i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Someren
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Someren

vertelde op 20 april 2009 om 13:57 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Someren te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Someren

Den 27sten Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente. Ik reed van Helmond naar Lierop; vandaar naar Someren; vervolgens naar Leende, en vandaar naar het station te Budel, waar ik den trein nam naar Roermond. Even voor de kom van Someren stond mij de harmonie op te wachten, die mij naar het Raadhuis bracht. Daar werd ik in ontvangst genomen door B. en W.

Het raadhuis was uit- en inwendig zeer netjes versierd. Ik maakte met bijzonder veel genoegen kennis met den wethouder Bennebroek; hij schijnt mij de aangewezen man, om in de toekomst burgemeester van Someren te worden; hij is zeer gefortuneerd. De wethouder Maas scheen mij vrij onbeteekenend; financieel moet hij niet onafhankelijk zijn.

De burgemeester-secretaris beviel mij niets; trouwens uit de vele moeilijkheden, welke Gedep.Staten met Someren hebben, blijkt overtuigend, dat hij de ware burgemeester niet is. De man is gezegend met een gezin van 12 kinderen, waarvan er acht onverzorgd zijn. Financieel is hij verre beneden nul. Zijne goederen zijn zelfs met een tweede hypotheek belast.

Hoewel hij zelf secretaris is, verricht hij het secretariewerk niet zelf, maar laat dat over aan zijn oudsten zoon, die sinds 1877 op de secretarie werkt, en die zijn legen tijd verder nuttig besteedt als klerk bij notaris Hockers te Someren. Hij zeide dan ook aan Klasens, dat hij de kostwinner was van zijn vader en van diens groote gezin. Hij schijnt een oppassend man, en zou de aangewezen burgemeester van Someren zijn, als zijn vader uit den tijd raakt, indien hij financieel niet zoo slecht was. Nu kan daaraan geen denken zijn.

Ik besprak met B. en W. in de eerste plaats den toestand van het openbaar onderwijs te Someren, en te Someren-Eind. Ik trachtte de Heeren te beduiden, dat er aan dien misselijken toestand een einde moest komen; ik deelde hen mee, dat het mij bekend was, dat de Bisschop zich niet wilde bemoeien met de ruzie tusschen de pastoors van Eind en van Someren, en dat zij zich dus niet langer achter eene eventueele interventie van Monseigneur mochten verschuilen.

Toen de burgemeester mij zeide, dat hij het in den Raad zou brengen, en dat hij mij zou berichten, indien de Raad in den gewenschten zin besloot, zeide ik hem, dat ik eenen dergelijken brief niet van hem wilde ontvangen, omdat mij daaruit zou blijken, dat zijn invloed als burgemeester niet groot genoeg was, om den Raad tot eene eerlijke uitvoering van de wet te doen besluiten. Ik maande hem ernstig aan om te zorgen, dat de zaak spoedig op de gewenschte wijze geregeld werd.

Ik besprak daarna met B. en W. het jagen en visschen van het schoolhoofd te Someren, en dat deze o.a. op drijfjacht ging bijv. bij Bluijssen, en dat hij dan geen school gaf, en de kinderen later het verlorene op zaterdag liet inhalen. Ik gaf B. en W. te kennen, dat het hiermede uit moest zijn; dat het hoofd der school er was om de kinderen, en niet omgekeerd.

B. en W. klaagden om strijd over den gemeenteveldwachter; ik heb dezen toen laten binnenkomen, en hem in presentie van B. en W. gezegd, dat hij in het vervolg zijn plicht had te doen; dat ik door het verledene een streep zou halen, maar dat ik hem onverbiddelijk zou ontslaan, als de burgemeester zich weer over hem in zake een ernstig feit beklaagde.

Ik zeide den burgemeester, dat hij den veldwachter niet moest befitten; dat hij de kerk in het midden moest laten, en hem in staat moest stellen, om eerlijk als veldwachter zijn plicht te doen; maar dat, wanneer deze in groote zaken weer zijn plicht mocht verzuimen, ik daarvan kennis wilde bekomen, en dat hij dan den veldwachter niet met mij moest dreigen, maar werkelijk aan mij moeste mededeelen, wat er geschied was, opdat ik naar bevind van zaken zou kunnen handelen.

Dominee Van der Hoeve met zijn gezin voor zijn huis, 1903 (Foto: L.J. Coolen, Streekarchivariaat Peelland, bron: RHCe)Dominee Van der Hoeve met zijn gezin voor zijn huis, 1903 (Foto: L.J. Coolen, Streekarchivariaat Peelland, bron: RHCe)

Op mijne audiëntie verschenen de kapelaans uit Someren; ik vernam van hen, dat er in Someren op ergerlijke wijze misbruik van sterken drank wordt gemaakt; zoo vertapten in 1896 drie kroegen te zamen ongeveer 100 H.L. jenever; bijna 10.000 Liter in drie kroegen. De andere kroegen zouden te zamen nog ± 50 H.L. vertappen. Misbruik van sterken drank wordt gemaakt door alle standen, vooral ook door de gegoede boeren; deze zijn daardoor allen sterk achteruit gegaan; er zijn geen 5 boerderijen in heel Someren, die onbelast zijn.

Aan Someren-Eind vestigen zich hoe langer hoe meer menschen; allen veenarbeiders, die in Deurne of Asten in de Peel werken; zij verdienen veel geld, drinken veel drank, en lijden groote armoede. Dominee Van der Hoeve heeft een kudde van 65 gemeentenaren, verdeeld over 10 gezinnen; allen pachters van de Maatschappij tot bevordering van welstand onder landlieden; hij beweerde, dat zijne schaapjes geen misbruik van drank maakten.

Notaris Hockers kwam weer klagen, dat het gemeentebestuur hem niet steunde tegenover de onbillijke bejegening door De Wit. Hij zeide, dat de burgemeester De Wit niet aandurfde, omdat deze laatste geld op tweede hypotheek op de goederen van den burgemeester had geschoten. Toen ik later B. en W. over de quaestie Hockers-De Wit sprak, erkenden allen, dat de Wit ongelijk had. Ik spoorde hen aan, om krachtig op te treden en aan deze zaak nu spoedig een eind te maken.

Alvorens te vertrekken, bedankte ik nog Buskens (een broer van den burgemeester van Gemert, onderwijzer te Someren) dat hij, als directeur van de harmonie, met die muziek gekomen was en mijn verblijf te Someren had trachten te veraangenamen. Het vergunningsrecht werd door 3 herbergiers eerst betaald op 21 Mei. Het schoolgeld werd rechtstreeks collectief in het journaal geboekt. Duplicaten van getuigschriften van woonplaatsverandering werden als berichten van vestiging teruggezonden. Van de vergaderingen van B. en W. worden niet geregeld notulen gehouden.

Den 28sten April 1899 bezocht ik deze gemeente weer; ik reed van Eindhoven over Geldrop naar Heeze (alwaar ik ontbeet bij Siska van den Bergh); vandaar naar Someren en vandaar weer langs de Z.W. vaart naar Helmond, alwaar ik den trein naar Den Bosch nam. Aanleiding tot dit bezoek was een op 18 Maart 1899 ontvangen schrijven van den wethouder Maas, in welk schrijven deze zegt, dat hij de verantwoording niet langer durft dragen van toestanden, gelijk die in Someren heerschen.

De burgemeester, tevens secretaris, is een afgeleefd man, die niet meer kan en niets meer doet; de ontvanger in naam is een bakker te Someren-Eind, in waarheid eene vrouw te Someren; alles wordt beheerd en gedreven door den klerk ter secretarie, een zoon van den burgemeester, een jongen man, die geen verantwoording draagt, en die door niemand gecontroleerd wordt.

Naar aanleiding van dien brief van wethouder Maas zond ik de Heeren Jansen en Steures naar Someren, om een onderzoek in te stellen en mij van hunne bevinding verslag te doen. In hun rapport constateeren zij, dat Maas niets dan de waarheid heeft geschreven; dat de burgemeester tot niets meer in staat is; dat eene vrouw te Someren ontvanger is, dat de boeken van den ontvanger eenmaal in de week door den zoon van den burgemeester worden bijgehouden; dat de administratie ter secretarie zeer veel te wenschen overlaat.

Naar aanleiding van dat rapport besloot ik persoonlijk naar Someren te gaan, om te zien, wat er gedaan kon worden, om aan dien ongelukkigen toestand een einde te maken, of daarin althans verbetering te brengen. Op de secretarie vond ik den burgemeester-secretaris, den ontvanger Van Oorschot, de wethouders Bennenbroek en Maas, en den zoon van den burgemeester, den niet gecontroleerden burgemeester-secretaris en ontvanger van Someren.

Bij het onderhoud, dat ik met de Heeren had, liet ik niet bemerken, dat ik gewaarschuwd was door den wethouder Maas. Als punt van uitgang voor ons gesprek nam ik mijn verslag omtrent mijn bezoek aan Someren op 27 augustus 1897. Aan den verkeerden toestand van het openbaar onderwijs te Someren-Eind was een einde gemaakt; zoowel de Pastoor van Someren, als die van Someren-Eind was gestorven; met den dood van die Heerooms waren de quaestie’s gemakkelijk op te ruimen geweest. Aan de openbare school te Someren-Eind was een lokaal aangebouwd; er was eene oproeping gedaan voor een onderwijzer; zoodra de onderwijzer zou benoemd zijn, was alles en rêgle.

Leerlingen van de openbare school, met links schoolhoofd Van der Pelt, 1911 (bron: RHCe)Leerlingen van de openbare school, met links schoolhoofd Van der Pelt, 1911 (bron: RHCe)

Het hoofd der school te Someren joeg en vischte nog altijd; evenwel niet onder schooltijd; de lessen werden nu geregeld gegeven en het onderwijs werd er niet meer om verzet. B. en W. waren bij den districtsschoolopziener (Houba) geweest, om diens medewerking om verandering in het leerplan; ze wilden nl. de groote vacantie vóór den jachttijd laten eindigen, in plaats van die te zetten tijdens de patrijzenjacht in September. Houba had daarvan niets willen hooren; het leerplan was pas veranderd; het kon nu niet weer veranderd worden.

De jacht op eigen gronden onder Someren was vroeger voor f. 130,- verhuurd aan Notaris Rovers te Asten. Toen Rovers die jacht liet liggen, lieten B. en W. heel Someren teekenen op een gezegelde lijst, volgens welke de ingezetenen de jacht op hunne gronden afstonden ten bate van de gemeente. Men meende, dat, wanneer de eventueele pachter van de jacht heel Someren zou mogen bejagen, dat die jacht dan wel f. 300,- voor de gemeente kon opbrengen.

Het hoofd der school ging toen ook permissie vragen om te jagen; de boeren, die kinderen op school hadden, durfden de permissie niet weigeren. Daardoor werd het hoofd der school gerechtigd om mede te jagen, en vielen de plannen van B. en W. in duigen. Bij de publieke verhuring kon de jacht niet meer doen dan f. 30,-; dat bod werd niet aangenomen; de jacht op de gemeente-eigendommen (2.900 H.A.) werd niet verhuurd, in de hoop, daardoor het jachtveld te verbeteren, en een volgend jaar eene hooge pachtsom te kunnen bedingen.

Ik vond te Someren nog denzelfden veldwachter, dien ik daar voor twee jaren had aangetroffen; op mijn vraag, hoe hij zich hield, antwoordden B. en W. alle drie, dat hij nog steeds te veel drank gebruikt. Toen zij aan mijn spreken merkten, dat het mij ernst was, en dat het den man wel eens zijne betrekking kon kosten, krabden ze terug; onbekwaam hadden de wethouders hem nooit gezien, maar ze kwamen ook niet zoo veel met hem in aanraking. De burgemeester zag den veldwachter nooit anders dan ’s ochtends vroeg op de secretarie; dan was hij nog niet onbekwaam; doordat de burgemeester om gezondheidsredenen nooit uitgaat, wist hij er verder niets van; de Rijksveldwachter had hem echter gezegd, dat de gemeenteveldwachter te veel dronk.

Ik liet toen dien Rijksveldwachter roepen; deze deelde mij mede, dat hij den gemeenteveldwachter nooit dronken gezien had; dan zou hij hem, volgens plicht en geweten, bekeurd hebben; maar dat hij zeer dikwijls te veel drank gebruikte, zelfs zooveel, dat de Rijksveldwachter zich schaamde, wanneer zij dan samen dienst moesten doen en dat hij hem dan veel liever niet bij zich had. In den laatsten tijd was dat echter niet meer gebeurd, doordat er in den laatsten tijd geen jaarmarkten, kermissen of dergelijke waren geweest. Omdat ik geen doorslaand bewijs had tegen den gemeenteveldwachter, sprak ik dezen niet, en liet ik voorloopig de heele zaak blauw blauw.

Ik informeerde mij, of er nóg zooveel sterke drank in Someren wordt gebruikt als voor twee jaren; men zeide mij, dat mijne inlichtingen niet juist waren; wel sloegen de kasteleins veel drank in, en verkochten zij veel drank; maar die drank werd grootendeels niet door inwoners van Someren gebruikt; onder Someren liggen drie schutsluizen van de Z.W. vaart; bij het schutten hunner schepen koopen de schippers daar hun drank. De boeren van Someren, althans die, welke in de buurt van de wethouders wonen, zijn tegenwoordig uiterst matig; door de week drinken zij geen druppel; ’s Zondags drinken ze alleen drank, wanneer het bier slecht is.

De quaestie Hockers-De Wit was juist tot oplossing gebracht door een vonnis van de rechtbank te Roermond, waarbij De Wit in zijne vordering tegen de gemeente niet ontvankelijk was verklaard. Op mijn verzoek waren alle mogelijke feestelijkheden ter eere van mijn bezoek achterwege gebleven; zelfs geen vlag was er te zien. Voor audientie had zich niemand laten inschrijven.

Ik besprak met B. en W. eene eventueele verharding van den weg naar Someren-Eind; zij durfden er niet aan te beginnen, omdat de kosten te groot waren, en vroegen om een provinciaal subsidie. Ik durfde daarop geen vooruitzicht openen, omdat er geene intercommunale verbinding zou worden tot stand gebracht; ik gaf het denkbeeld aan om een weg te maken van de Z.W. vaart, langs Someren-Eind, Someren, Lierop, in aansluiting aan den weg, door Lierop bereids verhard. Dan zou er misschien kans zijn op provinciaal subsidie.

Ik behandelde vervolgens met B. en W. het rapport Jansen-Steures; de fouten, daarin behandeld, werden erkend; er werd beterschap beloofd. Ik verweet den zoon van den burgemeester nog diens slordige behandeling van stukken: o.a. bleek dit duidelijk bij de behandeling van de begrooting van 1899; bij de behandeling van de declaraties van typhuslijders (o.a. die van W. Pennings te Helmond). Het bleek mij tenslotte nog, dat de zoon van den burgemeester f. 75,- krijgt van de weduwe Van der Weerden, voor het bijhouden van haar boeken.

Het gemeentehuis, 1930 (bron: RHCe)Het gemeentehuis, 1930 (bron: RHCe)

Ik beduidde ten slotte aan Van Oorschot, den ontvanger in naam, dat de bestaande toestand niet kon bestendigd worden; dat hij maar kiezen moest, of hij zelf ontslag wilde vragen, dan wel, of hij daartoe door B. en W. namens Gedep. Staten moest genoodzaakt worden. Hij verkoos het laatste, waarop ik hem toezegde, er voor te zullen zorgen.

Den 4 Juli 1903 kwam ik weer in Someren; ik reed er vanuit Eindhoven heen; ik bezocht dien dag nog de gemeente Geldrop; ik ontbeet te Heeze bij Ciska van den Bergh. Ik kwam een half uur te vroeg in Someren, nl. om acht uur in plaats van half negen; de burgemeester was nog niet op het raadhuis; de wethouders beweerden, dat hij nog altijd leefde als een student: laat naar bed en laat op; dat hij nog wel in zijn bed zou liggen.

Het gemeentebestuur heeft aan de provincie subsidie gevraagd in den aanleg van een harden weg van Someren over Someren-Eind naar sluis 12; G.S. adviseeren aan de Staten om 50% te geven in een weg van porfiersteenslag, en 60% in een keiweg. Om dien weg te zien ging ik met B. en W. den geheelen weg af; in de aanst. zomerzitting zal het voorstel van G.S. behandeld worden.

Het bleek mij, dat er onmiddellijk aan den weg 114 huizen staan; aan de andere zijde van het kanaal staan nog 16 huizen, wier bewoners bij de verharding groot belang hebben; bijv. de kinderen, die te Someren-Eind naar school gaan, moeten allen bij sluis 12 het kanaal passeeren, en vinden dan c.q. een harden weg naar school. Men is algemeen tegen een keiweg, en vraagt om eene hoogere subsidie in een steenslagweg.

Ik kreeg nog eene deputatie van vele belanghebbenden op audientie, om met nadruk om eene hooge provinciale subsidie te vragen; het hoofd der school te Someren-eind was hun woordvoerder; hij profiteerde tevens van de gelegenheid, om Thijssen als burgemeester te prijzen, en te vragen, dat hij niet zou verplaatst worden.

Een zekere Wijnen kwam nog op audientie om te klagen, dat hem eene jachtakte geweigerd was en dat hij niet wist waarom; ik zeide hem, dat hij dan een strooper moest zijn, en deswege moest veroordeeld zijn door den kantonrechter; dat hij dus niet bij mij naar den bekenden weg moest komen vragen; dat hij zeker veel beter wist dan ik, om welke reden hij gecalengeerd was en veroordeeld werd.

Geen onwettige geboorten; geen gedwongen huwelijken; geen openbare dronkenschap; geene overtreding van politieuur in de herbergen. De leden van den raad werden bij candidaatstelling gekozen, niettegenstaande er behalve de vacaturen bij periodieke aftreding, drie vacaturen waren wegens bedanken. Er is sinds drie jaar een nieuwe veldwachter, die goed zijn plicht doet. De oude veldwachter is ontslagen: men heeft hem pontwachter gemaakt aan een pontje tusschen sluis 11 en brug half twaalf; hij heeft daar vrij wonen en f. 50 tractement.

Ik heb er bij B. en W. sterk op aangedrongen, dat zij toch een register zouden aanleggen van de gemeente-eigendommen, waarin alles, wat omtrent elk perceel interessant kon zijn, genoteerd werd; vooral voor Someren, dat o.a. 225 H.A. dennenbosch heeft, is dat van zeer groot belang.

De pastorie te Someren, gebouwd in 1901 (Collectie PNB, 1991)De pastorie te Someren, gebouwd in 1901 (Collectie PNB, 1991)

De jacht had vroeger notaris Van de Westelaken te Son; men heeft hem die opgezegd, en die opnieuw verhuurd; pachter werd burgemeester Thijssen. Er zijn ± 80 Protestanten in de gemeente; met Asten samen hebben zij één dominee (een ouden heer). Dr. Panhuyzen uit Asten is weer armendoctor.

Noch te Someren, noch te Someren-Eind wordt herhalingsonderwijs gegeven. Wegens overtreding van de leerplichtwet werden 4 processen-verbaal opgemaakt; nu gaat alles goed. Van Somereneind komen drie betalende meisjes naar de Zustersschool te Someren. De leden van het algemeen armbestuur worden voor drie jaar benoemd; een van de Heeren is al dien tijd regeerend armmeester, tegen een salaris van f. 40. De tegenwoordige pastoor van Someren, Van Lieshout, bouwde in 1902 eene kolossale pastorie; naar het mij voorkomt driemaal te groot voor Someren.

De Pastoors van Someren, vlnr Th. van den Eijnde, J.S. van den Eijnde en F. van den Eijnde, 1870 (bron: RHCe)De Pastoors van Someren, vlnr Th. van den Eijnde, J.S. van den Eijnde en F. van den Eijnde, 1870 (bron: RHCe)

Omtrent zijn voorganger, Dorus v.d. Eynde (de laatste van de drie gebroeders, onder wie Someren en Somereneind lange jaren zuchtten) vertelde de wethouder Bennenbroek, dat hij een geheim middel had tegen vrouwenziekte; hij liet de vrouwen aan de Pastorie komen, onderzocht ze en behandelde ze dan; dat gaf natuurlijk veel aanstoot in de gemeente; zóóveel, dat het ten laatste ter oore kwam van den bisschop; deze maakte er spoedig een einde aan.

Den 2 April 1907 kwam ik weer in Someren; ik had tevoren Asten bezocht; per rijtuig keerde ik naar Helmond terug, alwaar ik den trein nam naar Eindhoven. Ik verleende audientie aan dominee Van der Hoeve, die sinds 14 jr in Someren woont ten behoeve van 15 boerderijen der Mij. tot Bevordering van Welstand onder Landlieden, en ten behoeve van een twintigtal geloofsgenooten onder Asten. Zoowel te Asten als te Someren is eene hervormde kerk; te Asten is de pastorie tijdelijk ingericht voor twee arbeidersgezinnen.

De protestantse kerk, 1933 (foto: Cor Muijs, bron: RHCe)De protestantse kerk, 1933 (foto: Cor Muijs, bron: RHCe)

Een 32-tal inwoners uit Someren-Eind kwamen gezamenlijk binnen en vroegen, dat er naast sluis 12 een brug mocht komen; de fundamenten lagen er al. Met dat klauteren langs en over de sluisdeuren waren herhaaldelijk ongelukken gebeurd; er was nog korts een schoolgaand kind verdronken. Er woonden 14 gezinnen aan de andere zijde van het kanaal; zeker 600 menschen uit Someren-Eind moesten ’s zomers aan de andere zijde van het kanaal gaan werken. Ik heb den menschen geraden, hunne bezwaren in een request aan den Minister bloot te leggen, en zich van den steun van het gemeentebestuur te verzekeren.

Men is zeer tevreden, dat de weg Someren-Eind – sluis XII tot stand kwam; daardoor werd het den firma Carp te Helmond mogelijk, in Someren-Eind eene haspelarij te bouwen, waar thans ± 70 meisjes uit Someren een goed loon verdienen; de fabriek is er op ingericht, om later met 140 à 150 meisjes te kunnen werken.

Mr. Ebell is bezig het archief van Someren te ordenen; hij was drie keer daar geweest, en had zich telkens stukken laten zenden. Zijne doofheid maakte een gesprek met hem uiterst moeielijk.

Ook hier heeft men zich tot de Heide Mij. gewend, om met hare deskundige voorlichting te komen tot eene rationele ontginning van de uitgestrekte bezittingen. Men hoopt thans te komen tot het verkrijgen van een eigen gemeentedoctor; men vertrouwde dit jaar het benoodigde Rijks subsidie te verkrijgen. Ik heb den secretaris een geweldig standje gemaakt en hem gedreigd dat hij zou weggejaagd worden, wanneer hij niet beter zijn plicht deed.

Burgemeester Michels, 1903-1926 (foto: J. Wertz, 1992, bron: RHCe)Burgemeester Michels, 1903-1926 (foto: J. Wertz, 1992, bron: RHCe)

Den 9 Mei 1911 kwam ik weer in Someren, Asten en Geldrop. Groote animositeit van den burgemeester tegen den secretaris; het werk ter secretarie was volgens Verdijk vrij goed in orde. De Officier van Justitie te Roermond had echter groote bemerkingen gehad op de bijhouding der registers van den burgerlijken stand gedurende de twee laatste jaren. Ook de bevolkingsregisters zien er ellendig uit.

Men kan nog maar geen eigen geneesheer krijgen; men weet niet waarheen met lijders aan besmettelijke ziekten. Er wordt geen gebrek geleden; burgerlijk armbestuur bedeelt met f. 1.100; Vincentius met f. 800; gemeente behoeft niet bij te dragen. Te Somereneind geeft de firma Carp aan 80 meisjes werk; ze verdienen gemiddeld f. 3,50 per week.

Someren moest voor de brug over de Zuid Willemsvaart te Somereneind f. 1.700 betalen; daarvan droegen de naast belanghebbenden vrijwillig f. 1.600 bij, zoodat gemeente slechts f. 120 bijpaste. Sinds 15 februari is er eene groote roomboterfabriek in werking, waar de melk van 1.000 koeien verwerkt wordt; de bouw kostte f. 35.000; directeur is Paulussen op f. 900 tractement; werkt zeer gunstig.

Men is in relatie met Staatsboschbeheer en hoopt er zeer op, dat het Rijk een groot complex, bijv. 1.000 H.A. zal koopen; persoonlijk vroeg ik daarvoor den steun van Hock, den directeur generaal van landbouw.

Den 6den Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Helmond de gemeenten Someren en Heeze. Ik begon met den ouden wethouder Bennebroek, die in 1915 vijftig jaar lid van den gemeenteraad was, hartelijk te feliciteeren. Bennenbroek is nog flink en kras; hij is zeer goed bij; het was mij een genoegen, met hem van gedachten te wisselen.

Someren kan nog steeds niet voldoende middelen vinden, om de uitgestrekte gemeentelijke bezittingen te cultiveeren. Met behulp van het Staatsboschbeheer is het begonnen op de hooge heide, op de grens van Someren en Heeze, aan den harden weg naar Heeze dennenbosschen aan te leggen. Bovendien werd 7 H.A. tot natuurweide aangelegd; minstens 50 H.A. daar tegenaan zijn voor natuurweiden geschikt; het is echter moeielijk om de natuurweiden te verhuren of met vee in te scharen; vandaar, dat men voorloopig niet meer doet.

Men zou zoo gaarne bijv. 1.000 H.A. verkoopen; dan kreeg men de handen wat vrij voor wegenaanleg, schoolbouw, bouw van een nieuw Raadhuis en voor ontginningen in het groot. Gronden langs het kanaal, in de richting van Somereneind, indertijd verkocht, zijn prachtig ontgonnen; daar is een Hollandsche boer gekomen, met een mooie stal vee, o.a. 19 melkkoeien.

Arbeiders van Strohulzenfabriek 'Wilhelmina' met links de eigenaar Jan Bakermans, 1914 - 1915 (bron: RHCe)Arbeiders van Strohulzenfabriek 'Wilhelmina' met links de eigenaar Jan Bakermans, 1914 - 1915 (bron: RHCe)

De coöperatieve stoomzuivelfabriek werkt goed; daar wordt de melk van 900 koeien verwerkt. De haspelarij van de firma Carp te Someren-eind werkt, door gebrek aan grondstoffen, niet druk. Niet meer dan 40 meisjes hebben daar werk. Daarentegen verdienen op de stroohulzenfabriek van Bakermans ± 100 menschen (vooral jongens en meisjes) een goed stuk brood.

Secretaris Verhaysen heeft gelukkig zijn ontslag genomen; hij werd vervangen door Goossens, een gediplomeerd ambtenaar. Deze vond zóóveel te doen, dat hij nog niet in staat was nieuwe bevolkingsregister aan te leggen, terwijl de oude niet meer kunnen worden bijgehouden!

Burgemeester Michgels gaat trouwen; hij kan in Someren niet onder dak, en heeft daarom aangevraagd, in Heeze te mogen gaan wonen. Als men een pr uur met hem moet spreken, is zijn doofheid wel erg hinderlijk!

Den 7den Augustus 1920 kwam ik weer in Someren. Ik vind ook hier een nieuw stel wethouders: de oude Bennebroek is dood; vervangen door zijn schoonzoon Rooymans. Someren leeft boven zijne krachten: er is eene woning voor Dr. Payens in aanbouw; die zal ± f. 52.000 kosten; Payens betaalt daarvoor f. 400 huur, terwijl hij een gemeentelijk salaris geniet van f. 3.000.

Het laagspanningsnet voor de elektriciteit is in aanbouw en zal ± f. 90.000 kosten. De bouw van 20 arbeiderswoningen werd juist aanbesteed; minste inschrijving ± f. 129.000. Someren heeft een zeer uitgestrekt gemeentelijk bezit maar is finantieel niet bij machte, het te exploiteeren. Men is thans in onderhandeling met “Landbouw” over de beschikbaarstelling van f. 70.000 voor den bouw van zes boerderijen.

Heide Mij. tracht in Someren het lage zure weiland aan te koopen; daarop wordt dan wisse geplant in verband met de droogmaking van de Zuiderzee. Daarvoor zou 1.000 H.A. noodig zijn. De stroohulzen- en strookoordenfabriek van Bakermans (te Someren) werkt zeer druk; evenzoo de haspelarij van de firma J.A. Carp te Someren Eind. Someren zou wel met Lierop ééne gemeente willen worden; Lierop voelt daar niets voor, en zou liever bij Asten komen, natuurlijk om de finanties.

Hoofd. omslag was in 1919 f. 9.000, in 1920 f. 25.000 en zal in 1921 f. 40.000 moeten worden. In 1921 zal de weg Someren naar Someren Eind moeten vernieuwd worden (eene dikke laag steenslag); dat zal f. 25.000 kosten; men hoopt op eene ruime subsidie van de provincie; het liefst zou men zien dat de Provincie den weg in onderhoud over nam.

Den 8 Augustus 1924 kwam ik weer in Someren. Bij de laatste Raadsverkiezing kwamen 4 nieuwe Raadsleden; uit angst van niet herkozen te worden hadden 3 zich niet herkiesbaar gesteld. Nr. 4 Bakermans de industrieel werd uitgeworpen omdat men aan hem vooral den slechten toestand van de gemeentefinanties weet. Hij was de drijver, die zoo’n dure woning voor den dokter liet bouwen, hij dreef, om een veel te uitgebreid electriciteitsnet te bouwen, de 20 arbeiderswoningen werden zijn grooten drang gebouwd.

Someren heeft – terwijl het voor ± f. 100.000 gronden verkocht – nog ± twee ton schuld. Op de 20 arbeiderswoningen – 12 in Someren en 8 in Het Eind – komt jaarlijks f. 2.000 te kort. De elektriciteit van de gemeente kostte in 1922 ten slotte nog f. 7.000 en in 1923 nog f. 5.000.

Van de Raadsleden wonen er 7 in Someren en 4 in Het Eind. Laatstgenoemd kerkdorp heeft een Raadslid te veel. Van de elf Raadsleden is één arbeider (v.d. Einden); één middenstander (de wethouder Van Eyk); één burger-schipper (Janssen); één burger-molenaar (Peeters); één burger (de wethouder Rooymans); en zes zijn landbouwer. Er zijn geen partijschappen in de gemeente.

Zeven kinderen uit Someren bezoeken de MULO school van O.M.M. te Helmond; voor ieder kind betaalt gemeente f. 10 subsidie. Er zijn aan het gemeentelijk electrisch net 173 aansluitingen voor licht en 25 voor kracht; tarief licht 55 cnt, kracht 30 cnt. De straatverlichting wordt automatisch aangesloten en gebluscht; door den Meter worden de dan verbruikte K.W.U. stroom aangewezen; vroeger werden die maar geschat.

Ploegen van de heide bij Kerkdijk, 1930 (foto: Het Zuiden, bron: RHCe)Ploegen van de heide bij Kerkdijk, 1930 (foto: Het Zuiden, bron: RHCe)

De vereeniging Ster rein bel (sterappel, reinette, Belle fleur) legde proefvelden enz. aan in het belang van den tuinbouw; werkt nuttig. De heide tusschen den Kerkdijk en den Nieuwendijk is bijzonder geschikt voor boerderij. Voor het in cultuur brengen werd een groot plan opgemaakt met wegen, waterleidingen enz. Wegen en waterleidingen werden door gemeente in orde gebracht. Met Staatshulp werden vijf boerderijen gesticht; met de verplichting om binnen drie jaren eene boerderij te stichten, werden 15 perceelen verkocht. In het geheel daar ± 235 H.A. verkocht, tegen gemiddeld f. 228 de H.A.

Met Staatsboschbedrijf de bebossching gecontracteerd van 365 H.A. Daarvan zijn 100 H.A. beboscht; de dennen doen het goed; 16 H.A. liggen weer geploegd; worden volgend voorjaar beboscht. Voor de ontwatering van de heide tusschen den Kerkdijk en den Nieuwen dijk moest Someren de Peelrijt in orde brengen. Met goedvinden van Lierop aanbesteed, zoowel voor het gedeelte dat onder Someren ligt, als voor dat onder Lierop, tot aan de grenzen van Mierlo; daar bouwde Someren nog een zeer ruimen duiker.

Het Rauven kan veel water bergen; is het Rauven vol, dan kan de Peelrijt niet voldoende water afvoeren, omdat de Witteloop (zoo heet de Peelrijt onder Mierlo) niet voldoende afvoeren kan. Een nuttig werk voor het Waterschap van de Dommel, om daarin te voorzien.

Ter hoogte van het pontveer, 1964 (foto: Jan van den Heuvel, vervaardiger: Gemeente Someren, bron: RHCe)Ter hoogte van het pontveer, 1964 (foto: Jan van den Heuvel, vervaardiger: Gemeente Someren, bron: RHCe)

Gemeente liet een veerpont leggen tusschen sluis elf en brug half twaalf. Het veer is vrij. Van gemeente heeft veerman f. 150 + vrij wonen. – Buitengewoon nuttig! Warenkeuringsdienst werkt nuttig. Vleeschkeuringsdienst was hard noodig; de regeling van den dienst heeft dit bezwaar, dat het te lang duurt, voordat een uit nood geslacht dier gekeurd is; het wordt soms goedgekeurd, terwijl het middelerwijl bedorven is en in den grond gestopt moet worden.

Voor de Zuiderzee werken beplantte de Heide Maatschappij 70 H.A. met wisse; dat geeft ’s winters en in het voorjaar veel goed betaald werk en voorkomt veel werkeloosheid.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: