skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Christian van der Ven
Christian van der Ven Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Christian van der Ven
Christian van der Ven Bhic

De Commissaris van de Koningin over Gilze en Rijen

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 14:48 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Gilze en Rijen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Gilze en Rijen

Den 24n. Juli 1896 bezocht ik de gemeente Gilze-Rijen. Geëscorteerd door velocipedisten en ruiters uit Alfen kwam ik te Gilze aan. Daar wachtte mij eene mannenzangvereeniging op, die mij een welkom toezong, en vervolgens plaats nam in den stoet. Vervolgens ontmoette ik de harmonie, die een stukje speelde en toen al medeging. Op het raadhuis te Gilze vond ik den burgemeester en één wethouder, de andere was ziek. Het college van B. en W. bestaat uit drie oude versleten menschen; tezamen tellen zij 225 jaar.

De audientie was zeer druk bezocht; de geestelijkheid uit Gilze, die uit Rijen en de pastoor van Molenschot kwamen samen binnen; eerst hield de pastoor van Gilze een speech, en marcheerde toen weg met zijne kapelaans; vervolgens deed de pastoor van Rijen hetzelfde. En daarna die van Molenschot. De doctor uit Gilze, de arts Ledel, vroeg om behoorlijk onderhoud van de wegen, en om een anderen burgemeester in de plaats van den tegenwoordigen versleten titularis. Het lid der Staten Mol, kwam zijne opwachting maken. De notaris Schmid vroeg verplaatsing naar Tilburg.

Wildenberg, hoofd der school, vroeg om eene vrije woning; zijne tegenwoordige woning had hij in gemeenschappelijk gebruik met de gemeente, die er raadhuis houdt. De directeuren van zangvereeniging en harmonie kwamen bedankjes halen voor hunnen gezelschappen.

Dankzij de onbeholpenheid van den burgemeester kreeg ik niets van de gemeente te zien, en kreeg ik ook geen kop koffie met een broodje, waarom ik gevraagd had, en dat, niettegenstaande alles klaar stond. De harmonie en de zangvereeniging deden mij uitgeleide tot buiten de kom der gemeente; vier wielrijders uit Alphen escorteerden mij nog tot Rijen. Daar vond ik de harmonie uit Rijen aan het station, om mij nog even eene serenade te brengen. Ontstemd over de houding van B. en W. verliet ik des avonds de gemeente.

Toen ik den 31sten. Juli 1896, na een bezoek te hebben gebracht aan Dongen, door Rijen reed, om te Gilze-Rijen den trein naar Den Bosch te nemen, was, tot mijne niet geringe verbazing, heel Rijen gevlagd, en de bevolking grootendeels op straat, om mij te begroeten. Ook de pastoor was op straat; hij wilde mijn rijtuig nog staande houden, maar ik had geen tijd om hem te woord te staan.

Blijkens het deswege door Klasens uitgebrachte rapport was de administratie van den secretaris, zoowel als die van den ontvanger, redelijk goed in orde; op enkele tekortkomingen werd mondeling de aandacht gevestigd; ik achtte het niet noodig, deswege later nog een brief tot het gemeentebestuur te richten.

Het raadhuis tot 1921, 1918 (RAT)Het raadhuis in Gilze tot 1921, 1918 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Den 4den. Mei 1900 bracht ik weer een bezoek aan Gilze; ik bezocht dien dag eerst Goirle, ontbeet toen te Tilburg, ging toen naar Gilze, vervolgens naar Alphen, daarna terug naar Tilburg, alwaar ik dineerde, om vervolgens daar den trein naar Den Bosch te nemen. Op het Raadhuis vond ik den burgemeester en den wethouder Van Poppel; de wethouder Adriaansen is oud en versleten, en was uit dien hoofde niet gekomen. Van Poppel is een kundig landbouwer; hij is het bekende lid van de commissie voor de stierenkeuring. Hij werd aanvankelijk opgeleid voor R.C. Priester, maar gaf de studie er aan. Hij scheen een zeer ontwikkeld man.

Op mijne audientie verscheen de pastoor van Gilze, een eerbiedwaardig grijsaard, die welhaast 25 jr pastoor te Gilze zal zijn; wij praatten een beetje over alles en nog wat; hij had niets bijzonders te zeggen of te vragen. Daarna verscheen de Heer Gilles, sinds een pr jaar pastoor te Rijen, vroeger secretaris van den bisschop van Breda; hij scheen mij toe een strijdbaar man en een lastig potentaat. Hij wees op de wrijving, die bestaat tusschen Gilze en Rijen, hij klaagde, dat het algemeen armbestuur zijn kapitaal opmaakte en vroeg, wat daartegen te doen was; of de gemeente geen subsidie mocht geven.

Hij vroeg, dat wanneer de Meyerij niet mocht slagen in den voorgenomen aanleg van tramwegen rondom Tilburg, met name in den aanleg van den lijn Gilze-Rijen-Dongen, dat ik dan zou steunen de totstandkoming van een afzonderlijk lijntje Dongen-Rijen; ten slotte vroeg hij, of er geen kans zou zijn om eene subsidie van het Rijk te krijgen voor den bouw eener nieuwe, volgens hem broodnoodige Roomsche kerk te Rijen; als motief voor die subsidie moest gelden, dat wanneer des zomers het kamp te Rijen betrokken wordt, de Katholieke militairen in zijne kerk hunne godsdienstplichten moesten vervullen. Deze pastoor maakte op mij geen aangenamen indruk.

Na de audientie wandelde ik de gemeente rond, en bezichtigde ik de mooie Roomsche kerk, de oudste in den omtrek, dateerende van 900, gerestaureerd door Kuijpers. Het viel mij op, dat de straten zeer slecht onderhouden waren; toen ik daarover eene opmerking maakte werd mij gezegd, dat men er in den laatsten tijd niets aan gedaan had met het oog op den tram, die komen zou; dan moest alles toch weer opgebroken worden. De steenslagweg Gilze-Rijen is in onderhoud bij de gemeente; hij was uitstekend in orde.

De burgemeester Hoevenaars heeft drie zoons; twee zijn Jesuit en werkzaam in Indië; de derde is looier in Gilze. Hoevenaars is na geparenteerd aan den Gedeputeerde Mol; twee geslachten terug huwden een Mijnheer en eene jufvrouw Mol, met eene jufvrouw en een Mijnheer Hoevenaars; sinds anderhalven eeuw zijn die twee stammen in het bestuur van de gemeente; de vader van den Gedeputeerde was burgemeester van Gilze.

Ik wees B. en W. op het ergerlijke feit, dat in 1899 op de 102 geboorten 11 kinderen levenloos werden aangegeven. Omtrent het onderhoud van de Valkenbergsche Ley (quaestie Van der Borch) raadde ik zich tot G.S. te wenden met de vraag, of die sloot, hangende de procedure, in orde mocht gemaakt worden. De arts Ledel was volgens B. en W. een lastig man; hij kwam uit Friesland, kende geen zandwegen en beklaagde zich ten onrechte over het slechte onderhoud der wegen; van gemeentewege krijgt hij slechts f. 50 voor vaccinatie en doodschouw;

het armbestuur betaalt hem visites en medicamenten aan de armen; ten gevolge daarvan zijn de rekeningen dikwijls zeer gepeperd; bovendien worden nu aan het armbestuur rekeningen ingeleverd van menschen, die eigenlijk niet armlastig zijn; deze geheele – naar het oordeel van B. en W. verkeerde – regeling berustte op eene mondelinge afspraak van jaren her. B. en W. zouden gaarne den doctor tegen een vast salaris voor rekening van de gemeente nemen; daardoor zou het armbestuur finantieel weer in goeden doen geraken. Dr. Ledel wilde zich daartoe niet laten vinden.

B. en W. hadden er voor gezorgd, dat ik op het Raadhuis een kop koffie en een broodje kreeg. Heel de gemeente was gevlagd. Zoowel de administratie van den secretaris als die van den ontvanger bleek in goede orde; bemerkingen behoefden niet gemaakt te worden.

Rijen. R.K. Kerk gebouwd in 1905/1906

Den 22 Juni 1904 kwam ik weer in Gilze. Vanuit Breda had ik eerst Dongen bezocht; ik ging later nog naar Alphen, en vertrok vandaar naar Tilburg, waar ik logeerde bij Hegeman. Ik werd ontvangen door Van Poppel met één der beide wethouders; de andere was te oud, en was daarom niet gekomen. Ik verleende audientie aan den pastoor van Gilze, den 81-jarigen pastoor Biestraten (vroeger 20 jr te Ossendrecht, sinds 27 jr reeds in Gilze); en aan den pas benoemden pastoor van Molenschot, den Heer Van Oers. Beide Heeren waren vergezeld van hunne kapelaans.

De pastoor van Rijen is eene nieuwe kerk aan het bouwen en kon daarom niet komen. Kapelaan Stoffelen uit Gilze was vroeger kapelaan te Hoeven; hij had destijds mijne medewerking gevraagd voor het tot stand komen van een harden weg van Hoeven naar St. Willebrord, en kwam mij nu bedanken, dat ik die zaak zoo mooi had helpen tot stand brengen.

Aan het station te Rijen staan groote fabrieksgebouwen, indertijd opgericht door Siebergen, in het belang van zijn lederhandel. Toen Siebergen in 1902 failleerde, leed daardoor de kassier Kerstens uit Tilburg zoo’n zwaar verlies, dat ook hij viel, en met een accoord van 60% zijne crediteuren moest tevreden stellen. Bij Siebergen werkten vele menschen; toen hij fout ging, werden zij broodeloos; dientengevolge moesten enkele huishoudens de gemeente verlaten; thans is men dat ongeluk te boven en gaat de gemeente weer in zielental vooruit.

Van de raadsleden woont Van Arendonck op Molenschot; Adriaansen, Willemsen en Haagh te Rijen; de anderen wonen in Gilze. De belasting in natura (hand- en spandiensten) werkt bijzonder goed; zou dat niet meer het geval zijn, dan zou men die zeker dadelijk intrekken.

De quaestie tusschen Dongen en Gilze, over het onderhoud van den weg te Rijen is – dank de tusschenkomst van v. Schevichaven – gelukkig beëindigd; de weg te Rijen kan nu in goeden staat worden gebracht. Het onderhoud der waterleidingen geschiedt uit eene hand door de gemeente; het werkt zeer goed en kost jaarlijks niet meer dan ± f. 175. De geneeskundige armenverzorging wordt door burgerlijk armbestuur betaald en kost jaarlijks ± f. 700.

De toestand van de behoeftige klasse is zeer gunstig. Twee groote steenfabrieken: een aan de spoorlijn te Dorst, van v.d. Heuvel, en een op den weg naar Alphen, even buiten Gilze, van Botermans. Deze laatste heeft den klinkerweg naar Alphen totaal vernield, ten gevolge waarvan de Provincie een stuk moet vervangen door keibestrating, wat ± f. 17.000 zal kosten. De boterfabriek van Botermans te Gilze is juist omgezet in eene coöperatieve roomboterfabriek; zij werkt zeer gunstig. Er is juist eene aanvrage ingekomen voor den aanleg van een electrische tram van Tilburg over Gilze naar Ginneken. De concessieaanvragers, de ingenieurs Beversen en Van Heurn te ’s Hage, willen vóór alles den paardentram Ginneken-Breda ombouwen in een electrische tram. B. en W. hopen natuurlijk voor Gilze, dat de plannen tot uitvoering zullen komen.

Den 4 Mei 1908 kwam ik weer in Gilze. Het raadhuis is gedeelteijk verhuurd aan notaris Le Maire. In diens salon werd ik door B. en W. ontvangen. Het maakte wel een vreemden indruk, dat hij in zijn eigen huis bij mij op audientie kwam. Verder ontving ik nog den ouden pastoor Biestraten met zijn kapelaans. Biestraten was in 1907 zestig jaar priester; hij werd bij die gelegenheid Ridder in de Oranje Nassau orde en Monseigneur. Het is nog een kras oud heer!

Voor 2 jr vestigde zich eene vroedvrouw in Gilze; verleden jaar een doctor, de Heer Blom. Dr. Ledel heeft dus het Rijk niet meer alleen. De vroedvrouw vertrok voor korten tijd naar Hilvarenbeek. De oude lederfabriek van Siebergen aan het station te Rijen wordt thans door een Belg, Godschalk, een Joodsche Luikenaar geëxploiteerd. Hij betaalt goed, maar is een hond voor het werkvolk, en let heelemaal niet op hun moreel.

De N.V. Elektrische Werktuigenfabriek liet in 1907 een fabriek bouwen in Rijen, 1915 (RAT, 057843)De N.V. Elektrische Werktuigenfabriek liet in 1907 een fabriek bouwen in Rijen, 1915 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Juist aan den grooten Rijksweg tusschen station Gilze-Rijen en Gilze is eene groote fabriek voor electrische werktuigen opgericht; bovendien 10 arbeiderswoningen, terwijl er nog 10 woningen moeten komen; directeur is Van der Heyden uit Leiden; commissarissen Van Bork en Ingenhousz uit Breda. Er moeten meisjes te werk gesteld worden; de pastoor van Rijen tracht dat tegen te houden; als hij zijn verzet volhoudt, dan zullen er meisjes uit Tilburg of Breda gepoot worden. Naar het schijnt zit de fabriek op het oogenblik finantieel vast.

Men is bezig den grintweg tusschen spoorwegstation en Gilze om te bouwen in een steenweg; dit jaar worden er 600 M1 uitgebroken en met keien belegd; in 5 jr hoopt men met dit werk klaar te zijn. Men betaalt alles uit het gewone budget, zonder te leenen. Hand- en spandiensten werken zoo zoo; als men de boeren aan wegen laat werken buiten hunne naaste omgeving, dan voeren ze niet veel uit; als het heele kohier in geld betaald werd (afgekocht werd) dan zou dat f. 800 bedragen.

Van electrische tram Breda Guilze Tilburg komt niets. Toestand arme klasse goed; gedwongen winkelnering nergens. Gemeente gaf f. 300 subsidie voor een wielerpad van Gilze over Rijen naar Dongen; de algemeene Nederl. Wielrijdersbond gaf f. 250; de plaatselijke afdeeling van dien Bond gaf f. 150. Men komt nu echter, nu men het pad aan het maken is, geld te kort.

Maandag, 25 Maart 1912 kwam ik weer in Gilze. Ik ging er per auto heen vanaf het station Gilze Rijen; later bezocht ik nog Tilburg, en ging vandaar ’s avonds naar Breda, alwaar ik, voor het gemeentebezoek, een geheele week bleef. Notaris Le Maire heeft nog steeds het Gemeentehuis in huur; hij klaagt erg, dat het notariaat hem weinig oplevert ± f. 2.500; B. en W. vertelden later, dat zulks waar was, maar dat notaris Le Maire niet geschikt was voor zijn standplaats; hij was een uitstekend mensch en een kundig notaris; maar hij deugde niet voor het platteland; hij was te lang in Den Haag geweest, en had geen tact om met de menschen om te gaan.

De oude pastoor Biestraten leeft nog, en is nog buitengewoon goed bij; hij is nu 88 jr, en maakte mij den indruk, van wel 100 te kunnen worden. In de gemeente wordt hij op de handen gedragen. Pastoor Gilles te Rijen is dood; hij werd opgevolgd door pastoor Van Hooff, een broer van den burgemeester van Standdaarbuiten. De strijd, die pastoor Gilles aanbond, dat er geen meisjes mochten komen op de fabriek van electrische werktuigen van v. Bork en Co. heeft pastoor Van Hooff voortgezet en verloren; Van Bork, die op audientie kwam, vertelde, dat hij thans 15 meisjes uit Rijen op zijn fabriek had.

Dorpsstraat (nu Stationsstraat), Rijen 1910 (57809,RAT)Dorpsstraat (nu Stationsstraat), Rijen 1910 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Te Rijen werd nog eene lederfabriek opgericht, onder directie van Wallemacq; commissaris Ingenhousz uit Breda; tusschen de fabrieken van v. Bork en Wallemacq schijnt een nauwe band te bestaan; Ingenhousz is van beide ondernemingen commissaris. De weg Station Gilze Rijen-Gilze was ellendig; naar de Heeren beweerden was het gedeelte station-Rijen-Dongen thans beter in orde. Men is zeer verheugd, dat de weg Gilze-Bavel-Chaam binnenkort zal tot stand komen. Dr. Ledel is dood; opgevolgd door Dr. Blom; gehuwd met Juffrouw Luyckx uit Nijmegen; zij was tevoren gezelschapsjuffrouw bij de familie Jansen de Horion te Tilburg.

Den 2den. Augustus 1917 kwam ik weer in Gilze; later bezocht ik ook nog de gemeente Dongen. Burgemeester Van Poppel is een baas; hij is een goed burgemeester, maar wil dat gaarne erkend zien; hij voelt zich erg. Door de bijzondere tijdsomstandigheden is hij in allerlei commissies gehaald; hij is daardoor wel wat erg over het paardje gebeurd; zijn wethouders hebben vrijwel niets te vertellen. Toch laat zijn beheer in vele opzichten te wenschen over; in 1912 erkende hij het groote gebrek aan kastruimte ter secretarie; doozen tot berging van materieel kwamen in grooten getale te kort; in 1917 was dienaangaande niets veranderd.

De weg station Gilze – naar de kom was in 1912 slecht; in 1917 ellendig; het lijkt wel een lappendeken, zoo uitgestukt met allerlei materiaal als die weg is. De woningnood is in Gilze buitengewoon groot; er werd deswege eene bouwvereeniging opgericht; en daarbij blijft het: het is zoo duur om thans te bouwen! Reeds vier gezinnen zitten in planken tenten onder een stroodak; v. Poppel vindt dat nog niet zoo heel erg; want de menschen hebben nog een dak boven hun hoofd en zitten nog droog!

In Gilze is een oud gebouw aangewezen tot afzondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten; er is echter niemand, om die menschen te verplegen! Een pr dusdanige lijders werden vervoerd naar het gasthuis te Breda. Dr. Blom-Luyckx is vertrokken; in diens plaats kwam Dr. Hoeks, over wien men goed tevreden is. Veel ziek vee gaat ongekeurd naar Tilburg en wordt daar geconsumeerd. In Tilburg schijnt geen abattoir te zijn.

De fabrieksgebouwen en het kantoor van de N.V. Nederlandsche Stoomlederfabriek in Rijen. Het bedrijf werd in 1906 opgericht. Deze opname is gemaakt kort voor de verbouwing in 1928 (058026, RAT)De fabrieksgebouwen en het kantoor van de N.V. Nederlandsche Stoomlederfabriek in Rijen. Deze opname is gemaakt kort voor de verbouwing in 1928 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Er is veel industrie in Gilze: Twee belangrijke steenfabrieken: v.d. Heuvel en Botermans; Leerlooierij Noordbrabant: Commissarissen Ingenhousz + betaalmeester te Breda; Nederl. Stoomleder fabriek: v.d. Hagen (Waspik Rotterdam) + Belgen; Leerlooierij van Gebrs. van Wezel; idem Firma Theeuwes; idem Mollens (Hilvarenbeek) en van Pelt, een vroegere meesterknecht van

C.L. Bressers; idem Van Ceelen; Een electrische-werktuigenfabriek (vooral telefoontoestellen) van v. Bork, Ribbink en Co.; Schoenfabriek van De Jong; idem Jacobs; idem Schrauwen. v. Poppel heeft bij ondervinding, dat het door de looierijen verontreinigde water geen nadeel doet aan de gezondheid van het vee, dat daarmede gedrenkt wordt.

Den 6den. Mei 1921 kwam ik weer in Gilze; later ging ik nog naar Tilburg. Ter voorziening in den woningnood werden gebouwd 20 woningen in Gilze, 31 in Rijen, 1 landarbeiderswoning. Subsidie werd nog gevraagd in den bouw van 30 arbeiderswoningen, terwijl de aanvrage van 1 landarbeiderswoning nog in behandeling is.

Gilze is geheel gerioleerd; Rijen nog niet. Het rioolwater gaat naar Dongen en ’s Gravenmoer. Als de verontreiniging van de Donge al te erg wordt, dan zal men een drainageveld moeten maken, zooals Tilburg aan de Witsie; de klachten uit ’s Gravenmoer zijn tot nu toe nog niet zoo heel erg. De weg Gilze-Rijen-Dongen is thans heelemaal omgebouwd als keiweg. De weg Gilze-Bavel-Chaam houdt zich goed; de weg naar Bavel is echter nog niet heelemaal bijgereden; bij zware vrachten bewegen de keien nog, hetgeen lastig is voor de paarden. Voor zware vrachten wordt hij dan ook gemeden.

Het drinkwater in Gilze is vrij goed; om die reden besloot men niet mede te doen aan de waterleiding West Brabant. De fabriek van electrische werktuigen werkt gunstig; één concern geworden met Zweedsche fabriek van Ericson. De pastoor van Rijen heeft zijn verzet opgegeven: er werken thans dertig meisjes. Men tracht thans den schadelijken invloed van het werken van meisjes op de fabriek te keeren, door haar niet voortdurend op de fabriek te laten werken: uit hetzelfde huishouden werkt bijv. in 1920 de oudste, en in 1921 de jongste dochter op de fabriek; zoo leeren ze tevens van moeder om het huishouden te doen. In het patronaat krijgen ze naailes, kniples, terwijl daaraan bovendien een kook- en huishoudschool verbonden is.

R.K. kerk en pas verbouwd patronaat te Gilze omstreeks 1925 (057856, RAT)R.K. kerk en pas verbouwd patronaat te Gilze omstreeks 1925 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Gemeente steunt bij werkeloosheid alleen, door het verschaffen van werk; op het oogenblik zijn er nog 6 aan het werk. De geest van het volk is nog tamelijk goed: geen socialisten. De landbouw gaat vrij goed; er zijn weer evenveel koeien, varkens, kippen als vóór den oorlog; het aantal paarden is zelfs grooter. In verband met gewijzigde gemeentewet zal gemeente haar belastingstelsel geheel moeten herzien; de hand- en spandiensten zullen dan wel vervallen. De hoofdelijke omslag zal dit jaar 4% worden; was het vorig jaar 2,70%.

Het electrisch net is juist aanbesteed voor 80.000; men kan rekenen op 600 aansluitingen. Het levensmiddelenbedrijf ging buitengewoon goed; behalve het 1/10 had gemeente geene kosten; gemeente hield integendeel f. 1.200 over, waarvan f. 500 gegeven werd aan patronaat te Gilze en f. 500 aan patronaat te Rijen, terwijl er nu nog f. 200 in kas is.

Naar de vakschool te Waalwijk gaan op het moment geen leerlingen; wel druk bezocht geweest. De landbouwcursus gaat goed; de Hanzecursus werd opgeheven. Notaris Van Liempt heeft een druk kantoor; hij werkt niet af. Hij kocht het huis van Dr. Ledel en werkt daar zelf wat in den tuin; het is te hopen dat hij daardoor zijn herbergbezoek wat zal verminderen: hij drinkt, dikwijls dronken; is daarvoor reeds meermalen voor den Raad van Toezicht geweest.

Den 17 Juli 1925 bezocht ik Gilze en Dongen. Door B. en W. werd ik ontvangen in het nieuw gebouwde Raadhuis, een eenvoudig gebouwtje, links van den weg, aan het begin van het dorp. Het biedt voldoende ruimte voor den dienst, en is als eene groote verbetering te beschouwen. Tijdens ons onderhoud maakte de burgemeester zich vrij wel van het gesprek meester, en vervulden de wethouders v.d. Wildenbergh en Roksnoer vrijwel eene zwijgende rol.

In de behoefte aan woningen wordt thans door het particulier initiatief voldoende voorzien. Van de elf Raadsleden woont er één in Hulten, één in Molenschot, 3 in Rijen en 6 in Gilze; dat is een te weinig voor Rijen. Twee arbeiders, 4 burgers en vijf boeren; er werden 27 stemmen op socialisten uitgebracht.

Zoowel Gilze als Rijen zijn gerioleerd. Voor de zuivering van het vuile fabriekswater te Rijen is men bezig eene zuiveringsinstallatie te bouwen, waarin dagelijks 1.500 tot 1.800 M3 vuil water kunnen gereinigd worden, door het te ontdoen van de grootste hoeveelheid onzuivere stoffen, en deze op tien vloeiveldjes ter gezamenlijke grootte van ± ½ H.A. uit te spreiden ten dikte van ± 0,25 M. en te drogen. Wat men nu met dat product later zal moeten doen, het aanwenden tot bemesting, dan wel er een soort turf, althans een verbrandingsproduct van te maken, zal de toekomst moeten leeren. Het electriciteitsbedrijf gaat goed; het maakte in 1924 een nettowinst van f. 9.000. Er zijn 600 aansluitingen. Twee geneesheeren, een voor ieder kerkdorp; geen vrije artsenkeuze.

Pomp- en putwater goed; daarom niet aangesloten bij de Drinkwaterleiding Mij West Brabant. Van het nut der Gezondheids Commissie is men algemeen overtuigd; de warenkeuring en de vleeschkeuring waren nuttig en noodzakelijk. Werkeloosheid is vrij groot geweest; men had er een tijd lang 40 tot 50. Thans zijn er nog zeven werkeloozen.

Groote complexen, die nog ontgonnen zouden kunnen worden, zijn er niet meer. De daarvoor geschikte gronden – met uitzondering van het vliegkamp te Rijen – zijn in cultuur gebracht. Honig wordt veel minder gewonnen dan vroeger; doordat er bijna geen boekweit meer verbouwd wordt, gaat de bijenteelt sterk achteruit; het bedrijf levert nog al risico op; de honig is niet duur; zelfs in goede jaren de winst niet groot. Belastbaar inkomen bedraagt ruim f. 2.000.000. Opcenten op dividend- en tantième belasting brengen ± f. 1.500 op. Gemeente heeft nooit distributieschuld gehad. De uitvoering van de lager onderwijswet 1920 kost niet heel veel geld.

De industrie gaat niet best; twee groote schoenfabrieken staan wankel. De leerlooierijen maakten in 1924 goede zaken, maar klagen thans ook weer. De landbouw gaat goed; veeteelt – zwart bont vee – idem. De tuinbouw begint zich te ontwikkelen: boontjes, erwten, frambozen, aarbeien en zwarte bessen. Op het moment bezoeken geen leerlingen uit de gemeente de vakschool te Waalwijk.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!