i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Gemert
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Gemert

vertelde op 20 april 2009 om 09:02 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Gemert te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Gemert

Den 9den. Augustus 1897 bezocht ik de gemeente Gemert (ik reed van Helmond over Bakel, Gemert, Oploo naar Boxmeer). Op het gemeentehuis werd ik ontvangen door den Burgemeester Buskens en door den wethouder Van den Broek; de andere wethouder was ziek. Er hingen enkele vlaggen; veel was er verder niet gedaan om mij feestelijk te ontvangen. Terwijl ik op het gemeentehuis zat te praten, kwam de harmonie een stukje voor het raadhuis spelen.

Op mijne audientie verschenen een groot aantal geestelijken, Notaris Van Kemenade, Prinsen, een fabrikant (geen familie van het 1ste. Kamerlid), de Overste van den Huize Padua, en Tonnaer, de rijksontvanger. De overste van Padua kwam mij vragen een bezoek aan zijn gesticht te brengen; ik beloofde hem te zullen komen als ik Boekel bezocht, omdat ik nu geen tijd had. Ik verweet hem, dat hij in 1895 niet op audientie was gekomen bij de Koningin te ’s Bosch. (Ik had van den Off. Justitie gehoord, dat deze hem daartoe had aangezet).

Tonnaer vroeg vergunning voor de gemeenteveldwachters, om te mogen helpen bij het doen der beschrijving der belastingen. Men roemde in Gemert ten zeerste de werking van de Commissie voor de schouwvoering op de Aa. De Erpsche watermolen zou nu over een dag of acht voor afbraak verkocht worden. Van den burgemeester vernam ik, dat Mr. Bondam voor vijf jaar gekomen was, het oud archief door elkaar had gehaald, beloofd had spoedig te zullen terugkomen, om het te ordenen, en nu eindelijk gekomen was en een begin van uitvoering aan zijne plannen had gegeven.

Ik ontbeet ten huize van den burgemeester; vond daar diens vrouw; aan tafel zaten Van Kemenade, Klasens en de wethouder Van den Broek. Ik reed een kwartier te laat weg (half twee) en kwam daardoor 15 minuten te laat te Oploo aan (nl. om 2.45 in plaats van om 2.30). Het kasteel te Gemert behoorde indertijd aan Mr. Scheidius Lups; hij verkocht het aan Fransche Jesuiten; deze vestigden zich daar, doch gingen, toen zij weer in Frankrijk mochten komen, weer naar hun vaderland terug; zij hielden het kasteel echter aan, om zich daar, in tijd van nood, weer te kunnen vestigen. Het kasteel brandde voor een paar jaren (onder de Jezuiten) af; deze hebben het wel weer opgebouwd, maar toch niet weer in den oorpronkelijken staat teruggebracht.

De administratie te Gemert was in vrij goeden toestand; de witte vakken in de akten van den burgerlijken stand waren niet aangestreept; de inkwartieringslijst was nog niet herzien; er bestonden geen registers van aanvragen en beschikkingen volgens de hinderwet, en evenmin van localiteiten, waarin vergunning was tot verkoop van sterken drank in het klein; op een en ander werd de aandacht gevestigd.

Den 13 Mei 1902 kwam ik weer in de gemeente; ik reed van Helmond over Aarle en Beek naar Gemert, en later langs den zelfden weg terug naar Helmond. Van B. en W. vernam ik dat de gemeente in der tijd met het Rijk gezamenlijk 1.700 H.A. grond bezat; daaruit sproten allerlei quaesties en moeielijkheden voort, die in 1868 leidden tot een convenant, volgens hetwelk de gronden successievelijk zouden worden verkocht, terwijl inmiddels de gemeente vruchtgebruikster zou zijn, en het Rijk de opbrengst van de jacht zou genieten.

Notaris Van de Kemenade, tweede van rechts. (Bron: Gemeentearchief Gemert-Bakel)Notaris Van de Kemenade, tweede van rechts. (Bron: Gemeentearchief Gemert-Bakel)

Voor en na werden die gronden verkocht; kleine perceelen (20 lopesen = ± 3 H.A.) kwamen in handen van kleine landbouwers; groote perceelen in handen van notaris Van Kemenade (± 200 H.A.), Smits van Burgst (± 475 H.A.) en Ledeboer (440 H.A.). Alle gronden zijn sinds 1895(?) verkocht. Toen de eerste verkoopingen hadden plaatsgehad, bracht het vruchtgebruik voor de gemeente nagenoeg niets meer op, doordat de boeren hun eigen perceelen hadden en die exploiteerden.

v. Kemenade legde bosschen aan, goede en slechte; hij probeerde bandhout, dat niet groeide, en zilverdennen, die de konijnen vernietigden. Hij hield toen alleen mastbosschen over, en verloor er door brand, waarvoor hij door assurantie schadeloos werd gesteld. Smits van Burgst legde natuurweiden aan langs den weg naar St. Anthonis (Groote Peelke); de grond is daarvoor echter niet bijzonder geschikt, Ledeboer legde bosschen aan en natuurweiden; vooral de laatste gaan zeer goed. Hij kocht de gronden tegen f. 22 de H.A.; bewerking kostte per H.A. f. 180; notaris Van Kemenade verpachtte dit jaar voor f. 80 per H.A. om tweemaal te hooien vooral aan menschen uit Oploo, die gemakkelijker daar hooi kunnen koopen dan langs de Maas. De natuurweiden kosten jaarlijks f. 30 aan kunstmest.

De bezittingen van Ledeboer onder Gemert sluiten aan, aan die onder Bakel (zie onder Bakel). Ledeboer was onder Bakel bezig toen gronden in Gemert open kwamen; hij kocht toen (1895) bij. Hij bouwde eene flinke boschwachterswoning, die midden in loofhout ligt; verder is alles mast en natuurweide. Voor bewerking wordt de grond ½ Meter omgeploegd met 6 assen; dan blijft de grond 1 jaar liggen, op dat hij beter gesloten zijn zal en meer geschikt om te beplanten.

Er zijn in Gemert 2 landbouwvereenigingen, nl. een landbouwclub en de Boerenbond, die de grootste van de twee is. Men koopt veel kunstmest; de boeren hebben toch nog liever stalmest. Het gaat den boeren in de laatste jaren wat beter dan vroeger.

Het kasteel te Gemert, van de Paters van de Heilige Geest (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)Het kasteel te Gemert, van de Paters van de Heilige Geest (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)

De Jezuiten zijn weer op het kasteel te Gemert, nu zij uit Frankrijk verdreven zijn; twee heeren kwamen mij hunne opwachting maken; zij zijn daar met 106 paters. Verder kwam nog de ontvanger Tonnaer, en de notaris Van Kemenade met diens zoon, die 3 jr cand. not. is, en dien hij gaarne over 3 jr in zijn plaats tot notaris benoemd zag. De pastoor van Gemert (P. van Beek) stichtte op eigen kosten eene fabriek tot het opwinden van garens; Karel Raaymakers betaalt van de stichtingskosten 4% aan den pastoor, en exploiteert nu die fabriek. Hij geeft daar werk aan 80 meisjes van 13 tot 20 jaren, die bij hem van f. 2,50 tot f. 3,- verdienen en nu niet meer naar Helmond behoeven te gaan werken.

Er is geen algemeen armbestuur; het Roomsche armbestuur krijgt van de gemeente een groote subsidie f. 2.400; eene collecte langs de huizen voor het armbestuur (omstreeks Kerstmis) brengt jaarlijks ± f. 900 op. De collecte ’s Zondags onder het Lof van het oude mannenhuis brengt jaarlijks ± f. 450 op.

Mr. Bondam nam vele archiefstukken mede naar ’s Bosch en liet in geen jaren iets van zich hooren, zelfs niet, toen de burgemeester inlichtingen vroeg omtrent de medegenomen stukken van eene stichting van Agnes v.d. Broek. Ik adviseerde, om nog maar weer eens aan den archivaris te schrijven.

Gemeentedoctor is Dr. Kuyper, een broer van Dr. Kuyper te ’s Bosch; 4 kinderen, 1 meisje gehuwd met een fabrikant Holtus uit Helmond, 1 zoon, directeur gasfabriek te Roosendaal; 1 zoon gediplomeerd ambtenaar ter secretarie te Bergen op Zoom; 1 zoon tabakshandelaar, te Gemert bij zijn vader tehuis. Dr. Kuyper heeft geen eigen apotheek; er is in Gemert een apotheker.

De firma Prinsen is eene goede werkgeefster; houdt het volk aan het werk, ook al hoeft zij er niet veel voor te doen; betaalt aan de ververs en scheerders f. 0,80; aan de wevers f. 0,70,- winter en zomer. Bij de firma v.d. Akker (katoen en manufacturen) bestaat helaas gedwongen winkelnering; slechte boter wordt met f. 0,10 het pond boven de markt van goede boter betaald.

Aan de Latijnsche school worden uitsluitend aanstaande geestelijken opgeleid. Uit nood geslacht vee wordt gekeurd door een veearts-empiricus. In overweging gegeven bij afkeuring van vleesch de kosten van onderzoek te doen dragen door gemeente. Men blijft zeer ingenomen met de Commissie van schouwvoering over de Aa. Wethouder v.d. Broek heeft kanker aan de tong; juist geopereerd door Dr. van Kleef te Maastricht.

Den 15 April 1905 kwam ik weer in Gemert; ik reed er vanuit Helmond (via Aarle Rixtel en Beek en Donk) heen; ik bezocht vervolgens nog Bakel en keerde vandaar naar Helmond terug. Ik verleende audientie aan den Rijksontvanger Tonnaer, die kwam bedanken, dat de ontvangers dezelfde belooning hadden behouden voor de perceptie van de paardenbelasting; niettegenstaande de grondlagen gewijzigd werden.

Aan notaris Van Kemenade, die zich de tolk maakte van de bezwaren, welke de pastoor van Stiphout heeft tegen de benoeming van den secretaris dier gemeente (Sprengers) tot burgemeester van Stiphout. Aan den secretaris van Gemert (den Heer Van der Kamp), die een generale beurs vroeg voor een van zijn twee zoons, die op het seminarie zijn; het was hem niet wel mogelijk, uit eigen fondsen de studiekosten van de twee zoons te betalen.

B. en W. klagen, dat Beek en Donk zijne waterleidingen slecht veegt; de “Snelle Loop” ligt op de grens van Gemert en Beek en Donk, en moet door de twee gemeenten gezamenlijk (nl. door de gelanders) onderhouden worden. Omdat Beek en Donk er niets aan deed, heeft Gemert in 1904 die “Snelle Loop” alleen opgediept. Evenwijdig met de Snelle Loop loopt de Walgraaf; deze ligt geheel op terrein van Beek en Donk; ook daar gebeurt niets aan. Hoewel Snelle Loop en Walgraaf beiden aan de Koksche brug in de Aa vloeien, is de waterspiegel van de Walgraaf thans veel hooger dan die van de Snelle Loop; dat ligt alleen aan het slechte vegen.

Textielfabriek aan de Ruyschenberghstraat. Gebouwd ca. 1915. (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)Textielfabriek aan de Ruyschenberghstraat. Gebouwd ca. 1915. (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)

Pastoor Van Beek bouwde een fabriek voor haspelen (= winden); Raaymakers exploiteerde die en betaalde 4%; de zaak ging zoo goed, dat er een tweede fabriek verrees voor spoelen. Toen ook dat weer erg goed ging, heeft Raaymakers een terrein van de kerk gekocht en heeft daar eene kolossaal groote fabriek gebouwd om te weven. Deze fabriek, waar alles door elektriciteit zal worden gedreven, is nog niet in volle werking. Hij heeft een groote toeloop van volk uit Gemert, zoo groot, dat de andere fabrikanten, Van den Akker en Prinsen, haast geen volk meer kunnen houden. Bij de firma Anton van den Akker, fabrikant van katoen, en tevens sigarenfabrikant, werken in het geheel ± 20 menschen. Deze klagen bitter hard over de gedwongen winkelnering: zij krijgen bijna geen geld in handen.

Voor de renten van het legaat Van Cooth wordt op de herhalingsschool landbouwonderwijs gegeven, hetgeen zeer in den smaak valt. B. en W. sterk aangeraden om een uitvoerigen staat van gemeente-eigendommen aan te leggen, waarin alle mogelijke bijzonderheden, betrekking hebbende op cultuur en exploitatie, uitvoerig en nauwkeurig worden beschreven.

Het onderhoud, althans het opdiepen van de voornaamste waterleidingen werd in 1904 door gemeente ter hand genomen; aan de gelanders werden gemeente-arbeiders tot hulp gegeven. Ik heb den Heeren geraden, op dien weg te blijven voortgaan, en het onderhoud van alle waterleidingen in eene hand te brengen en ten laste der gemeente te nemen.

Het klooster van de zusters Franciscanessen, met de school (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)Het klooster van de zusters Franciscanessen, met de school (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)

De school wordt bediend door zusters Franciscanessen; de gemeente gaf bij die stichting geen geld, en heeft daaraan direct niets te zeggen. Maar gemeente geeft f. 2.400 aan Roomsch armbestuur, en dit bestuur bestelt de armen bij de zusters. Op die manier blijft dus toch de gewenschte samenwerking verzekerd.

Op de secretarie van Gemert vond ik een zoon van Van Kemenade, uiterlijk precies zoals zijn vader, minstens 20 jaar oud. Die jongeman is pas bij de gemeentelijke administratie gekomen; hij kan tenminste in 1905 het diploma van gemeentesecretaris nog niet halen. Vermoedelijk een schipbreukeling op de levenszee!

Den 25 mei 1909 kwam ik weer in Gemert; vanuit Helmond bezocht ik eerst Bakel, toen Gemert en eindelijk Beek en Donk; vandaar keerde ik naar Helmond terug. De brulante quaestie der Latijnsche School bezorgde mij een drukke audientie: vooreerst verschenen Deken Van Beek met den heer Corstens in hunne qualiteit van curatoren dier school. De Deken deelde mij mede, dat de geestelijkheid gaarne zou zien, dat de Latijnse school bestaan bleef, omdat daar oudere studenten worden opgeleid, die men moeielijk – om hun leeftijd – op het Klein Seminarie kan plaatsen. Ik heb den Deken, die heftig partij trok vóór den conrector, meegedeeld, dat men, naar mijne meening, moeielijk meer kan doen om de inrichting te gronde te richten, dan men nu reeds deed.

Rector Klaassen verklaarde, dat de studenten, die op het ogenblik door hem beschermd werden, niet van de school waren weggejaagd, maar vrijwillig ontslag hadden genomen; ze waren in Gemert blijven wonen; opdat ze maar niet zonder toezicht in het wild zouden loopen, had hij hen vergund, in zijne klasse te komen zitten. Ze namen daar geen deel aan het werk; ze zaten daar eenvoudig als toehoorders.

Latijnse school met rectorswoning, gebouwd in 1891 (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)Latijnse school met rectorswoning, gebouwd in 1891 (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)

Aan conrector Beelen heb ik gezegd, dat hij naar mijn oordeel de oorzaak was van alle moeielijkheden. Door zijn onverstandig optreden was de ongelukkige toestand geschapen: het moest niet kunnen voorkomen, dat 20-jarige studenten voor straf 14 dagen lang op de knieën in de bank worden gezet; en dat nog wel jongelui die priester moeten worden! Het ging niet aan, een protestantsche minister van Binnenlandse Zaken te verzoeken een geschil tusschen rector en conrector op te lossen; het ging niet aan, dat hij de justitie uit Roermond te hulp riep (!), om zijn gezag op straat tegenover de studenten te handhaven. Wanneer men als conrector tot dergelijke expedienten zijn toevlucht moet nemen, om zijne positie te handhaven, behoort men toch zooveel zelfkennis te hebben, dat men begreep, dat men als conrector aan de Latijnsche School te Gemert niet op zijn plaats was, en als zoodanig zijn ontslag moest vragen.

De heer Van Kemenade kwam eenvoudig zijne opwachting maken. De heer Tonnaer, rijksontvanger, kwam het denkbeeld ontwikkelen, dat de wanbetalers van het weggeld door de ontvangers zullen vervolgd worden; deze weten het beste wie onwillig zijn om te betalen en daarom het eerst vervolgd moeten worden. Naar zijn meening zouden daardoor tal van anderen genoopt worden, om hunne verschuldigde belasting te voldoen.

Bijvoet, een bierbrouwer, bepleit ook het belang van Gemert’s ingezetenen bij het voortbestaan der Latijnsche School. De weduwe Kalkhoven riep mijn hulp in tot het spoedig verkrijgen van pensioen; haar man, hoofd der school te Gemert, overleed in December; zij bleef met elf kinderen zitten en leed op het ogenblik letterlijk armoede, doordat haar pensioen niet afkwam.

Den 27 maart 1913 kwam ik weer in Gemert; ik reed er vanuit Helmond per auto heen; dienzelfden dag bezocht ik ook nog Bakel. De gemeente wordt nog steeds door partijschap verscheurd; men ziet erg op tegen de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen; dan zal het er weer spannen, en zullen Tonnaer, Bijvoet e.a. de gemeente weer op stelten zetten. Van de thans zittende raadsleden behoort alleen de heer Colen tot de partij Tonnaer. Die vroegere conrector van de Latijnsche School, de heer Beckx, heeft heel wat op zijn geweten; hij is de oorzaak van alle ruzies.

Met de ordening van het nieuwe archief is men zoo goed als gereed; de inventaris is ook haast klaar. De Rijksarchivaris schijnt te willen beginnen aan de inventarisering van het oud-archief; hij had ten minste voor eenige tijd in dien geest aan B. en W. geschreven. De burgemeester is begonnen met de beschrijving der exploitatie van de gemeentelijke bezittingen.

In plaats van gewoon herhalingsonderwijs geven hoofd- en hulponderwijzer onderwijs aan de Zondagsschool. De toestand der behoeftige klasse blijft verbeteren; er zijn minder bedeelden dan vroeger; de armen worden daardoor thans ruimer bedeeld dan in vroegere jaren. De grootste industrieele zaak uit Gemert is de bontweverij en haspelarij van Raaijmakers; door elkaar zal daar f. 6,- á f. 7,- verdiend worden. De zaak van v.d. Acker, waar vroeger gedwongen winkelnering was, waarover men zoo klaagde, is gefailleerd en opgeheven. Er bestaat nog een bontweverij van A.J. v.d. Acker met ± 500 arbeiders; daar is geen gedwongen winkelnering.

Sinds de benoeming van den heer Van den Noort tot conrector van de Latijnsche School in plaats van den heer Beckx zijn daar de goede verhoudingen weergekeerd. Gelukkig, want het getal leerlingen was tot 13 geslonken; in de drie laagste klassen was maar één leerling overgebleven. Thans gaat de school weer vooruit; er zijn thans 31 leerlingen.

Ansichtkaart van Huize PaduaAnsichtkaart van Huize Padua

Men heeft geen verordening op de hand- en spandiensten; toch worden met kostelooze hulp van de boeren de wegen onderhouden, de grind opgereden enz. enz. Tot nu toe werd driemaal een landbouwcursus en eenmaal een tuinbouwcursus gegeven; veel belangstelling. Krankzinnigengesticht “huize Padua” staat onder Boekel, op de grens van Boekel en Gemert. De tot het gesticht behoorende afdeeling tot verpleging van heeren ligt onder Gemert; op het moment worden daar slechts drie heeren verpleegd.

Latijnse school, gebouwd in 1891 (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)Latijnse school, gebouwd in 1891 (Collectie Provincie Noord Brabant, 1990)

Den 27 Juli 1918 bezocht ik per auto vanuit Helmond de gemeenten Gemert en Bakel. Er zijn geen moeielijkheden meer met de Latijnsche School, waaraan thans 40 studenten verbonden zijn. De heeren Van den Noordt en Bazelmans zullen echter wel groote moeite hebben om het onderwijs op behoorlijk peil te houden.

Er is bij de verkiezingen nog steeds veel partijstrijd. In 1917 werd wethouder Verhofstadt van den Raad gestemd door “Gemert’s Belang” = Tonnaer, Bijvoet e.a. Bij de gemeenteraadsvergaderingen zijn de vertegenwoordigers van Gemert’s Belang niet bepaald in de oppositie. B. en W. hopen zeer, dat er van de locaalspoorwegplannen wat terecht zal komen. Voorhoeven vraagt van Gemert (gemeente + belanghebbenden) f. 120.000,-; dat geld is er nog niet, maar zal er toch wel komen.

De tijdsomstandigheden maken enorme uitgaven noodzakelijk; de hoofdelijke omslag bedraagt reeds f. 18.000,-. Men is toegetreden volgens het Werkeloosheidsbesluit 1917 volgens hetwelk aan de werkloozen 70% betaald wordt van hun loon, verdeeld als volgt: 50% door werkgevers, 12,5 % door gemeente, 12,5% door Steun Comité en 25% door den Staat.

Gemert was vroeger voor 5/6 eigenaar van uitgestrekte bezittingen; 1/6 behoorden aan den Staat. De Staat heeft dat bezit doen verkoopen; laatstelijk in 1892, o.a. het Beesterveld van v. Ogtrop. Thans heeft gemeente niets meer over dan eenige zandbelten, vliegzand, waarvan de ontginning te duur zou worden. De industrie gaat slecht; de bontweverij van de firma Raaijmakers is stopgezet; evenzoo de groentedrogerij van de Wed. Swinkels. Het eenige wat nog goed gaat, is de kuiperij van Groeneweg.

Men hoopt met de firma Raaijmakers tot overeenstemming te komen omtrent het gebruik van hare machines, om Gemert in den aanstaanden winter van licht te kunnen voorzien; dat zou kunnen, omdat het plaatselijk distributienet klaar is.

Burgemeester Buskens, zittend, met zijn familie. Hij was burgemeester van1886-1928 (bron: Gemeentearchief Gemert-Bakel)Burgemeester Buskens, zittend, met zijn familie. Hij was burgemeester van1886-1928 (bron: Gemeentearchief Gemert-Bakel)

Den 24 Mei 1922 bezocht ik vanuit Helmond de gemeenten Nunen en Gemert. In de laatste jaren werden door eene bouwvereeniging 12 nieuwe woningen gebouwd; bovendien nog tien woningen met Rijkspremie. Pastoor Poel drijft druk gemeentelijke politiek; hij richtte een kiesvereeniging op, op democratische grondslag, en bracht vijf nieuwe leden in den Raad waaronder een arbeider. Bij volgende Raadsverkiezing gaan er gewis nog een paar oude Raadsleden uit en worden de wethouders dan ook uitgeworpen. Burgemeester Buskens wacht dat liever niet af en wil reeds 1 October van dit jaar heengaan.

Electriciteisbedrijf: het gemeentelijk bedrijf dekte zich. Toen werd besloten ook De Mortel aan te sluiten; dat kost f. 20.000,-. Voorloopig zal men nu op een deficit moeten rekenen; licht 60, kracht 45 cent. Werkeloosheid: op het moment geen eigen werkloozen; daar zijn echter 35 á 40 werkeloozen onder de textiel- en de landarbeiders en de sigarenmakers. Gemeentelijk bezit: bestaat uit 52 H.A. dennebosschen en heide; dit jaar nog 50.000 dennestekjes gezet op ± 4 H.A. De tuinbouwvereeniging: heeft een proeftuin aangelegd; staat onder leiding van Derks, hoofd der school te Mortel. De tuin is eigendom van de vereeniging; de Boerenleenbank schoot het benoodigde geld. Twee boomkweekerijen, vooral veel fruitboomen.

v. Kemenade: staat op failleeren; hij was voldoende vakkundig en werkzaam, maar door de valuta ging de markt te Venlo te niet, en had hij geen afzet meer voor zijn product (groenten). Tonnaer: de rijksontvanger werd naar Den Bosch overgeplaatst. Bijvoet: verloor door den slechten gang van zijn bedrijf duizenden en nogmaals duizenden. De drie hoofdpersonen van de vereeniging “Gemert’s Belang” verdwenen langs verschillende wegen van het tooneel; Gemert’s Belang is dood en begraven.

Gemeente-verslag 1920: het model deugt niet; vele belangrijke zaken, bijv. nijverheid, fabrieken enz. worden heelemaal niet vermeld. Bovendien staan er wel een hoop onbenulligheden in; deswegen den gemeentesecretaris Schafrath ernstig hard gevallen. Onderhoud van de waterleidingen: was bijzonder goed volgens den burgemeester; laat veel te wenschen over volgens wethouder Smulders. Eind van de discussie: er zal een man meer aan gezet worden. Legaat van Cooth: gemeente ontvangt daaruit jaarlijks f. 120; betaalt daarmede het landbouwonderwijs te De Mortel.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: