i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oerle
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Oerle

vertelde op 1 april 2004 om 15:09 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Oerle te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Oerle

Weg Eindhoven-Oerle ± 14 K.M.; gesubsidieerde klinkerweg. Bezoek aan Oerle op 9 Augustus 1895. De administratie is zeer ordelijk; er was pas een nieuw bevolkingsregister aangelegd; een pr hulpregisters moesten nog gemaakt worden. De notulen van B. en W.  worden niet geregeld ingeschreven, ofwel B. en W. vergaderen niet geregeld.

Den 23 Augustus 1899 kwam ik weder in Oerle. Vanuit het logement “van Mol” te Eersel reed ik via Steensel, Veldhoven en Zeelst naar Oerle; vandaar over Wintelre naar Vessem, alwaar ik een ontbijt besteld had in de herberg van Peters (recht tegenover het Raadhuis; vandaar naar Hoogeloon, om ten slotte langs Hapert en Duizel naar mijn logement te Eersel terug te keeren.

Ten gevolge van weinig expediete postbestelling was mijn brief, waarin ik aan B. en W. mijne komst te Oerle annonceerde, een half uur vóór mijne aankomst in handen van den burgemeester gekomen. Deze had de wethouders opgeroepen, maar alleen de wethouder De Bont was nog maar aanwezig; later verscheen de wethouder Van de Ven.

Men had natuurlijk geen gelegenheid gehad om te annonceeren, dat ik audientie zou geven; ik sprak dan ook niemand als het bestuur van de gemeente. Ik vernam van B. en W. dat het uurwerk in den toren van de kerk aan de gemeente behoort, maar dat de toren zelf van de kerk is; dat er in Oerle geen St. Paulusvereeniging bestaat; geen afdeeling van den Boerenbond of van de Maatschappij van Landbouw; dat men getracht had eene coöperatieve boterfabriek op te richten, maar dat men daarin niet was geslaagd; dat de boeren aan den botermijn te Eindhoven echter goede prijzen maakten: de fabriekboter was des zomers goedkooper dan de handboter; omgekeerd werden des winters op dien mijn voor de fabriekboter de hoogste prijzen besteed.

Men klaagde over het pensionaat; daar gaf men aan armen en bedelaars; men kreeg daardoor den trek van landloopers naar Oerle. Van deze menschen hadden de boeren veel last; zonder het eten van het pensionaat zouden die lieden niet komen.

Het Raadhuis te Oerle is allerongelukkigst ingericht; het bestaat uit ééne zeer vochtige kamer, met een steenen vloer. Bij de periodieke aftreding van raadsleden in 1899 moest er gestemd worden; de aftredenden werden herkozen; de stemming ging zeer rustig in zijn werk; met bier of jenever werd niet gewerkt.

Dr Gijrath van Valkenswaard is gemeentedoctor van Oerle; voor vaccinatie krijgt hij f. 10; voor iedere doodschouw f. 5; de armen kunnen den doctor halen, dien zij het liefste hebben; het armbestuur betaalt dan de doctorsrekening. Er zijn bijna geen armen in Oerle; op 107 kinderen gaan er slechts 7 kosteloos naar school; B. en W. beweren, dat zij heel gemakkelijk zijn, wanneer ouders hen vragen dat kinderen kosteloos naar school zullen mogen gaan.

De secretaris, tevens brievengaarder, had zijne administratie goed in orde; hij schijnt niet veel op te hebben met zijne betrekking van secretaris; hij had althans aan Klasens gezegd, dat, als hij kans zag om f. 200 ’s jaars extra te maken, dat hij dan zijn secretariaat liet schieten.

Met B. en W. ging ik eenige gemeentebosschen zien; mooie mast zag ik op “Sittard”; vandaar ging ik met hen naar het gehucht “Zand Oerle”, daarna naar bosschen aan den Postelschen weyer, om ten slotte met hen door den akker naar Oerle terug te keeren. De veldwachter van Oerle beklaagde zich bij mij, dat hij slechts f. 200 tractement had, en vroeg vermeerdering van bezoldiging; ik verwees hem naar B. en W.

Den 2 Juli 1903 kwam ik weer in Oerle; vooraf had ik Waalre bezocht. Ik reed over den zandweg van Waalre naar Mereveldhoven, en vandaar weer naar Zeelst. Over zedelijkheid van bevolking valt heel niet te klagen; het is goed braaf boerenvolk; geen onwettige geboorten, geen gedwongen huwelijken, geen openbare dronkenschap, geen overtredingen van politieuur.

De periodiek aftredende raadsleden zijn juist bij candidaatstelling herkozen. Er is dus wat meer eenheid gekomen na alle vroegere verdeeldheid; dat blijkt ook daaruit, dat men twee roomboterfabrieken heeft opgericht, eene te Oerle en eene te Zandoerle. Er zullen 200 koeien in de gemeente zijn; daarvan leveren er 100 de melk voor de fabriek te Oerle, en 60 voor die te Zand Oerle. De eigenaars van de andere koeien maken zelve nog boter.

Zeer aangeraden om een staat van gemeentebezittingen te laten opmaken; daarin moet nauwkeurig worden aangeteekend wat er tot verbetering gebeurt, wanneer, hoe het gedaan wordt, hoeveel het kost enz. B. en W. beweerden daarvan het nut in te zien, en een staat te zullen laten maken. Men kon nu op geen 25 H.A. na zeggen hoeveel dennenbosschen men rijk was! B. en W. geraden het onderhoud van de waterleidingen voor rekening van de gemeente te nemen; de heeren schenen er niet veel ooren naar te hebben.

Men klaagt over de hooge onderhoudskosten aan den klinkerweg Zeelst-Oerle-Wintelre; die weg is 1880 gemaakt en geheel versleten; men koopt steeds keien, om de klinkerbestrating gaandeweg door eene keibestrating te vervangen; de keibestrating kost ± f. 10,- per strekkende Meter. Voor vaccinatie krijgt Dr Bakhuizen v.d. Brink uit Eersel f. 20 per jaar; voor doodschouw f. 6 per lijk. Er op aangedrongen, dat men toch vooral zou zorgen, dat er behoorlijk gevaccineerd wordt; dat scheen niet heel regelmatig te geschieden.

In het belang van hunne eigen veiligheid houden de boeren des winters geregeld ieder op hun beurt des nachts de wacht; bekend onder den grootschen naam van burgernachtwacht; sinds jaren is dat volgens B. en W. niet meer noodig. Herhalingsonderwijs werd niet gevraagd en mitsdien ook niet gegeven; schoolverzuim kon met eene reprimande van de betrokken commissie voldoende gekeerd worden. Volgens B. en W. zou de Zustersschool te Oerle geen aanspraak maken op Rijkssubsidie.

Armoede is in Oerle onbekend; algemeen armbestuur kan met zijne fondsen rijk uit. Gedwongen winkelnering bestond eertijds, doordat de boeren gedwongen waren hunne inkoopen te doen in de winkels, waar ze hunne boter brachten. Dit heeft nu geheel opgehouden, sinds dat de boterfabrieken zijn opgericht.

De burgemeester is 80 jr oud; hij maakt geheel den indruk van een stokoud man; het is goed, dat hij over 2 jr aftreedt; ik weet zelfs niet of ik hem wel zoo lang zal kunnen continueeren. Audientie verleend aan den kapelaan, en aan den rector Goossens; deze laatste was vroeger kapelaan in Leende, en vertelde mij, dat de burgemeester met alle winden meewoei; en dat er van hem heel geen kracht uitging. Toen er bij een brand voor enkele jaren 20 woningen met stroodaken verbrandden, kwam er eene verordening, dat de huizen in de kom met pannen moesten gedekt worden; de eerste, die een nieuwe schop bouwde, was een van de wethouders; en deze dekte weer – niettegenstaande de verordening – met stroo.

Den 6 Maart 1907 kwam ik weer in Oerle; vanuit Best bezocht ik eerst Oostelbeers; vervolgens Oerle; waarna ik via Eindhoven naar Den Bosch terugkeerde. Op het Raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder De Bont; de wethouder Van de Ven had influenza. Het eerste, wat men mij liet zien, waren de plannen voor een nieuw Raadhuis; een eenvoudig net gebouwtje, dat ±f. 3.000,- zou kosten. Wethouder De Bont vreesde, dat het hem zijn lidmaatschap van den Raad zou kosten; de boeren waren er nl. tegen, omdat zij vreesde dat zij daardoor meer belasting zouden moeten betalen.

Burgemeester Van den Heuij was druk bezig met het Staatsboschbeheer om plannen te ontwerpen voor de ontginning van een gedeelte van de woeste gronden van Oerle; wanneer ik hem goed heb begrepen, dan wilde hij beginnen met een pr vennen leeg te laten loopen; hij kreeg dan met weinig kosten eene groote hoeveelheid (± 50 H.A.) hooiland; daarmede hoopte hij zooveel geld te verdienen, dat hij de kosten van de bebossching der heide kon betalen. Een opzichter van het Staatsboschbeheer, Moorman, was zeer geruimen tijd (± 6 weken) bezig geweest met het terrein in kaart te brengen en plannen voor de ontginning te maken, die plannen enz. kwamen voor rekening van het Staatsboschbeheer, zoodat de gemeente daaraan niets behoefde te betalen.

Men is zeer tevreden, dat men nu geneeskundige hulp heeft; dr Raaymakers uit Helmond vestigde zich te Veldhoven tegen een salaris van f. 1.200; daarvan betaalt Rijk en Provincie ieder f. 300; Veldhoven f. 300; Zeelst f. 200 en Oerle f. 100; men had thans geene vroedvrouw meer noodig.

Tegen het onderhoud van de waterleidingen, zooals dat bij het provinciale reglement werd opgelegd, zag men nogal op; men dacht vooreerst geene groote kosten te maken, omdat, kwamen de ontginningsplannen tot uitvoering, men een geheel nieuw stel ruime waterleidingen zou moeten graven.

Over den gemeente veldwachter – een zoon van den vroegeren titularis – was men zeer tevreden. De burgernachtwacht, waarover in het gemeenteverslag gesproken wordt, bestaat al sinds zeer vele jaren niet meer. Herhalingsonderwijs werd dezen winter niet gegeven, omdat zich daarvoor niemand had aangemeld; in 1905 was het door twee leerlingen gevolgd. Wethouder De Bont vertelde mij nog, dat men hem vroeger ook al eens uit den Raad had willen gooien, omdat op zijn voorstel de schaapsboeren in het vervolg f. 0,20 per schaap moesten betalen, tegen vroeger f. 0,10; hij was toen echter met 1 stem meerderheid herkozen. Burgemeester v.d. Heuy heeft zich midden in het dorp eene zeer nette burgerwoning gebouwd.

Den 8 Mei 1911 bezocht ik vanuit Eindhoven de gemeenten Strijp, Zeelst en Oerle. Er zijn veel moeielijkheden in verband met een subsidie voor den bouw van eene nieuwe kerk, en den afstand van den toren met de klokken aan den pastoor. Ik had allerlei stukken uit Den Bosch medegebracht, om de menschen in te lichten over wat ze moesten doen; toen ik vernam, dat de Raadsbesluiten reeds genomen waren en naar Den Bosch verzonden, liet ik den heele zaak verder maar rusten. Wethouder De Bont had er een schriftuur over opgesteld, en bood mij dat aan.

Met B. en W. ben ik toen de ontginningen in oogenschouw gaan nemen, alles en alles te samen een kleine honderd H.A. waarvan 8½ H.A. weiland. Dit laatste kostte aan ontginnen ± f. 250 de H.A.; jaarlijks heeft men per H.A. ± f. 30 mest noodig; men verkocht het eerste jaar voor f. 400 haver; het volgende jaar voor f. 500 hooi, en had het nu = het derde jaar voor f. 340 ingeschaard; er liepen 22 beesten. Er liggen nog ± 30 H.A. geschikt om tot weide te ontginnen; jammer, dat het zooveel geld kost, en men dat voorloopig niet heeft.

Met opzichter Moorman liepen we de jonge aanplant van mast eens rond; men was druk bezig de planten in te boeten, die door opvriezen verloren waren gegaan. Alles zag er, dunkt mij, heel goed uit. Het contract van Oerle met den Staat loopt nog zeven jaar; in dien tijd kunnen echter onmogelijk alle gronden ontgonnen zijn. Men klaagt zeer over den toestand der waterleidingen onder Zeelst; doordat Zeelst er niets aan doet, kan het water uit Oerle niet weg.

Er is een nieuw Raadhuis gebouwd, dat, naar het mij voorkomt, heel goed is ingericht; er is voldoende berging aangebracht voor archief; alles in groote kasten tegen binnenmuren.

Den 24 Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Eindhoven de gemeenten Oerle en Gestel. Niettegenstaande de Van den Heuy’s in Oerle geen burgemeester meer zijn, bestaat er nog altijd tweedracht in de gemeente. De burgemeester meent, dat de verhoudingen eerst weer goed zullen worden, wanneer er een andere pastoor komt. Bij de laatste Raadsverkiezing is Wethouder De Bont uitgeworpen, zoodat er thans geen enkele De Bont meer in het Bestuur van de gemeente zit!

Van de exploitatie der gemeentelijke ontginningen werd de beschrijving niet bijgehouden. Een extract uit het kadastrale plan is niet aanwezig. Burgemeester zal voor een en ander zorgen. Hij is gelukkig een groot voorstander van ontginnen. Tot nu toe werden 20 H.A. aangelegd tot natuurweide; finantieele resultaten gunstig; in 1916 is alles verpacht voor f. 3.500; de kunstmest kost echter f. 1.400. Staatsboschbeheer beboschte tot nu toe 165 H.A.; moest in 1918 256 H.A. beboscht hebben; komt daarmede niet klaar; het zal wel 1920 worden. Dan zal men weer onderhandelen over een nieuw contract.

De waterleidingen voeren meer water af, dan waarop door Staatsboschbeheer gerekend was; er wordt veel waterbezwaar ondervonden. Met eene noodzakelijke verruiming in het aanst. najaar zijn licht een pr duizend gulden gemoeid. De kunstweg is ¾ versleten en eischt veel aan onderhoud; in 1915 daarvoor nog f. 2.500 geleend. Er zal nog veel meer aan ten koste gelegd moeten worden.

Landbouwonderwijs wordt gegeven en sticht veel nut; ook het herhalingsonderwijs wordt voldoende gevolgd. Te Oerle is een stoomzuivelfabriek in aanbouw voor Oerle, Wintelre, Veldhoven en Zeelst. Omdat burgemeester in Oerle is gaan wonen, wil een gedeelte van Zeelst niet meedoen! Op de Boerenleenbank wordt gelukkig ook geld gehaald.

Wethouder van de Ven was wegens ziekte niet gekomen. De verhouding tusschen burgemeester en wethouder v. den Oetelaar was m.i. zeer goed. Terwijl ik op het Raadhuis zat, trok een oude gilde rond (het was St. Jan); de menschen kwamen mij ter eere voor het Raadhuis vendelen.

Den 17 Augustus 1920 kwam ik weer in Oerle. De verkiezingen brachten in 1919 in dit rustige boerendorp twee nieuwe raadsleden, een anderen wethouder. Toch bestaan er geen partijschappen meer, en schijnt het onder de leiding van burgemeester Van Hooff in Oerle heel goed te gaan. De vraag of Oerle met Veldhoven en Zeelst tot ééne gemeente zal worden vereenigd, is op het oogenblik sterk op den voorgrond getreden: de raad van Oerle was er unaniem voor; gisteren werd de dubbele raad gekozen; naar het schijnt, zal die er unaniem tegen zijn. Naar ik te Oerle begreep, zijn de pastoors van Oerle, Zeelst en Veldhoven tegen vereeniging, en moet daaruit de veranderde stemming verklaard worden. Burgemeester Baken zou ook hier agiteeren tegen vereeniging: dat zou maar ontevreden uithoeken maken!

Gemeente heeft alle weiland (25 H.A.) op langen termijn verhuurd voor f. 2.600,- (zeer duur).

Burgemeester betaalt f. 450 woninghuur aan gemeente. Staatsboschbeheer zal nog 6 á 7 jr werken aan het gedeelte, waarvoor gecontracteerd werd. Als dat heele stuk klaar is, heeft de gemeente nog 5 à 600 H.A. heide, welke ontgonnen moet worden! Dr. Raaymakers te Meereveldhoven is dokter voor Veldhoven, Zeelst en Oerle. In diens salaris (f. 2.500) betaalt Oerle f. 380, waarvan Rijk en Provincie weer f. 100,- betalen. De harde weg Zeelst-Oerle-Wintelre wordt onder Oerle thans in orde gebracht; dat zal ± f. 11.500 kosten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: