i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Ravenstein
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Ravenstein

vertelde op 2 april 2009 om 12:08 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Ravenstein te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Ravenstein

Den 22den Augustus 1896 bezocht ik de gemeente Ravenstein; door de eerewacht van Huisseling en Neerloon langs den Maasbandijk geleid tot aan de grenzen van Ravenstein (ongeveer tot aan het veerhuis van Vermeulen) werd ik in ontvangst genomen door eene feestcommissie, van welke de president (Van Hall) een speech hield; daarna speelde de harmonie een deuntje en zong de liedertafel een liedje. Vervolgens vormde zich een stoet, en werd ik, bovendien begeleid door eene eerewacht van 9 nette ruiters onder Teulings (een broeder van den Bosschen uitgever) naar het gemeentehuis geleid.

Terwijl ik onder de poort doorreed, om in de kom van het plaatsje te komen, werden mij van bovenaf losse bloemen in het rijtuig geworpen. Een meisje van Mevrouw Suermondt bracht mij een bouquetje aan mijn rijtuig; ik bedankte daarvoor de moeder, die het kind begeleidde. Vervolgens kwam ik aan het Raadhuis, waar ik den burgemeester Van Claarenbeek vond met diens beide wethouders. De burgemeester hield een speech; een paar meisjes (Van Hall en Reijnders), dezelfde, welke in 1895 aan het station te Ravenstein aan de Koninginnen bouquetten brachten, boden ook mij nu een bouquet aan.

Daarna namen we plaats in de bekrompen ruimte (± anderhalve kamer), dienende tot secretarie, raadszaal enz. De burgemeester van Huisseling – Van den Oever – woont in Ravenstein, is daar lid van den gemeenteraad en wethouder.

Op mijne audiëntie verschenen:

  1. de deken Wouters, met de verdere Katholieke geestelijkheid, waaronder de Dominicaan Suermondt, sinds 17 jaren in Rome bezig met de uitgave van de werken van Sint Thomas van Aquine; hij werkt daaraan met 2 andere Dominicanen. Hij meent, dat er nog minstens twee menschengeslachten noodig zijn, alvorens die uitgave gereed is.
  2. De dominee Chuack; deze beklaagde zich vooral over de toenemende bedelarij; vooral uit Overlangel, Berghem en Oss kwamen wekelijks vaste klanten.
  3. De Rijksontvanger Hendriks; sinds 14 jaar te Ravenstein geplaatst; wil daar niet weg, omdat zijne vrouw van Ravenstein komt. Hij gaf in overweging om de kohieren voor de paardenbelasting door de ontvanger te laten schrijven; dan behoefden ze ter provinciale griffie slechts gecontroleerd te worden; ze konden dan vroeger executoir worden verklaard, hetgeen z.i. in het belang zou zijn der belastingschuldigen.
  4. Mr. Sopers, kantonrechter in het kanton Oss; hij was vroeger kantonrechter te Grave; toen dit kantongerecht werd opgeheven, werd hij benoemd te Oss; daar kon hij geene woning krijgen, om welke reden hij zich te Ravenstein vestigde. Ik verzocht hem, een nauwlettend toezicht te houden op het personeel van de gemeentepolitie, en mij, zoo noodig, met verkeerde toestanden bekend te maken.
  5. Notaris Verbunt, sinds 1869 notaris te Ravenstein.
  6. Ign. Suermondt, schoenfabrikant, werkende met 141 knechts, van welke er 27 op zijn fabriek zitten, terwijl de rest tehuis werkt.

Na de audientie bleef ik nog wat praten met den burgemeester en de wethouders, terwijl harmonie en liedertafel voortdurend op straat muziek maakten, - zelfs in die mate, dat we de ramen moesten sluiten, om ons verstaanbaar te maken.

Installatie burgemeester Claarenbeek in 1896Installatie burgemeester Claarenbeek in 1896

Ik drong er zeer kras bij den burgemeester op aan, dat hij zoo veel mogelijk de bedelarij zou keeren; ik gaf hem daarvoor de volgende middelen aan: a. de burgerij verzoeken niet meer te geven; b. de bedelaars waarschuwen, dat, als zij een volgende keer terugkwamen, dat zij dan gecalengeerd zouden worden; c. hen bij terugkomst in de gemeente te laten calengeeren. Wanneer a. b. en c. worden inachtgenomen, dan zal men m.i. de bedelarij spoedig den kop hebben ingedrukt.

Om ± 3 uur te Ravenstein gekomen, verliet ik de gemeente weer te 6.14. Tot aan de grens der gemeente werd mij weer uitegeleide gedaan door eerewacht, liedertafel, harmonie, schoolkinderen enz. Ik had den burgemeester in mijn rijtuig genomen. De administratie van den secretaris, zoowel als die van den ontvanger, waren goed in orde; mondeling werden enkele opmerkingen gemaakt.

Den 25 October 1901 kwam ik weer in de gemeente. Ik vernam van B. en W. dat de bevolking sterk afnam; in 1900 was men 73 man achteruitgegaan. Als oorzaak daarvoor noemde men mij vooral het faillissement van den schoenfabrikant De Waal; toen diens zaken einde 1899 fout liepen, verliet hij de gemeente en ging in Den Haag een schoenwinkel openen. Een gedeelte van zijn werkvolk ging mede naar Den Haag, terwijl een ander gedeelte zich naar Goch begaf, omdat daar op de Duitsche schoenfabrieken, nogal werk was te krijgen; het gaat daar tegenwoordig minder goed, zoodat nu weer volk terugkomt.

Ignaat Suermondt (HKK Land van Ravenstein)Ignaat Suermondt (HKK Land van Ravenstein)

De eenige groote schoenfabrikant in de gemeente is thans de Heer Ign. Suermondt; hij werkt met veel volk, van hetwelk er zeker 60 op zijn fabriek werken, terwijl de overigen tehuiswerkers zijn; hij betaalt echter geen hooge loonen; f. 1 daags is al mede het hoogste loon, dat bij hem verdiend wordt.

Ook gegoede ingezetenen verlieten in den laatsten tijd Ravenstein; met vreugde constateerden B. en W., dat er toch ook nog wel eens gegoeden waren, die zich in Ravenstein vestigden. Ik vernam van B. en W. dat de bedelarij uit Berchem, Oss en Overlangel had opgehouden; toen de bedelaars bemerkten, dat het ernst was, en dat ze bekeurd zouden worden, bleven ze weg.

Er worden – in overleg met alle naburige gemeenten – nog premies uitgeloofd voor de ontdekking van nachtelijke diefstallen, van kippen , konijnen, boter, spek, ham enz. Het uitloven van de premies heeft zeer goed gewerkt; er werd veel gesurveilleerd; bovendien hadden de brigades marechaussee uit Grave en uit Oss den heelen winter ’s nachts moeten komen waken, en kwam de luitenant uit Nijmegen controleeren, of de marechaussee’s wel op hun post waren. Calenges waren er niet gedaan; premies behoefden dus niet betaald; maar nachtelijke diefstallen, waarover eertijds zoo geklaagd werd, kwamen niet meer voor.

Ik sprak met B. en W. over de concessie van het veer te Ravenstein; de burgemeester haalde toen een advies tevoorschijn om te bewijzen, dat ze geen concessie behoefden te vragen, omdat ze het veer van het Rijk gekocht hadden. Ik zeide toen aan den burgemeester, dat Mr. Loeff m.i. ongelijk had. Als voorbeeld noemde ik hem toen het geval, dat iemand van eene gemeente een stuk land koopt, met het recht van overpoting op den weg; dan is die man volle eigenaar, terwijl de gemeente toch het recht behoudt, om in de politieverordening voorschriften omtrent de uitoefening van het plantrecht te geven.

Evenzoo de gemeente met het veer over de Maas; de gemeente kocht het veer van het Rijk; de concessie-aanvrage volgens het decreet van 1811 (?) dient alleen, om, wanneer andere belangen zijn, welke moeten behartigd worden, die belangen te doen samengaan en te kunnen behartigen tegelijk met de belangen van de gemeente. Daarin lag niet, dat het Rijk het recht van de gemeente ontkende of in twijfel trok.

