i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Rucphen en Vorenseinde
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Rucphen en Vorenseinde

vertelde op 2 april 2009 om 13:11 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Rucphen en Vorenseinde te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Rucphen en Vorenseinde

Den 1n Juni 1896 bezocht ik de gemeente Rucphen; per rijtuig legde ik den afstand van Roosendaal naar Rucphen in ± één uur af, en kwam ik te omstreeks 10 uur des voormiddags te Rucphen aan. Op het raadhuis vond ik B. en W., met wie ik de begrooting van 1896 en het gemeenteverslag over 1895 doorliep.

Vervolgens gaf ik audientie; vooreerst aan den deken uit Sprundel en de pastoors van Rucphen en St. Willebrord; daarna aan enkele ingezetenen, die mij kwamen klagen over armoede (vrouw A. de Bruin uit St. Willebrord); over aanslag in hoofdelijken omslag (Tak); over last van schadelijk gedierte.

Na de audientie bleef ik nog wat met B. en W. praten; zij klaagden mij over een soort insect, dat den geheelen aanplant van dennenbosschen der gemeente ± 97 H.A. dreigde te vernietigen. De Rijkslandbouwleeraar Van Hoek kende het insect niet; deze had er van het voorjaar een professor bijgehaald. Ook deze kende het insect niet; hij zou er nog eens zijne boeken op nalezen, en dan nader bericht zenden, waarop natuurlijk met groot verlangen gewacht werd. Het insect knaagt door de jonge scheut van den top van den boom heen, tengevolge waarvan de boom moet sterven, omdat het ook alle andere jonge scheuten doorknaagt.

De Pastoor van St. Willebrord (kerkelijke benaming van “het Heike”) deed een warm beroep op mijn steun ten behoeve van een provinciaal subsidie voor het in orde houden van zijne parochianen; jaarlijks legt de provincie daaraan f. 500,- ten koste; voor 1896 gaf de provincie zelfs f. 1.000. De gemeente Rucphen is straatarm; er is hoegenaamd geen draagkracht; de inwoners zijn zeer zwaar belast.

Toen ik ’s ochtends in de gemeente kwam, was de harmonie mij tegemoet gekomen; toen ik om 12.15 de gemeente verliet, deed diezelfde harmonie mij weer uitgeleide. De geldelijke administratie van den ontvanger was vrij goed in orde; ook de administratie ter secretarie was niet slecht, alhoewel daar nog al eenige opmerkingen met recht gemaakt konden, ja zelfs gemaakt moesten worden.

Den 15 September 1900 kwam ik weder in de gemeente. Ik begon met naar “het Heike” te rijden, om mij zooveel mogelijk van den daar bestaanden toestand op de hoogte te stellen. Aan de Pastorie haalde ik den kapelaan op, (een geschikte jonge man, Bastiaanse, zoon van den burgemeester van Chaam) en liet mij door hem rondleiden. Hij wees mij een veld (naar schatting ± 1½ H.A.), dat heide geweest was, later was omgespit en met lupinen bezaaid; nu waren die lupinen juist weer onder den grond gewerkt. Ik meen, dat er nu most op geplant moest worden.

Hoeveel grond de Maatschappij St. Willebrord precies had, wist de kapelaan mij niet te zeggen. De gelden, eertijds door provincie (f. 1.000) en particulieren (± f. 1.000) bijgedragen ten behoeve van St. Willebrord, waren naar het oordeel van den kapelaan niet altijd ten meesten bate van het Heike besteed; de secretaris van de gemeente Etten beheerde destijds de gelden; hij trok er zich niet heel veel van aan, hoe het geld besteed werd. Thans wordt het beheerd door den kapelaan en wordt er meer nut mede gesticht.

De parochie St. Willebrord telt ± 1.500 zielen (1.020 communicanten); den slechten naam, dien de bewoners eertijds hadden, verdienen ze nu niet meer. Zoowel des nachts als overdag kan men daar veilig komen; er is op St. Willebrord zelfs geen veldwachter, en volgens den kapelaan is er ook geen veldwachter noodig. Terwijl men eertijds te Sprundel, wanneer men daar rijpende vruchten in den boomgaard of op den akker had, die vruchten voortdurend dag en nacht moest laten bewaken, zouden ze niet gestolen worden, - nu was dat niet meer noodig. Het hoofd der school te Sprundel bevestigde mij later die verklaring van den kapelaan.

Rucphen en Vorenseinde, Topografische kaart, verkend in 1869, herzien in 1908, uitgave 1910 (WBA, T00746)Topografische kaart, verkend in 1869, herzien in 1908, uitgave 1910 (kaart: West-Brabants Archief/ kl)

Van de parochie St. Willebrord woont 1/15 onder Hoeven, 5/15 onder Etten, en 9/15 onder Rucphen. Zoowel te Hoeven als aan het Heike vroeg men met nadruk mijn steun voor het verharden van den weg van Hoeven naar Sprundel. Opzettelijk had men in der tijd, toen de weg Hooge Donk-Sprundel verhard werd, het Heike links laten liggen; men was bevreesd voor de Heikesmannen, en wilde hen liefst maar in hun dorp laten.

Mocht de verbinding Hoeven-Sprundel tot stand kunnen komen, dan zou men daardoor de eene of andere industrie mogelijk maken zich daar te vestigen; die zou dan dicht bij het spoor liggen, ook overigens goede wegen hebben, en kunnen beschikken over meer dan voldoende werkkrachten van eene eerlijke, zedelijke, trouwe bevolking.

De kapelaan vertelde mij nog, dat er in 1899 eenennegentig geboorten waren geweest, van welke één onwettig kind, geboren uit eene niet wijze (half-krankzinnige) moeder. Wel huwden de menschen nogal op jeugdigen leeftijd, en dan kwamen er nogal eens gedwongen huwelijken bij voor; maar eens gehuwd, dan was het familieleven goed, de huwelijkstrouw groot. Van de 1.500 parochianen waren er nog 5, die bestonden van stroopen en smokkelen; de overigen waren gewone arbeiders, die verre gingen om hun brood te verdienen, en gaarne hard wilden werken.

Zij waren echter te zeer aan hun geboortegrond gehecht om er toe te kunnen besluiten, zich elders te vestigen; zij kwamen steeds op het Heike terug. Als er geen werk te krijgen was, deden zij veel aan kleine negotie; op hondenkarren reden ze dan ver weg. In 1899 had de kapelaan midden in den zomer, om werk te verschaffen aan een zestigtal arbeiders, hen gedurende een groote 14 dagen grondwerk laten verrichten.

De kapelaan was van plan, om de gelden van de Maatschappij St. Willebrord op den duur te besteden tot het doen aanleeren van een of ander vak, door een deel van de bevolking; waren er dan eens goede harde wegen, dan kan een fabrikant zich komen vestigen en vond dadelijk eenige bekwame arbeiders. Was het eens zoover, dan kon de Maatschappij St. Willebrord zich ontbinden; hare instandhouding was dan niet meer noodig.

Ik reed langs den zandweg van het Heike naar Sprundel, en vandaar langs den gemeenteweg naar het Raadhuis te Rucphen, alwaar ik B. en W. vond. Ik had daar eene drukke audientie: Antonissen, een rentenier, kwam nog eens klagen over het bestuur van Zundert, dat zijn broer, die geen hoofdelijken omslag wilde betalen, huis en inboedel had laten verkoopen. Ik zeide hem, dat het eigen schuld was, en dat die broeder het hoofd in den schoot moest leggen, wilde hij alsnog door het bestuur van Zundert geholpen worden;

Hennekamp (volgens B. en W. een rijke steenbakker, die jaarlijks 4 à 5 millioen steenen bakt) klaagde over te hooge aanslag in hoofdelijken omslag en in bedrijfsbelasting. Castelijns klaagt over het niet onderhouden van eene waterleiding – de Lange Maten – onder Zundert; volgens B. en W. van Zundert zou die waterleiding niet op den ligger staan. Het hoofd der school te Sprundel, Feyen, klaagt, dat de burgemeester van Rijsbergen voor zijn naam grond had ingenomen van zijne zuster; hem verwezen naar den burgerlijken rechter.

Van Aart, landbouwer te Zegge, vraagt om een veldwachter in zijn gehucht; er is daar vroeger geen veldwachter geweest; Zegge wordt thans op ongezette tijden bezocht door gemeentepolitie uit Zundert en door marechaussee uit Oudenbosch; zoowel ingezetenen als vreemdelingen veroorzaken op Zon- en feestdagen dikwijls veel overlast; door de nabijheid van Roosendaal, waar veel menschen gaan werken, is het boerenvolk te Zegge niet zoo geschikt als elders. Ik heb aan den burgemeester de klachten van v. Aart overgebracht, en hem verzocht, daaraan zooveel mogelijk te gemoet te komen. Burgemeester De Recht, die bijna 6 jaar burgemeester is, vroeg zijne herbenoeming als zoodanig.

Rucphen, Brouwerijstraat 8, woonhuis van de familie De Weert bij brouwerij De Vissenberg (WBA, RAW014044276)Het woonhuis van de familie De Weert bij brouwerij 'De Vissenberg' (foto: West-Brabants Archief/ collectie Rucphen, vervaardiger: gemeente Rucphen)

De leden van den Raad wonen vrij goed over de gemeente verdeeld; nl. 2 in de kom van Rucphen; een, nl de wethouder Jongeneelen, in het gehucht den Brand; een op Achterhoek; een onder Schijf; twee onder Zegge; en vier, onder wie de burgemeester en de wethouder De Weert onder Sprundel. De wethouder De Weert heeft eene vrij groote bierbrouwerij. Behalve de burgemeester woont ook de secretaris te Sprundel. Het komt daardoor soms voor, dat menschen op het Raadhuis te Rucphen voor een gesloten deur komen. De secretaris heeft slechts één arm; het is onbegrijpelijk, hoe hij met slechts één hand kan werken.

De gemeente Rucphen, welke eene zeer arme gemeente is, (er is absoluut geen draagkracht), telt vijf parochies, nl. te Rucphen, Sprundel, Zegge, Schijf, en St. Willebrord; 5 openbare scholen, nl. te Rucphen, Sprundel, Zegge, Schijf en St. Willebrord; drie bijzondere scholen, nl. te Rucphen, Sprundel en St. Willebrord.

Den 27 April 1904 kwam ik weer in de gemeente. Ik ging er vanuit Roosendaal heen, en bezocht dienzelfden dag Hoeven en Etten. Ik verleende audientie aan Pastoor Wijtvliet, die tot voor korten tijd kapelaan te Breda was, en daar zich veel moeite gaf voor de militaire vereeniging. Hij is een broer van den pastoor te Ossendrecht. Hij kwam mij vragen, dat ik toch zou zorgen, dat er weer een doctor kwam te Rucphen. De dokter uit Esschen was thans belast met de geneeskundige armenpraktijk. Esschen ligt op 2 uur van Rucphen.

Kapelaan Bastiaanse deelde mij mede, dat er van gemeentewege een nieuwe marechausseekazerne moet gebouwd worden. Hij wilde, dat de brigade zou verplaatst worden van Sprundel naar St. Willebrord, alwaar heel geen politie is, terwijl er dikwijls gevochten wordt. Lucas van Aert, landbouwer te Zegge, vroeg politiebescherming voor de menschen uit Zegge, de menschen van het Heike bederven alle bosschen, wanneer ze bezemrijs komen stelen. Hem verwezen naar den kantonrechter te Zevenbergen, om hulp van de Rijkspolitie te vragen.

J.C. Antonissen kwam nogmaals klagen over den burgemeester van Zundert, die, om hoofdelijken omslag te innen, de boerderij van zijn broer liet verkoopen.

Van den weg Heike-Vorenseinde-Scherpenberg-Schijf-Belgische grens-Mil-Esschen komt voorloopig niets. Te Esschen gunt men het niet aan den Heer Geverts te Antwerpen, eigenaar van drie boerderijen te Oude Zaek, en aan den Heer Loos te Esschen. Deze laatste is houtkoopman, en heeft op Nederl. territoir zeker voor f. 30.000 hakbare mast; bovendien heeft hij op Nederlandsch grondgebied eene pannenbakkerij langs denzelfden weg. Men gunt hem te Esschen het voordeel niet, dat uit een harden weg voor hem voortvloeit.

Geverts en Loos hadden te samen f. 4.000 geboden aan den Raad van Esschen, wanneer met de verharding Mil-Nederl. grens vóór 1 Sept. 1905 was begonnen. Daarop hebben voor enkele dagen de stemmen in den Raad van Esschen gestaakt. Men zou er wel voor zijn geweest als de termijn was gesteld op 4 à 5 jr.

15% gedwongen huwelijken; 3 à 4 onwettige geboorten per jaar; de kinderen worden later zoo goed als allemaal geëcht. Bij raadsverkiezingen altijd herrie; nog nooit werd een raadslid bij candidaatstelling gekozen.

Den 19 Mei 1908 kwam ik weer in Rucphen. B. en W. deelen mij mede, dat de ziekte uit de mast uit is, en dat deze desniettegenstaande toch niet wil groeien; er heeft vroeger reeds een pr malen mast gestaan, en nu wil het niet meer. B. en W. geraden om den grond te behandelen met kalk, karniet en superphosphaat; om daar dan lupinen in te zaaien; en later in de lupinen weer rogge; enz. enz. zijnde het recept, dat ik juist in Zundert van den burgemeester gehoord had (en onder “Zundert” uitvoerig beschreven is).

Rucphen, Sprundel korenmolen de Hoop, gebouwd in 1840 (WBA, RAW014042549)Korenmolen de Hoop, gebouwd in 1840 (foto: West-Brabants Archief/ collectie H. )

Wethouder Jongeneelen wilde er niets van hooren; in Rucphen kan de rogge nooit f. 150 per H.A. opbrengen! Bovendien was de grond daar niet geschikt om met kalk behandeld te worden; men moest in de plaats daarvan schuimaarde nemen! Ik heb toen geraden, dat men eens een proef zou nemen in het klein met mijn recept, en met de manier, door Jongeneelen voorgestaan, dan kon men naar de resultaten de beide manier beoordelen. De burgemeester zeide mij toe, dat er eene proef zou genomen worden; als men voor beide stelsels een halve H.A. beschikbaar stelde, dan kon dat niet veel kosten!

Kap. Bastiaanse kwam bedanken voor de mooie verbinding, welke nu gemaakt wordt: Heike-Sprundel-Schijf-Belgische grens; van Heike tot Sprundel is het klaar; de weg is prachtig! Provinciaal subsidie kan hij nog niet missen. Er is van den winter een fabrieksgebouw opgericht tot het vervaardigen van rozenkransen; toen Bastiaansen ’s ochtends een preek had gehouden, dat de menschen niet mochten stelen en stroopen, werden hem ’s avonds alle ruiten in de fabriek ingegooid! Er is thans een rijksveldwachter te St. Willebrord gestationeerd.

Naar B. en W. en ook pastoor Wijtvliet klaagden, kon men niet slagen in de voorziening in de behoefte aan geneeskundige hulp; men had tweemaal een geneesheer benoemd, en tweemaal had de benoemde bedankt; men vreesde, geen Hollandschen doctor te kunnen krijgen, en vroeg, of men geen Belgischen doctor mocht nemen; daar kon men er wel 25 krijgen!

Den 29 Maart 1912 kwam ik weer in Rucphen. Vanuit Hotel “de Kroon” te Breda was ik per auto eerst naar Zundert gegaan; vandaar naar Rucphen; en vandaar weer terug naar Breda. Ik vond in Rucphen een geheel ander bestuur dan in 1908; B. en W. van destijds zijn allen, kort na elkander, overleden. Het bestuur van thans maakt een goeden indruk; ik geloof, dat de nieuwe burgemeester daar de rechte man op de rechte plaats is.

Er is thans weer een geneesheer, Dr. Kock; men is met hem zeer ingenomen. Terwijl men vroeger voor den geneesheer f. 1.800 uitloofde, en dan niet kon slagen, werd er nu een opgeroepen tegen f. 1.400 en vrij wonen; nu kwamen er twee sollicitanten en werd Dr. Kock benoemd. Men moet nu nog eene woning voor hem bouwen.

Het beheer van de gemeentebosschen is aan het Staatsboschbeheer overgedragen; mogelijk dat er op die wijze nog iets van die bosschen kan gemaakt worden. Twee stoomzuivelfabrieken, eene te Rucphen en eene te Sprundel; beide verwerken 2.000 à 2.500 Liter melk.

Ik verleende audientie aan J.M. van Oers, grondeigenaar te Rucphen; hij heeft met notaris De Bie uit Zundert eene grondexplotatie onder Zundert; ze hebben last van water, en kunnen dat niet kwijt raken, tenzij er eene waterleiding, welke gedeeltelijk onder Zundert en gedeeltelijk onder Rucphen ligt, op den legger geplaatst wordt; de daartoe betrekkelijke aanvrage werd door Rucphen geweigerd; vandaar een adres aan G.S., Van Oers trachtte mij van het ongelijk van het gemeentebestuur van Rucphen te overtuigen.

Rucphen, St. Willebrord Naaischool met, op de achtergrond pastoor Bastiaansen (WBA, RAW014041691)Naaischool in St. Willebrord met, op de achtergrond, pastoor Bastiaansen (foto: West-Brabants Archief/ collectie Rucphen)

Pastoor Wijtvliet uit Rucphen kwam zijne opwachting maken. Daarna desgelijks Pastoor Bastiaensen uit St. Willebrord. Op diens verzoek bracht ik even een bezoek aan St. Willebrord; Pastoor Bastiaensen en diens kapelaan brachten mij eerst naar de Industrieschool, waar 22 meisjes onder leiding van drie geestelijke zusters allerlei zaken vervaardigden in opdracht van een Amsterdamsch huis: mans nachthemden, kussensloopen, zakdoeken borduren, servetten naaien enz. enz.; die kinderen zullen daar een gulden of vier per week verdienen.

Vervolgens gingen we naar de rozenkransenfabriek; daar zaten ± 70 jongens en meisjes rozenkransen te maken; met slecht weer ’s winters zijn er soms 120. Vele kinderen en jonge vrouwen verrichten dit werk aan huis. De verdiensten kunnen ± f. 4 beloopen. Het doel van pastoor Bastiaansen is, de kinderen aan geregelden arbeid te gewennen, en hen daardoor tot normale eerlijke gewone menschen te vormen.

Het is niet onmogelijk, dat Jules Pillot uit Zundert in St. Willebrord een stroohulzenfabriek begint. Pastoor Bastiaansen hoopte te kunnen komen tot de oprichting van eene coöperatief werkende fabriek van mandenwerk; daarin zou hij de opkomst zien van St. Willebrord, omdat de menschen zoo buitengewoon handig moeten zijn in het vlechten van allerlei zaken.

Op het oogenblik zijn de menschen uit St. Willebrord zeer rustig; de ergste belhamels zitten in Belgie of in ons land in de gevangenis. Om hunnentwille werd het politietoezicht zeer verscherpt; zoo kwamen er 5 marechaussee tijdelijk in Rucphen; die menschen zijn nu reeds 15 maanden daar; het is nog onzeker, of ze er voor goed zullen blijven.

Den 10 Augustus 1917 kwam ik weer in Rucphen; later ging ik ook nog naar Zundert. Wethouder Commissaris heeft zijn been gebroken; ik ben dus aangewezen op den burgemeester en den wethouder Aarts; heel veel tijd kon ik hen niet geven: de audientie is bijzonder druk! Het Staatsboschbeheer heeft thans 1/3 der gemeentelijke bezittingen beboscht; men is daarmede zeer ingenomen; er wordt goed werk geleverd.

Niettegenstaande de smokkelaars, wanneer ze gesnapt worden, naar Veenhuizen gaan, wordt er tegenwoordig weer veel gesmokkeld; er wordt zooveel geld mee verdiend! Het gaat in Rucphen iedereen goed, behalve de kleine boertjes: die lijden armoe.

Sprundel, Rucphen, dochters van Petrus Cornelis de Weert, met tijdens de Eerste Wereldoorlog gemobiliseerde soldaten in 1913 (WBA, Ruc-K-00186)Dochters van Petrus Cornelis de Weert met tijdens de Eerste Wereldoorlog gemobiliseerde soldaten in 1913 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Rucphen)

Sinds de mobilisatie was er steeds inkwartiering; moeielijkheden sproten daaruit nimmer voort. Op mijne audientie verscheen het lastige Raadslid Van Oers; hij kwam weer met al zijn bezwaren aan, breedvoerig in zijne tallooze requesten aan G.S. omschreven. Ik had geen lust, al die bezwaren nog eens met hem te herkouwen. Na 25 minuten gaf ik hem nog 5 minuten om tot een eind te komen; de man nam toen zijn horloge in de hand, sprak nog 5 minuten en verdween toen.

Alle klachten gingen tegen den burgemeester: van de inkwartiering waren de wollen dekens verdwenen; gelden, afkomstig van den verkoop van kookfornuizen zouden niet verantwoord zijn; de inkwartieringsgelden kwamen niet allen tot hun recht. Al die klachten waren door G.S. onderzocht; naar aanleiding daarvan lieten zij daarna aan Van Oers weten, dat zij geen reden hadden om verdere tusschenkomst te verleenen.

Toen ik aan burgemeester Mol vroeg, waarom Van Oers toch zoo tegen hem ageerde, antwoordde hij mij, dat hij, vóór hij burgemeester werd, Van Oers amper gekend had; dat de moeielijkheden begonnen waren op den eigen dag, waarop Van Oers lid van den Raad was geworden. Op dien dag was Van Oers bij hem gekomen en had zijne medewerking gevraagd, om den wethouder Commissaris te wippen; omdat Mol toen geweigerd had daaraan mee te helpen, was Van Oers van stonde af aan tegen den burgemeester gaan stoken en ageeren.

Wethouder Aarts deelde mij mede, dat Van Oers op zijne hofstede gewoond had; dat hij daardoor groot verdriet had gehad en veel schade had ondervonden. De Pastoor van Rucphen en St. Willebrord (Roks en Bastiaansen) beschreven mij Van Oers als een bijzonder lastig man. Hij had groot ongelijk bij zijn agiteeren tegen den burgemeester, want die was een werkzaam, bekwaam, welwillend man; tot oneerlijkheid hielden ze hem niet in staat. Het was jammer, dat de burgemeester zich al die moeielijkheden aantrok; dat moest hij niet doen; hij was daarvoor veel te goed. Als Van Oers weer requesten naar Den Bosch zond, dan moesten we die niet instrueeren, maar ze ter griffie deponeeren; ze waren niet anders waard; de burgemeester was veel te goed, om daarmede nog lastig te worden gevallen.

In Zundert kwam notaris De Bie op audientie; deze heeft op de grens Rucphen-Zundert groote ontginningen, welke Van Oers voor hem beheerde. Hij is daardoor meerdere jaren met Van Oers in contact geweest, en heeft hem in 1916 zijn congé gegeven, omdat hij zoo lastig was. Hij beschreef Van Oers als iemand, die voor zijn stand goed ontwikkeld was; hij is eerlijk, van het tegendeel heeft De Bie althans nooit iets ondervonden. Hij is verder buitengewoon heerschzuchtig, lastig en bijzonder wantrouwend. De Bie meent, dat Van Oers met zijn actie tegen den burgemeester niet het belang van de gemeente tracht te bevorderen, maar alleen den burgemeester onaangenaam wil zijn.

Den 21 Juni 1921 bezocht ik Rucphen en Huybergen. Wethouder Commissaris is overleden en vervangen door Vos. Hoewel er woningnood was, heeft gemeente zich daarvan niets aangetrokken. Thans zijn er met Rijkspremie 8 woningen in aanbouw, terwijl nog elf aanvragen om premie bij het Rijk in behandeling zijn. De electrificatie van Rucphen werd aanbesteed voor f. 25.600; als dat klaar is, zal men Zegge ook wel aan elektriciteit moeten helpen.

Rucphen, Kruising Bernhardstraat-Achterhoeksestraat Achterhoek (WBA, RAW014042074).jpgKruising Bernhardstraat - Achterhoeksestraat (foto: West-Brabants Archief/ collectie Rucphen)

Het weggeld (een andere vorm voor hand- en spandiensten) brengt aan gemeente ± f. 1.400 op; hoewel men over de werking zeer ontevreden is, schaft men het niet af, omdat men de opbrengst niet missen kan. Over den arbeid van het Staatsboschbeheer is men tevreden; men denk, dat de heele bebossching over een jr of drie zal zijn afgeloopen. Door werkeloozen werd een blok van 12 H.A. grond gespit enz; men is voornemens, dat ook onder het beheer van het Staatsboschbeheer te stellen, dat dan voor de opplanting kan zorgen.

Het mond- en klauwzeer heeft in gemeente in hevige mate gewoed; de stal van den wethouder Vos werd in anderhalf jaar tijd drie keer aangetast; de zwaarste koeien, die het beste bij vleesch zijn hebben het meest te lijden. Ook wanneer men in de beesten weer een kalf kan krijgen, de melkgift wordt veel minder dan tevoren.

Van Pastoor Bastiaensen vernam ik, dat de rozenkransenfabriek te St. Willebrord en die te Putte uitgaan van éénzelfde onderneming; dat hij hoopt, dat, wanneer er eene grensregeling plaats heeft, dat dan zijn heele parochie bij ééne gemeente, liefst bij Rucphen gevoegd zal worden. In St. Willebrord wordt tegenwoordig de tuinbouw vrij sterk beoefend: aardbeien, erwten en vooral frambozen; in 1920 werd op de veiling te Oudenbosch voor f. 130.000 frambozen uit St. Willebrord verkocht.

In heel St. Willebrord is geen gemeenteveldwachter; wel zijn er twee rijksveldwachters gestationeerd, maar die hebben hun eigen werk, en zijn bijna altijd buiten St. Willebrord, ter vervulling van hun dienst. Dat St. Willebrord tot drie gemeenten behoort, leidt tot allerlei bezwaren: bij de distributie gaf dat tot groote onaangenaamheden aanleiding; de steunregelingen bij werkeloosheid waren in de drie gemeenten zeer verschillend; daar is vóór alles orde en regelmaat noodig; er moest gemeentepolitie zijn, maar dan een veldwachter voor de drie gemeenten.

Den 6den Juni 1925 kwam ik, na Huybergen te hebben bezocht, weer in Rucphen. Burgemeester Crusio heeft juist eene levensgevaarlijke operatie ondergaan in het Gasthuis te Antwerpen; hij werd daar 5 weken lang verpleegd, en was juist daags tevoren weer te huis gekomen. Hij heeft in de bijna drie jaren, die hij in Rucphen was, buitengewoon goed werk gedaan; hij heeft den secretaris v. den Wildenberg, en den 1stenambtenaar ter secretarie Hennekam ontmaskerd; hun ontslag uit den gemeentelijken dienst bevorderd, en hen door eerlijke bekwame ambtenaren laten vervangen.

Al het geknoei met de distributie, met de mobilisatiegelden enz. heeft hij opgeruimd. Hij heeft hard gewerkt, bijna niets dan onaangename besognes gehad, en er een stuk gezondheid bij ingeboet. De beide wethouders, Aarts en Vos – een broer van Jac. Vos uit Roosendaal – kwamen ter mijner audientie vragen hem eene decoratie te bezorgen; die zou zoo wél verdiend zijn. Hen geraden, zich deswege met een request tot H.M. de Koningin te wenden.

In 1923 vierenzestig huwelijken; meest allen op St. Willebrord; daar zijn de woningtoestanden meer dan miserabel; ruim 150 noodwoningen van allerslechtste constructie. Vier plankenwanden van schalen; het dak eveneens van plankenschalen. De woonruimte een vierkante ruimte zonder vloer; het is eenvoudig vreeselijk.

Rucphen en Vorenseinde, St. Willebrord, De Onze Lieve Vrouwekerk  in aanbouw (WBA, RAW014041855) De Onze Lieve Vrouwekerk in St. Willebrord in aanbouw (foto: West-Brabants Archief/ collectie Rucphen)

Pastoor Bastiaansen is bezig eene Roomsche kerk te bouwen; eene copie van de kerk van Onze Lieve Vrouw te Lourdes. Aanbesteed voor f. 167.000. Waar het geld vandaan moet komen, begrijpt niemand. In den Raad zitten 7 burgers en 6 boeren. Van hen wonen er 4 in Rucphen, 3 in Sprundel, 2 in Zegge, 1 in Schijf en 3 in St. Willebrord; dus vrij goed over de gemeente verdeeld.

Er is veel werkeloosheid; in de kosten van werkverschaffing kwam het Rijk met 66 2/3% tegemoet; men zal aan de Provincie ook nog eene tegemoetkoning vragen. Een groot gedeelte van de werkeloozen werkte – buiten bezwaar van de gemeentekas – voor de Hero te Breda. Rucphen, Sprundel en St. Willebrord zijn geëlectrificeerd. Nadeelig saldo electriciteitsbedrijf f. 2.500. Licht f. 0,50, kracht f. 0,30. Crusio verbouwde het Raadhuis voor f. 7.500, en bracht er eene nieuwe meubileering van f. 1.500. Het was zeer noodig: als er vroeger raadsvergadering was, moesten de benoodigde stoelen in een herberg gehuurd worden!

De bebossching van de woeste gronden door het Staatsboschbedrijf kwam gereed; men bezit te samen thans in het geheel 57 H.A. oud en jong bosch. Crusio kocht bij de afbraak van de suikerfabriek St. Antoine 88.000 goede straatkeien voor f. 25 de duizend; de marktprijs was f. 149. Het lijkenhuisje op de algemeene begraafplaats werd geheel afgebroken en gestolen; geen steen kan men terug vinden. De bekende activist Dr. Borms, gevangen te Leuven, is een broer van den geneesheer Dr. Borms in Rucphen.

De warenkeuringsdienst en de vleeschkeuringsdienst zijn volgens B. en W. buitengewoon nuttig en noodzakelijk. Er is voldoende politie in Rucphen: 2 gemeenteveldwachters, 2 rijksveldwachters in St. Willebrord, 1 id. te Zegge, en 5 marechaussee te Sprundel. De Heikesmannen zijn buiten de gemeente buitengewoon lastig en roerig; bijna geen dag gaat er voorbij, of Crusio moet aan de Justitie omtrent den een of den ander inlichtingen verstrekken; in de gemeente gedragen zij zich kalm en rustig, en doen niets, dat hen in aanraking zou moeten brengen met den strafrechter.

De stoomzuivelfabriek in Rucphen is opgedoekt; die in Sprundel moet buitengewoon goed gaan. De heffing van weggeld behoort weer tot het verleden. De industrieschool te St. Willebrord gaat slecht; de zuster, die thans hoofd van onderwijs is, is niet bekwaam en geschikt voor haar taak; de meisjes maakten slecht werk; daardoor laten de groote winkels in Amsterdam daar niet meer werken. Pastoor Bastiaansen drong tot nu toe te vergeefs bij het Moederhuis in Roosendaal aan op de vervanging van het ongeschikte hoofd van onderwijs.

Toen ik een dag of drie later naar Hoeven ging, profiteerde ik van de gelegenheid om tevoren naar het Heike te rijden, en daar de woningtoestanden zelf te gaan opnemen. Ik begon met aan de Pastorie aan te rijden om den Pastoor te vragen mij te vergezellen. Ik vond hem in de directiekeet van den Kerkbouw, en begon, met hem de in aanbouw zijnde kerk te bezichtigen; het wordt eene zeer bijzondere kerk, geschikt voor 1.200 menschen; het is te hopen, dat de acoustiek later zal blijken goed in orde te zijn.

Daarop nam ik den Pastoor mede in de auto, en reed met hem, zoover als het ging – want door het mulle zand kon de auto niet door – naar het oude eigenlijke Heike, waar de meeste noodwoningen staan. Ik vernam van hem, dat er gelukkig geen 150 waren, maar 60 à 70. Met hem bezocht ik toen zeven diverse woningen; een drietal zag er tamelijk uit, maar de anderen waren werkelijk bedroevend om te zien. De menschen hadden ze gekocht voor f. 100 tot f. 120; het dak, asphaltpapier, moet jaarlijks vernieuwd; wegens de kosten blijft dat dikwijls achterwege. In ééne woning was geen vloer!

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: