i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Huijbergen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Huijbergen

vertelde op 31 maart 2009 om 16:56 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Huijbergen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Huijbergen

Den vierden Mei 1896 bezocht ik de gemeente Huybergen. Om 6.44 van Den Bosch naar Bergen op Zoom vertrokken, vond ik in laatstgenoemde plaats een rijtuig, waarmede ik over Woensdrecht naar Huybergen reed, alwaar ik te omstreeks 11.15 aankwam. Ik vond den burgemeester (een kras oud heer) en de twee wethouders op het Raadhuis, en onderhield mij met hen ± een half uur lang.

Ik hoorde van hen, dat zij geen belang meenden te hebben bij het eventueel verharden van den weg van Huijbergen door de Wouwsche Plantage naar Wouw en Roosendaal. Ze hadden geene relatie’s met die plaatsen, wel met Bergen op Zoom; ze klaagden zeer over de kosten van onderhoud van hunnen klinkerweg; Huybergen heft nog tol; de opbrengst (van twee tollen) bedraagt zuiver ± f. 400,-; als Huybergen door de provincie de tol had laten afkoopen, zou het jaarlijks ± f. 31,- gekregen hebben. Evenals overal wordt ook hier de klinkerweg veranderd in keiweg. De klinkerweg wordt te veel stuk gereden door de Belgen, die met hun karren met smalle raden, de mast komen halen.

Op mijne audientie verscheen niemand. B. en W. wilden mij een bezoek laten brengen aan een instituut van Broeders, waar ± 150 kostjongens zijn, benevens een 70 weezen uit Breda. Ik voldeed niet aan hun verlangen, maar ging daarentegen met hen de localiteit van de openbare school in oogenschouw nemen, waar wij door het hoofd ontvangen werden, van wien wij ook eenige inlichtingen kregen. Van de school terugkomende vond ik voor het Raadhuis mijn rijtuig staan; ik nam afscheid van den Burgemeester en diens Wethouders, en reed naar Ossendrecht. Van mijn ontvangst te Huybergen was geen drukte gemaakt; geen harmonie, een enkele vlag anders niets.

Het archief, vooral het oud archief, is te Huybergen zeer slecht geborgen; ik verzocht den burgemeester daarvoor te willen zorgen, om het voor algeheelen ondergang te bewaren. Blijkens het door den Heer Klasens uitgebracht verslag, liet het beheer van den ontvanger zeer veel te wenschen over. Hoewel de administratie ter secretarie wat beter was, was het daar toch ook nog niet zooals het zijn moet.

Den 29 augustus 1900 kwam ik weder in Huybergen. Ik reed den klinkerweg van Hoogerheide naar Huybergen, en betaalde twee tollen; de burgemeester Van Agtmaal deelde mij later mede, dat ik geen tol had behoeven te betalen. De heele gemeente was gevlagd.

Men vervangt in den weg Hoogerheide-Huybergen de klinkers gaandeweg door keien; in 1900 besteedde men daarvoor f. 1.200,- en verving 196 M1. Oud archief is door Rijksarchivaris voor ± 2 jr naar ’s Bosch overgebracht zeer ten genoege van den burgemeester-secretaris.

Audientie verleend aan pastoor, die een lange speech hield, oud-pastoor, en rector van instituut; de heeren kwamen tegelijk binnen. Daarna den oud-burgemeester Van Agtmaal ontvangen; deze was pas hersteld van eene zware influenza.

Men verlangt nu sterk naar een harden weg door de Wouwsche plantage; de markt te Bergen op Zoom wordt veel minder; daar komen tegenwoordig veel minder kooplui. Om die reden gaan de boeren van Huybergen thans te Roosendaal ter markt. Ze hebben wel een harden weg via Esschen en Nispen, maar dan hebben ze veel last van de Belgische douanen; het duurt soms meer dan twee uren, dat de karren, van Roosendaal terugkeerende, te Esschen door de douanen worden opgehouden.

Huijbergen, Wouwse Plantage Plantagebaan 232, hotel Dekkers, koffiehuis oorspronkelijk gebouwd in 1911 door Emsens, 1935 (WBA, Gemeentearchief Roosendaal, K21123)De woning van Emsens in de Wouwsche Plantage. In 1935, toen deze foto gemaakt werd, zat hier Hotel Dekkers (Foto: West-Brabants Archief/ collectie: Gemeentearchief Roosendaal)

Ik nam den burgemeester Van Agtmaal in mijn rijtuig en reed met hem langs den bestaanden zandweg, langs “het Hof” (woning van Emsens, electrisch verlicht) naar “Pindorp”, uiterste punt van den verharden weg, van de zijde van Wouw. Ik zag toen, dat Emsens een eigen tramspoor heeft van zijne steenfabriek te Pindorp naar zijne woning, en vandaar weer naar het station te Wouw.

Emsens heeft dus gelegenheid om steenen, hout enz. te vervoeren; hij zou vooral gaarne een harden weg hebben van zijne woning naar het station te Esschen. Aan den thans ontworpen harden weg zou hij eene subsidie van f. 5.000,- willen geven, benevens kosteloozen afstand van den benoodigden grond, omdat die weg dan verder van zijne woning kwam te liggen, en de publieke weg als dan niet meer langs “het Hof” zou loopen.

Bij nadere kennismaking viel de nieuwe burgemeester nogal mede. Aan den te verharden weg door de Wouwsche Plantage liggen onder Huybergen een twaalftal boerderijen en veel bouwland, volgens Van Agtmaal het beste land uit zijne gemeente; onder Wouw liggen langs dien weg voornamelijk bosschen, allen eigendom van den Heer Emsens.

Den 21 April 1904 kwam ik weer in Huybergen; ik was vanuit Bergen op Zoom eerst naar Wouw gegaan; vandaar naar Huybergen; vervolgens liet ik mij te Hoogerheide op den tram brengen naar Halsteren; om ten slotte vandaar per tram naar Bergen op Zoom terug te keeren. Ik verleende audientie aan den Pastoor en aan den Rector van het Gesticht; de Heeren hadden niets te vertellen. Daarna aan de 85-jarigen oud-burgemeester Van Agtmaal, ook deze krasse oude heer had geen nieuws.

Huybergen gaat niet vooruit; de menschen trouwen er niet; in 1902 twee huwelijken op 860 zielen! Bovendien zijn vele huwelijken kinderloos. Gedwongen huwelijken komen er zoo goed als niet voor; onechte geboorten gemiddeld een per jaar. Geen drukte met verkiezingen; het loopt gewoonlijk met candidaatstelling af.

Men is zeer tevreden, dat de nieuwe weg naar Wouw tot stand kwam; men is daardoor in de gelegenheid, om de markt te Roosendaal te bezoeken. Hoewel Roosendaal een half uur verder ligt dan Bergen op Zoom, gaat men veel liever naar Roosendaal; daar komen meer kooplui; daar bedingt men voor zijne producten betere prijzen.

Huybergen besteedde f. 527,75 voor aankoop van gronden voor dien weg; men is zeer verlangend naar de ontvangst van de provinciale subsidie; ± f. 4.500 zullen ten laste van de gemeente blijven. Dr Wouters uit Esschen is belast met de geneeskundige armenpraktijk; nu er te Huybergen pokken heerschen, is er wekelijks gelegenheid tot vaccinatie; anders eens of twee keer per jaar.

Hij wordt niet betaald door de gemeente maar door het Roomsche armbestuur; dat armbestuur moet schatrijk zijn; het zou wel f. 100.000 hebben, terwijl het slechts een pr oude vrouwtjes te verzorgen heeft. Er moeten in Huybergen haast geen armen zijn.

Over den veldwachter is men niet erg tevreden; hij is een goedig oud man, en voert niet veel uit; ik raadde hem op pensioen te stellen, maar daarnaar had men geen ooren. Er is in Huybergen geen liefdehuis; de meisjes die in de buurt van Woensdrecht wonen, bezoeken de bijzondere school te Hoogerheide.

Huijbergen, Door de St. Franciscus Stichting - de Broeders van Huijbergen - werd een lagere- en een kweekschool geëxploiteerd (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001022151) Door de St. Franciscus Stichting - de Broeders van Huijbergen - werd een lagere- en een kweekschool geëxploiteerd (Foto: West-Brabants Archief/ collectie: Foto Archief Bergen op Zoom)

Den 12 Juni 1908 kwam ik weer in de gemeente. Voor mijne audientie hadden zich de pastoor met zijn kapelaan aangemeld; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen. Ook de Rector-directeur van het Groote gesticht, de Heer Van de Poll; deze deed moeite, om mij een bezoek aan zijn instituut te laten brengen; ik bedankte. Er worden ook nu nog weinig huwelijken in Huybergen voltrokken, terwijl bovendien vele huwelijken kinderloos blijven.

De leden van den gemeenteraad wonen nogal door de gemeente verspreid; op het gehucht Overberg wonen er drie; daar liggen de beste gronden en wonen de rijkste boeren. Er is niet veel oud archief; gelukkig, want er is geen gelegenheid om het te bergen; het kleine, slecht gebouwde raadhuisje heeft slechts dunne buitenmuren; de zolder heeft geen beschoten dak; de ruimte onder de raadszaal is geweldig vocht. Tegen het eenige kleine stukje binnenmuur kan men geene archiefkast timmeren, omdat dan de raadszaal te klein is!

Het nieuwe provinciale reglement op de waterleidingen bracht geen verandering in den bestaanden toestand; sinds negen jaren veegt en ruimt de gemeente alle waterleidingen, die op den legger staan. Men heeft nog altijd denzelfden weinig geschikten veldwachter; men heeft geen geld om hem te pensionneeren. Voor enkele maanden is ’s nachts op het Raadhuis ingebroken; men heeft daar alles over hoop gehaald; over het register van huwelijksafkondigingen heeft men een inktpot uitgegoten. Om van de Rechtbank te Breda een vonnis te krijgen tot verbetering van de akten van den burgerlijken stand moest gemeente f. 36,90 betalen.

Men klaagt bitter over de zware onderhoudskosten van de kunstwegen; de gemeente moet ruim 8 K.M. kunstweg onderhouden en is daartoe niet bij machte. Thans was men bezig, om den klinkerweg van Huybergen naar Schoelieberg (waar de wethouder Hoeckx woont) met groote keien uit te lappen! Met B. en W. dat werk in oogenschouw gaan nemen; het zag er erg vreemd uit: klinkers in het paardenspoor en keien in de karsporen; ik kan me niet voorstellen, dat deze manier van straten doeltreffend is.

De bouw van de nieuwe school is aanbesteed; de gunning wacht op de goedkeuring van den Minister; men hoopt, dat die spoedig af zal komen, omdat het seizoen om te bouwen thans zoo gunstig is.

Den 12 April 1912 kwam ik weer in Huybergen; ik reed er vanuit Roosendaal heen; bezocht vervolgens Ossendrecht en Putte, en keerde vandaar naar Roosendaal terug; ik deed ten tocht per auto. Ik verleende audientie aan pastoor Oomen, aan Schrauwen den directeur van St. Marie, en aan den conrector Metsers; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen.

Huijbergen, Wouwse Plantage, 1934 (WBA, Gemeentearchief Roosendaal, K20258)Onverharde weg door de Wouwsche Plantage (Foto: West-Brabants Archief/ collectie: Gemeentearchief Roosendaal)

Groote klachten over het bezwarende van het onderhoud der wegen. Gemeente heeft ongeveer 8.500 M1 kunstweg te onderhouden, waarvan 4.600 M1 klinkerweg en 2.900 M1 keiweg. Dat onderhoud drukt de gemeente zwaar; in 1911 werd 600 M1 klinkerweg uitgebroken en door keiweg vervangen; dat kostte aan de gemeente f. 4.000. Ik passeerde die wegen met mijn auto; ze waren in vrij goeden staat. Men vreest over een jr of vier weer tot eene dergelijke uitgave van f. 4.000 gedwongen te zullen worden; de klinkerweg is absoluut versleten.

Het gaat den menschen in Huybergen niet slecht; armen zijn er niet; het Roomsche armbestuur is zeer rijk; heeft minstens een ton; besteedt ouden van dagen, zieken, weeskinderen. Armoede wordt er in de gemeente niet geleden. Veel rijkdom is er ook niet; de rijkste boer, Backx, zou een f. 35.000 hebben. Er zijn 25 boeren met een of twee paarden; hun bezit wordt geschat op f. 10.000 voor ieder. Verder vele kleinere boertjes.

Ook hier is landgebrek, en wordt de grond duur; dezer dagen werd grond verkocht voor f. 600 per gemet = f. 1.500 de H.A. Er is een roomboterfabriek, een filiaal van de fabriek te Hoogerheid; boeren meenen, dat de melk minder betaald wordt dan elders, en verlaten daarom voor en na de fabriek. Vermoedelijk zal het einde zijn, dat de fabriek wordt opgedoekt. Er zijn in het geheel 265 koeien in Huybergen.

In 1911 trouwden vijf paren; zeer veel huwelijken zijn kinderloos. Wethouder Van Agtmaal ging een proef nemen met het telen van asperges. Sinds de weg naar Pindorp verhard is, gaat men naar Roosendaal; daar is veel handel. In Bergen op Zoom is het een doode boel; daar is niets te doen. De oude versleten veldwachter werd vervangen door een jongen geschikten man.

Huybergen kreeg eene nieuwe school; groot subsidie van het Rijk; mij ontbrak de tijd, die te gaan zien. Mr. Bondam nam voor jaren drie kisten met oud archief mede naar den Bosch; nooit meer iets van gehoord. Genees- en verloskundige hulp wordt verleend door dokter uit Esschen; soms ook door dien uit Hoogerheide.

Den 14den Augustus 1917 kwam ik weer in Huybergen; later bezocht ik nog de gemeente Steenbergen. Nog steeds hetzelfde onmogelijke raadhuisje; het is totaal versleten en niet meer te herstellen. Nogmaals aangedrongen op den bouw van een ander Raadhuis, als men ten minste vast begon met den aankoop van een terrein, waar later het Raadhuis zou gebouwd worden!

De burgemeester is een povere figuur; wethouder v. Agtmaal lijkt mij een flinke man; met hem is wel te praten. Wethouder Backx lijkt mij een knorrige lastige man. Hij is de richard van de gemeente; hij heeft niemand noodig; meent om die reden zich het recht te kunnen aanmatigen, alles voor zijn wil te laten buigen.

Volgens Verdijk is de gemeente-ontvanger een broer van den wethouder v. Agtmaal, vrijwel idioot. Over het algemeen gaat het niet goed in deze kleine landbouwende gemeente; de boerderijen zijn nog hypothecair belast; er zijn misschien geen vier boeren, die vrij zijn. De boeren kregen geen kunstmest; de veehouders geen veevoeder; paardenfokkerij wordt weinig gedreven; dit jaar werden 9 volentjes geboren. De vooruitzichten voor den winter zijn niet best.

Negen boeren met te samen ± 80 koeien, hebben samen eene coöperatieve Roomboterfabriek; zij koopen de verdere benoodigde melk van de andere boeren; zij verwerken de melk van ± 250 koeien tot boter.

Huijbergen, Grensbewaking in de omgeving van Huijbergen, linksonder liggend Bilok uit Roosendaal, ca. 1915 (WBA, Gemeentearchief Roosendaal, 29074D)Grensbewaking in de omgeving van Huijbergen, ca. 1915 (Foto: West-Brabants Archief/ collectie: Gemeentearchief Roosendaal)

Met smokkelen is niet veel geld verdiend; er is wel veel gesmokkeld; maar niet door inwoners van Huybergen. De smokkelaars kwamen van elders. Volgens B. en W. moeten de wegen naar Pindorp, Schoeliënberg en Hoogerheide thans goed in orde zijn. De Belgische geneesheeren blijven ook tijdens den oorlog hunne diensten aan de bevolking van Huybergen verleenen.

Vrijdag, 10 Juni 1921 bezocht ik Huybergen en Rucphen. Hoewel deze kleine gemeente zonder “St. Marie” nog geen 700 zielen telt, wil men daar toch gaarne zelfstandig blijven. Voor eene vereeniging met Hoogerheide voelt men niets; de menschen daar zijn zoo geheel anders, meest polderwerkers.

Als Huybergen met eene andere gemeente moest vereenigd worden, dan zou dat veeleer met Wouw moeten zijn, omdat de menschen in Wouw veelal eenzelfde bestaan voeren als die in Huybergen. Maar Wouw ligt 12 K.M. van Huybergen! Het liefst zou men daarom zelfstandig blijven, ook dan, wanneer dat zou moeten leiden tot verhooging van belasting.

Wethouder Van Agtmaal doet veelal het woord; hij schijnt mij een verstandige geschikte man. Van hem vernam ik, dat in Huybergen de teelt van asperges, aardbeien, frambozen enz. niet tot ontwikkeling kon komen, niettegenstaande de grond zich daarvoor uitstekend zou leenen. Huybergen ligt overal te ver van daan; het kan met de producten niet weg. Daarom ging het den boeren ook minder goed in Huybergen, dan in beter gelegen plaatsen.

Er komt bijv. voor de landbouwvereeniging aan het station Wouw een wagon met kunstmest aan; de secretaris van de landbouwvereeniging (wonende te Wouw) zendt per briefkaart bericht aan de boeren van Huybergen. Wanneer deze dan te Wouw komen om kunstmest te halen, gebeurt het heel dikwijls, dat zij onverrichterzake moeten terugkeeren, omdat de boeren uit Wouw, eveneens leden van dezelfde landbouwvereeniging, den geheelen voorraad reeds hebben medegenomen.

Van St. Marie krijgen de ingezetenen electrisch licht tegen f. 0,75 de K.W.U. Geen woningnood; er staan drie woningen ledig. Gemeente heeft zelve gedistribueerd; heeft daardoor aan enkele artikelen geld verdiend. De heele distributie heeft aan de gemeente geen f. 200,- gekost.

Den 6den Juni 1925 kwam ik weer in Huybergen; later op den dag ging ik nog naar Rucphen. Geen woningnood in deze gemeente; daar staan zelfs enkele woningen ledig. Geen strijd bij Raadsverkiezingen; in den Raad zitten 5 boeren 1 burger en 1 arbeider. Hooge belastingen: 100 opcenten op de Rijksinkomstenbelasting, benevens eene gemeentelijke inkomsten belasting van 3%.

Het Klooster helpt de gemeente in de kosten van het lager onderwijs; het betaalt bij, hetgeen gemeente jaarlijks ten gevolge van de lager-onderwijswet 1920 meer moet betalen dan vroeger. Voor den bouw van een nieuw Raadhuis kocht de gemeente eene bouwplaats aan van 300 M2 voor f. 1.300.

Bij de aanbesteding van het Raadhuis liep de laagste inschrijving te veel boven de begrooting; men durfde het daarom niet te gunnen, en zal later nog weer eens eene besteding houden. Het oude Raadhuis wordt niet meer gebruikt; het is te bouwvallig. De secretarie is thans gevestigd ten huize van den burgemeester. Het oude archief is thans geheel in den Bosch; Mr Bondam haalde eerst drie groote kisten weg; later werd de rest – ook de oude registers van den burgerlijken stand – opgehaald.

De electrische straatverlichting wordt door St. Marie thans geleverd tegen f. 0,65. St. Marie heeft eene Muloschool, waar ± 350 jongens gaan tegen een pension van ± f. 400. Bovendien eene school voor gewoon lager onderwijs voor weesjongens uit het Bisdom Breda; daar gaan ± 100 weesjongens; pension f. 150. De school voor lager onderwijs en de Mulo school zijn twee geheel afzonderlijke inrichtingen.

Er worden ook hier suikerbieten verbouwd; op behoorlijk land van gegoede boeren bedraagt de productie 35.000 K.G. per H.A. wanneer het gewas goed gelukt. De Roomboterfabriek gaat tegenwoordig goed; daar zijn thans 50 boeren aandeelhouder; en bovendien 120 leverancier van melk; dagelijks wordt 7.000 Liter melk verwerkt. Per autobus kan men eens in de week naar Roosendaal, en eens naar Bergen op Zoom; tegenwoordig gaat men het liefst naar Bergen op Zoom.

De eenige harde weg, die de gemeente moet onderhouden, is die van Huybergen naar Plantage, ter lengte van ruim 1.600 M1. Hoewel het een keiweg is, kost het onderhoud nogal wat; de ondergrond deugt niet; de keien zijn wat klein. De weg wordt nogal eens uit elkaar gereden; dan zakken de keien in het zand weg, en moet de weg herstraat worden.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: