i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Linden
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Linden

vertelde op 1 april 2009 om 14:44 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Linden te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Linden

Den 12den. Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente; ik was van Beugen-Kruispunt gereden naar Haps, St. Hubert, Wanroij, Mill en Beers; vandaar reed ik naar Groot Linden; vervolgens naar Klein Linden, waar het gemeentehuis staat; en vandaar naar de halte Katwijk. Op de grens van Beers en Linden vond ik Vos, den burgemeester van Linden. Ik zette hem in mijn rijtuig; we reden toen door Groot Linden; op de grenzen van Groot en Klein Linden vond ik het hoofd der school uit Klein Linden met al zijn schoolkinderen (23 jongens; de meisjes bezochten de bijzondere school te Cuijk).

Dat schoolhoofd hield een zeer goede speech; liet zijn kinderen een liedje zingen, en plaatste zich toen met zijn jeugd voor mijn rijtuig; zingende kwamen de kinderen met mij op het gemeentehuis te Linden. Daar vond ik de twee wethouders, Gerrits en De Wildt. Met hen en den burgemeester zat ik wat te praten. Ik kreeg van hen geen prettigen indruk; zuinig, gierig, koppig, echte Maaskanters!

De kerk te Katwijk, ca. 1910 (Frans van Kempen)De kerk te Katwijk, ca. 1910 (Frans van Kempen)

Op mijn audientie kwam de pastoor van Klein Linden (die van Groot Linden was voor zijne gezondheid op reis); deze is sinds 1880 te Linden; te Klein Linden bestond eertijds eene hulpkapel, bediend vanuit Cuijk. De pastoor kreeg in opdracht eene parochie te stichten. Hij deed dat en bouwde kerk en pastorie te Katwijk en brak de hulpkapel te Klein Linden af. Dat werd hem gruwelijk kwalijk genomen, en eerst na jaren begon dat wat te slijten.

Hij klaagde zeer over het karakter der bewoners; het waren echte Maaskanters, stijve, stugge, koppige boeren, met wie niet viel te eggen of te ploegen. Hij hield zich buiten alle quaesties omtrent dijken, polders, ruzies tusschen Groot en Klein Linden enz. Hij was boos op den burgemeester, dat er niets gedaan was om mij feestelijk te ontvangen. Het schoolhoofd te Klein Linden handelde op eigen initiatief.

Het hoofd der school te Groot Linden klaagde over zijne slechte woning; hij had f. 750,- tractement, en was verbonden aan de normaalschool te Grave, waarvoor hij f. 300,- en f. 75,- reiskosten genoot. Het hoofd der school te Klein Linden hing treffende tafereelen op omtrent te Linden bestaande toestanden, en beklaagde zich bitter over de wijze, waarop hij door het gemeentebestuur behandeld werd; hij heeft mij dat later omstandig geschreven. Hij vertelde, dat de boerenzoons, zoals overal, eene eerewacht hadden willen vormen, maar dat de burgemeester het verboden had. Hij is minimumlijder.

Het tractement van den veldwachter is onvoldoende; hij moet behalve zijn gewonen dienst, des winters nachtwachtdienst doen, tegen f. 0,50 per nacht. Vooral dat laatste is meer dan erg. Burgemeester Vos is secretaris, en laat het werk ter secretarie verrichten door den minderjarigen zoon van den wethouder De Wildt; deze schijnt niet bekwaam noch berekend voor zijn taak. De administratie laat veel te wenschen over; het inschrijvingsregister voor de militie, lichting 1898 was niet voorloopig gesloten; de witte vakken in de akten van den burgerlijken stand waren niet aangestreept; de heele administratie zag er beroerd uit, vooral de bevolkingsregisters; deze zijn alphabetisch aangelegd, zonder dat onbeschreven bladen zijn opengelaten; meermalen stonden op een blad twee gezinnen; de alphabetische orde was niet bewaard. Vertrek werd aangeduid in kolom 16 en 17, maar doorhaling had niet plaats. Vestiging en vertrek werd aangeteekend op een los vel papier. De getuigschriften van verandering van werkelijke woonplaats werden na de inschrijving vernietigd, om te voorkomen, dat inschrijving werd nagelaten! enz. enz. De slechte toestand van de bevolkingsregisters behoorde, zoals gezegd werd, tot de nalatenschap van den vorigen secretaris, die de zaken slecht had laten liggen.

Den 30 April 1902 kwam ik weer in Linden. Ik reed van Cuijk naar Beers; vandaar over Groot Linden naar Klein Linden; en vervolgens weer terug naar Cuijk. De vroegere pastoor van Klein Linden was overleden; ik ontving nu diens opvolger, Pastoor Pessers, op mijne audientie, benevens den Pastoor van Groot Linden, Van Rijckevorsel van Kessel. De Heeren hadden niets bijzonders te vertellen, en maakten staande een praatje.

Van B. en W. vernam ik, dat in de gemeente heelemaal niet gebouwd werd; er waren nu niet meer huizen dan voor dertig jaren; daardoor konden jonge huishoudens geen onderkomen vinden, en moest het daaraan worden toegeschreven, dat er in 1901 slechts één huwelijk voltrokken werd. In 1901 waren er drie nieuwe raadsleden gekozen; alle drie werden bij candidaatstelling gekozen verklaard, zoodat er niet behoefde gestemd te worden. Van de zeven raadsleden wonen er vier, onder welke de twee wethouders in Groot Linden; twee in Klein Linden; en 1, de burgemeester Vos, in Katwijk. Dat komt goed overeen met het zielental; Groot Linden alleen heeft enkele zielen meer, dan Klein Linden en Katwijk te samen.

Het archief te Linden is gedeeltelijk geborgen in 4 vochtige hoekkasten tegen buitenmuren op de secretarie. Ik gaf in overweging, die hoekkasten te ontruimen, en een kast te maken tegen een binnenmuur op de raadzaal. Men zeide mij toe, zulks te zullen doen.

De gemeente-eigendommen zijn 57 H.A. groot, waarvan 49 H.A. broekgronden, alles gelegen in de gemeente Linden. Ieder huishouden heeft het recht 2 ½ schaar te weiden, tegen betaling van ruim f. 19 per schaar. In den laatsten tijd was men echter gedwongen, een gedeelte te scheuren en met haver te bezaaien, om op die wijze de inkomsten van de gemeente te versterken; men verpachtte 5 H.A. voor f. 800,-. Na drie of vier jaren worden die gescheurde gronden weer tot weiland aangelegd, en groezen dan spoedig weer toe.

Ook hier klaagt men, dat het zoo moeielijk is om aan grint te komen voor de wegen. Tegenover de gemeente mag niet meer in de rivier gebaggerd worden; de baggermachines moeten liggen onder Ravenstein of boven Venlo. Dientengevolge is de grint f. 0,80 de M3 duurder dan vroeger, terwijl men er bovendien haast niet kan aankomen. De dijken langs de Maas (eigenlijk zomerdammen) verkeeren in onvoldoenden toestand; ze moeten meer water keeren dan vroeger, omdat de bovenmond aan de Beerse Maas gesloten is, en er dus meer water langs vloeit, en de waterstanden er hooger zijn dan vroeger. Men hoopte, dat de opening van den Nieuwen Maasmond hierin de zoozeer gewenschte verbetering zal brengen. Vroeger was er niemand, die de dijken onderhield en er voor zorgde; hoewel onverplicht, heeft de gemeente toen een paar malen de doorbraken hersteld; thans is er een waterschap voor opgericht.

Men is buitengewoon tevreden over den gemeenteveldwachter. Ik maakte van die gunstige stemming gebruik, door te vragen dat men zijne jaarlijkse gratificatie ad. f. 25,- als vast bij zijn tractement zou leggen. Men zou het aan den Raad voorstellen. De meisjes uit Groot Linden gaan naar de zustersschool te Beers; die van Katwijk en Klein Linden naar de zustersschool te Cuijk. Armen zijn er bijna niet in de gemeente; Groot Linden heeft een armbestuur met vrij voldoende fondsen. Klein Linden en Katwijk hebben geen armbestuur; de enkele arme van daar wordt rechtstreeks door de gemeente bedeeld.

Het raadhuis te Klein LindenHet raadhuis te Klein Linden

Den 16 Maart 1905 kwam ik weer in Linden. Ik bezocht vanuit Cuijk eerst Haps, daarna Beers, en reed toen over Groot Linden naar Klein Linden waar het raadhuis staat. Omdat de weg van Klein Linden naar Cuijk geïnundeerd was, moest ik later over Groot Linden en Beers naar Cuijk terugkeeren. Ik verleende audientie aan den Pastoor van Katwijk; van hem vernam ik, dat de kerk in der tijd van Klein Linden naar Katwijk verplaatst werd, omdat de inwoners van Katwijk de grootste bijdragen hadden toegezegd in den bouw van de nieuwe kerk.

De Pastoor van Groot Linden (v. Rijckevorsel van Kessel), die daarna verscheen, brak nog een lans voor de kleine keuters tegenover de groote boeren in zake de beweiding van het Broek. Ik vernam later van B. en W. dat de keuters gerust konden zijn want dat alles nagenoeg bij het oude zou blijven; slechts 3 H.A. zouden dit jaar gescheurd worden om te haveren; verder zou alles voorloopig bij het oude blijven.

B. en W. konden mij geen verklaring geven, waarom het Rijk zoo’n zwaren dijk heeft aangelegd van Katwijk langs de rivier tot de Oijensche sluis. Van de Oijensche sluis tot aan de opening van den benedenmond van de Beerse Maas is slechts een zwakke zomerkade, in onderhoud bij den polder van Linden. De zware Maasdijk (8 M. kruinsbreedte) van Katwijk tot de Oijensche sluis is in onderhoud bij de gemeente, die ook het genot heeft van het grasgewas. Door de ligging van den dijk is er nooit afslag of schade, omdat er nooit hevige wind op staat.

Voor gemeenteraadsverkiezingen werd er nog nooit gestemd, van de raadsleden wonen er nog 4 in Groot Linden, 2 in Klein Linden en een in Katwijk; in vrij juiste verhouding tot het zielental. Het raadhuis stond aanvankelijk in Groot Linden; later in Katwijk, en nu in Klein Linden. Omdat Klein Linden tusschen de twee andere gehuchten in ligt, is de ligging van het raadhuis daar het meest rationeel. Al die plaatsverwisselingen gingen in der tijd met heftige ruzies gepaard; thans is de vrede in de gemeente teruggekeerd.

Ik heb B. en W. sterk aangeraden om een uitgewerkte staat van gemeente eigendommen aan te leggen, waarin van dag tot dag wordt aangeteekend al wat betrekking heeft op cultuur en exploitatie. Dr. Van den Dries uit Cuijk is ook hier weer de gemeentedoctor. Men prijst hem zeer. Uit nood geslacht vee wordt niet in consumptie gebracht voor het gekeurd is door den veearts Bootz uit Cuijk. Overtreding van de leerplichtwet komt niet voor. Te Groot Linden volgen 5 jongens het herhalingsonderwijs, te Klein Linden drie. Als een van de Maasdijken mocht doorbreken, dan lijdt niemand gevaar; de huizen staan voldoende hoog, om menschen en vee buiten het gevaar te doen blijven. Kapelaan Langen uit de groote kerk te ’s Bosch is een zoon van den wethouder Langen te Linden.

Den 13 April 1909 kwam ik weer in Linden; ik had tevoren Cuijk bezocht; te Haps nam ik later weer den trein Boxtel-Den Bosch. Ik verleende audientie aan het hoofd der school te Klein Linden, den Heer Domensino; hij heeft moeielijkheden met het Gemeentebestuur over eene onderwijzeres aan zijne school, en heeft thans het idee fixe dat de burgemeester hem en zijn gezin te gronde wil richten, en dat districts- en arrondissementsschoolopziener, die de zaak onderzochten, niet onpartijdig zijn, en zich door den burgemeester hebben laten bewerken.

Ik kreeg den indruk, dat de man zenuwlijder is, en dat hij de meest gewone zaken door een vergrootglas bekijkt, waardoor deze buitengewone proporties en dimensies aannemen; ik heb hem dat ook gezegd, en heb toen getracht, hem tot eene meer kalme en beredeneerde opvatting van zaken te brengen. Ik hoop, dat het helpen zal; ik hoop! Maar ik vrees dat het niet veel zal geholpen hebben.

Burgemeester De Wildt neemt nu zijn ontslag als secretaris van Heumen; hij is bezig over te huizen; voorlopig komt hij in Groot Linden, terwijl hij in onderhandeling is om zich op den duur voor goed in Klein Linden te kunnen vestigen. Op de secretarie is eene spouwmuur gebouwd tegen de buitenmuur, zoo dat het archief thans in droge kasten eene goede berging vindt. Er is nog geen staat omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; de burgemeester beloofde mij, er spoedig een te zullen aanleggen.

Men heeft nog altijd moeite om aan grint voor de wegen te komen; terwijl men vroeger f. 1,- betaalde, moet men thans voor gelijksoortig grint f. 3,- de M3 betalen, en dan kan men die nog haast niet krijgen. De invloed van de opening van de Bergsche Maas is te Linden niet merkbaar op den waterstand van de Maas.

B. en W. vertelden, dat er jaarlijks een twintigtal processies naar Klein Linden komen, van 150 tot 500 menschen. Het was geen oude bedevaart; iets, dat op een wonder geleek, was er nooit gebeurd; toen in 1879 de parochie te Katwijk was gesticht en de gemeente te arm was om te bestaan, heeft pastoor Suys in 1882 met toestemming der hoogere kerkelijke overheid een Lourdesgrot naast zijne kerk gebouwd, en daarheen, als naar een bijzonder genadeoord, processies weten te leiden; door de opbrengsten van die processies moet het bestaan van die kleine arme parochiekerk mogelijk gemaakt worden.

Lourdesgrot te Katwijk (JosPé Arnhem, BHIC)Lourdesgrot te Katwijk (JosPé Arnhem, BHIC)

Naar het schijnt, zijn de vroegere ruzies en partijschappen thans ten einde; men verwacht, dat bij de aanstaande periodieke gemeenteraadsverkiezingen de aftredende leden bij enkele candidaatstelling zullen herkozen worden. De pastoor van Klein Linden moest uit; hij liet mij zijn leedwezen betuigen, dat hij niet ter audientie kon komen; de pastoor van Groot Linden, Jhr. Van Rijckevorsel van Kessel, is ziek; hij liet mij door zijn assistent, een Capucijner pater uit Velp, zijn kaartje brengen.

Burgemeester J. van de Mortel, 1912-1941 (P. van Haren)Burgemeester J. van de Mortel, 1912-1941 (P. van Haren)

Den 11 April 1913 bezocht ik Linden, Gassel en Escharen. Het was thans de eerste maal, dat ik in Linden kwam, en niet voortdurend werd lastig gevallen met allerlei klachten, tengevolge van partijschappen, verkeerde verhoudingen, enz. De heer Bluyssen is waarnemend secretaris; hij klaagt, dat hij nog niet definitief als zoodanig benoemd werd; de gemeenteraad zou daartoe wel bereid zijn, maar de burgemeester houdt het voorlopig nog tegen. Toch is zijne verhouding tot burgemeester Van de Mortel zeer goed.

Hem geraden, voorloopig in den bestaanden toestand te berusten; zijn toekomst hangt daarvan af, of hij in staat blijkt, de secretarie weer geheel in orde te brengen en die dan in orde te houden. Slaagt hij daar in, dan kan er over hem gunstig gerapporteerd worden, en heeft hij kans, later eene goede burgemeestersplaats te krijgen. Of dat zijn titel nu is secretaris, of tijdelijk secretaris, doet daar niet aan af.

Ook in 1913 zal er zeker gestemd worden voor den Raad; waarom? dat weet men eigenlijk zelf niet; de actie gaat niet uit van de kasteleins. De zoogenaamde broekgronden zijn eigenlijk beste Maasuiterwaarden; van die broekgronden is 5 H.A. hooiland; deze worden eenmaal gehooid; de toemaai wordt verpacht; in 1912 brachten die 5 H.A. f. 515 + f. 143 (hooi en toemaai) op. Verder zijn alle broekgronden verhuurd; tot voor f. 113 per H.A.; hoewel de kleine keuters thans 100% meer moeten betalen, dan toen er met weischaren à f. 18 per schaar ingeschaard werd, is de tegenwoordige toestand voor hen voordeeliger, omdat er thans geen paarden meer in het Broek komen, terwijl er vroeger wel 40 geweid werden; deze bedierven de weide, terwijl er thans voortdurend overvloedig gras is.

Er is nog geen beschrijvende staat van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; deze zal nu spoedig worden aangelegd. Het Raadhuis werd in 1878 gebouwd door burgemeester Van den Bosch; het laat veel te wenschen over; er moet een nieuw dak op; deuren en vensters zijn te klein enz. v.d. Bosch was tevens burgemeester van Cuijk, ook daar bouwde hij in 1863 een slecht raadhuis. De toestand der grintwegen is nog slecht, maar wordt toch gaandeweg beter; sinds het Broek verpacht wordt, zijn er meer fondsen, om grint te koopen; de voor 1913 benoodigde grint (100 m3) is al aangekocht, en gedeeltelijk reeds op gereden; jammer, dat de grint zoo duur is: f. 2,10 op de wal, waarbij dan nog komt f. 0,80 voor oprijden.

De waterleidingen zijn vrij goed in orde; het onderhoudsplichtige waterschap moet echter voortdurend goed nagereden worden. Het veer te Linden (particulier eigendom) wordt goed bediend. In Cuijk wordt landbouwonderwijs en tuinbouwonderwijs gegeven; daarvan wordt door de menschen uit Linden geprofiteerd. Geen armoede, dat naam heeft; in Groot Linden zorgt parochiaal armbestuur; in Klein Linden het algemeen armbestuur; soms is jaren achtereen geen bedeeling noodig. Boter en eieren gaan naar de markt te Nijmegen; vandaar worden winkelwaren mede gebracht; de winkels in Linden beteekenen niets. Toestand van dijken laat te wenschen over; door dat de dijken niet hoog zijn, kunnen er, bij eventueele doorbraak geene groote ongelukken gebeuren.

Den 10den Augustus 1918 bezocht ik per auto vanuit Cuijk de gemeenten Mill en St. Hubert, en Linden. De waarnemend secretaris Bluyssen kreeg zijn ontslag; hij misdroeg zich, en liet de administratie in het honderd loopen; hoeveel rappels er jaarlijks vanuit Den Bosch naar Linden gingen, is haast niet te zeggen; Linden was er altijd bij! Bluyssen werd vervangen door Hermanussen, den zoon van een vroegeren wethouder van Beers; niet gediplomeerd; ook nooit opgeweest. Naar Verdijk meende, mag men verwachten, dat hij berekend zal blijken voor zijn taak, en dat hij de administratie van het Klein Linden naar behooren zal voeren.

Burgemeester A.H. de Wildt, 1907-1912Burgemeester A.H. de Wildt, 1907-1912

Omtrent den oud-burgemeester De Wildt wist men mij te vertellen, dat hij in Indië aanvankelijk carrière gemaakt had; successievelijk werd hij secretaris van Magelang en van Padang. Toen raakte hij weer aan den drank en verloor zijne goede positie; wat er tenslotte van hem geworden is, wist men mij niet te vertellen.

De toestand van de dijken laat nog steeds veel te wenschen over; in den afgeloopen winter liep er een gat van 6 meter en 4 meter diep in den dijk tusschen Klein en Groot Linden; door het kloeke optreden van burgemeester Van de Mortel werd een groote ramp voorkomen; hij liet van beide zijden een kar hoog opgeladen met mest, in het gat rijden; de kar van de zijde van Klein Linden stroomde weg; maar die van de zijde van Groot Linden bleef op een paal hangen, en vormde het fundament voor de dichting van het gat, hetwelk tenslotte met behulp van ± 1.000 zakken zand werd aangevuld.

Er is nog geen beschrijving van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen. Het Broek is veelal aan kleine keuters verpacht, voor 6 of 12 jr.; zij hebben jaren van grooten vooruitgang gekend; zeker tien jr. lang; door de tijdsomstandigheden gaan zij thans weer hard achteruit, en gaan den maatschappelijken ondergang tegemoet. Er gaan nog veel processies naar de kerk te Klein Linden; daar wordt de aflaat van O.L. Vrouw van Lourdes verdiend.

Den 30 April 1921 bezocht ik Linden, Cuijk en Beugen. De administratie ter secretarie laat altijd nog veel te wenschen over. Zoo moest ik me bedienen van het gemeenteverslag 1916, hetzelfde verslag, dat bij mijn vorig bezoek gediend had. Ook hier woningnood; met regeeringssubsidie van f. 2.000,- zullen 2 woningen gebouwd; eene derde aanvrage is nog in behandeling. Het gaat den menschen over het algemeen zeer goed; ook de kleine keuters. Allen bestaan van productie van veehouderij; coöperatieve melkfabriek; 300 koeien; hetzelfde getal als vóór den oorlog. Het aantal varkens is nog niet op het vroegere niveau; het krachtvoer is nog te duur; daardoor is aan varkens mesten niet voldoende verdiend. Varkens fokken gebeurt bijna niet.

Zuivelfabriek, ca. 1910Zuivelfabriek, ca. 1910

Er zijn geen partijschappen in Linden; dat bij de laatste Raadsvergadering drie nieuwe Raadsleden werden gekozen, kwam niet uit ruzies en partijschappen voort. De beide wethouders, eenvoudige boeren, maken geen verkeerden indruk. Vooral die uit Klein Linden – tevens kerkmeester te Katwijk – scheen mij geen ongeschikte man.

Vanuit Cuijk bezocht ik den 30 Mei 1922 de gemeenten Haps en Linden. De administratie was in Linden geweldig in de war geraakt; mijn ambtenaar Nabbers was een kleine 14 dagen in Linden, om alles weer op gang te brengen. Vooral om burgemeester Van de Mortel aan te sporen, toch wat meer zich aan de zaken gelegen te laten liggen, toch wat meer leiding te geven aan den tragen, half bekwamen gemeentesecretaris, ging ik thans al weer naar Linden.

Met Rijkspremie zijn – of zullen nog worden – gebouwd zes woningen. Drie nieuwe Raadsleden; in deze kleine gemeente kan eene machtige familie de verkiezing van een Raadslid verzekeren; het Raadslid Loeffen werd gekozen met acht stemmen! Voor eene vereeniging van Linden met Cuijk voelt men niets; wanneer Linden niet afzonderlijk kan blijven bestaan met omliggende boerengemeenten als bijv. Gassel en Beers. Het verslag over 1919 – een later verslag stond mij niet ter dienste – was slordig en onvolledig bewerkt. Staat van exploitatie van gemeentelijke bezittingen is er niet; burgemeester zou er een maken.

Linden moet 8 K.M. grintweg onderhouden; deze is goed in orde; auto’s en lastauto’s van veer Katwijk naar Grave, rijden gewoonlijk over Linden-Gassel, in plaats van over Cuijk-Haps. Als het maar veel droogt, dan lijdt de weg niets. Voor 1922 honderd M3 onderhoudsgrint ad f. 4 op de loswal + F. 1 voor het oprijden aan den voerman. Stoomzuivelfabriek te Cuijk verwerkt 14.000 L. melk; daar gaat de melk van Katwijk, Klein Linden en een deel van Groot Linden heen. In Groot Linden nog eene handkrachtfabriek voor de melk van 60 koeien.

De N.Chr. Boerenbond is met zijne voederartikelen: granen, lijn en raapkoek veel te duur; daardoor maken de molenaars tegenwoordig bijzonder goede zaken; de Boerenbond doet hen geen concurrentie aan! Er gaan niet meer zooveel processies naar Katwijk; concurrentie van de H. Landstichting.

Volgens B. en W. is het winterbed van de rivier de Maas bij de brug te Katwijk ± 45 M. aan weerszijden van de rivier ± 150 M’; terwijl rivier met de kribben ook ongeveer 150 M’ zal zijn.

De doorbraak te Cuijk werd veroorzaakt, doordat het water niet voldoende kon afstroomen. Vooreerst werd het tegengehouden door een eilandje in de rivier tegenover Mook: de Middelwaard. Vóór dat eiland waren in de rivier 7 kribben uitgebracht; deze waren na de doorbraak geheel vernield; het materiaal was goed gedreven in de vaargeul van het pontveer, en werd van Rijkswege opgeruimd; de pont kon zelfs niet meer varen.

Het winterbed boven en beneden de spoorbrug voert niet meer zoveel water af als in 1880; sindsdien is de uiterwaard met meer dan een halven Meter opgeslibt; dit jaar kwam er zooveel slib, dat het gras er niet door kon! De weg naar het veer te Katwijk ligt meer dan een halven Meter onder maaiveld; lag er in 1880 10 cM boven.

Wanneer de uiterwaard tot 8 M. werd afgegraven, d.i. dus tot op de hoogte van 1880, en het bed door afgraving van den Middelwaard wat werd verruimd, zou, volgens B. en W. de hoogste waterstand in Cuijk zeker met 40 cM dalen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (3)

Gerard W. Ch. Lemmens
Gerard W. Ch. Lemmens zei op 7 oktober 2015 om 12:50 uur

Rien,
Nou zeg dat is mij even wat ! Het uitvoerige verslag van de commissaris in Noord-Brabant , Mr. A.E.J. Baron van Voorst tot Voorst en hoe hij verwees naar de bevolking van Linden - echte Maaskanters !!!
Weet je misschien iets meer (genealogisch ?) over deze Baron ? Was het ambt van Commissaris van de Koningin erfelijk ??

Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 8 oktober 2015 om 07:58 uur

Dag Gerard, ja, daar zijn andere provincies wel jaloers op, zo'n Commissaris die op zo'n persoonlijke manier verslag doet van zijn werkbezoeken in de provincie. Het ambt van commissaris was niet erfelijk. Voor genealogische info wil ik je graag verwijzen naar de bekende rode boekjes.

Gerard W. Ch. Lemmens
Gerard W. Ch. Lemmens zei op 8 oktober 2015 om 12:09 uur

Helaas heb ik maar 1 Rood boekje in mijn bezit maar wel alle Blauwe boekjes !
Als je je voor kunt stellen is Engeland wel wat ver van jullie archief / bibliotheek ???

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: