skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

De Commissaris van de Koningin over Engelen

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 12:08 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Engelen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Engelen

Den 25sten. Augustus 1898 bezocht ik deze gemeente. Ik reed van ’s Bosch over Orthen naar Engelen; vandaar naar Bokhoven; vervolgens naar Hedikhuizen (de Haarsteeg); toen naar Herpt; en vandaar over Haarsteeg en Vlijmen weer terug naar Den Bosch. Naar Engelen rijdende, had ik vanuit de pont een aardig gezicht op de eerewacht (10 ruiters en 8 velocipedisten), de harmonie (die uit Ammerzoden was voor deze gelegenheid geëngageerd), de schoolkinderen en op een groote troep volk, welke mijne komst op den linker Diezedijk stond af te wachten. In optocht ging het naar het Gemeentehuis, nadat de kommandant der eerewacht (een klerk van den burgemeester op diens assurantiekantoor) mij welkom had geheeten.

Op het netjes versierde raadhuis vond ik B. en W. met drie raadsleden; vóór het raadhuis bevonden zich de schoolkinderen, die mij een welkomstlied toezongen, voor deze gelegenheid expresselijk vervaardigd door den pastoor der gemeente; toen ik later vertrok zongen de kinderen een liedje ter eere van H.M. de Koningin Regentes! Op mijne audientie verscheen Jhr. Ram, die een gezellig praatje kwam maken; de pastoor, van wien ik vernam, dat het oorspronkelijk moederhuis van de zusters uit de Postelstraat, het huis is waarin de “zusters van Lourdes” nu haar pensionaat hebben; dat huis staat nog onder leiding van de Postelstraatsche zusters; in het pensionaat zijn ± 70 pensionairen, die f. 130,- pension betalen. Het hoofd der school Nass, een goedige dikzak, had zich veel moeite gegeven om mij feestelijk te ontvangen, iets, waarvoor ik hem mijn dank betuigde.

Pensionaat van de zusters van Lourdes (Beeldcollectie Abdij van Berne)Pensionaat van de zusters van Lourdes (Beeldcollectie Abdij van Berne)

Het gaat den menschen in Engelen slecht; meest allen zijn zij kleine landbouwers; de meeste gronden in Engelen behooren aan uitwonende eigenaren; deze verpachten die gronden als hooiland; op die verpachtingen komen de zandboeren uit 20, soms 30 gemeenten hooi koopen. Dientengevolge moeten de bewoners van Engelen zelve steeds zeer duur koopen. De gemeente Engelen heeft ± 58 H.A. in eigendom; meest laag of slecht land; als de gemeente geld heeft, laat zij daar veel werken, uitsluitend om de gronden te verbeteren, niet om werk te verschaffen; in 1897 werd daaraan ± f. 1.200 besteed. Die 58 H.A. worden niet gehooid; het vee van de geheele gemeente wordt daarop ingeschaard. Per huishouden mag men 3 schaar inscharen tegen f. 84,-; later werd bepaald, dat wie drie schaar heeft, vier schaar mag weiden; feitelijk kost het schaar dus f. 21,-. Op die gemeenteweide moeten feitelijk alle bewoners van Engelen bestaan; doordat er teveel vee in de weide komt, ontbreekt zeer dikwijls voldoende voedsel voor het vee.

De vroegere burgemeester van Engelen, De Bekker, schijnt zich eertijds aan hem door Mevrouw van Hoey-Smith te Wiesbaden ten behoeve van Engelen’s armen verstrekte gelden te hebben vergrepen. Onze ambtenaar Nieuwenhuijzen redde f. 500,- uit den desolaten boedel; dat geld ligt nog op het gouvernement. Ik besprak deze zaak met den burgemeester; deze wilde het geld niet aanvaarden, tenzij men hem waarborgde tegen eene eventueele procedure met De Bekker; iets, dat ik natuurlijk niet kan.

Ik ging bij den burgemeester Murray; daar vond ik zijn ouden vader, eertijds ontvanger van Engelen. Toen de drankwet kwam, liet Murray zijn ontvangerschap varen, om zijn herberg te kunnen aanhouden; toen de jonge Murray burgemeester werd, werd de herberg voor goed gesloten. De Murray’s, descendenten van een Engelsch officier, wonen sinds ± 1600 te Engelen; zij waren steeds in de Regeering; hun naam komt voortdurend onder oude stukken voor. Toen eertijds Engelen en Vlijmen vereenigd waren, was de overgrootvader van den burgemeester Schout van Engelen.

Engelen heeft veel verloren door de werken aan de Dieze; vroeger leverde het de toogpaarden; ieder paard, dat destijds in Engelen was, verdiende jaarlijks met togen f. 250,- tot f. 300. Behalve dat, kon het toch ook zijn gewone werk doen! Vergunningsrechten, door den gemeentebode opgehaald, waren eerst in Juni geboekt, collectief. Onder gelijk artikel als de rechten wegens verrichtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, worden ook de betaalde zegelgelden verantwoord. De huishuur van drie personen is collectief geboekt. Ook die van pacht van hooi en van gemeenteweide zijn collectief geboekt bij ontvangstbedragen van één dag. Secretarie:Inkwartieringslijsten worden niet geregeld herzien en afgekondigd.

De aanleg van het kanaal Henriettewaard en de bouw van een schutssluis, 1898 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)De aanleg van het kanaal Henriettewaard en de bouw van een schutssluis, 1898 (bron: Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Den 18 Augustus 1902 kwam ik weer in Engelen; ik reed van Den Bosch er heen; ging tehuis ontbijten, en bezocht in den middag nog Alem en Empel. Op het raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder Van der Grint; de andere wethouder – Kempenaars – lag op sterven. Ik begon met Murray en Van der Grinten eene wandeling te maken langs het kanaal Engelen-Henriettenwaard, welk kanaal 1 Juli 1902 in gebruik zal worden genomen. We wandelden tot aan de schutkolk, 90 M. lang, passeerden daar het kanaal, liepen langs den Henriettenwaard en den vroegeren mond van de Dieze, naar de tegenwoordigen mond, en de thans gebruikt wordende schutsluis (gelegen in het fort Crevecoeur), en vervolgens naar Engelen terug. Even voorbij de plaats, waar in der tijd de kerk van Jhr Ram stond, passeerde ik het nieuw gegraven kanaal weer langs het van Rijkswege aldaar kosteloos bediend veer. De veerman vond, dat het er nogal druk was, hij had in Mei 3.100 menschen overgezet, dat is 100 per dag. Op het raadhuis teruggekeerd, verleende ik audientie aan den pas uit Lourdes teruggekomen pastoor, die zijne opwachting kwam maken.

Alvorens te vertrekken ging ik even ten huize van den burgemeester diens ouden vader goeden dag zeggen. Tot mijn leedwezen bemerkte ik toen, dat men er op gerekend had, dat ik daar zou ontbijten; ik vond er een ontbijt klaar staan. Ik maakte er geen gebruik van. Burgemeester Murray deelde mij mede, dat hij vanaf zijne benoeming tot burgemeester jaarlijks f. 300 had gekregen van Mevrouw van Hoey-Smith te Wiesbaden ten behoeve van de armen van Engelen. De reden van die giften wist hij niet. Verleden jaar had hij niets meer gekregen; naar hij vernomen had, zou Mevrouw van Hoey-Smith overleden zijn.

Het raadhuis te Engelen, gebouwd in 1844 (Collectie PNB, 1990)Het raadhuis te Engelen, gebouwd in 1844 (Collectie PNB, 1990)

Den 14 Mei 1906 kwam ik weer in Engelen; vanuit Den Bosch had ik eerst Empel bezocht; van Engelen ging ik nog naar Vlijmen, en keerde vandaar naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan den ouden Heer Murray, den vader van den burgemeester; die 80-jarige oude Heer houdt zich bijzonder goed; daarna kwam pastoor Asseler zijne opwachting maken. Geen van de twee heeren had iets bijzonders te vertellen.

Bij de raadsverkiezing in 1905 moest er gestemd worden; de candidaat van de tegenpartij (een ontevreden bakker) verkreeg acht van de tweeëndertig stemmen (er zijn 32 kiezers in Engelen. Op de gemeenteweide worden thans vier schaar geweid voor f. 72. De gemeente laat jaarlijks nog vrij veel op de gemeente verwerken ten einde de gronden te verbeteren. Het geheele gemeentelijk bezit is ± 60 H.A. groot; verdeeld in drie blokken; op ieder blok loopen de beesten telkens een dag of tien. Het is zeer lastig, dat men geen hekken mag zetten over den polderweg, om het vee te keeren; men is daarom gedwongen, om het vee nacht en dag door hoeders te doen bewaken, hetgeen zeer kostbaar is. Men hoopte door mijne tusschenkomst ontheffing te verkrijgen van de betrokken verbodsbepaling van het politiereglement op de wegen; ik durfde daar geen uitzicht op te geven.

Tengevolge van den nieuwen Maasmond is het weiland zeer in waarde achteruit gegaan, omdat – vooral het hoog liggende land – geen winterbevloeiing meer krijgt. Men is voornemens om in den linker Diezedijk op de grens van Den Bosch en Engelen, twee inlaatsluizen te maken (één sluis met twee sluisopeningen); door de ééne zal het Bossche veld, door de andere de polder van Engelen, de Vlijmensche buitenpolder enz. moeten bevloeid worden; de eertijds ontworpen inlaatsluis te Bokhoven zou dan achterwege blijven. De zaak schijnt nog daarop af te stuiten, dat er een toeleidingskanaal zou moeten gemaakt worden van tamelijke lengte, terwijl er vrij kostbare afgraving van eenige hectaren grond zou moeten plaats hebben.

Alvorens te vertrekken ging ik even kennis maken met de vrouw van den burgemeester (eene zuster van Godschalcx, den burgemeester van Berlicum); zij heeft een alleraardigst klein jongetje van ± 14 maanden. Ik dronk bij haar een kop koffie; van een gereed gemaakt klein ontbijt (brood en ossentong) maakte ik geen gebruik.

Den 22 April 1910 kwam ik weer in Engelen; ik was tevoren in Empel en in Bokhoven geweest. Ik verleende audientie aan Pastoor Van den Acker, een witheer van Heeswijk, en aan den ouden Murray, den 84-jarige vader van den burgemeester; de Heeren kwamen eenvoudig hunne opwachting maken; Murray houdt zich kras, al verloor hij ook voor eenige jaren een oog, vermoedelijk ten gevolge van eenen aanval van beroerte.

De gemeenteraadsvacaturen worden gewoonlijk bij enkele candidaatstelling aangevuld. Er is een onruststoker in de gemeente, Bouwman, een bakker, schoonzoon van den gemeenteontvanger Kusters, opzichter voor de eigendommen van Timmermans uit Waalwijk; dat heer is wel eens lastig bij raadsvacaturen, en maakt wel eens eene stemming noodzakelijk.

Gemeente heeft een uitgebreid grondbezit; is deswege op het oogenblik in eene procedure gewikkeld met Mommersteeg uit Vlijmen over het bezit van een stuk water, de Zaar genaamd. Men is deswege zeer op Mommersteeg gebeten.

Burgemeester beloofde mij een gedetailleerden staat aan te leggen omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen, met een kaart. Als men de procedure tegen Mommersteeg won, wilde men den Appeldijk slechten, en met den afkomenden grond eenige Hectaren van het Meer dicht werken. Gemeente tracht voortdurend den toestand van de landerijen – aanvankelijk veel kuilen en gaten – te verbeteren; 2/3 zou thans mooi land zijn. Gelukkig, dat het armbestuur nogal fondsen heeft, want er worden dikwijls nog al zware eischen gesteld; tot nu toe behoefde gemeente niet bij te springen.

Boerderij De Woerd tijdens hoog water in 1881 (Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)Boerderij De Woerd tijdens hoog water in 1881 (bron: Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Sinds 1880 ging de opbrengst van de gronden in den polder voortdurend achteruit; in 1880 werd de dijk van Bokhoven naar Engelen zoo veel verhoogd, dat er geen water meer over kwam; van toen af kon de polder nog maar alleen water krijgen door het Hedikhuizensche Sas en over den Bokhovenschen overlaat. Het meeste slib kwam echter niet van de Maas, maar van het Waalwater; vóór 1880 kwam er soms op één winter zooveel slib, dat het iemand over de schoenen liep; dat alles is nu echter gedaan; voortdurend gaat de opbrengst van het land achteruit; er groeit haast geen gras meer, en toch wordt die grond nog tweemaal ’s jaars gehooid! zoo moet de waarde wel sterk verminderen! Men vreest dat de irrigatiesluis aan den Aardappeldijk niet voldoende verbetering zal brengen; het water vóór die sluis kan nooit zoo vet zijn, als wanneer het direct uit de Maas getapt werd.

De Heeren Timmermans uit Waalwijk koopen, ten behoeve van hunne assurantie, alle gronden op, die te koop komen; zij zijn thans eigenaren van ± 30 H.A. grond. Vroeger konden de bewoners van Engelen daar hooi koopen, op de toemaat hun vee weiden; thans is dat helaas het geval niet meer; de Heeren Timmermans weiden thans zelve vee, dat zij van elders laten opkoopen; dientengevolge is er 30 H.A. toemaat ’s jaars minder beschikbaar dan vroeger, en moeten de menschen uit Engelen het met zooveel H.A. minder doen; zij jagen daardoor bij de verpachtingen, nog meer dan vroeger, de pachtprijzen veel te hoog naar boven!

Alvorens te vertrekken ging ik de vrouw van den burgemeester even goeden dag zeggen; de menschen hebben thans 2 kinderen, jongens van 5 en van 1 jr; die kinderen zullen het den 84-jarigen grootvader Murray nog wel eens erg druk maken.

Dorpsgezicht Engelen (Heemkundekring Angrisa)Dorpsgezicht Engelen (bron: Heemkundekring Angrisa)

Den 12den. Juli 1915 kwam ik weer in Engelen; tevoren had ik Empel bezocht. De economische toestand van de menschen is niet schitterend; er zijn zeker 25 boeren met 3 à 4 koeien; die verdienen niet zoo veel, dat hun huishouden bestaan kan op het boerenbedrijf; ze moeten er wat bij doen: de een heeft een winkeltje; een ander is tevens mandenmaker; een derde gaat werken in Den Bosch. Het is doodjammer, dat de scheepstimmerwerf stop gezet is; daar werkten 15 menschen.

Sinds Bouwmans, de schoonzoon van den gemeenteontvanger Kusters, failliet ging, is de rust in de gemeente weergekeerd; men merkt niets meer van partijschappen; de aftredende raadsleden werden nog pas bij enkele candidaatstelling gekozen verklaard. Achterstand bij den ontvanger is niet meer zoo groot sinds gemeente besloot, dat de menschen niet meer mogen pachten alvorens de achterstallige schuld aangezuiverd te hebben. Veldwachter deugt niet; heeft veel ijver maar geen tact.

Mr. Bondam heeft in 1888 tijdens eene vacature van secretaris ongeveer al het oudere archief ingepakt en mede naar Den Bosch genomen; men heeft daarvan sinds niets meer gehoord; wat eigenlijk naar Den Bosch is gegaan, weet men niet.

Procedure met Mommersteeg over “de Zaar” is met eene dading geëindigd, waarbij gemeente haar doel bereikte; de Meerdijk werd afgegraven; 3½ H.A. water werden aangeplempt; 5½ H.A. vol gaten en kuilen werden uitgehoogd en geëgaliseerd; kosten ongeveer f. 5.700. Op het moment heeft gemeente geen geld, om nog veel tot verbetering van hare bezittingen te doen. Gemeente bezit ± 40 H.A. waarop ± 100 schaar geweid worden; bovendien worden enkele perceelen jaarlijks gehooid en na geweid.

Irrigatiesluis bij de Aardappeldijk voldoet niet aan de verwachting; er komt slechts Diezewater binnen. Vermoedelijk zal eene tweede irrigatiesluis gebouwd worden even voor Bokhoven.

Gezicht op de Dieze (Heemkundekring Angrisa)Gezicht op de Dieze (bron: Heemkundekring Angrisa)

Den 28 Juli 1919 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten St. Michielsgestel, Vught en Engelen. Ook hier gebrek aan woningen; voorloopig laat men dat op zijn beloop. Twee raadsleden bij laatste Raadsverkiezing uitgeworpen. De gemeenteweide brengt thans f. 8.948,50 op.

Moeielijkheden met Mommersteeg over het inlaten van water door de sluis in den Diezedijk; die sluis wordt te wijd open gezet; dan stroomt het water te sterk in; graaft zich zelf een kanaal (het bestaand kanaal is te nauw), en voert den losgespoelden grond mede naar “Het Meer”, een 40 à 50 H.A. waterplas van Mommersteeg; deze plas is nu reeds voor de helft verland. Vandaar, dat Mommersteeg voortdurend aandringt op het inlaten van water!

De gemeenteveldwachter is nog altijd even ongeschikt; absoluut geen takt; de burgemeester klaagt erg over hem. Burgemeester heeft nog steeds groote moeielijkheden met den dominee, over de kosten van verpleging van armen; naar mijne meening is de burgemeester in zijn recht.

Het zou voor Engelen van groot belang zijn, wanneer de polder in het voorjaar wat vroeger zijn water kwijt was; 1 April is te laat.

De Maasmondwerken namen het vette winterwater weg; en verlaagden den waterstand ’s zomers door verlaging van den stand van het grondwater, tot groot ongerief van hen, die ’s zomers vee moeten weiden. Tegenover Engelen werd door Adeleine Olthof eene beenderenmeelfabriek opgericht, van welke men in Engelen veel last en ongemak (stank) heeft; Olthof kwam uit Antwerpen, waar hij vroeger eene zeepfabriek had. De eendenkooi van Gastelie ligt achter “het Meer”; door het vele werken van Mommersteeg om land aan te winnen, lijdt Gostelie groote schade.

Viering 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester A.P.J. Willemse. Burgemeester met echtgenote en leden van de gemeenteraad, 1941 (het Zuiden, Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)Viering 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester A.P.J. Willemse. Burgemeester met echtgenote en leden van de gemeenteraad, 1941 (het Zuiden, bron: Collectie Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling Erfgoed)

Den 11 Juni 1923 bezocht ik Engelen, Heeswijk en Dinther. De gemeenten Engelen en Bokhoven zijn sinds mijn laatste bezoek vereenigd. Het gaat er gelukkig buitengewoon goed. Burgemeester Willemsen had mij dat reeds vroeger geschreven. Buiten tegenwoordigheid van den burgemeester getuigden beide wethouders Leyte en Van den Doele – die beide in het oude Engelen wonen – dat het niet beter kon, en dat men met de vereeniging zeer ingenomen was. Van de 7 Raadsleden wonen er 3 in Bokhoven.

Engelen heeft heel geen belastingen, behalve 80 opcenten gebouwd en 20 ongebouwd. Aan deze omstandigheid is het te wijten, dat tal van schippers, die aan boord wonen, maar in de een of andere gemeente, waar zij staan ingeschreven hooge plaatselijke belasting moeten betalen, hun domicilie verlegden naar Engelen. In 1922 nam de bevolking toe met 200 zielen (schippers), en in 1923 tot nu toe weer met 350 zielen.

Voor Engelen’s finanties is daarin een groot bezwaar gelegen: Engelen moet bijdragen in de onderwijskosten van de schipperskinderen in andere gemeenten. Geen woningnood: met Rijkspremie werden 5 woningen gebouwd; en zonder premie 2. Het archief van Bokhoven ligt daar nog in het voormalige Raadhuis. De opbrengst van de landerijen van Engelen gaan sterk achteruit: in 1921 was deze f. 12.190,25; in 1922 f. 9.997 voor 115 schaar ad f. 87; en

in 1923 f. 6.966 voor 96 schaar ad f. 72. De boeren moesten ten gevolge van de malaise nogal wat vee opruimen. Bovendien moest het weidegeld per schaar belangrijk verminderd worden.

De vleeschkeuring is nuttig en werkt goed. De warenkeuringsdienst haalt niets uit, en kost veel geld; die werd beter opgeruimd! Nog twee veldwachters; als die uit Bokhoven over 3 jr zijn volle pensioen heeft, gaat hij heen. Men behield hem voorloopig, omdat gemeente anders toch wachtgeld moest betalen. De veldwachter uit Engelen, die op den duur alleen moet overblijven, is een jonge man, vóór 2 jr aangesteld, met veel dienstjaar, zonder te fitten. Men is hem zeer genegen.

Geen werkeloosheid, dat naam heeft. Geen autobussen. Ook het verkeer te water is niet meer zoo goed geregeld als vroeger; er varen veel minder bootjes! Er komt geen irrigatiesluis boven Bokhoven. De inlaatsluis aan de Aardappeldijk is een failure; er komt slechts brak vuil water binnen; slib komt er heelemaal niet mede. Aan den oud-burgemeester Murray beloofde ik bij zijn aftreden als burgemeester, hem te zullen bezoeken, als ik in Engelen kwam; ik loste heden mijn woord in!

Reacties (1)

Bertie Geerts zei op 5 december 2009 om 19:32
De commissaris heeft een historische fout begaan door in 1915 te schrijven het jammer te vinden dat de scheepswerf in Engelen gesloten werd, het leverde werk aan 15 mensen. Dit heeft hij abuis. Het betreft hier de scheepswerf van Empel. Voordat hij naar Engelen kwam was hij namelijk in Empel geweest (schrijft hij). Per ongeluk heeft hij het stukje tekst over de scheepswerf onder Engelen geplaatst.
Voor alle duidelijkheid: in Engelen was ook een scheepswerf aanwezig maar deze werd in het midden van de negentiende eeuw opgeheven nadat de eigenaren, de gebroeders Kempenaars, in 1848 en 1849 overleden.


Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!