maas zoo weinig welvaart.

Door het sluiten van Heerewaarden, door de stichting van het Schansche gat, hebben al die misères nu opgehouden te bestaan, maar de welvaart is in de Maasstreken nog niet terug gekeerd; de gronden zijn nog meestal in handen van uitwonende eigenaren. De eigendommen van de gemeente bestonden vroeger veelal uit onland langs de dijk; door vader van tegenwoordigen burgemeester werd dat vroegere onland aangelegd tot twijgbosschen; die welke buitendijks liggen, worden alle jaren geband; die welke binnendijks liggen waren later uitgeput, en worden voor en na tot hooiland aangelegd.

De kerk, gebouwd in 1903. Opgeblazen door de Duitsers in 1944. (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)De kerk, gebouwd in 1903. Opgeblazen door de Duitsers in 1944. (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Sinds de boeren uit de Meyerij zooveel kunstmest gebruiken, komen niet de helft van vroeger meer hooi langs de Maas koopen; ook de houtbrekers uit Boxtel en de stalhouders uit Den Bosch doen dat niet meer; toch wordt het hooi nog veel te duur verkocht, vooral ten gevolge van de concurrentie van de melkboeren. Het land wordt eerst gehooid; en later in den regel nog eens gestrooid. Dit nu is een ongeluk voor den grond, die er niet tegen kan en totaal uitgeput raakt. De ongelukkige omstandigheid, dat er zoovele perceelen gemeenschappelijk bezit vormen van meerdere eigenaren is oorzaak, dat moeielijk anders kan geschieden; die perceelen zijn bovendien niet omheind en liggen ook niet tusschen sloten; daarom is het zoo moeielijk.

Pastoor Pompen is een broer van den burgemeester van Alem, en een broer van den vicaris generaal te ’s Bosch. Hij gaat eene nieuwe kerk bouwen; hij krijgt daarvoor van de gemeente eene subsidie van f. 4.000. De gemeente wordt daarentegen ontlast van het onderhoud van den ouden toren, die haar in eigendom toebehoort. De doctor van Hedel is armendoctor van Empel. Volgens den burgemeester van Alem zou de ongehuwde burgemeester van Empel (Godschalcx) 2 ton rijk zijn; diens gehuwde broer zou zeker 3 ton rijk zijn.

B. en W. prijzen zeer de geaardheid van de bevolking; het is een goed trouw slag van menschen; kwaad zit er niet in. Gedwongen huwelijken komen zeldzaam voor; onwettige geboorten nog minder.

Den 14 Mei 1906 kwam ik weer in Empel; ik reed er vanuit Den Bosch heen, ik bezocht dienzelfden dag Engelen en daarna Vlijmen, vanwaar ik naar Den Bosch terug reed. Aangezien zich niemand voor de audientie had aangemeld zat ik twee uur met B. en W. te praten. Als naar gewoonte had ook nu weer de wethouder De Bekker het hooge woord; heel veel bijzonders hoorde ik echter niet. De aftredende raadsleden werden in 1905 bij candidaatstelling herkozen; de oude school werd afgebroken en door een doelmatig gebouw vervangen.

De doctor uit Hedel is gemeentedoctor; men roemt hem zeer; men maakt alleen de bemerking, dat hij aan niets gelooft, en zulks te veel aan iedereen vertelt. Er zullen in Empel ± 50 Protestanten wonen; vooral ook in den Polder op het Slot. Zij hebben geen afzonderlijke dominee, doch behooren kerkelijk onder Engelen. Men is zeer gelukkig, dat de Maasmond open is; was dat niet het geval geweest, dan hadden we in den afgeloopen winter zeker dijkbreuken te betreuren gehad.

Den 22 April 1910 kwam ik weer in Empel; ik bezocht ook nog Bokhoven en Engelen. Het Raadhuis is afgebroken en wordt herbouwd naar plannen van Dony. Volgens de teekening belooft het een aardig gebouwtje te worden; het is aanbesteed voor ruim 7 mille. Ik word door B. en W. ontvangen ten huize van den secretaris, het eerste huis rechts van de kom. Het was daar heel netjes, mij dunkt meer dan eene burgermanswoning. Bij raadsverkiezingen geen stemming; men is het in Empel blijkbaar nog goed samen eens.

Om een gehuwden onderwijzer te behouden, bouwde men hem, toen hij geen woning kon krijgen, een huis; hij betaalt 3% renten van de stichtingskosten. Oud archief is er niets; Mr. Bondam sleepte alles mede naar Den Bosch. Gemeente heeft vele eigendommen; geniet daaruit belangrijke inkomsten; burgemeester heeft mij beloofd, een staat van exploitatie aan te leggen met een kaart.

Dr. H. Reydt uit Hedel is armendoctor; hij moet een goed doctor zijn met veel hart voor zijne patienten; maar hij moet erg lastig zijn en vreeselijk brommen als men hem haalt. Men krijgt moeite met de school te Gewande; daar gaan thans 2 kinderen uit Alem en 16 uit Empel. Schoollocaal is slecht; schoolopziener dreigt het locaal door den geneeskundigen inspecteur te laten afkeuren. Men weet niet, wat te doen: eene nieuwe school bouwen en den bestaanden – voor het onderwijs slechten – toestand: één onderwijzer voor 6 klassen bestendigen; dan wel, de school opheffen, en de kinderen naar de school te Empel laten komen; de afstand is zoo ver, en de weg, des winters vooral, voor de kinderen zoo moeilijk; maar voor het onderwijs, ook aan de school te Empel, alwaar dan een onderwijzer meer zou komen, was het zeker veel beter.

Het veer over de Dieze, met aan de overkant Empel. Links de boerderij van veerman Somers, 1937 (Foto: Het Zuiden, bron: Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)Het veer over de Dieze, met aan de overkant Empel. Links de boerderij van veerman Somers, 1937 (Foto: Het Zuiden, bron: Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

De toestand van de armenklasse is over het algemeen nog al voldoende; broodsgebrek wordt door niemand geleden. Om de toekomst van den veldwachter te verzekeren, plaatst men jaarlijks f. 50 te zijnen name op een spaarbankboekje; komt de veldwachter te sterven, dan komt het bedrag aan zijne vrouw, of anders aan zijne kinderen; moet hij gepensioneerd worden, dan wordt daaruit zijn pensioen betaald, f. 150 per jaar, zoo lang als het bedrag daarvoor toereikend is; is het boekje uitgeput, dan komt het pensioen verder uit de gemeentekas.

Na het water van den afgeloopen winter is men dankbaar voor den Maasmond; het scheelt wel een Meter, dat er thans minder water voor den dijk stond dan vroeger. Men gaf mij te verstaan, dat Somers, veerman te Engelen, den dijk zou doorgestoken hebben; toen ik er later den burgemeester van Engelen naar vroeg, bevestigde hij dat kwaad vermoeden; hij had gezien, toen de doorbraak gevallen was, dat een eindje verder, dan waar het gat in den wijk was, een geultje door den dijk was gegraven, om het water aan het loopen te krijgen, en op die manier een gat te laten spoelen.

Als het water op de rivier hoog is, dan merkt men niets van den vloed; is het water op de rivier laag, dan loopt bij vloed het water een halven meter op; is er dan sterke Noord Westenwind, dan kan het water wel een Meter oploopen. Bij gelegenheid van den bouw van de nieuwe kerk heeft gemeente den oude toren afgebroken.

Den 12 Juli 1915 kwam ik weer in Empel; dienzelfden dag bezocht ik ook nog de gemeente Engelen. Wethouder Van Hirtum is ziek; voor audientie is er niemand; ik was dus uitsluitend op den burgemeester en wethouder Van Hirtum aangewezen met wie nogal goed te praten was. Dank de hulp van G.S. werkte ten slotte het gemeentebestuur van Alem mede aan de vernieuwing van de school te Gewande; daar gaan thans 15 kinderen uit Alem en 15 uit Empel op school.

Het raadhuis, gebouwd in 1910, architect: Julien Dony. Foto 1933 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)Het raadhuis, gebouwd in 1910, architect: Julien Dony. Foto 1933 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Het nieuwe Raadhuis, gebouwd naar plannen van Dony, voldoet goed; het kostte ± f. 7.000,-; is een net gebouw. Oude veldwachter werd in Rijkspensioenfonds opgenomen; het spaarbankboekje werd natuurlijk ingetrokken. Geen partijschap in gemeente; voor gemeenteraad is er nog nooit gestemd. Het is een ongeluk voor Empel, dat het land van jr tot jr verpacht wordt om te hooien; niemand heeft er belang bij dat het land in goeden staat blijft; de menschen verkoopen hun mest; jaarlijks gaan er 5 scheepsladingen van 200 M3 elk naar Huissen; die mest geld van f. 1,60 tot f. 2.- de M3. Het land in Empel wordt niet bemest en gaat jaarlijks in waarde achteruit.

Den 30 Juli 1919 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten Empel, Alem en Rosmalen. De verkiezingen brachten geen verandering in de samenstelling van den Raad; men is het in Empel blijkbaar goed eens. Alle eigendommen van gemeente worden publiek verhuurd; hetzij door B. en W. hetzij door den notaris. Daarom is een staat van exploitatie der gemeentelijke bezittingen minder noodig.

De klok uit den afgebroken gemeentetoren werd overgebracht naar den toren van de nieuwe kerk, waarin thans dus twee klokken hangen, één van de kerk en een van de gemeente. Het tractement van den veldwachter is veel te laag; f. 600 + vrije woning; het zal verbeterd worden. Wethouder De Bekker voert gaarne het woord; hij is voorzitter van den Boerenbond en voelt zich zeer.

Den 2den. Juni 1923 bezocht ik Empel en Alem. Wethouder De Bekker maakt mij een veel beteren indruk, dan bij mijn bezoek in 1919. Hij redeneerde kalm en verstandig, zonder zich op den voorgrond te dringen; hij gaf aan burgemeester Godschalx volop de eer, die hem als burgemeester toekwam. Van wethouder v.d. Dungen heb ik het geluid van diens stem niet gehoord; hij zweeg in zeven talen.

Gemeenteraad van Empel. V.l.n.r. voorste rij: Jan van den Dungen, burgemeester A. Godschalx en Adr. de Bekker, 1919 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)Gemeenteraad van Empel. V.l.n.r. voorste rij: Jan van den Dungen, burgemeester A. Godschalx en Adr. de Bekker, 1919 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Geen woningnood: met Rijkspremie werd ééne woning gebouwd, en thans, zonder premie twee. Empel is eene rijke gemeente met waardevolle bezittingen; men heft 1% plaatselijke inkomsten belasting en 50 opcenten personeel: gelukkige gemeente! De opbrengst van het bandhout is niet veel meer; het land, met bandhout bestoken, ligt binnendijks; het bandhout is versleten; omwerken van den grond en opnieuw besteken geeft een slecht product. Bovendien zijn de prijzen slecht. Van de waarden wordt daarom weiland gemaakt.

Aan het Gewande ligt een inlaatsluis, voor Maaswater; omstreeks een half uur in den omtrek van de sluis kan men den invloed van de bevloeiing bemerken; op grooteren afstand van de sluis merkt men er niet veel meer van. De gronden gingen door de Maasmondverlegging zeer in waarde achteruit, omdat ze veel minder Maas slib krijgen. In 1922/23 werd drie keer door de sluis te Gewande gevloeid. De hooge gronden in den polder de Koornwaard zijn meestal slecht zand.

In het midden de sigarenfabriek van Fridus van Bekker, ca. 1900-1910 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)In het midden de sigarenfabriek van Fridus van Bekker, ca. 1900-1910 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Van den winter was er wel wat werkeloosheid; thans gelukkig niet meer. De uitkeeringen van het Rijk waren voldoende. De sigarenfabriek van De Bekker, een broer van den wethouder, gaat niet heel goed; hij werkt voor eigen clientèle, en geeft zooveel menschen werk, als hij sigaren kan verkoopen; vandaar, dat de werkweek soms slechts 4 à 5 dagen bedraagt. De Bekker leidde zijn personeel zelf op. Het schijnt, dat hij beste sigarenmakers heeft.

Een autobus, uit Lith, langs den dijk naar Den Bosch. Er wordt vervolgonderwijs gegeven; er is weinig liefhebberij voor. Een onderwijzer te Gewande heeft de landbouwakte en gaf een cursus in landbouwboekhouden. De administratie ter secretarie liet alles te wenschen over. Robbers zal er over een maand of vier nog eens naar toe moeten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Bertie Geerts zei op 5 december 2009 om 19:41 uur

In 1915 was de commissaris in Empel en werd hem medegedeeld dat de scheepswerf was gesloten. Deze werf verschafte aan 15 mensen werk. De commissaris maakte hierover een aantekening in zijn dagboek. Echter, hij maakte de historische fout het stukje bij Engelen te schrijven, terwijl het bij Empel hoort.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: