i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oosterhout
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Oosterhout

vertelde op 1 april 2009 om 15:15 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Oosterhout te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Oosterhout

Den 22n Februari 1896 bezocht ik de gemeente Oosterhout. Te 7.28 uit Den Bosch vertrokken, kwam ik te 8.21 te Gilze-Rijen, waar ik een rijtuig vond, dat mij naar Oosterhout bracht. Ik had dezen weg gekozen, om op die wijze meer van de gemeente te zien, en niet tweemaal den weg Breda-Oosterhout te rijden.

Omstreeks half tien kwam ik op het gemeentehuis (± 15 minuten vroeger dan ik geanonceerd had) en vond daar de twee wethouders en den secretaris; de burgemeester kwam een oogenblik later en maakte natuurlijk duizend excuses. De harmonie stond voor het gemeentehuis en bracht eene serenade.

Tot half elf onderhield ik mij met het dagelijksch bestuur, waarna ik eene vrij druk bezochte audiëntie gaf; vooral de geestelijkheid van daar was sterk vertegenwoordigd. Na de audiëntie reed ik met B. en W. een toer door en om de gemeente en bezocht ik het historische klooster St. Catharinadal, alwaar een beroemde “proostenzaal” is; de Norbertinessen in dit klooster hebben steeds de bescherming van de Oranjes genoten doordat Odilia van Nassau van 1463 tot 1475 in dat klooster religieus was.

102916 - Kloosters. Het klooster St. Catharinadal aan de Kloosterdreef, 1915Het klooster St. Catharinadal aan de Kloosterdreef (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

In de “proostenzaal” vindt men eene doorloopende reeks schilderijen, voorstellende de verschillende proosten vanaf de oprichting van het klooster, tot op heden; ook een portret van de bovengenoemde Odilia van Nassau. Verder nog een oude schilderij, betrekking hebbende op de kruistochten. Bijzondere meubels zijn er volstrekt niet; geen blind paard kan er kwaad doen; een steenen vloer van roode plavuizen. De tegenwoordige proost, een oud afgeleefd man, ontving mij; hij droeg een gouden kruis, bezet met diamanten, door Amalia van Solms, echtgenoote van Prins Frederik Hendrik, omstreeks 1660 aan den toenmaligen proost B. Cruyt geschonken.

Ik ontmoette de priorin, de superiorin en de oudste non; alle drie natuurlijk achter de tralies; alleen de Koning heeft het recht, om het heele klooster te zien; wijlen Koning Willem III maakte eens van zijne bevoegdheid gebruik, en bezocht het heele klooster. Als herinnering aan mijn bezoek kreeg ik een boekje: Geschiedkundige bijdragen betreffende het Norbertinessenklooster van St. Catharinadal, door van der Aa.

Om 12 uur ontbeet ik bij den burgemeester met de wethouders en het Statenlid Fick; het Statenlid Mr. Smits was dien dag afwezig wegens de begrafenis zijner tante, Mevrouw Van Mierlo te Breda. Na het ontbijt reed ik met B. en W. naar “den Hout”, en vandaar terug naar het Gemeentehuis; daar nam ik van de Heeren omstreeks 2 uur afscheid, om mij naar Teteringen te begeven. De Zuiderstoomtram Maatschappij (directeur Loder, president Commissaris Hamilton) had mij een extra tram aangeboden, vanuit Geertruidenberg of vanuit Breda, naar mijne verkiezing; ik had voor het beleefde aanbod bedankt.

Den 3 Juni 1900 ontmoette ik aan een diner ten huizen mijner schoonouders Bn van Goltstein; hij vertelde mij, dat hij veel last ondervond bij het innen der tienden. Hij had het tiendrecht gekocht voor f. 85.000 omstreeks 1890. In 1893 kwam Troelstra te Breda lezen om de boeren aan te zetten de tienden te weigeren; toen was er feitelijk verzet geweest; later wilden de boeren niet pachten; nu pachtten zij weer, maar boden nooit meer dan 1/3 van de waarde, en zulks tengevolge van het drijven van den Christelijken Boerenbond, Afdeeling den Hout; die Boerenbond heeft, tengevolge van zijne onchristelijke houding geen adviseur; de pastoor is op de hand van Bn van Goltstein.

101760 – broederhuis met school, met daarnaast het weeshuis en het patronaat, 1910Broederhuis met school, met daarnaast het weeshuis en het patronaat, 1910 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 13 September 1900 kwam ik weer in de gemeente. De raadsleden waren over de heele gemeente verspreid: 10 (onder wie de twee wethouders) in de kom; 1 te Dorst; 2 in den Hout; 2 te Oosteind. Deze verdeeling komt vrijwel overeen met de werkelijke bevolking, zooals deze verspreid woont over de heele gemeente.

De openbare scholen staan: 1 voor gewoon en 1 voor uitgebreid lager onderwijs in de kom; 1 te Dorst; 1 op het Oosteind en 1 op den Hout. Als leerplicht wordt ingevoerd, dan zal dat aan de gemeente veel geld kosten, zoowel door het verplicht inrichten van schoollocalen, als door uitbreiding van het onderwijzend personeel. Er is eene bijzondere zusterschool met 400 kinderen, en eene in 1899 opgerichte fratersschool met 90 kinderen; men hoopt maar dat die fratersschool zich zal uitbreiden, zulks ten bate van de gemeente finantien.

Oosterhout heeft een eigen veearts aangesteld voor f. 500; de gemeenten Dongen, Raamsdonk, ’s Gravenmoer en Made betalen te samen aan Oosterhout terug f. 150. Te Oosterhout is eene begraafplaats voor Israelieten uit de omliggende gemeenten; er is te O. nog één Israelitisch huishouden; de overige Joden hebben de gemeente met der woon verlaten.

De levering van medicamenten voor de armen wordt door B. en W. jaarlijks aanbesteed; voor eenige jaren kostte ieder recept f. 0,75; voor twee jaar werd dat f. 0,35 en thans is het f. 0,25. De buitenleden van den Raad schouwen de waterleidingen en waarschuwen B. en W. als het noodig is. De verordening op het venten (niet venten zonder vergunning van B. en W.) wordt door de rechterlijke macht gehandhaafd.

Op mijne audientie verschenen kantonrechter met griffier (Van Oldeneel met v. Nispen); zij hadden niets bijzonders te vertellen. Daarna de statenleden Fick en Mr Smits; deze laatste opperde het denkbeeld, dat alle gasfabrieken in Noord Brabant zich zouden vereenigen tot de benoeming van een bekwamen technischen adviseur; deze kon dan het technische gedeelte der gasfabrieken controleeren, iets, waartoe de gemeentebesturen niet in staat waren; men kon gewoonlijk niet veel meer doen, dan de rekening van den directeur narekenen, maar bijv. controleeren of er voldoende gas uit de kolen gehaald werd, of de teer behoorlijk bereid was, enz. kon men niet. Men zou zich dan ook kunnen vereenigen tot gezamenlijken aankoop van steenkolen, en allicht betere prijzen bedingen. Smits zou willen, dat ik voor dat denkbeeld propaganda maakte.

Er wonen te Oosterhout vier heeren Smits: a. het statenlid, directeur der suikerfabriek, b. Jan, brouwer, verloofd met Juffrouw Laane, zuster van Mevrouw Coenen, c. Frans, medebrouwer; d. een student te Amsterdam. Jan en Frans gaan eene stoombierbrouwerij oprichten omdat het gewone bier niet meer gedronken wordt.

De margarinefabriek van Verschuren (te Antwerpen en te Oosterhout) wordt voortdurend uitgebreid. Te Oosterhout werken er 180 menschen; deze worden goed behandeld; op hun zedelijke gedrag wordt door patroon streng gelet. De burgemeester vroeg mij te ontbijten; ik bedankte.

100409 - Jhr. Van Grotenhuis van Onstein, burgemeester van Oosterhout van 1897 tot 1917, 1910Jonkheer Van Grotenhuis van Onstein, burgemeester van Oosterhout van 1897 tot 1917 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 21 Juni 1904 kwam ik weer in Oosterhout; vanuit Breda bezocht ik dienzelfden dag nog de gemeenten Terheyden en Teteringen. Ik werd ontvangen door den burgemeester met den wethouder Van der Maden; de wethouder Fick is op reis. Ik verleende audientie aan den kantonrechter Brouwer Ancker, aan Bn van Oldeneel, aan den majoor commandant der d.d. schutterij (den Heer Mertens), aan de Statenleden Fick en Smits; en aan het uitvoerende Comité der Landbouwtentoonstelling 1904, de Heeren Travaglino en Frencken. Deze laatste Heeren kwam steun vragen voor hunne subsidie aanvrage aan de Provinciale Staten voor hunne tentoonstelling.

Van B. en W. vernam ik, dat het minste soort volk woont te Voorheide en Bosch; dat is een apart soort menschen, afstammelingen van een soort zigeuners, die vroeger geen eigenlijke woningen hadden; zij vermengen zich niet met de overige bevolking. Door de verplaatsing van de suikerfabriek van Groenendijk naar Oud Beierland leed Oosterhout een gevoelig verlies; ook de bevolking ging achteruit, doordat er nogal eenige huishoudens mede gingen.

Er is in de kom maar ééne parochiekerk; eigenlijk veel te weinig; de kerk is bovendien veel te klein. Als hulpkerk doet de kapel der Jesuiten dienst; deze trekt sterk. Superior is de Heer Prinzen, een broeder van het eerste Kamerlid.

Ik gaf B. en W. sterk in overweging om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te nemen; de Heeren voelden daar niet veel voor! Men klaagt zeer over de wijze, waarop Dr van Liebergen de geneeskundige armenpraktijk waarneemt. Men weet blijkbaar niet goed, hoe men den man kwijt zal raken.

Den 4 Mei 1908 kwam ik weer in Oosterhout. Over tiendquaestie hoort men nu niet meer; de gemeente zou gaarne de tienden nog in 1908 afkoopen, maar kan dat niet gedaan krijgen; de Boerenbond stookt de menschen op en vraagt teveel geld; de gunstige bepalingen in geval van afkoop vóór 1 Januari 1909 zullen voor gemeente onbenut voorbij gaan.

Quaestie veearts: Bloemen, die groot vertrouwen genoot, ging naar Roermond; hij werkte zeer goedkoop; maakte het daardoor moeielijk voor een opvolger. Ik heb B. en W. gewaarschuwd, dat, wanneer er een veearts benoemd werd, die niet buiten Oosterhout mocht practiseeren, er geene benoeming tot provinciaal veearts zou kunnen volgen; men was dan de f. 300 van de provincie kwijt.

Er woont nog één Jood in Oosterhout, een 87-jarige man, met eene Israelitische huishoudster. Oude v. Liebergen is nog armendoctor; hij heeft een zoon, arts, die voor hem het werk doet; B. en W. zijn nu zeer tevreden. Levering medicamenten wordt nog aanbesteed; er zijn echter slechts twee apothekers, en die zijn het samen eens; dat aanbesteden helpt dus niet veel.

De toestand van de armeklasse is niet bijzonder gunstig, en gaat zeker niet vooruit. De verschillende industrieen bestaan wel maar bloeien niet; de brouwerij van de Gebrs Smits bijv. geeft geen dividend. Gedwongen winkelnering bestaat gelukkig nergens; broodsgebrek wordt weinig of niet geleden.

Gasfabriek sterk uitgebreid in afgeloopen jaar; men verwacht uitstekende finantieele resultaten. Brandweer is vrijwillig; men kan echter niet genoeg vrijwilligers krijgen. Er is eene aanvrage om concessie voor drinkwaterleiding; men weer niet, of het iets geven zal. Met Wilhelminakanaal wordt nog niet begonnen. Het schijnt, dat er nog eene wijziging moet komen in de richting Oosterhout-Breda, zoo meenden althans B. en W.

Niettegenstaande het Reglement op de waterleidingen laat men in Oosterhout het hek aan den ouden paal hangen, laat men de gelanders vegen en komen B. en W. schouw voeren! B. en W. gaven mij den indruk van aartsconservatief te zijn. De ter mijne audientie verschenen heeren hadden niets bijzonders te vertellen. De burgemeester had mij ten eten gevraagd, voor welke invitatie ik bedankte.

Den 26 Maart 1912 kwam ik weer in Oosterhout; vanuit hotel de Krom te Breda reed ik er per auto heen; ik bezocht later nog ’s Gravenmoer en Dongen, en keerde vandaar via Oosterhout naar Breda terug. De burgemeester was met kennisgeving afwezig; hij moest een oom van Berckel te Hees begraven. Mr A.J.M. Smits had mij te ontbijten gevraagd; ik bedankte, om Jhr Van Grotenhuis niet te stooten, die mij vroeger te dejeuneeren, te dineeren gevraagd had, van welke invitatie ik geen gebruik gemaakt had; nu wilde ik niet, tijdens diens afwezigheid, in Oosterhout gaan ontbijten bij Mr. Smits.

Wilhelminakanaal.Het graven van het Wilhelminakanaal en het Markkanaal startte in 1909, 1915Het graven van het Wilhelminakanaal en het Markkanaal startte in 1909 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Met de wethouders Ficq en Schets onderhield ik mij zoo goed mogelijk; ik ging met de Heeren het Wilhelminakanaal in oogenschouw nemen, dat tot aan den Koningsdijk gereed is; daar vond ik den ingenieur Schuller tot Peursum; deze leidde mij rond; we wandelden langs de aanlegplaats, alwaar een schip met hout lag te lossen, voor eene houtwolfabriek te Oosterhout; aan dat ééne schip, aan die ééne lading, verdiende de fabriek f. 100,- doordat het van den nieuwen waterweg had kunnen gebruik maken. We wandelden over de cement beton brug = de grootste spanning in Nederland van cement beton, nl 39 Meter en keerden toen naar Oosterhout terug.

De Heeren brachten mij naar de woning van Mr A.J.M. Smits, alwaar ik een kort bezoek bracht aan Mevrouw Smits-van Mierlo. Men is in Oosterhout niet gemakkelijk; men gaf in den laatsten tijd ongevraagd ontslag aan den directeur van de gasfabriek, aan den directeur van de roomboterfabriek, en aan de onderwijzer De Nijs. Mr. Smits meende, dat de burgemeester een verwoed tegenstander was van het Wilhelminakanaal; dat brengt voor gemeente groote kosten mede; tot nu toe ± f. 85.000, en daarmede is men er nog niet.

Met de Groenendijkschen haven bemoeit de gemeente zich niet; hoewel die onder Oosterhout ligt, is Dongen de uitsluitend belanghebbende; Dongen onderhoudt; Dongen heft kadegeld enz. Als het Wilhelminakanaal gereed is, zal Dongen zich van de Groenendijkschen haven wel heelemaal niets meer aantrekken; want het Wilhelminakanaal komt vlak langs Dongen.

Van eene drinkwaterleiding voor West Noordbrabant komt voorloopig niets; dat is veel te duur. Voor teekenonderwijs is veel liefhebberij; dat werkt goed. De Handelscursus boekhouden en handelsrekenen van de Hanze trekt minder dan aanvankelijk het geval was. In 1910 werd de groote toren door gemeente aan de kerk overgedragen.

De gloeilampenfabriek is helaas opgedoekt. De margarinefabriek van Verschuere gaat niet meer zoo goed als vroeger; lijdt veel van de concurentie. Er moeten heel wat menschen in Duitschland werk gaan zoeken, omdat zij in Oosterhout niet aan de kost kunnen komen.

Den 7den Augustus 1917 kwam ik weer in Oosterhout; tevoren had ik Rijsbergen bezocht. Burgemeester Van Grotenhuis is van het voorjaar erg ziek geweest: naar het schijnt, heeft hij daarmede een heelen stoot gekregen. Hij maakt thans geheel den indruk van een ouden versleten man; hij is blijkbaar niet meer berekend voor zijne taak. Hij is gelukkig voornemens, om als burgemeester te bedanken; stelt zich voor tegen 1 Mei 1918 heen te gaan; zulks in verband met de huur, welke hij aan zijn huis heeft. De huur is hem nl tegen 1 Mei opgezegd; hij kan in Oosterhout geene andere woning vinden. Hij denkt zich in de buurt van Nijmegen te vestigen; Mevr. v. Grotenhuis wil daar gaarne heen.

Het gaat vrij goed in Oosterhout; er is voldoende werk; de industrie maakte nog al goede zaken; er werd echter door niemand oorlogswinst gemaakt. Het Wilhelminakanaal brengt aan de gemeente groote voordeelen aan; de werken zijn thans alle gereed en in gebruik genomen. De Oosterhoutsche haven en de Groenendijksche haven worden nog gebruikt door kleine scheepjes met beer enz. voor de boeren; maar de groote schepen komen allen langs het Wilhelminakanaal.

De drinkwatervoorziening laat nog altijd veel te wenschen over; reeds voor 30 jaren werd er een plan gemaakt voor een eigen drinkwaterleiding; de gemeenteraad wilde daar echter niet aan. Dr. Jenny Weyerman maakte dezer dagen een plan, voor een achttal gemeenten in het Noordwesten; Oosterhout valt daar juist buiten.

100802 - In 1859 werd de gasfabriek opgericht. Het gas werd in de eerste jaren vooral gebruikt om straten en woningen te verlichten., 1928In 1859 werd de gasfabriek opgericht (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

De landbouwers maakten een pr jr lang goede zaken; de vooruitzichten voor den aanstaanden winter zijn echter bedroevend. Landbouwcursussen hebben steeds een groot succes; de tuinbouwcursussen worden matig bezocht; het handels (Hanze) onderwijs trekt voortdurend sterk. De gasfabriek gaat zeer goed. Van ons provisorium aan het Wilhelminakanaal wordt thans stroom betrokken voor licht; men is daarmede zeer ingenomen.

Er zijn nog ± 100 Belgische vluchtelingen, waaronder 40 à 50 seminaristen. Gesmokkeld wordt er bijna niet meer; de bepaling dat de smokkelaars direct naar Veenhuizen gaan, heeft er den schrik ingebracht. De langdurige inkwartiering heeft niet tot groote bezwaren aanleiding gegeven; men waardeert de finantieele voordeelen; de verhouding tusschen burgers en militairen is voortdurend goed.

Wethouder van Leysen – een geschikte bekwame man – wijst er op, dat door den bouw van het Wilhelminakanaal het geheele stelsel van de waterleidingen veranderd is; de leggers moeten noodzakelijk herzien, en met den gewijzigden toestand in overeenstemming gebracht worden. De gemeente onderhoudt tegenwoordig de waterleidingen; B. en W. gaan nog schouwen, om na te gaan, of de onderhoudsplichtigen der kunstwerken, bruggetjes, schoren en dergg. Hun plicht gedaan hebben.

Den 13 Juli 1921 bezocht ik Oosterhout en Ginneken. Ik had daar een buitengewoon drukke audientie: van den kansel was afgelezen, dat ik kwam. Voor een onderhoud met B. en W. bleef niet veel tijd over. Om in den woningnood te voorzien, bouwde gemeente zelve 10 woningen; 41 werden door eene bouwvereeniging gesticht; voor 14 werd eene Rijkspremie gevraagd, welke voor 2 geweigerd werd.

De verkiezingen brachten 7 nieuwe Raadsleden, waaronder 1 arbeider. Eene bepaalde opposition quand même is er in den Raad toch niet. Er is nog veel werkeloosheid; door gemeente wordt thans nog aan 90 menschen werk verschaft, meestal aan wegen en waterleidingen. Wilhelminakanaal is voor gemeente van groot nut; de kosten van onderhoud en beheer van haven en kadewerken, de renten en aflossing van de voor den kanaalbouw aangegane geldleeningen, worden nog niet door haven- en kadegelden gedekt. Men hoopt, dat zulks wel het geval zal zijn, wanneer het geheele kanaal klaar zal zijn.

De Waterstaat heeft een fout begaan, door de verbindingsarm met Breda te graven door eene 5 Meter hooge landrug; dientengevolge worden 800 H.A. eertijds vruchtbare gronden geheel ontwaterd. De Staten maakten van die gronden een Waterschap, den St. Oelberts polder; voor het Bestuur van dien polder maakte Bongaerts een project, om water uit het Wilhelminakanaal 2de. pand 5 Meter hoog op te pompen hetwelk dan langs een stelsel van slooten over den heelen polder moet verdeeld worden. Het heele werk zal f. 230.000 kosten; de provincie zal daarin wel weer moeten subsidieeren!

Op exploitatie van electrisch bedrijf kwam Oosterhout in 1920 acht duizend gulden te kort. De industrie gaat in Oosterhout slecht, vooral de margarinefabriek van Verschure, en de ijzer- en metaalgieterij van Hagenaars. Velen moeten dan ook buiten de gemeente hun brood gaan verdienen: te Breda op de Kwatta, op de lucifersfabriek enz.; ook alle grondwerkers moeten naar buiten. Het drankmisbruik is niet erg, maar er wordt verschrikkelijk veel gesnoept.

100832 – Het raadhuis tussen 1809-1942, 1928 Het raadhuis tussen 1809-1942 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 19 Juni 1925 kwam ik – na Hooge en Lage Zwaluwe te hebben bezocht – weer in Oosterhout. Daar was groote woningnood: de gemeente bouwde 10 woningen, eene bouwvereeniging 41 terwijl met Rijkspremie 12 middenstandswoningen tot stand kwamen. Thans zal eene bouwvereeniging weer 24 woningen bouwen; gemeente geeft een toeslag van f. 250,- per woning, of f. 6.000.

Van de 15 Raadsleden zijn 10 burger, 3 boer, 1 arbeider en 1 S.D.A.P.er. Behalve de S.D.A.P.er zijn allen Roomsch. Het rommelt nogal bij de Raadsverkiezingen; bij de laatste Raadsverkiezing kwamen 6 nieuwe Raadsleden. Er wordt dit jaar eene nieuwe barak gebouwd voor lijders aan besmettelijke ziekten; kosten f. 12.000. De Zusters uit het Gasthuis zullen verplegen. De drinkwaterleiding gaat er nog niet erg in; de menschen kijken veelal de kat uit den boom; nog maar 120 aansluitingen.

Gemeente is weinig kapitaalkrachtig, en gaat nog steeds achteruit. De werkeloosheid was groot, op een moment waren er 425. Einde 1924 heeft gemeente de werkverschaffing stopgezet; men kon het niet meer betalen; sinds loopt het zonder werkverschaffing ook. De Raad – de burgemeester? – is uiterst zuinig; voor niets is geld te krijgen. Al het secretariepersoneel – 6 man – zit samen in een klein lokaal; en dat in eene gemeente van 15.000 zielen! Een ieder, die op de secretarie moet zijn, wordt in dat lokaal geholpen. Er is zelfs geen geld te krijgen om een loket te maken, waar het publiek achter blijft en geholpen wordt, om zoodoende rustig werken voor het personeel mogelijk te maken.

 De voornaamste industrieele zaken zijn: (aantal arbeiders)
 Margarinefabriek Van Verschure  160
 Steenfabriek Dorst  70
 Stoomkuiperij Simons      200
 Suikerwerkfabriek Aerden  30
 Suikerwerkfabriek Smits-v. Gils  80
 Suikerwerkfabriek P. Sips  40
 Koekfabriek De Hoog  45
 Nougat De Hoog  25
 IJzergieterij Hagenaars   50
 Stroohulzenfabriek   20
Hooiperserij Oomen 25
Schoenfabriek Schenkels 30
Drukkerij 10
Betonzaak Martens 60
Betonzaak Struik 15
Betonzaak Zuiderhout 5

Het Wilhelminakanaal is voor gemeente van groot belang; aan de haven telde ik zeven, en verderop zes schepen. De haven- en kadegelden dekken bij lange nog niet de kosten. Electriciteitsbedrijf gaat goed; maakte f. 3.400.- winst; licht 38 cnt; kracht 20-15 cnt. Langzamerhand wordt gemeente gerioleerd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: