i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Standdaarbuiten
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Standdaarbuiten

vertelde op 2 april 2009 om 13:35 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Standdaarbuiten te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Standdaarbuiten

Den 18den Mei 1896 bezocht ik deze gemeente; te omstreeks 12.15 daar aankomende, werd ik door den burgemeester (die te Oudenbosch woont) verwelkomd, en onderhield ik mij met hem en de beide wethouders, tot het oogenblik der audiëntie. Behalve de pastoor en het hoofd der school kwam niemand om mij te spreken.

Ik bleef tot omstreeks twee uur, en besprak vooral de landbouwtoestanden. De grond (uitstekende kleigrond) is meestal in handen van eigen boeren, die over het algemeen genomen het zeer wel stellen kunnen. Het bouwland braak laten liggen kent men hier niet; in de plaats daarvan legt men het tot weiland aan, en scheurt het na verloop van een jaar of vier weer. Met de wethouders was zeer goed te praten; het schijnt, dat zij goed met den burgemeester overweg kunnen.

De burgemeester heeft aan deze gemeente en aan de gemeente Oudenbosch een groot voordeel bezorgd, doordat hij gedaan heeft weten te krijgen, dat die beide gemeenten van het Rijk tot 1925 de brug over de Dintel gehuurd hebben voor f. 50,- ’s jaars. Die brug is door de gemeenten in goede orde gebracht (door aankoop te Antwerpen van eene oude brug) en wordt nu ten bate van de gemeenten verhuurd voor ± f. 2.400,-. Door die bate konden de lasten in de beide gemeenten aanzienlijk worden verminderd.

De administratie ter secretarie was in goeden staat; ook die van den ontvanger liet weinig te wenschen over. Over het tijdelijk beleggen van f. 1.000,- kasgeld bij den kassier Cuijckx te Roosendaal maakte ik eene bemerking.

Den 18 October 1901 kwam ik weer in de gemeente; aan het station Seppe vond ik een rijtuig, waarmede ik over Oudenbosch naar Standdaarbuiten reed. Tusschen Oudenbosch en Standdaarbuiten passeerde ik 3 suikerfabrieken, nl. 1e. die van Binck Daverveld en Co, vlakbij Oudenbosch bij het einde van de haven; deze fabriek ligt voor den aanvoer van bieten te water ongunstig, omdat de haven smal is, en de in lading of lossing liggende schepen van andere fabrieken dikwijls het heele vaarwater in beslag nemen; maar de fabriek ligt te Oudenbosch aan den tram, wat weer een groot voordeel is. 2e. aan de andere zijde van de haven ligt de fabriek van Grandprè Moliére, en daarnaast 3e. de fabriek van v. Rossum.

Zoodra men de brug over den Dintel te Standdaarbuiten passeert, heeft men aan de andere zijde van de haven 4e. de fabriek van Meeuws en Co, behoorende aan twee gebroeders Meeuws, van wie er een te Antwerpen en een te Dordrecht woont; die uit Dordrecht heeft ook nog in die gemeente eene suikerfabriek. Aan de andere zijde van de brug ligt 5e. de fabriek St. Antoine van Vlekke, en verderop te Stampersgat de groote fabriek van Vlekke. De fabrieken van Vlekke en die van de Bruyn (Van Schendel)  te Zevenbergen zijn de eenige fabrieken die bieten koopen op gehalte.

De genoemde brug over de Dintel werd indertijd wel voor weinig geld in Antwerpen gekocht, maar het kostte ruim f. 20.000,- alvorens die brug behoorlijk gefundeerd ter bestemder plaatse lag. Bovendien is het onderhoud van de brug nogal duur. De Commissaris der Koningin is met name genoemd als te zijn vrijgesteld van het betalen van bruggeld. De brug ligt in de strekking van den provincialen weg van Oudenbosch naar Zevenbergen. De brug is zóó breed, dat 2 geladen vrachten elkaar op de brug kunnen passeeren; dat is zeer gelukkig, omdat, bij het drukke verkeer over de brug, en de drukke vaart door de brug anders tijdens de suikercampagne dikwijls zeker groot ongerief zou ontstaan.

Op mijne audientie verschenen de pastoor met zijn kapelaan (de Heeren Vlasblom en Bossers), dominee Barmen ’t Loo (een geschikte man om mee te praten), en het Statenlid Aerden, van wien ik vernam dat hij 5 zoons heeft, van wie er 1 pastoor moest worden, terwijl er 3 de houtzagerij te Hazeldonk (op de grens van Zevenbergen en Terheyden) drijven, terwijl er 1 tehuis bij zijn vader op de boerderij is.

Aerden vertelde mij, dat hij niet veel volk van v.d. Made uit Klundert had overgenomen, maar dat hij wel al het volk had kunnen krijgen, tot zelfs de directeur van de houtzaak van v.d. Made toe, hoewel deze ruim 25 jr bij v.d. Made in dienst was. Volgens Aerden is v.d. Made niet goed voor zijn volk; vandaar dat de menschen als zij kunnen een goed heenkomen zoeken.

Ik vernam nog van B. en W. dat de geneesheer uit Klundert (Dr. Knaap) in Standdaarbuiten practiseert, ook voor de armen; het bleek tot nu toe onmogelijk, in Standdaarbuiten een eigen geneesheer te krijgen. Drinkwater is moeielijk te verkrijgen: geen welwater, uitsluitend regenwater, in regenbakken opgevangen.

De armenklasse heeft het zeer goed; tijdens de suikercampagne wordt grof geld verdiend, van f. 2 tot f. 3 daags; is die campagne afgeloopen, dan gaat het volk over naar de vlasboeren, en vindt daar den geheelen winter, tot Mei toe, werk. Dan komt weer de veldarbeid aan, wieden enz. In de vlasserij wordt minstens een groote gulden daags verdiend. De menschen gaan dan ook nooit buiten de gemeente om werk te zoeken; naar Duitschland gaat er niet één.

Als de boer een weide scheurt, dan verbouwt hij daarin 1e. haver; 2e. vlas; 3e. in het vlas karwey; 4e. bieten; 5e. bieten; 6e. tarwe; 7e. mesten en aardappels verbouwen; 8e. kunstmest en bieten; 9e. haver; 10e. klaver, of weer weiland.

Er wordt aan het vee veel pulp gevoederd; des winters strooit men daarover zemelen, anders is de pulp te koud. De boeren hebben meerendeels niet meer dan 4 of 5 koeien; ze maken zelve boter; er is geen fabriek. Er is een landbouwclub van 30 leden; men koopt coöperatief kunstmest voor ± f. 15.000 ’s jaars, en veevoeder.

Ik verzocht B. en W. in het belang van de onafhankelijkheid van den veldwachter diens jaarlijksche gratificatie af te schaffen, en het bedrag bij het tractement te voegen.

De suikerbietendam te Noordhoek. Het kleine houten gebouwtje was de weegbrug die de Fairbank werd genoemd. Vanaf deze dam werden de bieten naar de diverse suikerfabrieken in de omtrek vervoerd, 1905 De suikerbietendam te Noordhoek. Het kleine houten gebouwtje was de weegbrug die de Fairbank werd genoemd. Vanaf deze dam werden de bieten naar de diverse suikerfabrieken in de omtrek vervoerd, 1905 (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

Den 26 April 1905 kwam ik weer in de gemeente. Vanuit Roosendaal ging ik per trein naar Zevenbergen, waar ik mijn rijtuig vond. Ik bezocht toen achtereenvolgens Klundert, Standdaarbuiten en Oudenbosch, en nam daar weer den trein naar Roosendaal. Ik verleende audientie aan pastoor De Greef en aan kapelaan Bogers, die geen van beiden iets bijzonders te vertellen hadden.

Van B. en W. vernam ik, dat de suikerfabriek Grandpré Molière gesloopt wordt; en dat de fabriek van Meeuws en Co in 1903 heeft stil gelegen, en in 1904 is overgegaan in handen van een consortium, onder voorzitterschap van Ernest Laane te Bergen op Zoom, terwijl Emsens van de Wouwsche Plantage, Hardie-de Bruyn en de graaf van Bergeyk de grootste aandeelhouders zijn.

Volgens B. en W. wordt thans door alle fabrieken uitsluitend op gehalte gecontracteerd, althans met de landbouwers in deze streken.

Vlekke, de zoon van wijlen den bekenden directeur te Stampersgat, had zijn vader moeten opvolgen; de plaats werd daar voor hem opengehouden; maar hij promoveerde maar niet in de Chemie. Toen werd hem aangeboden, om onderdirecteur te worden van de fabriek St. Antoine (onder den Heer Goossens); maar dat verkoos Vlekke niet. Thans moet hij directeur zijn van de Eindhovensche botermijn.

De gronden in Standdaarbuiten behooren voor 4/5 aan eigen geërfde boeren; de rest behoort grootendeels aan den graaf De Bergeyk. Er zijn in het geheel 21 groote boeren, die jaarlijks gemiddeld voor f. 500 kunstmest koopen. De bewoners van den Noordhoek behooren grootendeels (± 30 gezinnen) tot Standdaarbuiten; slechts 6 gezinnen behooren burgerlijk tot Klundert. Hoewel de grenzen van de gemeenten en van de parochies dezelfde zijn, gaat alles in Klundert naar de kerk, omdat dat zooveel dichterbij ligt. De menschen houden alleen te Standdaarbuiten hun Paschen.

B. en W. hopen zeer, dat ze de provinciale subsidie zullen krijgen in de verharding van den weg Standdaarbuiten-Noordhoek, nu Klundert den weg Noordhoek-Klundert verhardt, zij het ook zonder provinciaal subsidie. Er is te Noordhoek een fairbank (plaats waar bieten worden ontvangen, gewogen en opgestapeld, totdat ze ten laatste per kar naar de fabrieken worden vervoerd). Dat vervoer geschiedt in December, in het voor den weg meest ongunstige jaargetijde, met soms 20 tot 30 karren achter elkaar; de weg heeft dan geweldig veel te lijden; de helft van den hoofdelijken omslag is noodig, om dien weg in goeden staat te houden. Door dezen weg wordt de provinciale weg Klundert-Fijnaart-Standdaarbuiten zeer ontlast; bovendien heeft de provincie geen subsidie te betalen voor den weg Klundert-Noordhoek, en profiteert daarmede ruim f. 5.000.

Volgens B. en W. wordt er – dank zij het krachtig optreden van de fabrikanten – op de suikerfabrieken geen sterken drank meer gedronken; in de fabrieken werken ook geen vrouwen meer. De vrouwen werken thans alleen nog maar bij het wieden en rooien der bieten, bij het laden en lossen der schepen; door een en ander werken de fabrieken niet meer zoo slecht als weleer op het moreel van de menschen.

Links van de rivier de Mark de beetwortelsuikerfabriek van Standdaarbuiten en rechts Oudenbosch, 1900 Links van de rivier de Mark de beetwortelsuikerfabriek van Standdaarbuiten en rechts Oudenbosch, 1900 (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

Bij den goeden staat van den weg Noordhoek-Standdaarbuiten heeft ¾ van de bevolking direct belang; aan de Kreek wonen nog meer menschen dan aan den Noordhoek. Op oude kaarten heet de gemeente ’t Zand-daar-buiten; de gemeente zou dus haar naam ontleenen aan de gesteldheid van den bodem; aan de zijde van de Mark, waar Standdaarbuiten ligt, is de bodem van zware klei, aan den anderen kant van de Mark, aan de zijde van Oudenbosch, is alles zand.

Den 21 Mei 1908 kwam ik weer in de gemeente; wethouder Santbergen is overleden; in diens plaats vind ik het Statenlid Aarden als wethouder. Het raadhuis is uit- en inwendig gerestaureerd; het ziet er nu heel goed uit. In de Raadkamer zijn groote kasten gebouwd, waarin het oude archief is opgeborgen. De stukken zijn netjes in papier gepakt, om ze stofschoon te houden. Blijkbaar heeft men zich moeite gegeven om alles zoo goed mogelijk te behandelen. De secretaris – uiterlijk een gewone eenvoudige man – heeft zijne secretarie tot in de kleinste details bepaald uitstekend in orde; B. en W. hebben hem de secretarie heelemaal zóó laten inrichten, als hij het gaarne had.

Audientie verleend aan dominee Van Barmen ’t Loo, die eenvoudig zijne opwachting kwam maken. Aarden heeft nog geen kapel gebouwd voor zijne arbeiders op Hazeldonk; de Paters uit Slikgat dringen daar wel sterk op aan, maar hij heeft er geen ooren naar. Aarden beklaagt zich over de concurrentie van v.d. Made te Klundert, als er een kerk of klooster moet gebouwd worden; dan werkt v.d. Made bepaald onder de markt, en moet hij met verlies leveren; het kan niet anders.

Lange gesprekken over de suikerindustrie; volgens B. en W. zouden de boeren het liefst op gehalte verkoopen; de suikerfabrieken liever niet; de enkele fabrieken die het nog doen, zouden er wel af willen. De Heeren verdeelen de Noordbrabantsche suikerfabrieken in drie klassen; tot de eerste klasse behooren

1 de suikerfabriek van Withouck in Breda
2 de suikerfabriek te Stampersgat; deze laatste fabriek gaat tegenwoordig niet best; de scheikundige werd ontslagen; men meende, dat men hem wel terug zou nemen maar dan zal de directeur Böhrer – een Boheem – moeten springen.

Tot de tweede klasse behooren

1 de suikerfabriek van v. Loon te Steenbergen
2 de suikerfabriek St. Antoine, directeur Goossens
3 de suikerfabriek van De Bruyn te Zevenbergen
4 de suikerfabriek Zwartenberg van Heerma van Voss
5 de suikerfabriek van v. Rossum (ligt op de grens van Standdaarbuiten en Oudenbosch onder Oudenbosch)

Tot de derde klasse behooren

1 de fabriek van Withouck te Bergen op Zoom
2 de fabriek de Phoenix van de familie Houben te Zevenbergen
3 de fabriek de Dankbaarheid van de familie Lebret te Zevenbergen
4 de fabriek Standdaarbuiten, naamlooze vennootschap, suikerfabriek Standdaarbuiten, Belgisch kapitaal: Graaf de Bergeyck, Hudig uit Brussel, Emsens, en Ernest Laane
5 Binck, Daverveldt en Co, aan de haven te Oudenbosch; de fabriek ligt eigenlijk op territoir van Oud Gastel
6 de fabriek van de Ram en Co te Roosendaal, is de oude fabriek van Binsveld schoonvader van de Caritat te Roosendaal
7 de fabriek van v. der Linden te Bergen op Zoom
8 de fabriek van Heere te Statendam

Er heeft zich een trust gevormd, met een kapitaal van 5 millioen, om suikerfabrieken op te koopen; directeuren Mr A.J.M. Smits en J.P. van Rossum. Tot nu toe kochten ze op de fabrieken van Withouck te Breda en te Bergen op Zoom, en de fabriek van v. Rossum te Oudenbosch. Zij schreven eene obligatieleening uit van 14 ton, en plaatsten voorloopig 7 ton; daarmede werden de fabrieken te Breda en te Oudenbosch omgebouwd en nieuw geïnstalleerd.

Standdaarbuiten, De achterzijde van de  suikerfabriek met de pulpdrogerij (WBA, RAW014011037) De achterzijde van de suikerfabriek met de pulpdrogerij (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

Men wil de pulpe anders bereiden, daarin meer suiker laten, zoodat ze hoogere voedingswaarde houdt voor het vee; men wil toepassen het zoogenaamde Steffens-Brühverfahren, waarbij de bieten eerst tot kookhitte verwarmd worden. De pulpe heeft dan veel meer waarde, maar de installatie is zeer kostbaar. Naar het heet, hebben ze ook de suikerfabriek van Reiger te Utrecht aangekocht; die voorloopig stopgezet; zal vermoedelijk afgebroken worden, om den grond als bouwterrein te verkoopen.

De verschillende suikerfabrikanten – met uitzondering van St. Antoine, Stampersgat en v. Schendel – hebben zich in een bond vereenigd, en laten gezamenlijk de bieten bouwen, en verdeelen die later onder elkaar, naar gelang van de capaciteit van de fabriek; de suikerfabriek van Reiger behoorde daar ook toe; Mr. A.J.M. Smits heet het aandeel van die fabriek voor 4 ton gekocht te hebben, te betalen met f. 40.000 ’s jaars gedurende tien jaren; daarvoor zou hij dan 40.000.000 K.G. bieten ’s jaars meer krijgen, welke hij in zijne fabrieken kan laten verwerken; alzoo f. 1,- voor iedere 1.000 K.G. bieten.

Den 13 April 1912 kwam ik weer in de gemeente; dienzelfden dag bezocht ik nog Oudenbosch en Hoeven; ik deed den tocht per auto vanuit Roosendaal. Ik verleende audientie aan Ds Barmen ’t Loo; hij kwam eenvoudig zijne opwachting maken en was sterk onder den indruk van een moord, pas begaan op een 21-jarig meisje van zijne gemeente, dat gewurgd langs den weg was gevonden; de zaak was juist berecht voor de rechtbank te Breda; de moordenaar werd veroordeeld tot 20 jr gevangenisstraf.

Met B. en W. weer lang geredeneerd over de bietencultuur; de boeren zijn nog in twijfel of zij een tweede co:operatieve suikerfabriek zullen oprichten, dan wel, of zij zullen trachten eene bestaande, goed ingerichte fabriek aan te koopen. De bestaande fabrieken zijn echter nog 5 jaren gebonden door het Utrechtsche contract, tot gezamenlijken aankoop van bieten. De aan te koopen fabriek zou dus uit dat verband ontslagen moeten worden.

Door enkele fabrieken, nl. De Bruyn te Zevenbergen, Van Loon te Steenbergen en door de fabriek te Standdaarbuiten worden van oude klanten bieten op gehalte gekocht. Sinds de fabriek te Stampersgat aan de Algemeene SuikerMaatschappij kwam, koopt die fabriek niet meer op gehalte.

Men heeft geen gebrek aan goed drinkwater; een in 1911 geslagen nortonpomp voorziet overvloedig in de behoefte; aan de actie om eene waterleiding te verkrijgen voor heel Westelijk Noordbrabant deed men niet mede. Er zijn weinig armen in de gemeente; de verschillende armbesturen + Vincentius kunnen ruimschoots in de behoefte voorzien.

De suikerfabriek  De suikerfabriek in Standdaarbuiten (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

Den 9den Augustus 1917 kwam ik weer in Standdaarbuiten. Tevoren was ik in Klundert geweest; later ging ik nog naar Oudenbosch. Ook in deze gemeente heeft men eene motorbrandspuit. Door het personeel der suikerfabrieken – machinisten en dergg. – is men in staat, die spuit naar behooren te bedienen.

Voor de plannen van Dr. Jenny Weyerman, om in de behoefte aan drinkwater te voorzien, voelt men niet veel; het zou aan de gemeente f. 44.000 kosten; er is bovendien op meerdere plaatsen in de gemeente goed water; bijv. het water van de pomp op de markt werd chemisch onderzocht. Blijkens de analyse was het zeer geschikt voor drinkwater.

Er is nogal veel gesmokkeld; 14 bewoners van Standdaarbuiten werden deswege gecalengeerd; sinds de bekeurden naar Veenhuizen gezonden worden in afwachting van de berechting van hun zaak, is het smokkelen schoon gedaan.

Distributie levensmiddelen brengt geen moeielijkheden; burgemeester heeft dat van den beginne af aan zelf gedaan. Armoede wordt niet geleden; er is veel goed betaald werk; bij aangenomen werk wordt tot zelfs f. 5,- per dag verdiend. Ook in den winter zal het er niet spannen; dan geeft de vlasbewerking aan velen een zeer goed stuk brood.

De vooruitzichten zijn overigens niet best: voor den landbouw is het vet er af; op de veehouderij wordt thans veel geld verloren; en ook in den paardenhandel wordt niets meer gedaan. De suikerindustrie ondergaat langzamerhand eene radicale verandering. De tijd voor de eigen fabrieken is voorbij; deze worden langzamerhand vervangen door coöperatieve fabrieken. Daar zijn nu reeds zes coöperatieve fabrieken, nl. te Zevenbergen, Dinteloord, Roozendaal, Bergen op Zoom, Sas van Gent en Groningen.

De bond van suikerfabrieken – krachtens het Utrechtsch contract – loopt dit jaar ten einde. In het vervolg zal men haast niet meer aan bieten kunnen komen, omdat de boeren zich in coöperatieve fabrieken vereenigen. Zoolang de Europeesche oorlog duurt, gaan er geen bieten naar België; vóór den oorlog 300 à 350 millioen; eene hoeveelheid, voldoende voor zes à zeven fabrieken. Is de oorlog uit, en gaan die bieten weer naar Belgie, dan zullen de eigen fabrieken heelemaal geen bieten meer kunnen krijgen. Dan zullen zeker drie à vier groote fabrieken moeten verdwijnen; van deze zal er waarschijnlijk nog wel weer een coöperatieve fabriek worden aangekocht.

De Algemeene Suiker Maatschappij (Asmij) is vrijwel opgelost in de Wester Suiker Raffinaderij te Amsterdam. De Wester heeft 51% aandeelen van de A.S.M. en kreeg daardoor beheer en beschikking over de suikerfabrieken te Breda, Oudenbosch (de Mark) en Oud Gastel. Ook van de Suikerfabriek te Standdaarbuiten heeft de Wester 51% der aandeelen. De Wester was eigenaar van de uitstekend ingerichte fabriek te Bergen op Zoom; zij verkocht die aan eene coöperatie, zoodat daar eene coöperatieve fabriek komt. Kort daarna kocht zij te Oudenbosch weer de fabriek van Daverveldt Binck en Co.

Van Rossum te Breda is de homme d’affaires voor de Wester. Hij moet een uitgeslapen koopman zijn, en wordt genoemd als de aanstaande Directeur van de Wester. Het is echter niet duidelijk, hoe hij door de Wester al die eigen fabrieken (voor millioenen) heeft kunnen laten koopen, terwijl de eigen fabrieken hun tijd gehad hebben. Mr. A.J.M. Smits heeft met de A.S.M. niets meer te maken; hij is nog directeur van Oud Beierland en Statendam. Mr. A.J.M. Smits is met Van Rossum sterk geïnteresseerd in eene fabriek voor gesteriliseerde melk te Oud Gastel; het moet eene afdeeling zijn van de Mij. Vacca te Antwerpen.

Den 6den Juni 1921 kwam ik weer in Standdaarbuiten; tevoren was ik in Oud Gastel en in Oudenbosch geweest. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezing bedankte Aarden en werd wethouder Vermeulen niet herkozen. De verhouding tusschen den burgemeester en zijn tegenwoordige wethouders scheen zeer goed.

De lager-onderwijswet zal aan de gemeente f. 75.000,- kosten; daarvan f. 50.000 voor eene bijzondere school aan de Noordhoek, waarvan men echter van Klundert voor kinderen uit die gemeente een evenredig deel hoopt terug te krijgen. Tegen het einde van Juli verwacht men, dat de groote Waterleiding Mij. zal beginnen met het leggen van de buizen.

 Vlasrepelen bij de familie Ant. Veeken-Kolen te Noordhoek, 1919  Vlasrepelen bij de familie Ant. Veeken-Kolen te Noordhoek, 1919 (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

De PNEM kon nog geen ambtenaar zenden, om de electrificatie van de gemeente te bestudeeren; men vreest, dat de Noordhoek voorloopig niet zal kunnen worden geholpen. De halve gemeente bestaat van vlasbouw; daaraan zijn in de oorlogsjaren schatten verdiend; thans is het bedrijf niet loonend meer; voor de groote boeren is dat niet zoo heel erg; maar voor de ± 40 kleine vlassers is dat een ramp. Die kleine vlassers huren, al naarmate van de samenstelling van hun gezin van 1 tot 4 H.A. land; meestal meerdere kleine stukjes land. In 1919 en in 1921 kan men de rekening ongeveer opzetten als volgt:

 Zaad      50,-
 Kunstmest    50,-
 Wieden    75,-
 Landhuur      350,-
 Bewerken van 700 K.G. vlas    700,-
 te samen    f. 1.225,-
 Opbrengst    
 700 K.G. lijnzaad  à f. 0,25 =   f.  175,-
 700 K.G. bewerkt vlas  à f. 1,50 =  1.050,-
 Afval      40,-
te samen      f. 1.265,-

Die vlasbouw is voor den kleinen man van bijzonder groote waarde, omdat hij daarmede gedurende het geheele jaar in zijn eigen huis werk vindt, behalve in het najaar; dan gaan de menschen echter naar de suikerfabrieken zoodat ze op die manier het heele jaar werk en brood hebben.

Standdaarbuiten, Gezicht vanaf de vlasfabriek. Links op de voorgrond twee huizen die vroeger eigendom van de suikerfabriek waren (WBA, RAW014010920). Gezicht vanaf de vlasfabriek (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

Het is uiterst moeielijk, de aanslagen in den hoofdelijken omslag van die kleine vlassers juist te regelen; zij hebben zooveel verschillende perceeltjes vlas; men kent die niet allemaal. Als er eens een slecht perceeltje tusschen geweest is, dan wordt daarop door de belastingschuldigen sterk gewezen; de uitstekende perceeltjes vergeet hij liefst. Aan dividend- en tantièmebelasting van de groote suikerfabriek genoot gemeente over het laatste belastingjaar f. 25.600.

Den 16 Juni 1925 kwam ik weer in de gemeente; later ging ik nog naar Etten. Burgemeester Van Rooy valt mij beslist mede; hij weet veel te bereiken. Voor betrekkelijk weinig geld ± f. 3.500,- kocht hij een stukje grond, benoodigd voor de uitbreiding van het Raadhuis, hij verbeterde de Raadszaal, bezorgde daar een nieuw ameublement; hij vergrootte de secretarie door den bijbouw van eene ruime brandvrije archiefkamer; daaronder kwam eene bergplaats voor de brandspuiten benevens twee arrestantenlokalen. En dat alles voor f. 3.500! Alles zag er goed verzorgd uit; ik nam dienaangaande eenen beslist goeden indruk mede.

Geen woningnood; ook nooit geweest. Bij Raadsverkiezingen wordt er hevig gestreden om de zetels; bij de laatste Raadsverkiezing werden zes nieuwe Raadsleden gekozen! Twee andere wethouders. In den Raad zitten 5 boeren, 1 burger en 1 arbeider. De beide wethouders schenen geen ongeschikte menschen; De Voogt was bedrijfsleider in de suikerfabriek; Blommerde is een landbouwer (heer-boer). De verhouding tusschen hen en den burgemeester scheen mij zeer goed.

De finanties zijn goed. Daaraan hielp mede de hooge inkomst uit de dividend- en tantièmebelasting. Dat is nu helaas gedaan; de suikerfabriek wordt naar Engeland overgebracht; de machines enz. werden in den afgeloopen winter uitgebroken; dat gaf veel werk, zoodat er in 1924/25 geen werkeloosheid was.

Gemeente heft 100 opcenten op de vermogensbelasting en op de Rijksinkomstenbelasting. Het belastbaar inkomen gaat vooruit; daardoor hield gemeente eens f. 14.000 over, en het jaar daarop f. 10.000. Ook 1925 staat er weer goed voor. Uit die batige sloten werd de verbouwing van het Raadhuis betaald, terwijl de rest werd en wordt aangewend tot buitengewone aflossing van schuld. Deze zal ten slotte nog f. 13.000 bedragen.

De lager-onderwijswet 1920 kost aan de gemeente jaarlijks ± f. 4.000. De drinkwaterleiding gaat prachtig, vooral ten gevolge van den drogen warmen zomer. Van de ± 300 woningen, die aangesloten zouden kunnen worden, zijn er reeds 226 aangesloten. Nog geen elektriciteit; men verlangt er erg naar. Men hoopt, dat de PNEM – evenals in Zevenbergen – een plaatselijk distributienet zal willen bouwen en exploiteeren. Binnenkort hoopt men met de onderhandelingen te beginnen. Door de waterleiding was men in staat de brandweer te reorganiseeren. Men heeft vier standpijpen in de gemeente.

De brug over de Mark, 1900 De brug over de Mark, 1900 (foto: collectie Standdaarbuiten/ West-Brabants Archief)

De Noordhoek is een aparte parochie met 450 communicanten; vooral daar verlangt men hard naar elektriciteit; zonder eene groote garantie zal die er wel nooit komen. De brug over de Mark behoort aan het Rijk. Vóór 40 jr werd die brug door het Rijk verhuurd aan Oudenbosch en Standdaarbuiten. Beide gemeenten betalen jaarlijks ieder f. 50,- huur, maar hadden de verplichting om een nieuwe brug te bouwen. Ze mochten dan veergeld heffen. Er werd voor weinig geld eene oude brug gekocht in Brussel; deze doet nog steeds dienst.

Het veergeld brengt jaarlijks voor de twee gemeenten samen ± f. 4.000 op. Deze heele regeling eindigt den 1 Januari 1926. Over de toekomstige regeling denken de beide gemeenten niet eenstemmig: Standdaarbuiten wil het bruggeld afschaffen; omdat deszelfs ingezetenen bijna al het bruggeld moeten betalen. Oudenbosch wil het bruggeld behouden, omdat het eene bate vormt voor de gemeentekas, waaraan zijne ingezetenen weinig of niet contribueeren. Geraden, den uitersten termijn niet af te wachten, maar spoedig de onderhandelingen met het Rijk en met Oudenbosch te beginnen.

Het afbreken van de suikerfabriek is erg voor de neringdoenden; zij verdienden veel aan de schippers. Voor de arbeiders van Standdaarbuiten is het niet zóó erg; van hen werkten er slechts een zestigtal op de fabriek; de rest werkt op de coöperatieve suikerfabrieken te Dinteloord en te Zevenbergen. Er werden in 1925 veertig H.A. minder met bieten bebouwd dan in 1924. Vele bieten gaan naar Belgie, naar de fabriek van Wittouck in Selzaete.

Ongeveer 100 H.A. vlas; het product is dit jaar slecht; het bleef te droog. Twee groote coöperatieve vlasfabrieken, eene te Steenbergen (van Sneep) en eene te Zevenbergen. Ongeveer 200 kleine menschen verdienen in het vlas hun brood; aan de Noordhoek zullen een veertigtal kleine vlasbouwers wonen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: