i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oisterwijk
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Oisterwijk

vertelde op 1 april 2009 om 15:13 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Oisterwijk te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Oisterwijk

Den 30 Juli 1896 bezocht ik de gemeente Oisterwijk. Te omstreeks half zes van Berkel vertrokken, kwam ik te ongeveer half zeven aan het raadhuis te Oisterwijk aan. Op de grenzen van Berkel en Oisterwijk stond eene talrijke eerewacht onder commando van de Heer Bolsius mij op te wachten. Onder eene mooie speech verzocht Bolsius mij zijn geleide aan te nemen.

Buiten de kom van Oisterwijk waren de harmonie en tal van oude gilden en verdere gezelschappen te zamen gekomen om zich, met mij in het midden, tot een stoet te vormen. Weer een lange speech van een willekeurigen Mijnheer, en daar trok ik heen, eerst door nauwe en later door breede straten van Oisterwijk.

Ten slotte kwamen we op een groot plein, midden op hetwelk een klein gebouwtje staat, hetwelk is ingericht als raadhuis. We trokken eerst het heele plein rond, de gilden met hunne vendelaars en trommelslagers voorop, daarachter allerlei gezelschappen en met ons een massa volk. Op het versierde raadhuis vond ik B. en W.; met hen zat ik eenigen tijd te praten, vooral over den toestand van de Leij of Voorste Stroom, en het geschil dat Oisterwijk deswege heeft met Tilburg.

074387 - Het oude raadhuis met de vrijheidsboom op de Lind te OisterwijkHet oude raadhuis op de Lind, 1898 (foto: Regionaal Archief Tilburg/ collectie gemeente Oisterwijk)

Op mijne zeer druk bezochte audiëntie verscheen in de eerste plaats en corps de Raad van Oisterwijk; met de verschillende Heeren onderhield ik mij geruimen tijd, vooral ook weer over den toestand van de Leij en het project van Wamel. Ik deelde den Heeren als mijne meening mede, dat, áls zij de verbetering wenschten tot stand te zien komen, dat zij dan toch vooral de hoofdzaak in het oog moesten houden, en zich niet in allerlei details moesten verdiepen; dat, als zij steeds naar het betere bleven streven, en dientengevolge het goede, dat te krijgen was, niet accepteerden, dat er dan vermoedelijk nooit iets van de heele zaak zou komen.

Daarna verscheen de Pastoor, vervolgens eene Commissie uit den Kerkraad der Nederlands Hervormde gemeente en toen de kantonrechter uit Tilburg, Verster, de districtsschoolopziener Van Oppenraaij, en Vosterman van Oijen, de heraldicus. De Heer Holleman kwam weer de belangen van de Voorste Stroom bepleiten; hetzelfde deed eene commissie uit de leerlooiers, en later nog eene commissie uit de 44ste Afdeeling der Noordbrabantsche Maatschappij van Landbouw. Deze Heeren hadden allen requesten bij zich, welke ik natuurlijk aannam.

De laatste, die ter audiëntie verscheen was het hoofd der school; deze had echter niets bijzonders te zeggen. Na de audiëntie kwamen B. en W. weer binnen; we zaten nog wat te praten onder een kop koffie en een beschuit, en toen was het weer tijd om te vertrekken. Er werd weer een heele stoet gevormd; gelukkig bleven de paarden nu tehuis, en gingen de ruiters nu te voet mede.

Met muziek, chineesche kaarsen, Bengaalsch vuur aan alle kanten van den weg, bracht een zee van menschen mij naar het station te Oisterwijk. Daar vond ik weer den geheelen Raad van de gemeente; verder een jongenskoor met chineesche kaarsen; de harmonie; de eerewacht; de bestuurders van de gezelschappen enz. Het perron was te klein om alles te bevatten.

Er werd te mijner eer door de jongens nog een stuk gezongen; de harmonie blies nog een stukje, en de trein, waarmede ik naar Tilburg vertrok kwam aan. Groot genoegen natuurlijk voor alle passagiers, die eene dergelijke optocht niet verwachtten aan een anders stil station als Oisterwijk.

Oisterwijk vierde den 30n Juli feest; het bewees, dat het feest kan vieren. De menschen hebben gedaan wat zij konden, om mij feestelijk te ontvangen. De notaris Breda, lid van den gemeenteraad van Oisterwijk, had mij ten eten gevraagd; voor die invitatie had ik bedankt. Zoowel op de administratie van den secretaris, als op die van den ontvanger waren nogal eenige aanmerkingen te maken; ik deed dat schriftelijk bij eenen kabinetsbrief aan B. en W.

Den 28sten Mei 1900 bracht ik weder een bezoek aan Oisterwijk; dienzelfden dag kwam ik ook nog in Udenhout en Berkel; ik ontbeet en dineerde in Tilburg, ‘Hotel Hegenman’. In den gang van het nieuw gebouwde raadhuis werd ik ontvangen door den burgemeester, met diens wethouder Kluijtmans; de wethouder de Kroon is overleden; ook de secretaris Canters stond daar in den gang, en vroeg mij, of ik te Oisterwijk was gekomen, om het nieuwe Raadhuis eens te zien, waarop ik hem antwoordde, dat zulks slechts in mindere mate het geval was, maar dat hoofddoel van mijn komst was het controleeren van de werkzaamheden ter secretarie.

077588 - Balbian Verster, 1830-1915. KantonrechterKantonrechter De Balbian Verster, 1900 (foto: Regionaal Archief Tilburg)

Ik vernam van B. en W. dat de oud-burgemeester van Hellevoetsluis, Locker de Bruine te Oisterwijk was komen wonen en zich gevestigd had in eene woning van notaris Breda; daaruit waren relaties ontstaan, welke eindigden met het huwelijk van den notaris met eene dochter van diens huurder. De geboorte van een kindje uit dat huwelijk haalde een leelijke streep door de rekening van hen, die zich erfgenaam rekenden van notaris Breda, nl. den kantonrechter Verster, den generaal der cavalerie Wupperman, en het lid van den gemeenteraad Rijpperda. Aangezien Rijpperda even oud is als Breda, en zelf geen kinderen heeft, is hij met Breda goede vrienden gebleven.

Holleman is volgens B. en W. een lastige seigneur; zijne oppositie spruit voort uit ruzie met het raadslid Rijpperda. De oorzaak van die vete was aan B. en W. niet bekend; maar zooveel is zeker, dat Holleman beweert, dat Rijpperda te veel invloed heeft, dat hij eigenlijk de geheele gemeente regeert; Holleman trachtte in vroeger jaren meermalen lid van den gemeenteraad te worden; het mocht hem echter niet gelukken. Volgens den burgemeester is Holleman een knappe man, rijk geworden door het tot bloei brengen van eene industrieele onderneming.

Het nieuw gebouwde raadhuis zie er zeer netjes uit; hoewel nog niet geheel klaar, is het toch voor ongeveer vier maanden reeds in gebruik genomen. In de Raadszaal heeft men de spreuk ‘Ne Jupiter quidem omnibus’ aangebracht; toen ik den burgemeester vroeg, of hij bij ondervinding wist, dat het zoo moeielijk was, om het een ieder naar den zin te maken, en daarom die spreuk had laten plaatsen – antwoordde hij doodnuchter, dat hij van een architect had gehoord, dat aan het Amsterdamsche raadhuis die spreuk was aangebracht, en dat hij het zoo’n aardige spreuk had gevonden!

Ik vernam van B. en W. dat het de menschen in Oisterwijk over het algemeen zeer goed ging; de boeren waren rijk, vooral die uit Kerkhoven; het kostte hun echter moeite om aan boerenarbeiders te komen, omdat de arbeiders meestal schoenmakers worden, en daarmede meer geld verdienen; des winters verdient een boerenarbeider van f. 1 tot f. 1,25; als hij dorschen moet, conditioneert hij ’s ochtends een borrel en ’s middags een glas bier! Van de jongere arbeiders gaat er nogal een enkele als grondwerker naar een van de twee steenovens te Udenhout; dat is wel jammer, want die jonge kinderen leeren daar over het algemeen niet veel goeds; maar ze worden er wel goed betaald.

De jaarmarkten waren vroeger druk bezocht; thans zijn die markten niet veel meer; alles gaat bijna naar Tilburg of Den Bosch. Ik sprak met B. en W. over het weigeren van concessie aan de ‘Meijerij’ voor een tram naar Tilburg; ik vernam toen van de Heeren, dat men in Oisterwijk gaarne den tram zag komen; de ‘Meijerij’ bracht echter alleen eene verbinding met Tilburg, en dat nu wilde men in Oisterwijk niet, men wilde per tram zoowel verbonden zijn met Tilburg als met Den Bosch; vooral uit Den Bosch kwamen des zomers vele bezoekers naar Oisterwijk (Hondsberg). Om die reden was men vóór het plan Souman en tegen het plan van de Meijerij.

Op mijne audientie verscheen een aannemer, Schonk; hij beklaagde zich, dat hij van den burgemeester geene vergunning kon krijgen om, bij den bouw van een huis, enkele materialen op straat te leggen: aangezien hij mij zelf erkende, een vorigen keer in een soortgelijk geval de hem opgelegde voorwaarden niet te hebben nageleefd (geen licht ’s avonds te hebben ontstoken) gaf ik Schonk nog eene schrobeering toe. De kantonrechter Verster kwam zijne opwachting maken en had niets bijzonders te vertellen.

De administratie ter secretarie liet nog al te wenschen over; notulen van B. en W. waren te spaarzaam gehouden; de notulen van meerdere vergaderingen waren niet geteeked. Er ontbreekt een register voor inschrijving van aangiften van Nederlanderschap bij den burgemeester. Register beslissingen volgens de hinderwet begint met 1895. Witte vakken in akten burgerlijken stand waren niet aangestreept. Bevolkingsregisters waren nog niet bijgewerkt uit de akten van den burgerlijken stand van het jaar 1900.

Den 5 Juni 1903 kwam ik weer in Oisterwijk; ik reed van Tilburg naar Moergestel; vandaar naar Oisterwijk; en vandaar weer terug naar Tilburg. Op het raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder Kluijtmans; de wethouder Kuijpers is ziek, en zal wel nooit meer op het raadhuis komen. B. en W. meenen, dat een derde van de jaarlijks voltrokken huwelijken ‘moeten’ is; er zullen jaarlijks drie à vier onwettige geboorten zijn, dat is dus ongeveer 3%.

057511 - De Lind. Het raadhuis, 1916Het nieuwe raadhuis op de Lind, 1916 (foto: Regionaal Archief Tilburg)

De leden van den gemeenteraad wonen haast allen in de kom der gemeente; alleen het raadslid Van de Ven woont op Kerkhoven. Men is in Oisterwijk zeer tolerant; daar zijn twee raadsleden Protestant, nl. de Heeren Breda (notaris) en Rijpperda (ontvanger), terwijl er slechts veertig à vijftig Protestanten en tien Israelieten in de gemeente wonen, terwijl er drieëndertighonderd Katholieken zijn. Bij periodieke aftreding worden de raadsleden meestal bij candidaatstelling herkozen; bij vacaturen wordt er gewoonlijk gestemd, en … gedronken.

Het is wel jammer, dat het raadhuis gebouwd is door iemand die niet voldoende toezicht hield; men droeg den bouw op aan den architect Schoonenberg, iemand uit Oisterwijk. Deze was niet wel berekend voor zijn taak en kwam ’s ochtends niet vóór 10 uur op het werk. Daar zijn groote gebreken, die alleen met groote kosten te herstellen zijn: zoo heeft men juist een heel nieuw dak moeten maken, omdat het oude zoo lekte!

Voor onderhoud van een gemeenteweg heeft men bij wijze van proef vijfduizend Udenhoustche klinkers gebezigd; aanvankelijk voldoen ze even goed als de waalklinkers, terwijl ze ongelijk veel goedkooper zijn.

Audiëntie verleend aan dr. Van den Heuvel, die al sinds twintig jaar armendoctor is; hij geniet van de gemeente f. 1.050 en moet daarvoor ook de medicamenten leveren. Het armbestuur geeft aan de gemeente f. 300, als bijdrage in de kosten van den doctor. De candidaat-notaris Wouters kwam bedanken, omdat ik hem tot secretaris van de gezondheidscommissie benoemd had. De Heer Rijpperda kwam de groeten brengen van den zeer zieken notaris Breda; verder had hij het over de bijdrage, welke de gemeente geeft aan het Roomsche armbestuur. Hij was zeer ingenomen met het antwoord van G.S. op zijne klacht deswege en vertrouwde, dat de zaak nu verder wel loopen zou.

De kantonrechter De Balbian Verster kwam eenvoudig zijne opwachting maken. Ik heb bij B. en W. sterk aangedrongen op het afschaffen van de gratificaties aan de veldwachters. Op die wijze kan de politie niet onafhankelijk zijn! Ik vrees, dat de zaak zóó wel zal blijven, totdat er eens een nieuwe burgemeester komt in Oisterwijk.

De cursus tot het opleiden van bekwame schoenmakersknechts voldoet zeer goed; er nemen dertig jongens aan deel, verdeeld in twee afdeelingen. De heele cursus duurt vijf jaar. Er is in Oisterwijk gedwongen winkelnering; vooral voor de schoenmakers. Behalve de twee grootste fabrikanten (Van Keulen en Van Arendonck) hebben alle bazen een winkel. De klachten over die gedwongen winkelnering van de zijde van het werkvolk waren vroeger erger dan nu; zouden de menschen geleerd hebben te berusten in hun ongelukkige lot?

De gemeentesecretaris Canters schijnt meer werk van de secretarie te maken dan vroeger; het gemeenteverslag zag er zelfs zeer goed uit. Verdijk beklaagde zich later bij mij dat de secretaris hem zoo hondsch behandeld had, toen hij de gemeenteadministratie moest nagaan. Geheel in orde is de administratie van den secretaris echter niet; zoo zag ik mij o.a. in Mei 1903 gedwongen, een zeer krassen brief aan den burgemeester te schrijven, omdat deze de voordrachten tot leden van den Raad van Beroep, niet had opgezonden aan G.S.

Ik zeide bij mijn bezoek op 5 Juni 1903 aan den burgemeester, toen deze zijn excuses maakte over den beganen fout, dat ik hem zoo’n krassen brief had geschreven, om hem sterk te maken tegenover den secretaris, om het hem gemakkelijk te maken, den secretaris tot zijn plicht te brengen.

Den 10 April 1907 kwam ik weer in Oisterwijk; ik was eerst in Udenhout geweest, en later in Berkel; via Udenhout keerde ik ’s avonds naar Den Bosch terug. Ik verleende audiëntie aan het Raadslid Rijpperda, die het in Den Haag niet had kunnen volhouden, en daarom weer verhuisd was naar Oisterwijk; hij vroeg steun voor het herstel van een mooi oud trapgeveltje; hulp van een ambtenaar van den Provinciale Waterstaat om de rioleering van de gemeente in orde te brengen; aan secretaris Canters, die zijne houding tegenover ambtenaren van de drankwet inspectie kwam verdedigen; aan mr. De Balbian Verster, en aan den Heer Van Oppenraaij, die hunne opwachting kwamen maken.

Bij mijne komst op het Raadhuis begon ik met den secretaris Canters ongemakkelijk de les te lezen, omdat hij bij mijn vorige bezoek Verdijk zoo onhebbelijk behandeld had; deze beweerde natuurlijk, zich daarvan niets te kunnen herinneren.

048608 - Personeel van steenfabriek Weyers & Co. 1908  Personeel van steenfabriek Weyers & Co, 1908  (foto: Regionaal Archief Tilburg)

Vooral door invloed van de Paulusvereeniging is het drankmisbruik zoowel als het drankgebruik zeer veel minder geworden; vooral in de bierhuizen komt nog clandestien drankgebruik voor. De moraliteit der bevolking staat hoog; gedwongen huwelijken komen weinig voor; onwettige geboorten een paar per jaar.

Het nieuwe Raadhuis blijft goed voldoen; als de afvoer van het dakwater in zinkputten grondig in orde zal gemaakt zijn, dan zullen daarmede de laatste gebreken, door een slecht toezicht bij den bouw van het Raadhuis ontstaan, hersteld zijn. De klinkers uit de fabrieken van Weijers en Swagenmakers blijven op de wegen uitmuntend voldoen; men acht ze even goed als de Waalklinkers. Geheel anders is het met de klinkers uit de steenfabriek ‘Wilhelmina’ te Oisterwijk (eigenaren Van der Schoot, Jansen en De Jong). Ook met die klinkers nam men een proef; het is bedroevend, zoo slecht als die stenen zich hielden.

De gratificaties aan de veldwachters zijn thans gelukkig afgeschaft; het bedrag dier gratificaties werd bij het tractement gelegd. De cursus tot het opleiden van schoenmakers blijft zeer goed voldoen; daarvan wordt door zeer velen een nuttig gebruik gemaakt. Hoewel er in Oisterwijk wel gedwongen winkelnering is, bestaat die toch niet in zoo erge mate, dat daarover klachten bij B. en W. inkwamen.

Ik onderhield mij met den burgemeester en met wethouder Paanakker; deze werd benoemd in de plaats van Kluijtmans. Paanakker schijnt vroeger in Leiden in zaken te zijn geweest; hij sprak echt Leidsch; hij vond het noodig, mij een glas Madeira te schenken, van het eiland Madeira afkomstig! Wethouder Kuijpers, die bij mijn bezoek in 1903 ziek was, was ook nu weer wegens ziekte afwezig.

Den 5 April 1911 bezocht ik Udenhout, Berkel en Oisterwijk; ik kwam per spoor naar Udenhout, en nam daar ’s avonds weer den trein naar Den Bosch. Ik verleende audiëntie aan het Raadslid Paanakker (in 1907 wethouder) en aan dr. Verhoeven. Deze laatste deelde mij mede, dat hij een concurent had, dr. Bloeme (?), die sinds een paar jaren in Oisterwijk was, hij had hem nog nooit gesproken!

Aan B. en W. gezegd, dat, wanneer men deskundige voorlichting noodig had bij de ordening van het oud archief, mr. Ebell zeker bereid zou zijn, die te verleenen. Het landgoed ‘Rozep Hoeve’ behoorde aan De Gruijter te ’s-Hertogenbosch, en werd gekocht door Ribbius-Pelletier te Utrecht; De Gruijter was vijftien jaar eigenaar geweest, en had het schaap vrijwel geschoren, toen hij er zich van ontdeed.

De Paulusvereeniging heeft een eigen spaarbank, waarop plusminus f. 15.000 staat; er wordt 3% rente betaald; de kapelaan beheert dat geld. Ik heb eenigen twijfel geopperd, of het wel goed was, dergelijke spaarbankjes onder dergelijk bestuur op te richten, wanneer men eene Rijkspostspaarbank had, van welke men zich kan bedienen.

077120 - Sigarenfabriek Hamers & Co. Lind te Oisterwijk. Personeel met hun kinderen bij een feestelijke aangelegenheid ongeveer 1927.Sigarenfabriek Hamers & Co (foto: Regionaal Archief Tilburg)

Het gaat de schoenenfabrikanten slecht. Van den sigarenfabrikant Hamers vertelde men weinig goeds; hij had kans gezien in korte jaren verschillende compagnons schoon uit te schudden. De Raadsverkiezingen worden sterk bestreden; er wordt veel met geld = verlet dagloon - gewerkt, welk geld dan later in drank wordt omgezet. Het Raadhuis houdt zich thans goed; de afvoer van water is thans goed geregeld.

Er is geen cursus tot opleiding van schoenmakers; wel hoopt men te komen tot de oprichting van eene vakschool; thans bestaat alleen een teekencursus, waar dus modellen enz. geteekend worden. Gedwongen winkelnering heeft thans niet veel meer te beteekenen; de werkliedenorganisatie werkte die tegen. Drankmisbruik komt weinig voor; in de bierhuizen wordt weinig clandestien gebruikt; drankgebruik neemt af.

Allen die ik sprak roemden om strijd de keuze van den nieuwe burgemeester; hij schijnt dus wèl een goeden indruk te maken! Het Raadslid Paanakker bevestigde zijn spijt, als wethouder bedankt te hebben; met deze burgemeester zou hij gaarne samengewerkt hebben!

Den 29 Mei 1916 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten Oisterwijk en Berkel. Burgemeester De Keijzer maakt beslist een goeden indruk; hij geeft zich blijkbaar veel moeite en schijnt mij de rechte man op de rechte plaats. Vakschool voor schoenmakers werkt gunstig; het kon echter nog beter; thans gaat de eerste leeraar weer weg; hij is moeielijk te vervangen. De cursus duurt drie jaar; maar er zijn bijna geen leerlingen voor het derde leerjaar; ze gaan van tevoren al naar de fabrieken.

Er is gebrek aan arbeidskrachten; de loonen zijn sterk gerezen in den laatsten tijd. Vooral de boeren kunnen geen arbeiders krijgen. Gedwongen winkelnering bestaat niet meer. De firma Kaufmann (Hamburg en Elberfeld met een succursale in Rotterdam) gaat een groote leerlooierij beginnen in Oisterwijk. Van de tramplannen Vürtheim-Canters zal wel niets komen; de Heeren kunnen het geld niet vinden.

Holleman won zijn eerste proces tegen Tilburg inzake de Voorste Stroom. Hem werd f.1 schadevergoeding per dag toegekend. Begon toen een tweede proces om de geleden schade vergoed te krijgen. Hem werd deswege f. 2.000 toegekend. Hij tracht thans alle riverains er toe te brengen, om ook hunnerzijds tegen Tilburg te procedeeren. Tilburg vindt het op het oogenblik nog voordeeliger om te procedeeren en schadevergoeding te betalen dan kostbare werken te maken.

074389 - Markt op de Lind 1920.Markt op de Lind, 1920 (foto: Regionaal Archief Tilburg/ collectie gemeente Oisterwijk)

Bij raadsverkiezingen wordt nog met geld (zoogenaamd voor tijdverlet) gewerkt. Het werkloozenfonds kostte in 1915 f. 200 aan gemeente. De Huifkar (Hamers) maakt uitsluitend dure sigaren; de goedkoope sigaren, die de fabriek levert, koopt zij zelve van andere fabrikanten. De markten in Oisterwijk beteekenen niets.

Den 25 Augustus 1920 kwam ik weer in Oisterwijk. De raadsverkiezingen 1919 brachten zeven nieuwe raadsleden, waaronder een S.D.A.P.er en drie arbeiders. Hoewel er hard gestreden is, schijnt er toch geen wrok te zijn blijven zitten. Volgens den burgemeester gaat het heel goed in den Raad; op bezadigde gepaste wijze verdedigen de arbeiders en de S.D.A.P.er hunne beginselen. Deze laatste – A. Boons –  is pas lid geworden van het hoofdbestuur der S.D.A.P. en moet zich in die qualiteit te Amsterdam vestigen; dan komt er geen S.D.A.P.er in zijn plaats; nummer twee van de socialistische lijst is in België gaan wonen.

Ook hier groot gebrek aan woningen; dit jaar komen 59 nieuwe arbeiderswoningen klaar; aan de gemeente kost dat jaarlijks f. 3.000. De processen inzake de vuilwaterquaestie te Tilburg zijn voor een goed deel geëindigd. Thans heeft mr. Holleman weer iets nieuws gevonden; hij heeft door een strooman eene actie tot schadevergoeding doen instellen wegens verontreiniging van de lucht! Men ziet begrijpelijkerwijze met groote belangstelling den uitslag van dit proces tegemoet. Gemeente heft op het moment f. 36.000 ofwel 2 1/2% hoofdelijken omslag, de finantieele toekomst is zorgelijk, omdat de inkomsten van de ingezetenen bijna uitsluitend uit bedrijf voortkomen.

De looierijen met 240 arbeiders gaan slecht; ongeveer 40 arbeiders werden ontslagen. De schoenfabrieken met 300 arbeiders gaan minder goed; toch zijn alle arbeiders nog aan het werk. De sigarenfabriek gaat heel slecht; van de 150 arbeiders werken er nog ongeveer 25; van de anderen worden er op het moment een twintigtal door gemeente onderhouden. De vakschool voor schoenmakers beantwoordt niet aan de behoeften; de leerlingen leeren daar het schoenmaken in plaats van het machinaal schoenmaken; de leerlingen (slechts negen in getal) kennen nog niets van het bedrijf, wanneer ze later in eene fabriek te werk gesteld worden.

Het vreemdelingenverkeer brengt aan Oisterwijk nogal veel voordeel; daar is dit jaar een groot hotel bijgekomen; men meent, dat er gedurende het seizoen (ongeveer 100 dagen) gemiddeld een tachtigtal vreemdelingen in Oisterwijk zullen zijn; pensionprijs f. 10 tot f. 12.

075445 – Raadsleden, met in het midden b verwiel, met links naast hem secretaris Canters, 1922 (foto: Regionaal Archief Tilburg/ collectie gemeente Oisterwijk)

Den 10den Juni 1924 kwam ik weer in Oisterwijk. Burgemeester Verwiel is daar nu sinds twee jaar in functie, en heeft daar in dien tijd veel ten goede geleid. Het Raadhuis verbouwd, de secretarie naar beneden laten verhuizen en daar behoorlijk ingericht. De zeer verwaarloosde administratie bijgewerkt en goed op orde gebracht. In zijn strijd tegen personen is hij niet altijd even gelukkig; hij liet secretaris Canters niet eervol ontslaan; de kiezers kozen hem tot Raadslid.

De gemeentegeneesheer De Sain kreeg als zoodanig eervol ontslag; in verband met de invoering van de vrije artsenkeuze; daarmede kreeg Verwiel hem tot vijand. Secretarie-ambtenaar Kuijsten werd als zoodanig ontslagen toen men ontdekt had dat hij aanhanger was van een communistisch stelsel; Kuijsten kwam daartegen in hooger beroep. De koninklijke beslissing moet nog vallen.

Woningnood groot. Eene woningbouwvereeniging bouwde er 56; deze kosten jaarlijks aan gemeente f. 3.000. Dan komen er 50 in één complex; daaraan betaalt het Rijk à fonds perdu f. 15.000; de leerfabriek f. 8.000; en de gemeente f. 2.000. Dan komen er nog, hier en daar verspreid, 50 woningen, waaraan gemeente weer f. 2.000 betaalt.

Van de elf Raadsleden zijn er drie arbeider, drie landbouwer en vijf burger. Het gaat goed in den Raad. In de gemeente zijn geen partijschappen. Tegen den vleeschkeuringsdienst heeft men geen ander bezwaar dan dat die wat duur is; men acht die zeer nuttig. Hoewel de boerenstand niet talrijk vertegenwoordigd is, laat men een landbouwcursus geven om te voldoen aan de strekking van het legaat Van Cooth, waaruit men jaarlijks f. 1.100 trekt.

Sinds de leerfabriek die groote vlucht nam, heeft men niet meer met werkeloosheid te kampen. Oisterwijk ondervond veel hinder en schade van het vuile water uit Tilburg; tot nu toe moest gemeente Tilburg deswege krachtens rechterlijk vonnis ruim twee ton aan schadevergoeding betalen. Slecht drinkwater; men zou gaarne met Udenhout en Berkel eene drinkwaterleiding oprichten. De warenkeuringsdienst werkt nuttig; werkt vooral preventief.

Inzake de quaestie Wilson, overname gasfabriek door gemeente, heeft gemeente als arbiter genomen Ingenieur Van Veen uit Breda, en voor de cijfers accountant Sparrius. Van Veen zal wel niet erg zijn best doen om het gas te doen vervangen door elektriciteit!

Sinds 1 Januari 1924 wordt op de vakschool voor schoenmakers het machinaal schoenmaken onderwezen. Adler en Oppenheimer hadden eene leerfabriek in Straatsburg. Na den oorlog werd de fabriek geconfisqueerd door het Fransche Gouvernement; kregen frcs. 40.000.000 schadeloosstelling, welke op de oorlogsschattingrekening werden geschreven en door Duitschland moeten betaald worden!! Zij namen in Oisterwijk de fabriek van Kaufmann over, en breidden die voordurend uit. Zij zullen dat vermoedelijk nog wel eenige jaren blijven doen. Ze hebben thans een fabrieksterrein van vijftien hectare. Ze verbouwden in 1923 voor een half millioen; dit jaar wordt er een kantoorgebouw gezet van een ton, en een ledermagazijn van f. 80.000. Zij keeren geen dividend uit; alles blijft in de zaak zitten. Is eene dochteronderneeming van de Amsterdamsche leder maatschappij.

Ook deze fabriek heeft hare vuil-watermoeielijkheden; op het moment tweeduizend kubieke meter per dag. Dit zal thans gezuiverd worden volgens systeem Kesner (bureau voor drinkwaterleiding te ’s-Gravenhage) en dan door een 2.100 meter lang riool langs de spoorbaan gebracht worden op de Voorste Stroom. Fabriek loost tot nu toe door de Kuipersloop in de richting van kanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen; verontreinigt de slooten langs het weiland van dr. Hoek; deze vroeg f. 100 per dag schadevergoeding; eisch door Rechtbank grootendeels ingewilligd. Thans heeft dr. Hoek met fabriek een convenant gesloten, dat de plannen Kesner vóór den 1 Mei 1925 uitgevoerd moeten zijn; in dat geval doet dr. Hoek heelemaal afstand van zijn recht op schadevergoeding; het is hem niet om het geld te doen, maar om zuiver drinkwater voor zijn vee!

Den 12 Juni d.a.v. ging ik nogmaals naar Oisterwijk, ditmaal om de groote leerfabriek te zien. Ik werd daar ontvangen door den directeur, Van der Aa, en door den Gedelegeerd Commissaris Weijl, die daarvoor expres uit Amsterdam was overgekomen. Mijn bezoek duurde van 2 tot 5 uur; tot in de puntjes heb ik alles bekeken. Er worden dagelijks vierduizend kalfsvellen bereid, en driehonderd Javahuiden. Men maakt leer in alle mogelijke kleuren en tinten, al naar de markt vraagt; van het product moet 70% tot 90% naar het buitenland geexporteerd. Men is bezig met eene groote installatie voor lakleder; over een maand of drie hoopt men met het vervaardigen van lakleer te beginnen. Op het moment werken er ongeveer vijfhonderd menschen, die gemiddeld f. 27 in vijf dagen – des Zaterdags wordt er niet gewerkt – verdienen. Om het vuile water te zuiveren en gezuiverd af te voeren gaf men - voor een goed deel voor kostbare proefnemingen – tot nu toe f. 170.000 uit.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: