i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Escharen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Escharen

vertelde op 31 maart 2009 om 12:16 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Escharen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Escharen

Schrijven aan den burgemeester van Escharen d.d. 5 Februari 1896 A nr. 1ste. Afdeeling, 2de. Bureau, inzake eene klacht tegen het bestuur dier gemeente ingebracht door Xavier Walter te Grave.

Den 13den. Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente; ik reed van Cuijk over Gassel naar Escharen; vandaar naar Velp, vervolgens naar Grave en eindelijk naar Nijmegen. Op de grenzen van Gassel en Escharen vond ik eene eerewacht van ± 30 paarden, onder commando van den wethouder Peters. Zij begeleidden mij naar het Raadhuis te Escharen, alwaar ik den burgemeester en den anderen Wethouder vond.

Ik besprak met hen in de eerste plaats de klacht der inwoners van Mill (Zuid Carolina) omtrent de waterlossing van de Dellen. De burgemeester hield met klem van redenen staande, dat het onmogelijk was, om het water van “de Dellen” door de Langenboom te laten loopen; het water van Zuid Carolina kon daar wel ontvangen worden, maar dat van “de Dellen” hoorde daar niet tehuis, en zou daar veel overlast veroorzaken. Met geringe kosten zou echter eene waterlossing van “de Dellen” kunnen gemaakt worden naar de waterleiding, op de grens van Zeeland en Escharen; daar waren nl. twee waterleidingen naast elkaar, door een dijk gescheiden; de waterleiding op het gebied van Escharen kon gemakkelijk het water van “de Dellen” ontvangen; de burgemeester zeide daartoe c.q. zijne medewerking toe.

Verder hoorde ik eindelooze klachten over het waterschap van de Raam; de gemeente gaat procedeeren om geen polderlasten te betalen. Ik raadde dat af, en beval hen ten sterkste gemeenschappelijk overleg aan; daarmede kwam men oneindig veel verder, dan door vele kosten aan een proces te spendeeren, en veel haat, twist en tweedracht te zaaien. Het scheen mij toe, dat het Dagelijksch Bestuur wel naar mijne woorden wilde luisteren.

De groote oppositie tegen de Raam wordt te Escharen gevoerd door den gemeentesecretaris Jacobs; deze man schijnt daar alvermogend. Ik sprak hem slechts even; hij was wel op het gemeentehuis, maar hij was ziek; zoodat Klasens zelfs geen behoorlijk onderzoek naar den toestand van de gemeente-administratie kon instellen, doordat voor den dag halen der stukken den secretaris te zeer vermoeide.

De pastoor te Escharen Van Hoof, geboortig van Oirschot, is daar eerst sinds drie jaar; hij beweerde omtrent het Raamwaterschap niet op de hoogte te zijn; desniettegenstaande sprak hij er een half uur over, en deed zich als een kwaadaardig opposant kennen. Ik vrees, dat, tengevolge van den invloed van den pastoor, de oppositie tegen het waterschap te Escharen nog zal toenemen. Te Grave nam ik de uitmonding van de Raam in de Maas in oogenschouw; de gemeente Grave moet de uitwateringssluis onderhouden.

Dominicanenkerk en klooster te Langenboom, ca. 1920Dominicanenkerk en klooster te Langenboom, ca. 1920

Aan “de Langeboom” onder deze gemeente is een klooster der Dominicanen. De gemeente-secretaris was tijdens mijn bezoek aan Escharen ziek; dientengevolge was het onderzoek der gemeente-administratie zeer moeilijk. De witte vakken in de registers van den burgerlijken stand waren niet aangestreept; geen alphabetische klapper op de bevolkingsregisters, geen register van gevestigden. Als B. en W. de kas van den ontvanger opnemen, sluiten zij het kasboek niet af; het vergunningsrecht was veel te laat betaald; door 2 kroeghouders eerst op 29 Mei; de rechten wegens verrichtingen door den ambtenaar van den burgerlijken stand werden niet op kwartaalstaten verantwoord.

Den 29 April 1902 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed van Cuijk over Beers en Gassel naar Escharen, en later langs denzelfden weg terug naar Cuijk. Secretaris Jacobs is overleden; vóór twee dagen is juist zijn opvolger benoemd, een zoon van den wethouder Peeters, een jongen die het klein seminarie heeft afgeloopen, maar geen roeping gevoelde om geestelijke te worden. De jonge Peeters weet niets van wat een secretaris moet weten en kennen; de secretaris van Grave, Bodenstaf, moet hem onderwijzen.

Audientie verleend aan Pastoor Van Hoof; deze vroeg, of ik hem wilde steunen, om de gemeente garant te doen zijn voor eene door hem opgerichte onderlinge brandverzekering te Escharen. Hij had juist die vereeniging voor onderlinge brandverzekering opgericht, maar miste vooralsnog kapitaal, om uit te betalen, wanneer er brand kwam. Ik zeide hem, dat hij maar niet bij de gemeente moest aankloppen; dat ik althans hem niet wilde steunen; daar was genoeg gelegenheid om zich te verzekeren, bij allerlei Maatschappijen en nu laatstelijk bij den Boerenbond.

Daarna verscheen het waarnemend hoofd der school, de Heer Fransen, iemand, die 14 jr. frater was geweest, en nu uit de orde ontslagen was. Hij was sinds 6 weken los van zijn orde, en sinds 14 dagen in functie als waarnemend hoofd. Hij hoopte zeer op een benoeming als gewoon schoolhoofd; dan kan hij met zijn moeder (thans te ’s Bosch) samen gaan wonen. Escharen heeft twee scholen, eene, de hoofdschool, met 32 kinderen, in het dorp; en eene, met 79 kinderen, allen uit de gemeente, te Hooghal. Eene zustersschool is er niet.

De inwoners van Escharen zijn weinig vermogend; slechts de namen van 5 hunner komen voor onder de aanslagen voor de vermogensbelasting. De broodzetting is er ingevoerd om de unfaire concurrentie van bakkers uit Grave tegen te gaan; deze bakkers lieten brood, verre boven de waarde, te Escharen slijten; door de broodzetting is daaraan een einde gemaakt.

Secretaris Peeters, ca. 1920Secretaris Peeters, ca. 1920

Den 17 Maart 1905 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed er vanuit Cuijk heen, bezocht denzelfden dag Gassel en Grave, en ging toen per rijtuig naar Cuijk terug. Op mijne audientie verscheen niemand dan Fransen, hoofd der school te Hooghal. Hij staat daar alleen voor 86 kinderen; het gemeentebestuur trachtte tevergeefs de onderwijzersvacature aan te vullen. Fransen heeft zijn moeder nog bij zich. Kort nadat hij uit de orde der Tilburgsche fraters getreden was, is hij gehuwd; dat moest wel, omdat er iemand moest zijn om zijn huishouden te doen; hij heeft geen kinderen.

De gemeente-ontvanger Linders heeft zich juist van kant gemaakt, en is voor twee dagen begraven. Toen Verdijk mij mededeelde, dat secretaris Peeters zijne zaken goed in orde had, vond ik daarin aanleiding B. en W. aan te raden, Peeters tot ontvanger te benoemen. Met het tractement van den ontvanger mede zou hij dan een redelijk bestaan hebben.

Alle gronden rondom Escharen staan op het oogenblik weer onder water. Men is er nu voor (althans B. en W.) om het verbeteringsplan van den opzichter Lamers uit te voeren. Deswege werd in 1902 eene vergadering gehouden op het raadhuis te Mill. Cuppen, secretaris van Mill, voorzitter van den Raampolder, had eene verdeeling opgemaakt van de kosten:

Escharen,         met      1970 H.A.        voor     10%

Gassel,             “            690                              7

Beers                             590                              7

Haps                            1480                            11

Beugen                        2880                            10

Wanroy                        2700                            10

Zeeland                        3130                            15

Mill                               4000                            18

Grave                              170                             6

Oploo                            2880                             5

                                                                       99%

Toen er nog 1% tekort kwam, nam Escharen dat nog voor zijne rekening. Aldus het verhaal van den burgemeester van Escharen.

De leden van den gemeenteraad wonen goed over de gemeente verdeeld: drie wonen er in de kern; een op de Lage Poel; een te Zandvoort; een op de Boll (op de grens van Velp); en een aan de Lange Boom.

Het Kroondomein (Rentambt Nijmegen) heeft vijf groote boerderijen in Escharen; ze liggen aan elkaar, en heeten Zandvoort (gehuurd door het raadslid Claassen); Hooghal (2 boerderijen) Schaapsdijk en Lucht. Alle pachters zijn Katholiek. Aan B. en W. ernstig in overweging gegeven om een gedetailleerden staat aan te leggen omtrent cultuur, exploitatie enz. enz. van ieder afzonderlijk perceel.

Gemeente heeft een zogenaamd ziekenhuis; eene boerderij werd voor geringen prijs verhuurd, onder voorwaarde, dat huurder twee kamers niet gebruikt; in die kamers moeten dan de eventueele zieken door dien huurder verpleegd worden! In 1913 is deze onmogelijke regeling opgeheven. Eene regeling omtrent uit nood geslacht vee bestaat niet. Te Hooghal wordt aan drie kinderen herhalingsonderwijs gegeven; te Escharen meldden zich geene leerlingen aan.

Russendaal te LangenboomRussendaal te Langenboom

Het parochiaal armbestuur heeft wel fondsen, maar men merkt daarvan niet veel; het algemeen armbestuur heeft ± f. 500 inkomen, en kan zich daarmede vrij wel bedruipen. De jezuiten uit Velp hadden in Escharen eene boerderij, Rustendaal; het huis werd afgebroken en in de plaats daarvan werd een groot huis gebouwd. Een pr. malen in de week gaan de studenten uit Velp naar Rustendaal; daar loopen ze in de bosschen en weiden, spelen biljart, of vermaken zich op andere wijze. Een pr. broeders met een kar met mondbehoeften gaan dan vanuit Velp mede.’s Avonds wordt het huis weer gesloten (het blijft dan ledig staan) en keeren de studenten naar Velp terug.

Den 6 April 1909 kwam ik weer in Escharen; ik reed er vanaf het station Ravenstein heen; bezocht daarna Gassel en Beers en nam te Haps den trein Boxtel-Bosch. Voor mijne audientie had zich alleen pastoor Van Hoof aangemeld. Ditmaal zat ik aangenaam met hem te praten; hij begreep nu, en erkende dat ook, dat de Heeren in Den Bosch niets anders beoogen dan het welzijn van de betrokken streek, en dat zij zich daarvoor veel zorg en moeite getroostten.

Er moet weer een nieuwe school met onderwijzerswoning gebouwd worden; thans te Hooghal; de school daar is te klein. Vermoedelijk wordt die school verplaatst naar Lange Boom. Dat komt het beste uit met de kinderen, die naar de leering moeten, en thans veel tijd verliezen met heen en weer loopen. Men ziet zeer tegen de kosten op. Ik heb den secretaris laten binnenkomen en heb hem gezegd, hoe hij een request aan de Hooge Regeering moest ontwerpen ter verkrijging van een buitengewoon Rijkssubsidie in den schoolbouw.

Fransen, vroeger frater, daarna schoolhoofd te Hoog Hal, pleegde onzedelijke handelingen met de kinderen; zat daarvoor een maand in voorarrest te ’s Bosch, en werd toen van rechtsvervolging ontslagen omdat men hem ontoerekenbaar achtte; hij nam toen ontslag als hoofd der school.

Er is nog geen staat omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; de secretaris beloofde mij er direct een te zullen aanleggen. Veldwachter, gepensioneerd brigadier der marechaussee, wil ’s Zondags aflezen; hij zal mij dat schriftelijk vragen. De Jesuiten in spe uit Velp komen twee keer in de week een heelen dag naar Rustendaal; zij zijn dan uitgelaten vroolijk en hebben een plezier als zes.

School te Escharen met onderwijzerswoning, ca. 1925School te Escharen met onderwijzerswoning, ca. 1925

Met B. en W. ben ik de nieuw gebouwde school in de kom gaan zien; eene tweeklassige school, die er zeer goed uit ziet. Daarna de nieuwe – nog niet betrokken – woning van het hoofd der school; zeer netjes, en goed afgewerkt. Jammer, dat de tuin niet wat grooter is. Een groot bezwaar acht ik de berging van de brandspuit, in eene lokaliteit, tegen de woning van het schoolhoofd aangebouwd; die spuit moet door den tuin, alvorens op den openbaren weg te komen; dat kan een bron worden van veel ongenoegen.

Geneeskundige armenverzorging is thans opgedragen aan Dr. Canters uit Grave, den opvolger van Dr. Hilbers. In 1908 een typhusgeval; de lijder was te ziek om naar de gemeentelijke instelling te worden overgebracht; gemeente liet toen twee liefdezusters uit Breda komen; deze verpleegden den zieke ten zijnen huize.

De Raam wordt in 1909 in orde gebracht; zal f. 16.000 kosten, waarin provincie 50% en Rijk 25% betaalt; men betreurt het thans, dat de zuinigheid de wijsheid bedroog, en dat men het kleine verbeteringsplan zal uitvoeren; het groote, waarbij de Raam tusschen twee hooge dammen werd gelegd, zou f. 8.000 meer gekost hebben; dan zou men bij was op de Maas langer hebben kunnen lossen, en bij val op die rivier weer eerder water op de Maas hebben kunnen kwijt raken.

Den 11 April 1913 bezocht ik Linden, Gassel en Escharen. De jonge burgemeester maakt mij een goeden indruk; hij schijnt goed overweg te kunnen met zijne wethouders. Op den duur vrees ik, dat hij veel moeite zal krijgen met zijn pastoor; daar is nl. sinds een half jaar geplaatst de Heer De Groot, de lastige pastoor uit Loosbroek. Naar ik aan Van Hövell begreep, waren er reeds vele teekenen, die er op wezen dat hij moeilijkheden krijgen zal. Er wordt nogal getrouwd; dientengevolge wordt er ook nogal gebouwd; de bouwverordening wordt goed gehandhaafd.

Bij raadsverkiezingen is er nogal een stemming; Can Hövell werd bij candidaatstelling gekozen; raadsleden wonen goed over de heele gemeente verspreid. Gemeente moet nogal kosten maken; eerst school en schoolhuis te Escharen; toen school en schoolhuis te Lage Peel. Ik nam B. en W. in mijne auto, en ging met hen school en schoolhuis aan de Lage Peel kijken. Hoofd der school is Kuppeveld; hij maakt een bijzonder goeden indruk. Hij heeft de landbouwakte en beweegt zich veel in de richting van grondverbetering; hij had er veel plezier in, mij zijn proefveld met prachtige rogge te toonen; uitsluitend behandeld met kunstmest; zag er veel beter uit dan rogge, die er vlak naast stond op grond, die reeds 6 jaren in kultuur was en veel stalmest kreeg.

Dorpstraat, ca. 1915. Links: het huis van familie Peeters, in het midden: het gemeentehuis. Rechts: de parochiekerk (Gebrs. Verhaak)Dorpstraat, ca. 1915. Links: het huis van familie Peeters, in het midden: het gemeentehuis. Rechts: de parochiekerk (Gebrs. Verhaak)

Ook het raadhuis is pas in orde gebracht; nieuwe kap, en van binnen wat verbouwd; Van Hövell had er veel plezier in, mij alles te wijzen. Men doet veel aan grondontginning, verpachten op langen termijn enz. Voor Staatsboschbeheer voelt men blijkbaar niet veel; jammer genoeg, omdat gemeente zulke mooie uitgestrekte terreinen bezit. Er wordt veel werk gemaakt van de waterleidingen; dat is ook wel noodig, omdat de Peeldam het water keert, en men daardoor licht overlast van water heeft. De Raam wordt uitstekend onderhouden.

Men heeft veel nut van het Groene Kruis te Grave; de meeste ingezetenen zijn daar lid van; gemeente steunt het Groene Kruis jaarlijks met f. 10. Voor herhalingsonderwijs is nogal veel liefhebberij. Landbouwonderwijs wordt grouw gegeven; zoowel een groote algemeene cursus, als een speciale cursus voor bemesting, paardenkennis enz. Armoede wordt er niet geleden; alleen eene weduwe wordt op het oogenblik bedeeld. Aan wagendienst Duijk-Grave v.v. heeft men niets; de wagendienst loopt niet door de kom. In eene kleine coöperatieve roomboterfabriek (handkracht) wordt de melk van 100 koeien verwerkt.

Burgemeester F.A.J. van Hovell, 1910-1938Burgemeester F.A.J. van Hovell, 1910-1938

Den 9den Augustus 1918 bezocht ik per auto vanuit Grave de gemeenten Grave en Escharen. Den goeden indruk, dien ik bij gelegenheid van mijn bezoek in 1913 van burgemeester Van Hövell kreeg, werd ten volle bevestigd. Hij toonde zich goed op de hoogte van de verschillende zaken welke ik ter sprake bracht; blijkbaar geeft hij zich veel moeite. Vooral op het gebied van gemeentelijke ontginningen gevoelt hij zich op zijne eigen terrein; in het najaar van 1917 plantte hij 240.000 dennenplantjes; in het voorjaar 1918 weer 240.000; bovendien 2.000 canada’s. Langs de wegen plantte hij Amerikaansche eiken, beuken en iepen; de weg van Escharen naar Grave werd met Amerikaansche eiken bezet.

Hij heeft echter veel last van straatschenderij, jongens uit Grave, die de heesters los trekken of afbreken. Niettegenstaande eene hooge premie werd uitgeloofd, mocht het nog niet gelukken, een van die straatschenders te snappen. Het register van de ontginningen met de daarbij behoorende kaart is bepaald keurig in orde. Voor het Staatsboschbeheer voelt de burgemeester niet veel; hij behoudt liever zijne vrijheid van handelen. Al dat ontginnen kost reuzengeld. Terwijl er vroeger geen hoofdelijke omslag was, wordt thans een omslag geheven van 4¼ %; de 50 opcenten van het personeel werden echter afgeschaft. Geen wonder, dat er in den Raad dikwijls oppositie gevoerd wordt tegen al dat poten en planten.

Escharen heeft een aanzienlijks bezit aan broekgronden; aanvankelijk is v. Hövell ook begonnen met die gronden te ontginnen en exploiteeren. Hoewel het resultaat bevredigend was, doet hij dat thans niet meer; hij verhuurt de broekgronden thans voor zes jaren; dan worden ze door de huurders gescheurd en ontgonnen. Directeur van het levensmiddelenbedrijf is de secretaris; deze ontvangt daarvoor f. 600; de zaak marcheert goed.

De Raam doet nog veel kwaad; vanaf het kasteel Tongelaar worden de Raam, de Ottersgraaf en de Biestgraaf door de Raamcommissie onderhouden; de Raam tot aan Grave. In hare laatste vergadering besloot de Raam Commissie om in het vervolg de Roode Beek en de Hooge Raam ook te schouwen. Door de vele ontginningen is de Raam niet in staat al het afvloeiende water te verzetten, en worden vele goede gronden geïnundeerd. Men sprak van de oprichting van een stoomgemaal te Grave. Nog liever zou men zien, dat het kanaalontwerp Grave-Oss tot stand kwam; dan kon de Raam daarin afvloeien.

De invloed, die van het landbouwonderwijs van Kupperveld, hoofd der school te Lage Peel, uitgaat, is groot. De coöperatieve handkracht boterfabriek te Escharen is opgedoekt; de melk gaat thans naar de coöperatieve stoomzuivelfabriek te Gassel. Voor de aansluiting van Escharen aan zijn locaalspoorwegnet vraagt Voorhoeven f. 80.000. Hoewel men het bedrag exorbitant hoog vindt, zal men het toch beschikbaar stellen, indien voor geen minder bedrag een locaalspoorweg te krijgen zou zijn.

Den 3 Juni 1922 bezocht ik vanuit Cuijk de gemeenten Escharen en Gassel. De woningnood is hier niet groot; geen vereeniging tot bevordering van de volkshuisvesting. Vijf woningen werden gebouwd met Rijkspremie. Bij de laatste Raadsverkiezing kwamen er vier nieuwe Raadsleden. Wethouder Bardoel woont in Escharen; de andere wethouder met de vijf andere Raadsleden wonen onder de Raam (Lage Peel, Lange Boom). Die menschen hebben meer relatie met Mill dan met Escharen; gaan in Mill in de winkels enz. Desniettegenstaande zijn ze in den Raad heel geschikt. Burgemeester v. Hövell is in de Lage Peel enz. even bemind als in Escharen. Partijschappen zijn er in de gemeente heelemaal niet.

Gemeente heft hooge belasting; 8%. Op den duur moet dat weer beter worden. Voor de ontginningen gaat men met 150 H.A. naar Staatsboschbeheer; de 50 H.A. boschbezit wil men ook aan het Staatsboschbeheer ter verpleging overdragen. Zoo wil de burgemeester het in de aanst. Raadsvergadering voorstellen. In de natte jaren heeft men schade van het Peelwater. Men hoopt, dat daarin verbetering zal komen als de stuw in de Maas bij Grave klaar zal zijn. Men hoopt, dat daarachter de waterstand in de Maas zal verlagen, en men het Peelwater dan via de Raam en de Horsensche graaf te Grave in de Maas zal kunnen loozen.

In het vluchtkamp te Uden kocht men een goede brandspuit; verder heeft men nog een pr. oude kleine spuiten. Veel liefhebberij voor burgerwacht en vrijwillige landstorm; goede schietbaan op de grens van Reek. Uitvoering lager onderwijs wet 1920 zal gemeente zoo goed als niets kosten; de zaak blijft zooals ze was. Schoolhoofd Kuppeveld te Lange Boom gaf een tweejarige landbouwcursus; bij het eindexamen kregen van de 30 leerlingen slechts twee het verlangde diploma. Landbouwleeraar Lips lette vooral op de practische bekwaamheid; zijn opvolger, de Heer Dekkers, vraagt in de eerste plaats naar de theorie; al die formules had Kuppeveld niet aan zijne leerlingen geleerd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Avan zei op 16 mei 2009 om 17:14 uur

Bijzonder interessant te lezen hoe een man in Funktie denkt over de onder zijn verantwoording gestelde volksgroep.
Het verklaart veel over het achterblijven van het land van Cuijk,
tenopzichte van de provincies N. en Z.
Holland alsmede Utrecht.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: