skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

De Commissaris van de Koningin over Princenhage

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Princenhage te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Princenhage

Den 8sten. Juni 1896 bezocht ik de gemeente Princenhage. Te omstreeks 3 uur uit Ginneken vertrokken, kwam ik te ongeveer 3.30 aan het gemeentehuis te Princenhage. Op het ruime plein voor het raadhuis had de harmonie vele nieuwsgierigen gelokt. Op het rijk met bloemen versierde raadhuis vond ik B. en W.

De burgemeester heette mij welkom en verzocht mij plaats te nemen. Met B. en W. doorliep ik de begrooting 1896 en wees ik er hen o.a. op, dat de kosten van het besteden van oude en gebrekkige lieden uit een policiair oogpunt niet mogen worden opgedreven; dan is het beter, dat er van gemeentewege eene subsidie aan betrokken armbestuur worde gegeven.

Het gemeenteverslag over 1895 gaf tot enkele opmerkingen aanleiding, o.a. het getal schoolgaande kinderen werd niet aangegeven. Op mijne audiëntie verschenen de Hoogeerwaarde Heer Van Oers, kanunnik, deken van Breda en pastoor te Princenhage en de zeer Eerwaarde Heer Loos pastoor te Beek, beiden met hunnen kapelaans. Verder Ds. Vinke (een geschikte man), notaris Bossers, die klaagde over de zaakwaarnemerij van den secretaris van Princenhage. Jhr. St. van Nispen tot Sevenaer, Terveer, directeur van het postkantoor, Van Wessem, directeur der Zuid Nederl. Stoomtram Maatschappij en Joling, hoofd der school. Bijzondere wenschen of verlangens hadden de heeren niet.

Na de audiëntie bracht ik een bezoek aan de secretarie, dronk een glas port in de raadszaal, nam afscheid van de wethouders, naar het schijnt eenvoudige boeren met heldere koppen, waarna ik met den burgemeester in een rijtuig, waarvoor hij gezorgd had, plaats nam, om een toer door de gemeente te doen. Allereerst reden we naar Beek; daar vond ik weer de Beeksche harmonie, welke enkele nummers ten beste gaf, welke ik vanuit mijn rijtuig aanhoorde; daarna reden we door tot de rivier “de Mark” om de “beemden” = ± 1500 H.A. weiland te zien;

Bruggetje in het Engelse Park van het Liesbos, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)Bruggetje in het Engelse Park van het Liesbos, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)

vervolgens reden we langs Boschdal, een oud kasteel, afkomstig van de familie Van Bijland, thans het eigendom van den heer Van Mierlo, den oud-president der rechtbank te Breda. Vervolgens reden we langs den Zanddreef naar het Liesbosch, waar we uitstapten om te voet een gedeelte van dat prachtige bosch te zien. Vervolgens reden we langs den straatweg terug naar het raadhuis te Princenhage, waar ik mijn rijtuig vond, om daarmede vervolgens naar Breda terug te keeren.

De administratie bleek te Princenhage goed verzorgd; wel waren er kleine opmerkingen te maken over de administratie van den ontvanger, - maar van belang waren die niet. De administratie ter secretarie was zelfs zeer goed in orde; eene bijzondere goede wijze van inrichting der alphabetische naamlijst op het naar de huisnummers en de wijken ingericht bevolkingsregister trok de aandacht. De notulen van B. en W. hadden minder spaarzaam moeten gehouden worden.

Burgemeester A. Schrauwen, 1882-1904 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester A. Schrauwen, 1882-1904 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)

Den 1 September 1900 kwam ik weer in de gemeente; ik vond nog dezelfde wethouders als voor 4 jaar; de wethouder Van Baal is 81 jr.: een krasse verstandige boer; ook de wethouder Romme is een landbouwer. De leden van den raad wonen over de geheele gemeente verspreid: 5 in de kom, waaronder de burgemeester en de wethouder Van Baal, 2 in Bagben, 1 te Lies, 2 in Beek, 1 te Groot Overveldt (wethouder Romme), 1 te Klein Overveld, 1 te Briel. Geen rivaliteit tusschen ’s Princenhage en Beek of andere gehuchten; de burgemeester weet steeds zoo te schipperen, dat allen tevreden zijn en dat de gehuchten – Beek in de eerste plaats – zich niet verongelijkt achten.

Op mijne audientie verschenen slechts de secretaris Wermenbol (dien ik bij mijn vroeger bezoek niet gesproken had) en Dr. Batenburg, sinds 20 jr gemeentedoctor. Deze laatste prees de inwoners zeer; hij had geen boek van beteekenis; soms moest hij de menschen wel uitstel geven, maar ze eindigden steeds met te betalen. Degenen, daar hij aan te kort kwam, waren geene inboorlingen van Princenhage, maar werklieden van de suikerfabriek van Vriens, van een van de twee ijzergieterijen of van de sigarenfabriek van Boes; werkvolk dat dan hier en dan weer daar woonde.

De grond is bijzonder geschikt voor groenten- en fruitteelt, en wordt in de buurt van de kom betaald met f. 2.500,- tot f. 3.000,- de H.A. Toen de hoveniers gedupeerd werden door Engelsche handelaars, werd voor twee jaren de vereeniging “Brabantia” opgericht; de bekende onderwijzer Van Bloppoel was de ziel van de onderneming; hij wist, bij onbillijke behandeling door Engelsche firma’s in 1899 een paar maal een proces door te drijven; Brabantia werd door den Engelschen rechter in het gelijk gesteld. Het is zeer jammer, dat Van Bloppoel juist verbonden werd als leraar aan de Rijkstuinbouwschool te Ommen.

Het gaat den hoveniers bepaald zeer goed; zij hebben over het algemeen 2 à 3 koeien en verkoopen de melk langs de deuren te Princenhage. In het najaar, als er op de hofsteden minder werk is, gaan de jonge mannen werken op de suikerfabriek en verdienen dan hooge loonen. Volgens B. en W. werkt dat niet verkeerd op de zedelijkheid; het toezicht op drankgebruik in de fabriek is vrij sterk, in de fabriek werken geen vrouwen, de zoogenaamde “peermeiden” (vrouwen die de manden vullen bij het lossen van de schepen) komen uit Wagenberg.

Boer melkt zijn koeien in het weiland, ca. 1925 (bron: Stadsarchief Breda)Boer melkt zijn koeien in het weiland, ca. 1925 (bron: Stadsarchief Breda)

De boeren maken zelf hun boter, volgens B. en W. zouden er ± 50 boeren zijn met ± 8 koeien; boeren brengen hun boter bij particulieren te Breda en bedingen veel geld; zij kunnen geen werkvolk krijgen en betalen f. 150 voor een knecht en f. 120 voor een meid. Het gaat den arbeiders en kleine luiden veel beter dan de boeren; een arbeider met een paar H.A. land heeft een ponney, waarmede hij eigen werk doet, anderen helpt, en zondags uitgaat. Iedere arbeider slacht twee eigen varkens, met de hammen wordt in de regel het meel enz. betaald; de menschen houden dan het spek enz. voor eigen gebruik over. Ook het gebruik van rundvleesch neemt zeer belangrijk toe. Voor ± 25 jaar waren er slechts twee slagers, die ieder wekelijks ± een half beest verkochten; nu zijn er drie, die ieder 4 of 5 beesten slachten.

De winkelstand klaagt steen en been over de concurrentie van Eigen Hulp. Als ik weer eens in Princenhage kom moet ik met B. en W. de werkplaats voor herstelling van materieel van de Zuid Nederlandsche Stoomtrammaatschappij gaan kijken.

Burgemeester F.C.V. Dommer van Poldersveldt, 1904-1917 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, A. Daams, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester F.C.V. Dommer van Poldersveldt, 1904-1917 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, A. Daams, bron: Stadsarchief Breda)

Donderdag 28 April 1904 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed er vanuit Breda heen en bezocht er denzelfden dag Rijsbergen en Zundert. Per tram keerde ik van Zundert naar Breda terug. Burgemeester Schrauwen werd als zoodanig met ingang van 1 Maart 1904 eervol ontslagen. Zijn opvolger Jhr. Dommer treedt eerst met 1 Mei in functie.

Ik werd ontvangen door de twee wethouders Speek (waarnemend burgemeester) en Romme. Als plaatsvervangend wethouder was nog aanwezig Van Baal, een zoon van den vroegeren wethouder van dien naam, die in 1903 overleed, en als raadslid werd opgevolgde door zijn zoon. Ik verleende audientie aan den oud-burgemeester Schrauwen, aan wien ik beloofde, bij gelegenheid van de statenzitting in Juli aanstaande te laten zien, wat ik aan de Regeering schreef over zijn zoon, sollicitant naar de burgemeestersbetrekking te Princenhage. Ik zeide hem nog met nadruk, dat het Kamerlid Michiels ten onrechte had beweerd, dat mijn aanbeveling aan den Minister alphabetisch zou geweest zijn. Mijne aanbeveling noemde de aanbevolenen in de volgorde in welke ik ze ter benoeming voordroeg. Op die lijst stond Schrauwen nr. 1 en Jhr. Dommer nr. 2.

Van B. en W. vernam ik, dat onder de boeren en onder den burgerstand geen gedwongen huwelijken voorkomen. In het geheel zal 10% van de huwelijken “gedwongen” zijn; alles onder de arbeiders (zoowel boeren- als fabrieksarbeiders). 1/2 % onwettige kinderen. In het Oosteneind zijn in den laatste tijd enkele huishoudens uit het Heike komen wonen; op die menschen valt nog wel wat te zeggen, ruzies, stelen, onzedelijkheid.

Bij periodieke verkiezingen is den candidaatstelling in den regel voldoende; bij elke vacature wordt er dikwijls hard gewerkt bij de stemming, die gewoonlijk noodig is. Evenwel niet met drank in de herbergen! Bij de laatste stemming triumfeerde de eene candidaat met ééne stem meerderheid: 331 van de 661.

Ik raadde sterk aan om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te brengen; de heeren schenen er wel ooren naar te hebben. Van herhalingsonderwijs wordt weinig gebruik gemaakt. Er is nog al wat schoolverzuim: te Princenhage meer dan te Beek. Broodsgebrek wordt in Princenhage nooit geleden; er heerscht weinig of geen armoede. Er wordt niet gebedeld wat vroeger nog wel geschiedde. Er is pas eene Vincentiusvereeniging opgericht; alleen voor Princenhage; particulieren verbonden zich gezamenlijk gedurende 10 jaren ± f. 600 per jaar bij te dragen.

Tegeltableau CSM Suikerfabriek Wittouck, 1922 (Archief Suikerfabriek, bron: Stadsarchief Breda)Tegeltableau CSM Suikerfabriek Wittouck, 1922 (Archief Suikerfabriek, bron: Stadsarchief Breda)

De groote suikerfabriek aan de Mark, vlak bij Breda, is eigendom van Wittouck, den eigenaar van denzelfden fabriek te Bergen op Zoom. Op de ijzergieterij de Etna van Klep werken ± 140 menschen uit Princenhage. Klep wordt als werkgever zeer geprezen. Ik heb B. en W. sterk aangeraden om de grensregeling Breda te aanvaarden. Het schijnt, dat de Heeren er wel ooren naar hadden.

Den 8 Mei 1908 kwam ik weer in Princenhage. Voor mijne audientie hadden zich aangemeld Dr. Batenburg en de Heeren Schrauwen, vader en zoon. Aangezien zij niets bijzonders te vertellen hadden, nam de audientie slechts weinig tijd in beslag en had ik dus volop tijd om met B. en W. te praten. Secretaris Wermenbol is er indertijd ingehaald door de geestelijkheid als tegenwicht tegen de protestantschen notaris Bossers; vandaar dat zijn zaakwaarnemerij zoo goed ging. Toen Bossers vervangen werd door den katholieken Notaris Esser, contracteerde deze met Wermenbol, dat deze laatste geen zaakwaarnemerij meer zou drijven. Over den uitleg van dat contract kregen de Heeren ruzie, en liggen ze thans in proces bij de Rechtbank te Breda.

Brabantia ging failliet, het bracht groote misère aan de leden, die de schulden moesten aanzuiveren en per hoofd meer dan f. 100 moesten betalen. Thans gaat op tuinbouwgebied de stuwende kracht uit van de Afdeeling Princenhage der Baroniesche tuinbouw afdeeling; voorzitter dier Afdeeling is burgemeester Dommer, secretaris Verhoeven. Tuinbouwleeraar is de Heer Camman, die algemeen zeer geprezen wordt, maar het veel te druk schijnt te hebben, en zijn werk in de twee provinciën: Zeeland en Noordbrabant niet af kan. Er zijn twee afdeelingen van den Boerenbond: van die te Beek is de wethouder Romme van die te Princenhage de wethouder van Baal voorzitter.

Te Beek is een coöperatieve roomboterfabriek, die dagelijks 7000 liter melk verwerkt; voorzitter van het bestuur is de wethouder Romme. De boeren te Princenhage verkoopen de zoete melk te Breda, of maken nog boter. Voor de boter bedingen ze laagere prijzen, dan de fabrieksboter uit Princenhage kan halen. Geen rivaliteit tusschen Beek en Princenhage; geen rivaliteit tusschen burgers en boeren. In den Raad zitten drie Burgers en 10 boeren. Zelfs eene vacature na overlijden werd bij enkele candidaatstelling vervuld. Zoowel landbouwers als hoveniers gaat het goed; deze laatsten hebben meestal nog eenig boerenbedrijf met enkele beesten.

Winkels beteekenen niet veel; alles gaat naar Breda; als er in Princenhage een roomboterfabriek was, en de boeren daar hun geld ontvingen, dan zou er ook meer in de winkels te Princenhage gekocht worden. Men is zeer dankbaar voor de hulp van G.S. om eene stopplaats te Beek te krijgen. Op begrooting 1908 werd f. 700 uitgetrokken voor het onderhoud der waterleidingen. Gasfabriek gaat gelukkig goed; dekt op ± f. 400 na, de rente en de aflossing + de exploitatie. Gas kost 13 cent de m3. Met B. en W. de gasfabriek gaan kijken; gashouder voor 80 m3; wordt ’s avonds om half tien voor de laatste maal gevuld.

Briefhoofd van de N.V. Pulp- Jam- en Conservenfabriek, 1912 (bron: Stadsarchief Breda)Briefhoofd van de N.V. Pulp- Jam- en Conservenfabriek, 1912 (bron: Stadsarchief Breda)

Men gaat een nieuwe school bouwen; voorloopig met 4 lokalen; het plan is echter – en met den bouw is daarop gerekend – om later die school uit te breiden tot een 12-klassige school en dan de oude school te Princenhage te sluiten. Groote moeielijkheden met Breda, dat het vuile water van de Jamfabriek niet wil ontvangen; men hoopt dat de wijsheid van G.S. een uitweg zal weten te vinden. Een kort bezoek gebracht aan mevrouw Dommer, en mij ten haren huize laten ophalen.

Den 28 Maart 1912 kwam ik weer in Prinsenhage; ik reed er per auto heen vanuit Hotel de Kroon te Breda; later bezocht ik nog Rijsbergen en Etten, en keerde vandaar weer naar Breda terug. Secretaris Wermenbol beunhaast nog altijd; burgemeester Dommer was er in geslaagd Wermenbol en Esser tot elkander te brengen; toen Dommer bij Esser kwam, om hem het contract met Wermenbol te laten teekenen, weigerde Esser; en daarmede verviel de hele zaak. Volgens het contract zou Esser f. 4.000 gegeven hebben aan Wermenbol, waartegen deze zich dan verbond zich voortaan van alle beunhazerij te onthouden. Thans heeft Wermenbol met zijn zoon samen een formeel zaakwaarnemers kantoor opgericht, dat zaken doet onder den naam “Wermenbol en Co”.

Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek Martinus opgericht in 1911 (bron: Stadsarchief Breda)Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek Martinus opgericht in 1911 (bron: Stadsarchief Breda)

De tuinbouwvereeniging, van welke Dommer voorzitter was, is ontbonden en overgegaan in eene specifiek Roomsche vereeniging, met niet meer dan 35 leden; Dommer nam als voorzitter ontslag. De groententeelt neemt toe, dank vooral den invloed van den tuinbouwleeraar Camman; men begint tamelijk veel met glas te werken. In 1912 zal her eerste warenhuis - zooals er in het Westland zoo vele zijn - gebouwd worden. Naast de groententeelt is de cultuur van aardbeien en vooral van frambozen van veel belang. In 1911 waren er frambozentelers, die bruto per H.A. f. 2.000 maakten, waarvan zij netto ± f. 1.000 overhielden. Alles gaat naar de veiling te Breda.

Naast de groote stoomzuivelfabriek te Beek, waar thans 8.000 L. daags verwerkt wordt, kwam een groote stoomzuivelfabriek te Princenhage, welke in 1911 gesticht werd voor f. 32.000, en thans 3.000 à 4.000 liter melk daags verwerkt.

De winkeliers maken geen beste zaken; de menschen gaan te veel naar Breda; enkele groote winkels kunnen er zijn. De industrieele ondernemingen werken druk; vooral de Jamfabriek neemt een groote vlucht. De grondstof voor de gasfabriek – gazoline – is zeer duur; vandaar dat het bedrijf maar matig floreert. Over het algemeen kan men zeggen, dat de gemeente floreert, en in de laatste dertig jaren zijn alle klassen van menschen enorm vooruit gegaan. Dr. Batenburg, die sinds dertig jaren in Prinsenhage woont, in alle huishoudens komt, en daardoor een bevoegd beoordeelaar kan heeten, constateerde mij dat op mijne audientie onder aanhaling van sprekende cijfers. Gemeente bezit, behalve oude doopboeken enz. geen archief, dat eenigszins naam heeft.

Burgemeester Vermeulen, 1917-1935 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester Vermeulen, 1917-1935 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)

Den 27 Juli 1917 kwam ik weer in Princenhage; Burgemeester Dommer is vervangen door Burgemeester Vermeulen, den oud-burgemeester van Valkenburg. Deze kan geen woning vinden, en wil daarom tijdelijk te Breda (Baronielaan) gaan wonen: Er is slechts één huis op De Hage, het oude huis van Dommer, door deze voor f. 23.000 verkocht, en thans voor f. 33.000 te koop.

Wethouder Romme (uit Beek) is 25 jaar wethouder; Van Baal (uit Princenhage) ook reeds 13 jr. Geschikte menschen om mede te praten. Secretaris Wermenbol liet zich weer niet zien; ook ontvanger Jansen was onzichtbaar.

De groente- en fruittelers maken prachtzaken; vooral frambozen en aardbeien brachten veel geld op. Alles gaat naar de Bredasche veiling, volgens de voorschriften van de Minister Posthuma. Ook boeren maken goede zaken maar hunne vooruitzichten zijn donker: geen voeder voor het vee in den aanstaande winter; de Regeering neemt alles in beslag. De industrie werkt druk, vooral de jamfabriek. Het gaat goed in de gemeente, armoede is er niet.

Voortdurend veel soldaten ingekwartierd, thans twee bataillons. Ook langs dien weg komt er veel geld in de gemeente; ook de kleine winkeliers kunnen goed bestaan. De distributie van levensmiddelen kost aan de gemeente f. 1.800 ’s maands. Voortdurend zijn er nog 2 à 300 Belgische vluchtelingen in de gemeente; ook daardoor is de woningnood zoo groot. Geregeld worden er goed bezochte cursussen gegeven voor land- en tuinbouwers; ook een Hanze-Cursus is er geweest, maar die is te niet gegaan.

Aan den Burgemeester gevraagd dat aan het verslag van den toestand der gemeente meer zorg zal besteed worden; in dat over 1916 staat letterlijk niets.

Den 14 Juli 1921 bezocht ik Princenhage en Teteringen. De laatste gemeenteraadsverkiezing bracht 7 nieuwe raadsleden; in den Raad zitten thans 9 Roomsch Katholieken, 1 Protestant, 1 arbeider, 1 socialist en 3 wilden. De beide wethouders werden herkozen. Voor de burgerwacht is veel liefhebberij; de commandant Nooren schijnt de rechte man op de rechte plaats.

Met B. en W. uitvoerig van gedachten gewisseld over de bouw van de waterleiding voor West-Brabant. Naar mijne meening is het verkeerd, dat Jenny Weijerman wnd. directeur is. De bouw moet niet geleid worden door een fungeerend directeur, maar door een werkelijken directeur. Als men Jenny Weijerman als zoodanig wil benoemen, dan moet men dat direct doen, maar dan tevens eischen, dat hij direct voor alle andere betrekkingen bedankt. Hij is tevens voorzitter van de Raad van Commissarissen; dat gaat niet samen met directeurspelen. Het is trouwens bij de statuten verboden! En nu maakt men hem wnd. directeur! Zoodra de waterleiding er is kan men de brandweer behoorlijk organiseeren.

De eigenaren van de Betonfabriek en van de Jamfabriek richtten uit de oorlogswinst in die bedrijven behaald de “Beja” op, eene groote fabriek van chocolade en suikerwerken; dat bedrijf gaat op het oogenblik slecht. De naam Beja werd ontleend aan de twee eerste letters van den naam der moederbedrijven. De tuinbouw brengt veel geld onder de menschen; op de Bredasche veiling wordt voor tonnen frambozen verkocht; ook de aardbeien brengen veel geld in. De mentaliteit van het volk gaat langzaam achteruit; drankmisbruik is niet erg; maar er wordt ontzaggelijk veel geld verdaan aan snoepen.

Links het raadhuis van Princenhage, voor 1920 (bron: Stadsarchief Breda)Links het raadhuis van Princenhage, voor 1920 (bron: Stadsarchief Breda)

Den 24 Juli 1925 bezocht ik Princenhage en Ginneken. Het Raadhuis te Princenhage wordt verbouwd; ik werd daarom door B. en W. ontvangen in de kamer van den burgemeester. Hoewel het particulier initiatief wel wat te hulp komt is er toch nog groote woningnood, en komen er nog vele ongewenschte samenwoningen voor. Bij de laatste Raadsverkiezing 5 nieuwe raadsleden. Er zijn thans 10 burgers (waarvan er vroeger 4 boerden), 3 boeren en 2 arbeiders. 12 zijn R.K. In Juli 1925 werden 600 socialisten stemmen uitgebracht.

Sinds Juni 1924 geen werkeloosheid meer gehad; de Algemeene Suiker Mij raffineerde haar suiker in de fabriek te Princenhage en had daardoor het geheele jaar door behoefte aan veel werkkrachten. Distributiekosten levensmiddelenbedrijf nog niet afgerekend met Breda; men gaat met de eindafrekening niet accoord. Oud archief heet goed geordend door Wermenbol; tegenwoordige secretaris zet dat voort. Dr. Batenburg is overleden; hij werd vervangen door Dr. Van Glabbeek, over wien men zeer tevreden is. De vroedvrouw te Beek kreeg haar congé; ze werd vervangen door Dr. Van de Kar.

De warenkeuringsdienst is zeer noodzakelijk; zoo werden op de jamfabriek groote partijen bedorven jam, gedroogde groenten enz. in beslag genomen en vernietigd. De vleeschkeuring ook noodzakelijk; goed geregeld; de boeren zijn er op vooruit gegaan. Sinds 1 Januari 1925 kwamen 400 aansluitingen op de drinkwateraansluiting tot stand; eene verordening om de menschen tot aansluiten te dwingen zal wel niet noodig zijn. Brandweer en gemeentereiniging heeten beide uitstekend verzorgd. De brandweer staat onder leiding van Nooren, den bekende commandant van de burgerwacht.

Groepsportret arbeiders van de Kwatta chocoladefabriek, 1917 (bron: Stadsarchief Breda)Groepsportret arbeiders van de Kwatta chocoladefabriek, 1917 (bron: Stadsarchief Breda)

De chocoladefabriek Kwatta gaat niet meer zoo goed als vroeger; de dito fabriek Beja gaat bepaald slecht. De Hollandsche Kunstzijdefabriek (Stulemeijer) en de betonfabriek van Stulemeijer gaan goed. Tusschen de Heeren Klep, directeuren van de IJzergieterij “de Etna” is ruzie geweest; de Heer Klep-Batenburg is er uitgeloopen; hij was de koopman; hij verbond zich aan eene soortgelijke fabriek te Tegelen en doet daardoor de Etna onnoemelijke schade. De winkelstand is niet veel; de menschen gaan liever naar Breda.

Het belastbaar inkomen is 5.000.000 geweest; is thans nog ruim vier; het blijft achteruit gaan. De plaatselijke inkomstenbelasting bedraagt van 2% tot 5%. Divideend en tantième belasting niet meer dan f. 10.000,-. De tuinbouw gaat bijzonder goed: op één dag werd aan de veiling te Breda voor meer dan twee ton geveild!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
story.overview.type.topic

Boekje van Rien van Ginneken. Pierre...Pierre...Bulle.

Princenhage
Doe mee en vertel jouw verhaal!