B. en W. deelden mij mede, dat de vaargeul naar de los- en laadplaats van de gemeente verzand was, door den van Rijkswege in de Maas aangelegden veerkap; het water wielt daar achter, laat het zand los, dit zinkt op den bodem, en er ontstaat eene ondiepte. Feitelijk zou die vaargeul alle jaren moeten uitgediept worden; de gemeente heeft daarvoor geen geld.

Op mijne audientie verscheen de deken (Sala, vroeger professor, toen 3 jr. kapelaan te Cuijk, en nu sinds een jr. deken), de Rector Scheffers (ik meen dat hij rector is bij de Augustinessen), en een onderwijzer, v.d. Heuvel, die trouwplannen heeft met een juffrouw, die een winkel houdt, en zou wenschen dat zijne vrouw later den winkel zou mogen blijven drijven. Ik gaf hem niet te veel hoop.

De pastorie in het midden. Links daarvan staat de, in 1735 gebouwde, kerk van de parochie van St. Lucia, 1904 (Collectie Stadsarchief Oss)De pastorie in het midden. Links daarvan staat de, in 1735 gebouwde, kerk van de parochie van St. Lucia, 1904 (Collectie Stadsarchief Oss)

De deken is bezig eene nieuwe pastorie te bouwen, vlak tegenover het gemeentehuis; prachtig; 1 Mei 1902 moet het klaar zijn. Ik merkte den burgemeester nog op, om zijn raadhuis wat beter in te richten; daar is ruimte genoeg; met betrekkelijk geringe kosten zou men het kunnen doen. De burgemeester, van wien ik geen hoogen dunk had, en die mij bij dit bezoek nog tegenviel, zal het wel bij het oude laten.

De beide wethouders, v.d. Oever en Holla leken mij zeer geschikte menschen, evenals de secretaris Berben, tevens secretaris-penningmeester van het waterschap ’s Lands van Ravenstein.

Den 21 Maart 1905 kwam ik weer in Ravenstein; ik ging vanuit het hotel Keurvorst van de Paltz (juffrouw Van Hal) te voet naar het Raadhuis; ik bezocht later Dieden en Deursen en keerde van daar naar de Paltz terug. Voor de audientie had zich niemand aangemeld als de nieuw benoemde secretaris Van den Bogaard; hij had niets bijzonders te vertellen.

In den laatsten tijd nam de bevolking weer vrij sterk toe; de gezinnen, die na het faillissement van De Waal naar Goch gingen, keerden voor en na naar Ravenstein terug, omdat ze in Goch niet konden aarden.

Een zicht op de marktstraat, met aan het einde de maaspoort en vooraan rechts stadsherberg de Keurvorst, 1910 (HKK Land van Ravenstein)Een zicht op de marktstraat, met aan het einde de maaspoort en vooraan rechts stadsherberg de Keurvorst, 1910 (HKK Land van Ravenstein)

In 1903 is er een kabaal geweest tegen de aftredende raadsleden; men beweerde, dat Vermeulen te weinig huur betaalde voor het veer, en dat daarom het gemeentebestuur moest worden omgezet. De aftredende leden, Van den Oever en Van Gulick werden met groote meerderheid herkozen. De leider der oppositie, Dekkers, werd na het overlijden van v. Gulick in diens plaats raadslid; over de huur van het veer van Vermeulen repte hij als raadslid nog met geen enkel woord.

De gasfabriek te Ravenstein werd aanvankelijk opgezet als een particuliere zaak; de ondernemer kon, omdat de zaak niet voldoende opnam, zijne verplichtingen niet nakomen. Schretlen, ijzergieter te Leiden, die de installatie geleverd had, nam alles voor schuld over, en verkocht de fabriek voor f. 3.000 aan de gemeente. Ook de gemeente komt er niet mede uit; jaarlijksch tekort bedraagt ± f. 200. Er is geen directeur; de secretaris Berben houdt toezicht, en krijgt daarvoor jaarlijks f. 60. In moeilijke gevallen wordt advies gevraagd aan directeur gasfabriek te Nijmegen, of aan dien te Helmond.

In 1904 besteedde het Rijk het uitvoeren van eenige kribwerken aan voor f. 61.000. Daardoor is de veerdam ook begrepen; deze wordt feitelijk eene breede sterke krib, even lang en even hoog als de andere kribben. Ravenstein verkrijgt daardoor tevens eene goede loswal; alleen zal er een vaargeul naar dien loswal moeten worden gebaggerd op kosten van de gemeente. Na uitvoering dezer werken zal het zomerbed eene breedte behouden van slechts 95 Meter.

De heele gemeente is gerioleerd; het vuile water wordt door de riolen afgevoerd naar de stadsgrachten, in welke het moet versterven. Bijzonder onderwijs wordt gegeven door Augustinessen; moederhuis staat te Deursen. Behalve de huizen te Deursen en te Ravenstein moet deze orde geen andere huizen in ons land hebben.

Schoenfabrikant Suermondt heeft een eigen fabriek gebouwd; alle werk wordt in de fabriek verricht; hij heeft geen tehuiswerkers meer. In het geheel werken er 50 volwassen mannen en 22 kinderen. De loonen zijn laag; tesamen zullen die 80 werklieden dagelijks geen f. 80 loon verdienen.

Stadhuis Ravenstein, gebouwd omstreeks 1905. Gesloopt  in 1975. (HKK Land van Ravenstein)Stadhuis, gebouwd omstreeks 1905. Gesloopt in 1975. (HKK Land van Ravenstein)

Den 3 April 1909 kwam ik weer in Ravenstein; ik bezocht later nog Deursen en Dieden, en nam te Ravenstein weer den trein naar Den Bosch. Ik werd door B. en W. ontvangen in het nieuw gebouwde Raadhuis, dat er werkelijk zeer goed uitziet; een bezwaar is alleen, dat er geen kamer is voor den burgemeester. De oude wethouders zijn vervangen door de Heeren Nienhuis en Van Stekelenburg, twee menschen, met wie wel te praten was, beter dan met den burgemeester, m.i. een dom, eigenzinnig, onverstandig man.

Met de aanstaande raadsvergadering verwacht men weer veel strijd; dat is in Ravenstein langzamerhand gewoonte geworden; daaruit ontstaan veel onaangenaamheden en ruzies, die ook ná afloop der verkiezingen blijven nawerken.

Voor de politie schijnt het een zware en moeilijke dienst te zijn; naar het schijnt, worden de veldwachters veel gesard en onaangenaam bejegend. Niettegenstaande het salaris vrij goed is, is er nooit iemand, die het lang volhoudt; men vraagt benoeming in eene andere gemeente, ofwel, men keert tot het ambtelooze leven terug; althans zoo ging het in den laatsten tijd. Nachtelijke diefstallen komen er nog veel voor; de daders werden tot nu toe niet gesnapt; bij een boer werd een heel varken gestolen; bij de Augustinessen te Deursen het spek uit de schoorsteen.

De schoenfabriek van Suermondt gaat matig goed; tehuiswerkers heeft hij niet meer; hij betaalt nog steeds lage loonen. Vermeulen aan het veer betaalt nog altijd f. 1.100, het raadslid Dekkers, dat als zoodanig gekozen werd om die pachtprijs wat op te drijven, heeft er in den Raad nooit over gesproken. Toen hij voor een pr. maanden niet tot wethouder benoemd werd zooals hij gehoopt had, bedankte hij als lid van den Raad.

De gasfabriek wordt nog altijd beheerd door den gemeentesecretaris Berben; men zit met dat fabriekje helemaal vast; het is schoon versleten; het dekt de exploitatiekosten niet; er wordt meer gas gevraagd dan geleverd kan worden. Eene uitbreiding en gedeeltelijke vernieuwing zou zeker f. 25.000 kosten, welk geld men niet heeft; rente en aflossing zouden zeker niet verdiend worden, hoogstens de rente alleen; men weet niet wat te doen.

Ook uit Ravenstein loopen de meer gegoeden weg; de waarde der huizen loopt schrikbarend achteruit; bijv. het huis van Mevrouw Hillen werd door haar voor f. 4.000 gekocht; een jaar of veertien geleden was voor datzelfde huis f. 12.000 betaald, en bovendien nog f. 4.000 verwerkt. B. en W. zouden zoo gaarne zien, dat zich wat industrie in Ravenstein vestigde; de werkkrachten zijn daar, en in de buurt zoo goedkoop. Ik heb er de heeren toen op gewezen, dat zulks onmogelijk kon gebeuren, als er geen gas te krijgen was voor licht, en vooral voor gasmotoren enz. in beweging te brengen.

Den 8 April 1914 kwam ik weer in Ravenstein, na te voren Deursen en Dieden bezocht te hebben; de nieuwe burgemeester, Ridder Van der Schueren, is sinds 2 maanden in functie; uit den aard der zaak zit hij nog niet in de gemeentezaken goed in.

De vroegere drukke groentenmarkten gaan langzamerhand teniet; vroeger alle dagen markt; thans om den anderen dag, en het is nog niets. Het laagste gedeelte van de gemeente is gerioleerd; voor het hooger liggende gedeelte achtte men dat niet noodig; het water loopt vandaar gemakkelijk naar het lager liggende gedeelte, alwaar het in de riolen wordt opgevangen; deze lossen weer op de stadsgrachten en daar moet het vuil versterven.

Op de U.L.O. school gaan 20 kinderen van buiten de gemeente; naar ik van B. en W. begreep, is het daar vrijwel een janboel; een leerprogram met een vasten rooster van lesuren zou er niet zijn; men kon mij er niet veel van zeggen, omdat men het zelve niet wist. Van het teekenonderwijs kon men mij ook al niet veel zeggen; de Heeren wisten er niet veel van; er zouden ongeveer 30 leerlingen zijn.

Afwerkafdeling van Fabriek van Suermondt (HKK Land van Ravenstein)Afwerkafdeling van Fabriek van Suermondt (HKK Land van Ravenstein)

Aan het gemeenteverslag 1911 was niet de minste zorg besteed; omtrent de verkiezingen 1911 werd niets gezegd; omtrent de teekenschool geen woord; van de schoenfabriek van Suermondt werd zelfs het getal werklieden niet opgegeven. Ik hoorde van B. en W. dat Suermondt zijn schoenfabriek voor handwerk ombouwde in een machinale fabriek; hij dwong geen enkel handwerker om heen te gaan; maar de handwerkers kunnen met de machines niet goed terecht, en verdienen in doorsnede niet meer dan f. 6 à f. 7. De goed geschoolde machinearbeiders kunnen het wekelijks wel tot f. 12 brengen.

Veel last van bedelarij heeft men niet; verordening op het venten wordt streng gehandhaafd. De éénigste veldwachter is er al een jr. of twaalf; hij schijnt nog al prestige te hebben; van tegenwerking door het publiek, van sarren enz. is geen sprake; mijne inlichtingen te dier zake, vroeger verkregen, schijnen dus minder juist te zijn geweest. De man heeft f. 500 + vrij wonen, en moet iedere nacht dienst doen tot twee uur! M.i. veel te veel.

Loswal bij het veer is te laag; gemeente moet die verhoogen; met ± 75 C.M.; men ziet echter tegen de kosten ± f. 800 op. Het is onbegrijpelijk dat de weg naar het station, de zoogenaamde paralelweg, door Ravenstein moet onderhouden worden; die weg ligt op grondgebied van Deursen; om vandaar in Ravenstein te komen, moet men nog eerst over grondgebied van Huisseling.

Den 6den Augustus 1918 bezocht ik vanuit Grave per auto de gemeenten Dieden, Deursen en Ravenstein. Ik werd ontvangen door burgemeester met wethouder Nienhuis; wethouder Staal was onder de wapenen. De burgemeester heeft eene slechte gezondheid; hij moest weer naar Utrecht, om zich onder behandeling te stellen van Dr. Boekelman; voor eenigen tijd werd hij in Utrecht geopereerd, en werd toen zes weken in het St. Antoniusgesticht verpleegd.

Als de Raad in verband met de evenredige vertegenwoordiging het volgende jaar nieuw gekozen wordt, zullen drie of vier leden (ook wethouder Nienhuis) vervangen worden door jongere krachten; arbeiders verwacht men niet in den Raad.

De gasfabriek staat nog steeds onder directie van secretaris Berben; het bedrijf gaat slecht en levert groot verlies op, niettegenstaande het gas tegen 32 cnt de M3 verkocht wordt. Secretaris Berben is directeur van het distributiebedrijf; hij wordt in de administratie bijgestaan door zijne 19-jarige dochter.

De teekenschoolo geeft niet wat zij geven moest; de oudste leerlingen zijn 14 hoogstens 15 jr.; het onderwijs wordt overdag gegeven;p oudere jongens zijn dan op het ambacht. Het onderwijs kan niet in de avonduren worden gegeven, omdat de leerlingen dan het herhalingsonderwijs moeten volgen. Bovendien wordt de school betaald uit het loterijfonds, welk fonds strekt voor Ravenstein en omgeving. Het onderwijs moet dus ook genoten kunnen worden door de inwoners van de naburige dorpen; die kunnen er niet van profiteeren, tenzij het onderwijs over dag gegeven wordt.

De loswal is thans door gemeente beduidend verhoogd; aan los- en laadgeld beurt gemeente f. 300. De groentenmarkten blijven achteruit gaan. Nieuwe gemeenteveldwachter; geschikte kracht; de vorige titularis was aan den drank geraakt; hij werd op pensioen gesteld. Gemeente gaat langzaam achteruit; de finantieele draagkracht bleek, bij inzage van de kohieren Rijksinkomstenbelasting, voor vele ingezetenen zeer veel grooter, dan bekend of vermoed werd; zoo wordt een graanhandelaar, van wien men niets wist, thans aangeslagen voor f. 40.000.

Den 30 Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeente Ravenstein. Zonder dat er bepaalde partijschappen bestaan, werden bij de laatste Raadsverkiezing vijf van de zeven Raadsleden uitgeworpen. Geen woningnood; de gemeente behoefde daarvoor niets te doen. Doordat er woningen ledig stonden, konden nog eenige gezinnen zich in Ravenstein komen vestigen.

De Raadszaal werd netjes in orde gebracht; beschilderd door menschen uit Breda; kosten f. 2.000. Ook voor den burgemeester werd thans eene behoorlijke kamer ingericht.

Driessen is thans nog pachter van het Maasveer; hij betaalt f. 4.500. Auto’s kunnen er niet over; over de Maasdijken van het aan de andere zijnde van de rivier liggende Niftrik mogen ze niet passeeren. Bij het veer behooren 3 ½ H.A. wei- en hooiland.

De gasfabriek is thans geheel versleten; men is bezig een ondergrondsch distributienet voor elektriciteit te bouwen; kosten f. 22.500. Op 1 October moet alles klaar zijn; licht f. 0,55, kracht f.0,25. Volgens de berekeningen moet men in de eerste drie maanden reeds f. 400,- verdienen! Men hoopt dat de gasfabriek het tot 1 October uithoudt.

De bestrating is ellendig. Men liet de kosten van eene geheel nieuwe bestrating opnemen: f. 36.000. Voorloopig komt daar niets van; men wil in ieder geval zoo lang wachten, dat men voor de electriciteitsaansluitingen niet meer telkens de straten moet opbreken. De rioleering is niet geheel voldoende; men zou die aan het laagste gedeelte – waar het dikwijls nog een echte modderpoel is – gaarne nog een beetje verlengen, maar ziet tegen de hooge kosten op.

Het veerhuis aan de Maasdijk, 1903 (Collectie Stadsarchief Oss)Het veerhuis aan de Maasdijk, 1903 (Collectie Stadsarchief Oss)

Bij hoog water is de los- en laadplaats in de gemeeente; de schepen komen dan bij het veer in “de Strang” en moeten later langs denzelfden weg weer terug naar de rivier. Dat is voor de inwoners zeer voordeelig, omdat dan bijv. het graan uit de schepen direct in het pakhuis kan worden gedragen. De mond van de haven is uitgediept, kosten f. 600. Zou de heele haven in orde gebracht worden, dan moest men nog wel driemaal zoo veel besteden.

Het loterijfonds betaalt de vaccinatie; de gemeente den doodschouw; het kerkelijk en het burgerlijk armbestuur de geneeskundige armenverzorging. De armbesturen worden door de gemeente niet gesubsidieerd. Voor de uitvoering der warenwet behoort Ravenstein onder den keuringsdienst van Den Bosch; kosten ± f. 200 per jaar. Die dienst verricht nuttig werk; controle was hard noodig; vooral met de melk werd geweldig geknoeid. Veel liefhebberij voor de burgerwacht; 70 leden.

Schoenfabriek van Suermondt gaat slecht; heeft zeker voor f. 40.000 voorraad zitten. Suermondt doet het mogelijke om de menschen aan het werk te houden. Hij betaalt thans vrij goede loonen.

De lager-onderwijswet 1920 zal groote kosten geven; de Zusters Augustinessen hadden geen voldoende onderwijzend personeel meer; zij deden haar school over aan de Zusters van Marienburg; deze gaan een nieuwe 4-klassige school bouwen. Het teekenonderwijs is niet meer veel gevraagd; men moet de school echter blijven in stand houden vanwege het loterijfonds. Men zou met eene goede ambachtsschool veel meer gebaat zijn.

De markten gaan slecht; driemaal in de week; doordat de groenteboeren hunne groenten bij de menschen aan huis brengen, gaan de markten langzamerhand te niet. Oud-burgemeester Van Claarenbeek is dood; er leeft thans nog één juffr. V. Claarenbeek, eene zuster van den vroegeren burgemeester. Burgemeester dr. v.d. Schueren is gehuwd met eene juffr. v. Claarenbeek, een van de 9 kinderen van een broer van den oud-burgemeester. Die broer is overleden; zijne weduwe leeft nog, en woont in de buurt van Antwerpen. Notaris Van den Bogaerd is gehuwd met eene zuster van de vrouw van dr. Van der Schueren; hij heeft drie kinderen. Het huwelijk van dr. v.d. Sch. Is nog kinderloos. Die oude erftante te Ravenstein is de hoop en de verwachting van burgemeester en Notaris!!

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (8)

R.van Rijn zei op 27 juli 2018 om 15:35 uur

Niet op dit verhaal, maar ander.
stella polaris. uit een molenboek wat ik had op geschreven jaren geleden.
Zelfs met flinke subsidies van overheden werd het de familie toch allemaal teveel.
Zoals ik al had gemeld ging mijn vader elektrisch malen, en een molen is afhankelijk van wind. En flinke subsidies van overheden? En de schrijver van dat boek zal wel erg veel verdiend hebben met zijn gekwets en gezwam.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 30 juli 2018 om 12:06 uur

Beste R. van Rijn, is dit een reactie op bovenstaand verhaal of had u uw reactie bij een ander verhaal op onze website willen plaatsen?

R.vanRijn zei op 30 juli 2018 om 13:30 uur

Dit was een reactie van wat ik eerder heb gemeld als aanvulling.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 30 juli 2018 om 14:25 uur

Bedankt voor je reactie, maar kun je me dan nog laten weten bij welke verhaal dat was ?

R.van Rijn zei op 30 juli 2018 om 18:18 uur

Dank voor de reactie, het is een aanvulling van 23 april 2018, Weet niet of dat nog ergens in een bibliotheek is dat boek. Weet alleen dat het mij erg heeft geraakt.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 31 juli 2018 om 14:37 uur

Ik heb Mw. van Rijn even gemaild en gevraagd om nog wat meer uitleg.

R.van Rijn zei op 2 augustus 2018 om 12:28 uur

heb over de molen gemaild en de onjuistheden die er gedrukt waren, en dat er geen molenaar meer te vinden was.
Mijn vader is de laatste molenaar geweest van Dieden, en dat hij elektrisch ging malen. Maalderij gebouwd en jan. 1957 in gezegend door pastoor Simons.
En van flinke subsidies van overheden is nooit sprake geweest. Wat een gezwets zoals meer geschreven.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 9 augustus 2018 om 09:17 uur

De reacties van Mw. van Rijn horen bij haar opmerking :
https://www.bhic.nl/ontdekken/praat-mee/eigenaar-molen-stella-polaris-dieden

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: