i

De Commissaris van de Koningin over Fijnaart en Heijningen

vertelde op 31 maart 2009 om 12:40 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Fijnaart en Heijningen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Fijnaart en Heijningen

Den 16den Mei 1896 bezocht ik de gemeente Fijnaart. Omstreeks 3.45 kwam ik daar aan. De bevolking toonde veel belangstelling; aan het gemeentehuis waren twee harmoniën opgesteld, die zich beurtelings lieten hooren; eene oude algemeene harmonie, en eene, in 1894 opgericht ten behoeve van de rechtzinnige protestanten.

De burgemeester Van Dis was met verlof afwezig; hij was eerst sinds kort gehuwd; de wethouders waren een paar stugge stijve boeren (Huib. van Dis en Timmers). Tot hunne assistentie verscheen de secretaris, een slimme vocativus. De audientie was druk bezocht; in de eerste plaats weer de pastoor met zijn kapelaan, en vervolgens verscheiden menschen, die raad kwamen vragen, of hunne belangen kwamen bepleiten.

O.a. verscheen een boer, een zekere Van Dis, die pas in eene liggerquastie door de Koningin niet ontvankelijk was verklaard in een beroep tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, waarbij geweigerd werd eenen zekeren weg op den ligger te plaatsen. Omstreeks zes uur verliet ik Fijnaart, om mij naar Roosendaal te begeven en vandaar per trein naar ’s Bosch terug te keeren. De administratie, – zoowel ter secretarie als die van den ontvanger – was goed in orde.

Den 14 September 1900 kwam ik weder in de gemeente. Van B. en W. vernam ik, dat het te Fijnaart erg gespannen had bij de verkiezing van raadsleden. Kerkelijke twisten, overgebracht op ander terrein. Eene kerkelijke partij had zich voorgenomen de aftredende raadsleden uit te werpen; vier nieuwe leden, allen van dezelfde kleur, allen kerkeraadslid van diezelfde partij, moesten gekozen. Er werd eene afzonderlijke courant voor uitgegeven “Het Geusje” enz. enz. De Katholieken vereenigden zich toen met de partij der aftredende raadsleden; deze werden ten slotte dan ook herkozen.

Van de elf raadsleden wonen er 4 in de kom der gemeente onder wie de wethouder Van Dis; 5 wonen in Heiningen onder wie de wethouder Timmers; en 2 wonen er aan het Kwartier. De burgemeester volgde den raad, dien ik hem bij zijn benoeming gaf: hij deed zijne kassierszaak aan kant, en weigerde om lid van den gemeenteraad te worden.

De zuivelfabriek aan de Molenstraat, 1915De zuivelfabriek aan de Molenstraat, 1915 (foto: collectie Fijnaart en Heijningen/ West-Brabants Archief)

Drie openbare scholen: ééne in de kom van Fijnaart, ééne te Oude Molen, en ééne te Heiningen. De suikerindustrie oefent op den toestand der bevolking te Fijnaart een grooten invloed uit; er wordt daarmede veel geld verdiend. De losse arbeiders verdienen alsdan zeer veel; de meesten hunner bouwden in den laatsten tijd eigen huizen; de zaakwaarnemer Van Dis schiet hen het volle bedrag, dat voor aankoop van land en voor het bouwen van een huis noodig is (± f. 1.100) voor; hij neemt 5% rente en laat jaarlijks ± f. 50 aflossen van zijn hypotheek. Doordat de bevolking over het geheel genomen solide en eerlijk is, komt Van Dis met zijn berekening goed uit.

Als de bieten gestoken worden, wordt het meeste geld verdiend, en is de bevolking het lastigst; dat vrouwen naar de herbergen gaan, komt gelukkig niet voor. Ongeveer 1/3 van de vrouwen, welke jaarlijks in de echt treden, is reeds zwanger. De boeren verkoopen hunne suikerwortels meestal op gewicht. Vlekke, directeur van de fabrieken te Stampersgat en van St. Antoine koopt suikerbieten op gehalte en op participatie in de winst. De Bruin uit Zevenbergen koopt de suikerwortels ook op gehalte, evenwel niet op evenredig aandeel in de winst.

De pulp is uitstekend voedermiddel, vastgetrapt in kuilen kan zij een jaar, en zelfs nog langer bewaard worden; ‘s zomers wordt het aan het vee in de weide gevoederd in bakken; met bijvoederen van pulp kan men ± 25 stuks vee op 3 H.A. weiland houden. Vele landbouwers gaan wekelijks naar de Rotterdamsche markt, verkoopen daar hun vet vee en brengen magere beesten mede terug.

Op mijn audientie verscheen het raadslid Binkhorst; hij vroeg eene verbeterde afwatering langs zijne woning; hem verwezen naar B en W; later aan B. en W. de behartiging van zijn belangen aanbevolen. Daarna verscheen de gemeenteontvanger Laurense, vroeger tevens secretaris van Fijnaart. Hij deelde mij mede, dat men in Fijnaart niet ernstig de tramplannen steunde, omdat het boeren zijn, die lid zijn van den Raad, lid zijn van de polderbesturen: zij zijn bang, dat hunne paarden voor de tram zullen schrikken. Bovendien is het raadslid-zaakwaarnemer Van Dis (niet te verwarren met den wethouder van die naam) er sterk tegen; hij heeft nl. eene opslagplaats voor suikerwortels in de Keenschenpolder aan de Keenschenhaven; hij verdient daarmede veel geld.

Mocht er een tram tot stand komen, dan zou van die opslagplaats geen gebruik meer gemaakt worden. Aan dergelijke particuliere belangen wordt het tot stand komen van een tram opgeofferd. Volgens Laurense moet de tram loopen over den Appelaarschenweg naar Fijnaart en dan naar Nieuwe Molen; de richting over den dijk van Stampersgat naar Nieuwe Molen was zeer tegen het belang van de gemeente.

Laurense vroeg verder, of er niets gedaan kon worden, dat de beschrijving van het gemeentearchief wat avanceerde; in 1896 had Mr Bomdam de belangrijkste stukken medegenomen; sinds had men er niet meer van gehoord. Hij klaagde verder, dat Dr Hellen, die f. 650 als armendoctor kreeg, en daarvan eene vroedvrouw moest betalen, niet zorgde, dat die vroedvrouw geen f 5 nam bij verlossing van behoeftige vrouwen (B. en W. deswege door mij ondervraagd, ontkenden, dat zulks het geval zou zijn).

 De oude R.K. kerk met pastorie, 1903 De oude R.K. kerk met pastorie, 1903 (foto: collectie Fijnaart en Heijningen/ West-Brabants Archief)

Laurense beweerde, dat de tweede veldwachter niet noodig zou geweest zijn, als de eerste maar wat meer actief was geweest. (Ook dit werd later door B, en W. ten sterkste weersproken). Laurense, wiens ééne zoon secretaris is van Fijnaart, vroeg de benoeming van een anderen zoon (een eervol ontslagen postambtenaar) tot burgemeester van Standaarbuiten. Ik vernam van B. en W., dat zij voornemens zijn een nieuw Raadhuis te bouwen; het tegenwoordige was versleten en erg vochtig. Ik moedigde hun goede voornemen sterk aan. De Roomschen te Fijnaart behooren veelal tot de min gegoeden; het Roomsche armbestuur heeft daardoor des winters een zware taak.

Den 26 April 1904 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed er vanuit Roosendaal heen, en bezocht denzelfde dag Dinteloord en Willemstad. 1/3 gedwongen huwelijken; 4 onwettige kinderen per jaar. Desniettegenstaande zijn de verhoudingen in Fijnaart vrij goed. Op de boerderijen verdient een flinke meid ± f. 110; daarvan geeft ze f. 40 tehuis af; boerenknechts zijn er bijna niet; geen 10 in de heele gemeente. De ongehuwde boerenarbeiders geven het verdiende loon geheel aan de ouders af. De menschen trouwen over het algemeen jong; voor de inrichting van een arbeidersgezin is ± f. 150 noodig.

Veel quaesties en ruzies met raadsverkiezingen: wethouder Van Dis werd bij de laatste verkiezing eruit gegooid. 4 Bijzondere scholen: 1 gereformeerde te Zwingelspaan; 1 dito te Heijningen; 1 dito te Fijnaart; 1 zustersschool te Fijnaart. Van herhalingsonderwijs wordt weinig gebruik gemaakt. Veel schoolverzuim; de processen-verbaal worden nu tenminste vervolgd. Met B. en W. becijferde ik, dat er jaarlijks voor f. 44.000 kunstmest in Fijnaart gebruikt wordt; het meeste komt van Salemonsen uit Rotterdam. Als de suikerfabrikanten f. 10 voor 1.000 K.G. bieten betalen, dan is de becijfering als volgt:

 per gemet  f. 30  arbeidsloon
   16,50  chilisalpeter
   9  superphosphaat
   20  extra mest
   20  uitrijden uit land
te samen    95,50 maakt per H.A. ± f 220

Van de f. 10 per 1.000 K.G. gaat f. 0,50 af voor los- en laadgeld enz., onkosten, die vroeger ten laste van de fabrikanten kwamen.

f. 9,50 x 40 =     380,-
Onkosten           220,-
Voordelig saldo 160,-

Er is in Fijnaart nog geen nieuw Raadhuis; ik raadde aan, om van de 12 daar gevestigde waterschappen eene kleine retributie te heffen, dan waren de kosten voor een nieuw Raadhuis gemakkelijk gevonden.

De Voorstraat met de Nederlands Hervormde kerk, 1907De Voorstraat met de Nederlands Hervormde kerk, 1907 (foto: collectie Fijnaart en Heijningen/ West-Brabants Archief)

Den 10 Juni 1908 kwam ik weer in Fijnaart; aangezien zich niemand voor de audientie had aangemeld, had ik dus volle twee uur voor B. en W. beschikbaar. De Heeren zitten nog altijd in hun oude Raadhuis; ze erkenden, dat het zeer bouwvallig werd, en tevens te klein voor den dienst. Ze zouden het gaarne verbouwen, maar konden niet beschikken over den benoodigden grond: de eigenaar van het terrein achter het Raadhuis wil daarvan niets verkoopen, ook al wil men het met goud betalen. Toch zou men gaarne op dezelfde plek bouwen, waar het nu staat, omdat het daar het mooiste punt van de gemeente is. Als men tot verbouwing kwam, zou men eveneens gaarne eene woning voor den veldwachter in het raadhuis bouwen.

Ik heb er nogmaals op gewezen, dat ik het zeer billijk zou vinden, wanneer men alle polders, wier vergaderingen in de Raadkamer worden gehouden, wier archief daar bewaard wordt, een kleine jaarlijksche bijdrage liet betalen; wanneer men dat bijv. stelde op f 0,10 per H.A., dan kan dat jaarlijks een heel lief bedrag zijn; de Heeren schenen er wel ooren naar te hebben.

Geen misbruiken bij verkiezingen: er werden geen stemmen gekocht met drank, met geld zoogenaamd voor tijdverlet enz. Maar wel Protestantsche onverdraagzaamheid; terwijl er van de 3.600 zielen ruim 1.200 Katholiek zijn, is er van de elf Raadsleden één Katholiek, nl De Nijs. De burgemeester was er niet zeker van, dat De Nijs in 1911 als Raadslid zou herkozen worden, niettegenstaande hij al 40 jr lang een zeer verdienstelijk Raadslid was geweest. De wethouder Jacobs, die ik in 1904 nog in Fijnaart vond, was sinds overleden. Jacobs was Katholiek en werd vervangen door een Protestant.

De naaste oorzaak van de Katholiekenhaat is de oprichting van een Boerenleenbank, waardoor de kleine man ook vooruit geholpen wordt; hij pacht nu ook land, besteedt daarvoor hooge prijzen en is daardoor een concurrent van den boer, die nu ook hoogere bedragen moet besteden. De gehuchten Zwingelspaan en Boerendijk zijn niet in den gemeenteraad vertegenwoordigd; of die gehuchten misschien juist heelemaal Roomsch zijn, is mij niet bekend. Men klaagt zeer over het tekort aan veeartsen; noch Willemstad, noch Fijnaart konden een veearts krijgen. Het oud archief is niet geordend.

Men klaagt zeer over de slechte waterverversching in de gemeente. De kom ligt in den polder “de Oude Fijnaart”; om waterverversching te krijgen, moet de dijkgraaf van de Oude Fijnaart aan zijn ambtgenoot van de Mark en Dintel om inlating van water vragen; hoewel men geen directe klachten over Mastboom had, is de toestand toch niet zooals die behoort. Men achtte het gemeentebelang bij geregelde voorziening van versch water in die mate betrokken, dat men er gaarne geld voor over had, om daartoe te geraken. Ik heb de Heeren geraden, om dan in onderhandeling te treden met het heemraadschap van Mark en Dintel.

Aan de Roomboterfabriek werd eene inrichting gemaakt tot biologische reiniging van het afvalwater. Die inrichting, die f. 1.200 kostte, voldoet niet geheel aan de verwachting, maar helpt toch wel veel; het Rijk betaalde f. 200 om proefnemingen te laten doen aan de inrichting, m.a.w. om de installatiekosten voor een gedeelte te dragen.

Den 11 April 1912 kwam ik weer in Fijnaart; ik was tevoren in Steenbergen en Dinteloord geweest; ik maakte de tocht met een auto vanuit Roosendaal. Er was niemand voor de audientie; ik praatte dus met B. en W. den tijd vol. Geheele gemeente is in den Raad vertegenwoordigd behalve Zwingelspaan; daar wonen vooral Gereformeerden. Bij raadsverkiezingen gaat de strijd gewoonlijk tusschen Nederd. Hervormden eenerzijds, de Antirevolutionairen en Gereformeerden anderzijds. Er is nog geen nieuw Raadhuis, op den bouw daarvan nogmaals aangedrongen.

Van een waterleiding voor West Noordbrabant komt niets; zou alleen voor Fijnaart f. 75.000 kosten. Uit de gemetselde waterbakken bij de huizen moet drinkwater komen; in 1911 was er gebrek. Omdat water, dat door Dintelsas ingezet wordt, altijd zout is, wordt de Roodevaart voor het inzetten van water gebruikt; het water, dat men in 1911 op die manier kreeg, was ook zout; door den buitengewoon lagen waterstand op de rivieren liep het zoute vloedwater tot voorbij Roodevaart op; daardoor was het water op de Mark (Dintel) ook brak, en kon men er zich niet van bedienen, om water in de polders in te zetten.

Boterfabriek schijnt onder bekwame leiding; behaalde korts op de internationale tentoonstelling in Brussel een gouden medaille voor gewone boter, en een zilveren medaille voor ongezouten boter. De biologische reiniging van het afvalwater van de boterfabriek heeft, met goedkeuring der Gezondheids Commissie, opgehouden te bestaan; zij voldeed niet; het gaf haast niets. Geen veearts; men zou er gaarne een hebben, maar ziet geen kans er een te krijgen.

Den 13den Augustus 1917 kwam ik weer in Fijnaart; tevoren was ik in Dinteloord en Willemstad geweest. Van de locaalspoorwegplannen stelt men zich veel voor; ik heb de groote verwachtingen wel een beetje teleurgesteld door de mededeeling, dat er wel een jr of tien mede gemoeid kon zijn, voor de spoor liep; de kosten zijn berekend naar de prijzen van vóór den oorlog; alles kost thans het dubbele, wellicht het driedubbele. Aan den bouw kan niet gedacht worden, voordat de normale prijzen weer gelden!

Voor de waterleidingplannen van Dr. Jenny Weyerman loopt de Raad niet zoo warm; het kost zooveel geld, en de meeste menschen hebben bakken om regenwater te bewaren; filters worden er in Fijnaart zoo goed als geene gevonden!

Het burgemeestersfeest. Het inhalen van burgemeester J.D. Biert Dane, 1914Inhalen van burgemeester J.D. Biert Dane, 1914 (foto: / collectie Fijnaart en Heijningen/ West-Brabants Archief)

Het gaat goed in Fijnaart onder Biert Daane; dominee en pastoor kwamen ter audientie, en zongen om strijd den lof van den burgemeester. Bij raadsverkiezingen vroeger hevige strijd; sinds hij er is, liepen de verkiezingen met enkele candidaatstelling af. Er is nog geen kans, dat er een nieuw Raadhuis komt: de daarvoor benoodigde grond is nog niet te koop. De Waterschappen zijn echter uit het Raadhuis tijdelijk verwijderd; de distributie werd boven de openbare school geïnstalleerd; en zoo kon men zich nog tijdelijk helpen.

B. en W. klagen, dat het toch zoo moeilijk is, om zaken van algemeen belang tot stand te brengen; daar is geen medewerking. Alleen het eigen belang van de menschen geeft den doorslag; ziet men er voor zich geen voordeel in, dan stemt men tegen. Daarom is bijv. de waterverversching in de kom van het dorp nog zoo ellendig slecht.

De boterfabriek blijft buitengewoon goede boter maken; zij fabriceert tegenwoordig ook melkpoeder. De burgemeester wees mij op de buitengewone verdiensten van den wethouder Timmers; hij zou gaarne zien, dat hem eene Koninklijke onderscheiding te beurt viel. Hem gezegd, dat er sinds  1 Augustus 1914 geen enkele onderscheiding meer verleend was. Wanneer daarin verandering komt, zal hij schriftelijk motiveeren waarom hij Timmers zoo hoog aanslaat. Burgemeester is nog ongehuwd; hij is echter verloofd met eene juffrouw Van den Hil, eene dochter van den dijkgraaf van den Ruigenhil te Willemstad.

Den 13 Juni 1921 kwam ik weer in Fijnaart; denzelfde dag bezocht ik nog Klundert en Zevenbergen. De verhouding tusschen den burgemeester en zijn twee wethouders scheen mij zeer goed; dit is te meer te waarderen, omdat Fijnaart gaarne een eigen burgemeester zou gehad hebben. Van alle gemeenten, dit jaar door mij bezocht, waren de secretariën van Fijnaart en Dinteloord het best in orde.

Ook hier woningnood; 18 woningen gebouwd; twee aanvragen voor premiebouw toegewezen; twee nog in behandeling. Fijnaart nam voor f. 89.000 aandeelen in de Spoorweg Mij. Tholen – Westbrabant. Het provisorium voor de electriciteit kostte f. 45.000. Het distributienet werd aangenomen voor f. 68.000. Transformatorhuisjes komen te Fijnaart, Heijningen en Zwingelspaan. Om het Raadhuis te kunnen verbouwen, werd daar achter een terrein van 5 are aangekocht voor f. 3.000. Thans wordt het Raadhuis verbouwd; aangenomen voor f. 15.000.

In gebrek aan drinkwater wordt thans voorzien vanuit Roosendaal; met den trein komt een tank mede, houdende 16.000 L.; een dag om te lossen; kosten f. 48,-. De menschen moeten het water dan zelf halen; met melkbussen en derg. wordt het dan mede genomen. Per emmer kost het f 0,035. Voor de groote waterleiding komen twee prises d’eau, één te Seppe en één te Oosterhout.  Van twee zijden begint men te werken naar de prises d’eau toe, nl van Kaatsheuvel en van St. Philipsland, de eenige Zeeuwse gemeente, die mee doet.

De coöperatieve Roomboterfabriek te Fijnaart zou de grootste in ons land zijn; dagelijks zouden daar 60.000 L. melk behandeld worden, haast ongeloofelijk . Blijkens later verstrekte gegevens worden er daags slechts 15.000 Liter melk verwerkt. De wekelijksche graanmarkt gaat goed; is de drukste uit de omgeving. De arbeiders zijn bijna allen in vaste betrekking, ’s winters f. 15; ’s zomers f. 24, bovendien een stukje aardappelland en eene zeer goedkoope woning (f. 1).

De geest van de menschen is goed; twee arbeiders zijn lid van den Raad; geschikte goede raadsleden.

Veel paardenfokkerij; dit jaar 600 à 700 volentjes; men gaat niet naar de groote keuring te Brussel, omdat de keuring daar op Zondag wordt gehouden. (Fijne Protestanten!). Door den Inspecteur te Bergen op Zoom werd wethouder v.d. Dries geraadpleegd over den aanslag van de boeren in de Rijksinkomstenbelasting 1920/21; overeenkomstig zijn advies werd die aanslag bepaald op 2/3 van den aanslag over 1919/20. Voor den aanslag 1921/22 weer geraadpleegd; weer bepaald op 2/3 van 1920/21. In twee jaar werd de aanslag dus teruggebracht van 9/9 op 4/9.

Het gemeentehuis, 1926 (foto: collectie Fijnaart en Heijningen/ West-Brabants Archief)

Den 4e Juni 1925 kwam ik weer in Fijnaart; later op den dag ging ik nog naar Klundert. Door B. en W. ontvangen in het nieuw gebouwde Raadhuis, dat er zeer goed uitziet. Burgemeester Van Campen maakt weer een zeer goeden indruk; de verhouding tusschen hem en de wethouders is blijkbaar eene zeer goede. Ter audientie verscheen weer Pastoor Buijsrogge; ook thans weer was hij vol eloges over het rechtvaardig bestuur van v. Campen. Hij vertelde mij, dat er in Fijnaart 1.900 Katholieken zijn; tot zijne parochie behooren bovendien 100 Katholieken van Willemstad. Hij bouwde pas eene monumentale Roomsche Kerk; aangezien zijne parochianen over het algemeen goed gezeten zijn, kon hij uit bankenpacht enz. voldoende halen om de renten en de aflossing van de schuld der kerk te betalen.

Geen woningnood; overheidszorg dienaangaande verder niet noodig; de huishuren worden grif betaald; zij loopen van f. 3,60 voor de arbeiderswoningen, tot f. 5,60 voor de (vier) burgerwoningen. Geen partijschappen in de gemeente; in den raad zitten 6 burgers, 4 boeren en 1 arbeider; vier zijn Roomskatholiek, 5 Christelijk Historisch en 2 antirevolutionair. Warenkeuring en vleeschkeuring zijn nuttig en noodzakelijk. Winter 1924/25 behoefde geen steun te worden verleend aan de werkloozen.

In electriciteitsbedrijf zit f. 150.000 waarvan f. 50.000 voor provisorium. Dekt zich niet. Men is voornemens die f. 50.000 ten laste van de gemeente te nemen. De waterverversching in de kom der gemeente is veel verbeterd, doordat men thans frisch water kan inzetten. Doordat de Waterleiding Westbrabant gebouwd werd, en de menschen dus waterleidingwater drinken in plaats van slootwater, zijn de vroegere bezwaren vrijwel opgeheven.

De vrijwillige landstorm is vrijwel dood; de burgerwacht heeft nooit iets beteekend. De fabriek voor zuivelproducten verwerkte in 1924 5.500.000 Liter melk, dus 15.000 Liter per dag; melkpoeder wordt niet meer gemaakt. Arbeidsgelegenheid is matig voldoende; volgens landelijk arbeidscontract verdienen de arbeiders des winters 23 cent en des zomers 26 cent. Om erkenning van hunne vereeniging te verkrijgen door de werkgevers, gingen zij in 1924 in staking. Na anderhalven dag gaven de werkgevers zich toen gewonnen. De geest van de menschen is goed.

Om het andere jaar wordt er een landbouw- en een tuinbouwcursus gegeven. Met de paardenhandel gaat het niet meer zoo vlot als vroeger; daardoor nam de fokkerij een beetje af. Men verlangt nog steeds hard naar eene tramverbinding met Zwaluwe, en eene met Steenbergen. De lageronderwijswet 1920 kost jaarlijks 9 à 10 mille. De wekelijksche graanbeurs is nog steeds druk bezocht. Wethouder v.d. Dries is niet meer de adviseur van den inspecteur der directe belastingen te Bergen op Zoom inzake den aanslag der boeren in de Rijksinkomstenbelasting. Blijkbaar zijn de aanslagen van den Inspecteur thans veel te hoog; hij zou niet minder dan 800 reclames van de boeren thans in behandeling hebben.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: