skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

De Commissaris van de Koningin over Leende

BHIC
BHIC Bhic
vertelde op 1 april 2009 om 14:39 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Leende te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Leende

Den 27sten. Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente; ik reed van Helmond over Lierop en Someren naar Heese, ontbeet daar in de herberg van “Ciska” van den Berg, ging vervolgens naar Leende, en liet mij ten slotte te Budel op den trein brengen naar Roermond. Op het Raadhuis (waaraan enkele versieringen waren aangebracht), vond ik den burgemeester met den geheelen Raad; ik zat met die boeren wat te praten.

Op mijne audiëntie verschenen pastoor en kapelaan; het hoofd der school, dat mij mededeelde, dat men voor eenige jaren hem had willen dwingen om heen te gaan, omdat hij f. 800,.- salaris had, en men meende voor f. 700,- een schoolhoofd te kunnen krijgen; dat men de meest onaangename middelen had gebezigd om hem maar kwijt te raken, en dat zulks had geduurd, totdat het raadslid, dat dien strijd begonnen was, en bereids twee andere raadsleden op zijn hand had, overleden was. Nu was die strijd gelukkig uit, en had hij een rustig en gelukkig bestaan als hoofd der school te Leende.

Een zekere Van Engelen kwam klagen over den winkel van den onderwijzer Verra; ik zeide hem, dat hij zich schriftelijk tot Gedeputeerde Staten moest wenden. Later besprak ik die klacht met de verschillende raadsleden; ik kreeg toen den indruk, dat er niet ten onrechte door v. Engelen geklaagd werd; het heette, dat de winkel gedreven werd door een zwager van Verra. Maar die zwager is koperslager, ongehuwd, en woont bij Verra in, terwijl de vrouw van Verra in den winkel bedient.

Ik gispte nog de wijze, waarop de meer gefortuneerden in den hoofdelijken omslag werden getroffen; van iemand, die volgens den Raad f. 2.000 inkomen heeft, meent de Raad, dat hij nog wel meer zal hebben; om die reden wordt hij aangeslagen alsof hij f. 4.000,- inkomen had. Ik zeide aan de Raadsleden, dat het m.i. de beste manier was, om alle gefortuneerden de gemeente uit te jagen, en toestanden te krijgen, zooals bijv. het platteland van Friesland te zien geeft. Trouwens, de Raad zelf had mij reeds van te voren meegedeeld, dat de hoogstaangeslagenen, de eene voor en de andere na, successievelijk de gemeente metterwoon verlieten.

De indruk, dien ik van den burgemeester kreeg, was slechts matig, ik zou niet durven zeggen “redelijk goed”. De administratie van Leende laat nogal wat te wenschen over: van enkele vergunningen werd het recht eerst den 3den Mei betaald. De ontvangsten wegens hoofdelijke omslag, hondenbelasting, schoolgelden enz. waren rechtstreeks collectief in het journaal geboekt. Er was geen notulenregister van Burg. en Weth. Er was geen alphabetische klapper op het bevolkingsregister. De rechten, verschuldigd wegens verrichtingen van den ambtenaar van den burg. stand werden om het jaar verantwoord in plaats van om de drie maanden. Er waren geene schutterijregisters, zoodat inschrijving, loting, opmaken der schuttersrollen enz. niet schijnt plaats te hebben. De inkwartieringslijst was niet herzien. Er was geen register van aanvragen en beschikkingen volgens de hinderwet. De Politieverordening dagteekent van 1882. Aan art: 14 der veiligheidswet was geen uitvoering gegeven; er was althans geen aanteekening gehouden van de opgaven, volgens art: 13 aan den Inspecteur te zenden.

Den 15 Mei 1902 kwam ik weer in Leende. Ik reed van Helmond over Mierlo en Geldrop naar Heeze, alwaar ik weer in de herberg van Ciska van den Berg ontbeet; vervolgens naar Leende; en vandaar over Heeze en Geldrop naar Eindhoven. De sigarenfabrikanten van Best uit Valkenswaard begonnen aanvankelijk hunne zaken in Leende. Zij hadden daar eene fabriek met ruim 60 sigarenmakers. Voor ± 20 jaren, verkochten, na het overlijden van Joannes van Best, diens erven hunne fabriek aan de Heeren De Wit en Lurmans. Deze schenen echter voor de zaak minder geschikt; zij konden niet met het volk omgaan; de zaak verliep. Thans werken ze nog met 4 man.

Boerderij te Leende (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)Boerderij te Leende (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)

Het gaat den boeren goed; ze trouwen nogal; twee roomboterfabrieken met respect. 250 en 180 koeien. Enkele boeren maken nog zelf boter; sommigen, omdat ze vroeger bij eene roomboterfabriek waren aangesloten, quaestie kregen en er af gingen; ze zouden er nu wel gaarne weer bij willen, maar zouden dan f. 10,- rouwgeld per koe moeten betalen, en daar zien ze tegenop. Men koopt veel kunstmest; gemiddeld voor f. 400,- ‘s jaars. In het najaar slakkenmeel en karniet voor het weiland; slakkenmeel op de rogge. Per H.A. weiland zal men, behalve de stalmest voor f. 12 kunstmest gebruiken. Op de rogge gebruikt men kunstmest met stalmest, omdat dan de rogge niet legert; het stroo wordt even lang als bij het gebruik van stalmest alleen, maar is stijver.

Men roemt zeer den goeden geest van de bevolking; de menschen zijn nog eenvoudig; wat de knechts en meiden op hun loon overhouden, geven zij af aan hunne ouders, ofwel ze beleggen het. Het loon opmaken doen ze geen van allen. Als de menschen trouwen, dan beginnen ze als kleine boeren, met eene koe en een pr varkens; ze beginnen dan gewoonlijk met bij de boeren nog op daggeld te gaan.

Op de gewone boerderijen worden meestal 4 à 5 koeien en een paard gehouden. Met de ondermelk, die van de fabriek terugkomt, worden kalveren gemest. De Joden zijn – dank het optreden van den Boerenbond – geen baas meer over de kalvermarkt. Hoewel de kalveren, met ondermelk gemest, van inferieure qualiteit zijn, maken de boeren voor die kalveren thans betere prijzen dan vroeger voor de dieren, die uitsluitend room kregen.

De boeren koopen in den regel merriepaarden; valt het dier niet mede, dan zetten ze er een hengst op en verkoopen de merrie drachtig; dan raken ze het paard gemakkelijker kwijt, en verdienen er nog aan. Dat zij onder deze omstandigheden er niet aan hechten, wat voor hengst de merrie dekt, spreek wel vanzelf. Er wordt veel stroo verkocht voor de stroohulzen fabrieken; vooral wanneer het stroo zoo duur is als thans, f. 14 à f. 15 de duizend pond. Men ziet er dan voordeel in om het stroo van de hand te doen, en voor de opbrengst kunstmest te koopen.

Dr. B. Dagevos, 1925 (bron: HKK Weerderheem)Dr. B. Dagevos, 1925 (bron: HKK Weerderheem)

Van de leden van den raad wonen er twee, onder wie de burgemeester, in de kom; in Oosterik wonen er drie, onder wie een wethouder; in Leenderstrijp twee, onder wie ook een wethouder. De secretaris is lui en levert slecht werk; iemand die inlichtingen wilde hebben uit de oude registers van den burgerlijken stand (de Heer Wildeman te ’s Hage) schreef herhaaldelijk aan den secretaris, maar kreeg zelfs geen antwoord; hij riep ten slotte mijn tusschenkomst in. Over dat geval gispte ik den secretaris, en gaf hem tevens te verstaan, dat het secretariewerk er zoo bedroevend slecht uitzag. Ik deelde dat ook mede aan den burgemeester en aan de wethouders.

De burgemeester maakt een onaangenamen indruk; of zulks vooral aan verlegenheid moet worden toegeschreven durf ik niet te beoordeelen. Hij praat geaffecteerd doet niets dan buigen, en stelt zich aan. De geneeskundige dienst wordt waargenomen door Dr. Dagevos uit Valkenswaard; men is over hem zeer tevreden.

Toen ik den 2 Juli 1903 in Oerle kwam, ontving ik daar in audientie den Eerw. Heer Goossens, eertijds kapelaan in Leende. Deze vertelde mij, dat Burgemeester Notten met alle winden meewoei. Toen er bij een hevigen brand 20 huizen met stroodaken in de vlammen opgingen, kwam er eene politieverordening, dat de huizen in de kom met pannen moesten gedekt worden. De eerste woning, die toen gebouwd werd, was van een van de wethouders; die woning werd weer met stroo gedekt!

Den 10 Mei 1905 kwam ik weer in Leende. Ik had tevoren Budel, Soerendonk en Maarheeze bezocht. Per trein was ik van Eindhoven via Neerpelt naar Budel gegaan; per trein keerde ik van Valkenswaard naar Eindhoven terug. Ik verleende audientie aan pastoor Essens; deze kwam mijn hulp vragen om finantieelen steun te verkrijgen voor het herstel van den kerktoren. Omtrent de geschiedenis van dien toren vertelde hij mij, dat de adellijke zusters (een stift voor adellijke dames) van het Keizersbosch (Belgisch Limburg) voor 1/3 eigenaressen waren van de tiende van Heeze en Leende; op haar rustte tevens de verplichting, om uit opbrengst van die tiende toren en kerk te onderhouden.

De kerk van Leende, 1730 - 1760 (tekenaar: Jan Beijer, bron: RHCe)De kerk van Leende, 1730 - 1760 (tekenaar: Jan Beijer, bron: RHCe)

Omstreeks 1794 verkocht het stift die tiende met de verplichting tot onderhoud van kerk en toren aan van Oorschot c.s. te ‘s Bosch (Sassen, den vader van Napoleon Sassen, Plateel, dominee te Bladel enz.), en zulks met toestemming van de Bataafsche Republiek. v. Oorschot c.s. verwaarloosden het onderhoud, en werden toen door het kerkbestuur deswege in rechten aangesproken. Omstreeks 1833 werd de procedure met eene dading beëindigd; het kerkbestuur krijgt de tiende terug met de verplichting tot onderhoud van kerk en toren.

Omstreeks 1848 weigerden de boeren om tiend te betalen; de bisschop eischte van de boeren dat zij tiend zouden geven, op straffe, dat ze anders in de biechtstoel niet zouden geholpen worden. Daardoor maakten de geestelijken zich gehaat; omstreeks 1853 verkochten zij de tiend weer, maar thans zonder de verplichting tot onderhoud van toren en kerk, welke verplichting nu aan het kerkbestuur verbleef.

De toren stond in 1904 op instorten; als hij valt, dan gaat een groot gedeelte van de kerk mede; het kerkbestuur verwerkte in 1904 ± f. 9.000; er moet echter nog f. 35.000 verwerkt worden; zooveel geld heeft de kerk niet; de pastoor hoopt die som van Rijk, Provincie enz. te krijgen, en vraagt mijn steun voor zijne aanvrage bij de staten, om eene subsidie van f. 1.000 gedurende drie jaren.

Omdat volgens den volksmond de toren eigendom van de gemeente is, heb ik zoowel aan den Pastoor als aan het gemeentebestuur in overweging gegeven, om alle onzekerheid in deze weg te nemen, door, voor zooveel noodig, den toren nog aan de kerk over te dragen.

Veel jonge menschen, ook vele huishoudens, gingen als schoenmaker, maar vooral als sigarenmaker, de gemeente uit; vandaar, dat er zoo weinig getrouwd wordt, en dat er in 1903 slechts 3 huwelijken gesloten werden. Secretaris Dijkhoff, op wiens werk in 1902 zooveel aanmerkingen vielen, is weg; in zijn plaats kwam eerst, als waarnemend, Fleskens uit Geldrop. Deze maakte de secretarie in orde; toen kwam Vogels, de zoon van den wethouder uit Tongelre. Aanvankelijk onder leiding van Fleskens, maar nu sinds een jaar geheel zelfstandig, houdt hij de secretarie goed in orde, zoodat de secretarie in Leende veel beter in orde was dan die van Budel, Maarheeze en Soerendonk.

Er bij B. en W. sterk op aangedrongen, om toch eene regeling te treffen omtrent de gronden van Leender Strijp en Oosterik; door overreding en overtuiging moeten de menschen er toe gebracht worden, om die waardevolle bezittingen behoorlijk te exploiteeren. B. en W. er op gewezen, hoe wenschelijk het is, dat het onderhoud van alle waterleidingen in ééne hand komt, nl. in die van de gemeente. De toestand van de armenklasse is gunstig; zoowel het algemeen armbestuur als het R.C. parochiaal armbestuur beschikken over voldoende eigen middelen.

De sigarenfabriek van De Wit en Lurmans is teniet gegaan; Lurmans is uit de zaak getreden; De Wit heeft geen werkvolk meer; hij drijft met zijn zoon een commissiehandel in sigaren; samen maken ze ook nog sigaren. Gebrs. Van Best uit Valkenswaard hebben sinds kort in Leende een huis gehuurd, en zijn daar met 8 man een kleine sigarenfabriek begonnen. Als ze meer werkvolk kunnen krijgen, dan zullen ze zich wel uitbreiden.

Het restaureren van Petrus Banden kerktoren, 1905 (Streekarchivariaat Peelland, bron: RHCe)Het restaureren van Petrus Banden kerktoren, 1905 (Streekarchivariaat Peelland, bron: RHCe)

Den 14 November 1905 kwam ik weer in Leende. Per spoor van Roermond naar Budel; per rijtuig vandaar eerst naar Maarheeze en dan naar Leende. Per spoor terug van Aalst-Waalre (om niet zoo lang te Valkenswaard aan het station te moeten wachten reed ik door naar Aalst-Waalre) naar Den Bosch. Ik moest om Maarheeze dien kant uit; anders zou ik niet naar Leende zijn gegaan.

Ik verleende audientie aan den pastoor, die mij kwam bedanken voor mijn hulp in zake subsidie voor zijn toren. Met B. en W. ging ik den toren kijken; die ziet er bepaald bedroevend uit. Sinds een half jaar wordt er niet meer gewerkt, omdat het geld op is. Alles staat gestut en geschoord. Uit de verte maakte het den indruk, alsof de toren op stelten staat. Omtrent de afdeeling Leender Strijp vernam ik, dat die bestaat uit ± 55 gezinnen. Deze bezitten gezamenlijk ± 24 ½ H.A. Dat land wordt gebruikt om oer te steken, strooisel te halen enz. Het brengt dus zoo goed als niets op, terwijl het prachtige grond is.

Volgens den burgemeester (op gezag van de Heide Maatschappij) zou, als men f. 100. per H.A. wilde besteden om alles aan te leggen en in orde te maken, in één jaar die uitgave terug gewonnen worden. De rechthebbenden willen er echter niets van hooren, willen zich niet laten overreden en overtuigen, en zoo blijft alles bij het oude.

De Afdeeling Oosterik telt 90 gezinnen. Deze hebben recht op de helft van 230 H.A. grond; de andere helft behoort aan het gemeentebestuur van Heeze. Die 230 H.A. liggen geheel onder Leende. Het bestuur wordt gevoerd voor Heeze door het gemeentebestuur, en voor de Afdeeling Oosterik door drie rotmeesters, tot wederopzeggens toe benoemd door den Raad van Leende. De opbrengst bestaat in plaggen.

De rotmeesters en het bestuur van Heeze overleggen samen, welk deel jaarlijks zal worden afgeplagd. Ieder krijgt dan de helft, bij loting; Heeze legt zijn aandeel in kavels, en verpacht die onder de inwoners van Heeze; de Rotmeesters van Oosterik leggen hun aandeel eveneens in kavels; ieder gezin krijgt dan eerst een kavel (bij loting); iedere kavel brengt van 4 tot 8 paards vrachten op; van iedere paards vracht kan een gezin ± 14 dagen stoken, terwijl de asch, door de stalmest gemengd, zeer waardevolle bemesting is voor het grasland. Iedere paards vracht kan f. 1,50 tot f. 2,- waard zijn. Wat de rotmeesters overhouden, nadat de 90 kavels verdeeld zijn, wordt eveneens publiek verpacht; dat brengt jaarlijks f. 50 à f. 60 op, juist voldoende, om wegen en waterleidingen te onderhouden.

Eene derde Afdeeling is “Leenderstraat”; deze bezit ± 9 H.A. grond, gelegen tusschen Leende en Maarheeze; die grond, schaarhout, heide en water brengt nagenoeg niets op.

Den 8 Mei 1907 kwam ik weer in Leende; van station Valkenswaard reed ik er in een half uur heen; de afstand is 6.5 K.M.; ik bezocht denzelfden dag ook nog Maarheeze. Pastoor Essens kwam zijne opwachting maken; hij is nog steeds erg dankbaar voor de steun, hem verleend met zijn kerktoren; als men nog drie maanden gewacht had, had de toren er gelegen; was de toren gevallen, dan was de helft van de kerk mee gevallen.

Vóór mijn vertrek ging ik met B. en W. den toren bekijken; het werk is thans afgeloopen; de toren is geheel hersteld; de steigers en stutbalken zijn weg. De muren en plafonds van de kerk zijn vreeselijk gescheurd en gebarsten; alles is weer uitgevoegd en aangesmeerd; blijkbaar werken de muren dus niet meer, en schijnt de herstelling dus geheel afdoende te zijn geweest; het heeft 35 mille gekost. De quaestie of de toren van de kerk of van de gemeente is, is nog altijd niet opgelost; het is misschien nog maar het beste, dat in die zaak niet meer geroerd wordt.

De administratie ter secretarie was nog redelijk goed; maar toch niet zoo goed als in 1905, en ook niet zoo goed als bijv. in Maarheeze. Men heeft eene verordening tegen de nonvlinderplaag in het leven geroepen; maar men heeft nog geen nonvlinders in de gemeente gezien. De loonen in Leende staan nog laag; van de vele sigarenmakers bijv. is er niet een, die f. 1,- daags kan maken. De bevolking schijnt erg religieus te zijn; volgens den pastoor waren er op dit moment negentig personen uit Leende religieus (priester, frater, broeder, non).

De afdeeling Strijperstraat laat 1 H.A. broekgrond door Heide Maatschappij aanleggen tot haverland, en daarna tot grasland; dat zal f. 250 kosten. Slaagt deze proef, waaraan volgens de ambtenaren van de Heide M. wel niet te twijfelen valt, dan zullen de volgende 25 H.A. communaal bezit in cultuur genomen worden.

Wethouder Simkens had gestroopt met zijn machtiging om schadelijk gedierte te schieten; de machtiging was ingetrokken; hij was daarover maar half te spreken. Wethouder Bax, wonende te Leenderstrijp, maakte een aangenamen indruk.

Den 28 Maart 1913 kwam ik weer in Leende; ik reed er per auto vanuit Helmond heen en bezocht denzelfden dag nog Nunen en Lieshout. Er is gebrek aan woningen; geraden eene vereeniging op te richten in het belang der volkshuisvesting. Men wil het heerlijk jachtrecht van Bn. v. Tuyll aanvechten, door een broodjager permissie te geven om te jagen; zulks sterk ontraden; wil men het jachtrecht aanvechten, dan moet men den koninklijken weg behandelen, en eene civiele procedure beginnen; dit ligt echter minder op den weg der gemeente, dan op dien van den Boerenbond.

Burgemeester is begonnen een inventaris van het nieuwe archief te maken. Voor de waterleidingen wordt goed gezorgd; als tram naar Budel klaar is, en men goedkoop sintels aangevoerd kan krijgen, zal men eerst recht beginnen met de verbetering der landwegen. Er komen steeds meer groepstallen; er zijn er thans wel 25.

Leenderstrijp (bron: RHCe)Leenderstrijp (bron: RHCe)

Er zijn groote moeielijkheden ontstaan, doordat men voor 50 gezinnen in Leender Strijp een eigen school wil hebben, en de raad tot de oprichting daarvan besloot. Wethouder Godschalcx is bierbrouwer; doordat hij tegen die school stemde, verloor hij de 4 kasteleins uit Strijp als klant. wethouder Backx is voor die school; hij wond zich daarbij zóó op, dat een gesprek over andere gemeente-aangelegenheden niet mogelijk bleek; ik kon hem geen hoop laten op de vervulling van zijne wenschen. Voor den burgemeester is die schoolquaestie eene onaangename moeielijke zaak, welke hem veel van zijn invloed zal kosten.

Baron Van Tuyll verkocht vele gronden onder Leende; 1o. 1.500 H.A. aan den Heer de Pélichy te Gits bij Brugge; die gronden zijn nog niet ontgonnen; wel zijn er lupinen gezaaid, en kweekbedden aangelegd; 2o. 600 H.A. aan den Heer Mullie te Brussel; deze verkocht die gronden weer aan een anderen Belg; deze begint dit jaar te werken, en laat alles door Heide Mpij. In orde brengen; 3o. 200 H.A. onder Heeze aan den heer Mullie te Brussel; deze heeft die gronden in cultuur gebracht.

Den 30 Juli 1918 bezocht ik per auto de gemeenten Leende en Nunen. De partijstrijd, ontstaan ten gevolge van de schoolquaestie te Strijp, bestaat niet meer, sinds te Strijp door de ingezetenen eene bijzondere school werd gebouwd. Die school staat onder het bestuur van de ingezetenen; de pastoor heeft er niets aan te zeggen. Ten gevolge van den strijd verloor Godschalx zijne wethoudersplaats; hij werd in 1917 weer als wethouder gekozen.

Godschalx is bierbrouwer; ten gevolge van de tijdsomstandigheden moest zijne brouwerij stopgezet; hij bouwde die toen om in eene groentendrogerij; maar nu kan hij geene groenten krijgen om te drogen. De Heeren meenden – Godschalx zelf was niet gekomen – dat Godschalx op zeer zware lasten zat, en dat het hem wel heel moeielijk zou vallen, het hoofd boven water te houden.

Van de 25 H.A. van Leender Strijp werden door de Heide Maatschappij 4 H.A. ontgonnen. Het is weggegooid geld; er kwam niets van te recht; de moer zit 1½ à 2 M. dik; als men die eruit haalt, dan krijgt men een waterplas. Het eenige wat men kan doen – volgens B. en W. – is, het wilde bandhout dat er thans groeit, uitrooien, het terrein egaliseeren en met kunstmest behandelen om er natuurweide van te maken; maar daar krijgt men nog eene minderwaardige weide.

Leenderstraat (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)Leenderstraat (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)

De 230 H.A. van Oosterrik liggen tusschen Leende en station Sterksel; het is beste grond; wel f. 500,- de H.A. waard. Men kan die terreinen niet exploiteeren, omdat er 200 diverse gerechtigden zijn; de bewoners van Leenderstraat hebben het recht om op Maandag en Dinsdag hun hoornvee daar te laten weiden; terwijl de bewoners van de Afdeeling Oosterrik, en het gemeentebestuur van Heeze – zooals vroeger beschreven – recht hebben op kavels turf. Salomo’s wijsheid zal noodig zijn, om hier eene allen bevredigende oplossing te vinden.

Ook deze gemeente is toegetreden tot de subsidieregeling voor de werkeloosheidsverzekering (K.B. Dec. 1916).

Den 16 Mei 1922 bezocht ik per auto vanuit Helmond Leende en Mierlo. De toename van de bevolking verklaarde de burgemeester door de mededeeling, dat de Duitsche paters en fraters welke aan de Achelse Kluis tehuis behooren, officieel sinds den oorlog niet in België mogen vertoeven. Ze worden daarom in Leende ingeschreven en wonen zoogenaamd op de Kluissche hoef; in werkelijkheid echter in het trappistenklooster te Achel.

Volgens B. en W. zijn er in Leende geen partijschappen; de ruzie over de school te Leender Strijp werkt gelukkig niet meer na. Maar Pastoor Steenbekkers is een bijzonder lastige man, die met iedereen ruzie maakt. Hij kan zich dat veroorloven, doordat Leende eene door en door Katholieke bevolking heeft en zijn optreden daardoor niet tot ongelukkige gevolgens leidt.

Zoo vond hij het goed, om een preek te houden tegen den burgemeester; dat duurde zoo lang, totdat de gemeente door schuifelen en hoesten hem dwong om uit te scheiden. Zoo maakt hij ruzie met wethouder Van Mierlo, die voorzitter van den Boerenbond en van de R.K. Kiesvereeniging is. Hij dreigde hem, het patronaatsgebouw voor zijne vergaderingen niet langer beschikbaar te stellen.

Het marktplein met de kiosk (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)Het marktplein met de kiosk (bron: HKK De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten)

Zoo maakte hij ruzie met de zusters uit het klooster; het liep zoo erg, dat de zusters de gemeente zouden verlaten hebben, wanneer de pastoor niet op het laatste moment had toegegeven. Zoo maakte hij ruzie met eene brave juffrouw, die steeds in de Meimaand voor de bloemenversiering van het Maria-altaar zorgde. Zoo maakt hij thans weer ruzie met de gemeente, over de beplanting van een klein marktpleintje, waarop de muziekkiosk staat. Het schijnt een onmogelijke man.

De genees- en verloskundige praktijk wordt uitgeoefend door Dr. Dagevos uit Valkenswaard. Men betreurt het, dat men geen eigen vroedvrouw heeft; die was er wel noodig. Om de kosten van de school te Leenderstrijp te dekken, werd aan de stoomzuivelfabriek aldaar een coöperatieve winkel verbonden, in hoofdzaak van kruideniers waren, koloniale en grutterswaren. Leende sloot bij de PNEM aan en bouwde een distributienet; het net is klaar, maar stroom wordt nog niet geleverd. Men had er op gerekend, tegen den 1 April in bedrijf te komen.

Den 21 Juni 1928 bezocht ik de gemeenten Leende en Mierlo. De oud-onderwijzer Verra is lid van den Raad geworden; hij is lastig en altijd in de oppositie. Hij kwam ter audientie om de arbitrale uitspraak in zake het cijnsgoed met mij te behandelen, omdat hij zich daarmede niet kon vereenigen. Ik heb geweigerd hem daarover te woord te staan: beide partijen hadden gevraagd om eene bindende arbitrale uitspraak.

De betrokken arbitragecommissie had, na bestudeering der zaak, die uitspraak gedaan; daarmede moest de zaak uit zijn. In het belang van rust en vrede in de gemeente heb ik hem geraden, deze aangelegenheid verder te laten rusten; het kan tot niets leiden, de oude koeien weer eens uit de sloot te halen. Daarom moest ik bezwaar maken met hem ter zake in discussie te treden.

In verband met het Rijkswegenplan komt er misschien eene nieuwe verbinding van Eindhoven naar Leende: Smits van Oyen vader en zoon, Van Tuyll Geldrop, Van Tuyll Heeze, Van Aalst (als opvolger van De Marez Oyens) en Koster (uit Aalst-Waalre) boden aan het Rijk den benoodigden grond aan voor een weg van 24 M. breedte; dan zou de bestaande weg Eindhoven-Geldrop-Heeze-Leende, die veel te smal is, niet verbreed behoeven te worden.

Vroedvrouw kost f. 2.000. Wit-Gele Kruis subsidieert gemeente met f. 730. In Heeze en Sterksel heeft zij nog een zeer goed betaalde praktijk; in Leende bewijst zij hare diensten gratis.

Reacties (2)

William Vromans zei op 28 augustus 2019 om 22:40
Zeer interessant om de omstandigheden van mijn geboortedorp te lezen. Dit mag vaker gebeuren....
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 augustus 2019 om 11:59
Bedankt William, als we zouden kunnen, gaven we de complimenten door aan de Commissaris zelf ;) Maar wat leuk dat je hier laat weten zijn bijdragen zo te waarderen. Nog veel nieuws opgestoken over je geboorteplaats?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!