skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

De Commissaris van de Koningin over Teteringen

BHIC
BHIC Bhic
vertelde op 2 april 2009 om 13:41 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Teteringen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Teteringen

Den 22n. Februari 1896 bezocht ik de gemeente Teteringen; ik was eerst in Oosterhout geweest; omstreeks 2 uur reed ik van Oosterhout weg en kwam om half drie te Teteringen aan. Op het raadhuis vond ik den burgemeester (tevens secretaris) en de beide wethouders; met hen onderhield ik mij tot de audientie, waar alleen de pastoor en het hoofd der school verschenen.

De burgemeester kan in Teteringen geen kwaad doen; hij voerde voor de gemeente eene procedure tegen den Staat over den eigendom van ± 80 H.A. meestal Boschgrond; de gemeente verloor haar proces voor de rechtbank te Breda, doch won het voor het hof te ’s Bosch, terwijl de gevraagde cassatie van het arrest van het hof door den Hoogen Raad werd afgewezen. De proceskosten beliepen ± f. 10.000, waarvan de gemeente f. 600,- moest dragen.

De bosschen enz. geven ’s jaars eene zuivere bate van f. 1.200,-, terwijl er dientengevolge ’s winters bovendien steeds werk is voor een ieder, die werken wil. De bevolking van Teteringen breidt zich zeer sterk uit, doordat het tegen Breda aan ligt, en aan die zijde veel gebouwd wordt; de Teteringsche dijk en de Zandberg zijn feitelijk één met Breda, doch behooren tot de gemeente Teteringen. Aangezien Teteringen geen hoofdelijken omslag, geen opcenten op het personeel en slechts 20 opcenten op de gebouwde eigendommen heft, is het wonen aldaar zeer goedkoop, en dientengevolge zeer gezocht door de Bredanaars.

De burgemeester heeft zijn broer (gediplomeerd aspirant-gemeentesecretaris) als hulp op de secretarie; hij leidt jongelui op in de administratie; zoo waren er nu een jongen Sassen (zoon van het 1ste kamerlid) en een jongen Hellenberg Hubar. De naam Teteringen wordt afgeleid van “tot de ringen”, of wel van “de teringen”, omdat oudtijds alle gilden enz. hunne feesten (teringen) hielden buiten Breda, waar op en buiten de wallen daartoe in herbergen enz. gelegenheid te over was.

Den 1 September 1900 kwam ik weder in de gemeente; de leden van den raad wonen over de geheele gemeente verspreid: 2 (de burgemeester en de wethouder Backse) wonen in de kom; 1 (Snoek) op de Meerberg; 1 (wethouder van Dijk) aan den Teteringschen dijk; 1 (Oomen) op de Molengracht; 1 (van den Hout) aan den Zandberg; 1 (Schoenmakers) aan den Terheydenschen hoek.

Op 7 December 1900 moest de ritmeester Simon zijne waterleiding in orde hebben en electrisch licht leveren; zulks volgens de concessievoorwaarden van Teteringen; Simon deed nog niets dan een terrein in voorkoop vragen; hij stortte te Ginneken een waarborgkapitaal van f. 3.000; te Teteringen moest hij f. 1.500 waarborgfonds storten, hij bleef echter in gebreke zulks te doen. Simon woont met zijne familie op Laanzicht, een buiten te Teteringen; hij is echter meestal in Parijs, alwaar hij met Tindal samenwerkt tot het zuiveren van water, door middel van ozone. Een goede reden, waarom Simon nog niet begonnen was, wisten B. en W. niet aan te geven.

De grond te Teteringen is buitengewoon geschikt voor moezerij; aan den Teteringschen dijk en den Terheydenschen hoek besteedt men van f. 2.500 tot f. 3.000 per H.A. De hoveniers zijn buitengemeen werkzaam en oppassend; over het algemeen genomen gaat het hen zeer goed. Zij hebben gewoonlijk hun groenten en hun fruit 14 dagen vroeger rijp dan anderen; dit komt deels, doordat de gronden bijzonder geschikt zijn, en deels, doordat zij hun werk bijzonder goed verstaan. Volgens B. en W. worden er vele aarbeien naar Engeland verzonden, en bereidt men er daar verf uit, dezelfde verf, die vroeger uit de meekrap gehaald werd; de aarbei zou feitelijk de meekrap verdrongen hebben.

De gemeente werd door den Minister gedwongen om eene school te bouwen; zij zal die uitgave brengen op de begrooting van 1901. Plantrecht langs de gemeentewegen hebben de belendende eigenaren niet; de bestaande beplantingen mogen vooralsnog blijven bestaan; doode of gerooide boomen mogen echter niet door anderen worden vervangen. Daar, waar de wegen voldoende ruimte bieden, plant de gemeente tegenwoordig.

Medewerkers Stoomluciferfabriek De Vlinder van Ch. Loyens bezig met de fabricage van laadjes en doosjes, voor 1915 (bron: Stadsarchief Breda)Medewerkers Stoomluciferfabriek De Vlinder van Ch. Loyens bezig met de fabricage van laadjes en doosjes, voor 1915 (bron: Stadsarchief Breda)

Op territoir van de gemeente zijn twee lucifersfabrieken gevestigd. Ingezetenen van Teteringen werken daar bijna niet; het zijn vooral bewoners van Terheyden, die daar werken. In Terheyden was eertijds eene groote lampenfabriek; daar gingen de Terheydenaars werken; toen die fabriek werd stop gezet, ging het werkvolk veelal over naar de lucifersfabrieken te Teteringen. Op die lucifersfabrieken worden vooral jonge kinderen te werk gesteld; kinderen van 12 tot hoogstens 16 jaar; hun arbeid is goedkoop; zij doen het werk even goed als volwassenen.

Op het raadhuis te Teteringen hangen een pr schilderijen van v. Ginneken. v. Ginneken was een gewone boerenjongen, die merkwaardigen aanleg had voor schilderen; hij bekwaamde zich gedurende een pr jaren te Antwerpen aan de teekenacademie, en vestigde zich toen weer in Teteringen. v. Ginneken had als schilder een goeden naam; op later leeftijd werd zijn gezicht minder, en zijn werk daardoor min waardig.

Hans van Nispen woonde vroeger in Teteringen; de burgemeester was goede vrienden met hem, maar had veel last van hem; eens zelfs moest hij beslag leggen op zijn roerende goederen, op vordering van den advocaat Van Mens. Deze had voor v. N. geoccupeerd als advocaat en als procureur; toen v. N. aan den advocaat de rekening betaald had, werd hem de vordering van den procureur gezonden. Hij weigerde deze te betalen; vandaar een proces; toen moest de burgemeester beslag leggen op de goederen van v. N.

Vanuit Breda bezocht ik den 21 Juni 1904 weer deze gemeente; dienzelfden dag ging ik nog naar Terheyden en naar Oosterhout. Mijn gesprek met B. en W. liep voornamelijk over de voorgenomen annexatie. B. en W. deelden mij mede, dat er op den Zandberg ook arbeiderswoningen staan, een veertigtal, aldaar voor een jr of acht gebouwd. De bewoners van het oude Teteringen hebben geen relatie met de bewoners van den Zandberg; maar ze hebben veel relatie met de bewoners van den Teteringschen dijk en met die van den Terheydenschen hoek, met wie ze dezelfde belangen gemeen hebben.

Bij de verkiezing van den dubbelen raad werd het oude Teteringen overstemd; er werden slechts menschen gekozen uit gedeelten, die naar Breda zouden overgaan, dus tegenstanders van de annexatie. De wethouder van Dijk woont aan den Teteringschen dijk; ook zijne woning zou op Breda’s grondgebied komen te liggen; hij is dientengevolge een van de hevigste tegenstanders van de annexatie.

Ik verleende audientie aan de plaatselijke geestelijkheid; deze kwam eenvoudig hare opwachting maken. Daarna kwamen eenige Heeren uit den Zandberg (Generaal Pfeiffer, Jhr. Clifford Cocq van Breugel, en Dr. Bruinsma) om tegen de annexatie te ageeren. Zij vroegen vooral, dat G.S. toch zouden laten weten, welke beslissing er werd genomen, omdat daarop zooveel wachtte; er was bijv. een school te Princenhage te klein; zou Princenhage door de annexatie ingezetenen verliezen, dan was de school groot genoeg; men deed nu niets aan die school, in afwachting van de beslissing omtrent de annexatie. Dergelijke quaesties waren er volgens Dr. Bruinsma vele! Van de raadseleden wonen Backx, Vriends en Snoek in het oude Teteringen; van Dijk, Oonincx, Molenschot en Schaap aan den Teteringschen dijk; Oomen, v.d. Drift, van der Horst en van Alphen aan den Zandberg.

De Baronielaan in de Zandberg (bron: Stadsarchief Breda)De Baronielaan in de Zandberg (bron: Stadsarchief Breda)

Voor den Zandberg wordt thans straatgeld geheven; de bewoners trachten die belasting afgeschaft te krijgen. Zou dat werkelijk geschieden, dan zouden de overige belastingen in de gemeente zoo hoog moeten worden opgevoerd, dat er weinig minder betaald werd dan te Breda. Concessionaris voor de levering van water en electrisch licht aan den Zandberg is de ingenieur Blank, een schoonzoon van den Heer Simon. De bestrating van den Zandberg laat zeer veel te wenschen over; de weg behoort in eigendom aan de gemeente Teteringen; het onderhoud der bestrating is voor 7/16 ten laste van Breda, en voor 9/16 ten laste van Ginneken.

B. en W. sterk geraden, om het onderhoud der waterleidingen ten laste van de gemeente te brengen; de heeren voelen er niet veel voor. De dienst van den veldwachter aan den Zandberg liet te wenschen over; hij heeft van standplaats gewisseld met zijn collega uit Teteringen; nu gaat alles goed. Die ’s winters geen werk heeft, kan bij de gemeente terecht; in den afgeloopen winter meldden zich slechts twee menschen om werk aan. Broodsgebrek wordt door niemand geleden.

Stoomluciferfabriek De Vlinder van Ch. Loyens, vóór 1910 (bron: Stadsarchief Breda)Stoomluciferfabriek De Vlinder van Ch. Loyens, vóór 1910 (bron: Stadsarchief Breda)

Op de lucifersfabriek van Dijkerman werkt een hoop schorrie morrie uit Terheyden; op de fabriek van Loyens vindt men uitsluitend fatsoenlijk werkvolk.

Den 7 Mei 1908 kwam ik weer in Teteringen. De burgemeester was met verlof; het was mij ontgaan, dat ik hem een week of drie tevoren verlof verleend had, welk verlof den 6 Mei was ingegaan. Voor mijne audientie meldde zich niemand aan dan het raadslid Oomen, die provinciale subsidie vroeg in de kosten van verharding van een weg van Molengracht in de richting van IJpelaarseind. Ik kon hem weinig steun geven. Den overigen tijd bracht ik zoek met de twee wethouders Van Dijk en Backx, met wie nogal te praten viel. Zij roemden beide zeer den burgemeester en zouden hem zeer ongaarne zien heengaan.

Van Dijk is een verwoed tegenstander van de annexatieplannen van Breda; hij hoopte, dat, wanneer er ooit weer een annexatie-ontwerp mocht komen, dat daarin dan Ginneken niet zou vergeten worden, opdat de oppositie, die van Ginneken te verwachten was, dan zijne oppositie zou helpen steunen!

Reiniging van de waterleiding tussen het pompstation te Dorst en de Teteringse brug, 1915 (bron: Stadsarchief Breda)Reiniging van de waterleiding tussen het pompstation te Dorst en de Teteringse brug, 1915 (bron: Stadsarchief Breda)

De waterleiding van vroeger Simon, thans van Voorst van Beest, geeft aan den Zandberg goed water. De bewoners van den Teteringschen dijk zijn niet aan de waterleiding verbonden. Omdat zulks door Simon bij contract beloofd was, en de belofte niet werd nagekomen, heeft de gemeente het waarborgkapitaal (f. 1.500) niet gerestitueerd. Burgemeester en secretaris hebben het oud archief samen geïnventariseerd; ze zijn met hun werk haast gereed. Voor archiefberging werd op de secretarie een mooi gesneden eikenhouten kast aangeschaft.

Gemeente doet zeer veel voor openbare werken: bestrating enz.; in 1908 zal daaraan ± 20 mille besteed worden. Voor het vegen der waterleidingen werd op begrooting 1908 f. 325 uitgetrokken. Men klaagde sterk over de overlast die men van bedelaars met kleine negotie ondervond; eene verordening op het venten werd door mij aangeraden.

Den 30 Maart 1912 kwam ik weer in Teteringen; vanuit hotel “de Kroon” te Breda bezocht ik per auto eerst Zevenbergen, daarna Terheyden en eindelijk Teteringen, van waar ik weer naar Breda terugkeerde. Op mijn audientie verschenen alleen de pastoor en de kapelaan; op hun verzoek bracht ik even een bezoek aan de bijzondere school, gehouden door Zusters Franciscanessen, moederhuis te Dongen. Ik moest de heele inrichting zien: de drie schoollocalen, de bewaarschool, de catechismuskamer, de speelplaats, de speelplaats voor de bewaarschoolkinderen, de tuin van de Zusters, het Zustershuis, onder en boven, de kapel, de logeer- en ziekenkamers; alleen voor de slaapkamers der Zusters bestond “slot”.

We werden rondgeleid door de Waarde Moeder, het hoofd der school + het hoofd der bewaarschool. Eigenaardig is, dat de waarde moeder, eene oudere zuster, de hulpakte heeft, in de school les geeft, en daar staat onder het zeer jonge nonnetje met de hoofdacte. De gebouwen, de inrichting der schoollocalen enz. enz. schenen mij zeer goed in orde; jammer dat het Zaterdagmiddag was, en er dus geene kinderen waren.

Wethouder Van Dijk is overleden; als Raadslid opgevolgd door zijn zoon, gehuwd met eene juffrouw Simonis uit Raamsdonk; hij woont aan den Teteringschen dijk in zijn vaders huis; hij is mededirecteur van de bierbrouwerij De Gekroonde Bel van de Heeren Smits te Oosterhout. In den Zandberg wordt thans, ter vervanging van het vroegere straatgeld, eene trottoir-, riool- en aanstratingsbelasting geheven. De belasting drukt op de eigenaars, niet op de huurders; brengt in het geheel ± f. 1.800 op = het bedrag van ± 10 opcenten op het personeel.

Teteringen heeft 10 opcenten ongebouwd, 30 gebouwen en 25 personeel, + trottoir- riool- en aanstratingsbelasting; geen hoofdelijken omslag. Dat is dus ± f. 100 per woning minder belasting, dan wanneer die woning onder Breda behoorde. Raadsleden wonen goed over gemeente verdeeld.

De Baronniesche proeftuin werkt uitstekend; vooral de hoveniers uit Teteringen gaan er veel heen, en leeren er veel. Teteringen is eerst sinds 1798 eene zelfstandige gemeente; oud archief is er dus uit den aard der zaak niet; in der tijd was notaris Van Ginneken er burgemeester; wat op het oogenblik oud archief heet, is een rommel oud papier, afkomstig van den burgemeester-notaris, meestal van den notaris afkomstig, en van zeer weinig belang. Wethouder van der Horst is Voorzitter van de Gezondheidscommissie te Ginneken.

Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Willibrordus, links (bron: Stadsarchief Breda)Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Willibrordus, links (bron: Stadsarchief Breda)

Alleen de bewoners van den Zandberg en van de Molengracht krijgen electrisch licht en water uit de waterleiding. De warmoezeniers maken buitengewoon goede zaken; in den aanstaanden winter zal de eerste tuinbouw-wintercursus gegeven worden. De waarde der gronden om en bij Teteringen is in de laatste jaren vrijwel verdubbeld; vooral door de warmoezeniers. De warmoezeniers, die allerlei groenten verbouwen, brengen hun product op de markt te Breda, op de veiling aldaar, en hunne grove groenten op de markt te Tilburg.

Eene roomboterfabriek te Teteringen verwerkt 10.000 L. melk daags. Er bestaat hier geen voorpotingsrecht; het plantrecht langs de wegen wordt door gemeente uitgeoefend. De lucifersfabrieken werken druk; thans in handen van Dijkerman, - en van Eras en Paulsen.

Den 27 Juli 1917 bezocht ik vanuit Hotel de Kroon te Breda de gemeenten Teteringen en Princenhage. Ik werd ontvangen door den burgemeester en den wethouder v.d. Horst; de oude Wethouder Backx is juist overleden. Niettegenstaande er nogal gebouwd wordt, is er goote woningnood; daar zijn zeker 1.000 Belgische vluchtelingen in de gemeente, waaronder velen, die blijkbaar over ruime inkomsten beschikken. De inkwartiering gaf wel last, maar gelukkig geen groote moeielijkheden. De officieren kenden dikwijls hunne bevoegdheid niet; nader overleg met de bevelvoerende Kolonels lostte de quaesties geregeld weder op.

Groepsportret personeel suikerwerkfabriek NV de Faam, vóór 1945 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)Groepsportret personeel suikerwerkfabriek NV de Faam, vóór 1945 (auteur: Firma Schreurs, v/h Firma Stutz, bron: Stadsarchief Breda)

De uitvoering der distributiewet kost aan de gemeente ± f. 1.100 in de drie maanden benevens de administratiekosten: er is ééne distributie voor Breda, Teteringen, Princenhage en Ginneken. De landbouwers maakten tot nu toe schitterende zaken; de vooruitzichten zijn echter treurig: veel vee zal afgeslacht moeten worden, omdat er geen veevoeder is; wat er aan koeien overblijft, zal niet meer dan 50% van het gewone quantum melk geven. Tuinbouw floreert. Geen glas; geen warenhuizen.

Industrie maakte oorlogswinsten: vooral de lucifersfabriek van Eras en Paulsen, de beste uit ons land; daarna de fabriek van Dijckerman; de chocoladefabriek De Faam (voorheen De Bont); de zeepfabriek van v. Elk; die voor vernis- en verfwaren (Ulften); die voor fournitures van soldaten (Mouw); en de electrische bakkerij “De Eendracht” waarin 28 bakkersbedrijven zich oplosten.

Ambachtsschool te Breda (bron: Stadsarchief Breda)Ambachtsschool te Breda (bron: Stadsarchief Breda)

Voor 20 jongens, die de ambachtsschool te Breda bezoeken, betaalt de gemeente f. 15. schoolgeld. Herhalingsonderwijs wordt zóó druk bezocht, dat het in 2 parallelklassen moet gegeven worden. Tweejaarlijksche cursussen voor landbouw en voor tuinbouw wisselen zich af, en worden druk bezocht. Men verlangt sterk naar elektriciteit, vooral ook voor polderbemaling. Pastoor kwam met zijne kapelaan op audientie; alleen maar om zijne opwachting te maken.

Den 14 Juli 1921 bezocht ik Teteringen en Princenhage. Burgemeester Verdaasdonk is ernstig ongesteld; ik ging hem te zijnen huize even bezoeken. Ik vrees, dat ik hem als burgemeester van Teteringen zal verliezen. Jammer, hij is zoo’n bekwame, werkzame, eerlijke man; hij deed zoo veel voor zijn gemeente!

Chr. J. Oomen, secretaris van 1920-1953, foto 1945 (bron: Stadsarchief Breda)Chr. J. Oomen, secretaris van 1920-1953, foto 1945 (bron: Stadsarchief Breda)

Wethouder Van Dijk die verbazend rijk moet zijn en wethouder Van Alphen die aan den Zandberg woont, zijn beiden sterk gekant tegen vereeniging met Breda. Geen wonder, waar de belastingen zóó laag zijn, 1% van het belastbaar inkomen! De Pastoor van Teteringen, de Zeer Eerwaarde Heer Broeders is ook tegen vereeniging met Breda; dat zou een funesten invloed hebben op zijne parochianen. Wanneer het aan Breda aangebouwde deel van Teteringen met Breda wordt vereenigd, dan moet het landelijk deel een zelfstandigen gemeente blijven, of, wanneer dat niet kan, met Heusdenhout, Bavel en Ulvenhout vereenigd worden tot eene landelijke gemeente.

De invoering van de lager onderwijswet 1920 zal aan gemeente minsten f. 75.000 kosten. Volgens Burgemeester Verdaasdonk is zijne secretaris erg lui; als hij Oomen niet voortdurend met de zweep narijdt, komt er van het werk ter secretarie niet veel terecht; daarom is het zoo vreeselijk erg, dat Verdaasdonk al geruimen tijd tehuis zit.

De loonen toonen eenige neiging tot dalen; als de menschen zich komen presenteeren, nemen ze met f. 17 tot f. 18 genoegen. Maar hebben ze eenmaal vast werk, dan wordt er zoo lang gedreven, totdat het weekloon op f. 25,- staat. Misbruik van sterken drank wordt er niet veel gemaakt; maar er wordt ontzettend veel gesnoept: ijswafeltjes en cigaretten.

De tuinbouw gaat bijzonder goed; de waarde van de gronden gaat daardoor sterk vooruit; vooral veel frambozen en aardbeien; alles gaat naar de veiling te Breda. Twee raadsleden zijn socialist; men heeft van hen weinig last in den gemeenteraad. De Heeren stemden zelfs voor een subsidie aan de Burgerwacht. De “Hero” is een vruchtenfabriek; eene dochterinstelling van eene reusachtige Zwitsersche onderneming. Eppo v. Lanschot is daarvan de promotor. Rondom de fabriek ligt een eigen terrein van 8 H.A. beplant met een bijzonder soort frambozen; grooter dan de inlandsche. De vruchten worden uiterst voorzichtig geplukt in busjes van een bepaalde maat; die worden dan voorzichtig naar de fabriek gebracht en daar gesloten. Het is daar dus te doen om de gave vruchten te conserveeren, in tegenstelling met de gewone jamfabrieken.

Burgemeester Sutorius, 1921-1935 (bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester Sutorius, 1921-1935 (bron: Stadsarchief Breda)

Den 17 Juni 1925 kwam ik weer in de gemeente; later ging ik nog naar Zevenbergen. Er wordt veel gebouwd; daardoor is er geen woningnood meer. Bij de Cavaleriekazerne staat een complex van 8 betonwoningen; daarin huizen 20 gezinnen van het allerminste allooi. Die 8 woningen werden vroeger onbewoonbaar verklaard; toen verbouwd en weer in gebruik genomen. Het is een echte rommel, waaraan het gemeentebestuur niets kan doen.

Van de Raadsleden is een S.D.A.P.’er; 5 zijn landbouwers en 7 burger. Bij de laatste Raadsverkiezing was er weinig strijd: er werden 2 nieuwe Raadsleden gekozen. De verhoudingen in den Raad zijn goed. Toen Sutorius burgemeester werd, was het heele archief één chaos; met de ordening is men thans ernstig begonnen. De burgemeester voelt zich in Teteringen blijkbaar goed op zijn gemak; hij kan goed met zijn wethouders; de Heer Brantjes woont op den Zandberg, en schijnt een geschikte man. Burgemeester prijst den secretaris om zijn werk, maar beklaagt zich over dienst humeur; hij moet tegenover het publiek norsch en onaangenaam zijn. Robbers oordeelde, dat het werk ter secretarie nog al wat te wenschen overliet, en niet in overeenstemming met hetgeen men in zoo’n belangrijke gemeente zou mogen verwachten.

Stadsbus van de Monopol, met reclame voor Hero Conserven Groenten, voor 1927 (auteur: B. de Jong, collectie: BBA Foto-archief, bron; Stadsarchief Breda)Stadsbus van de Monopol, met reclame voor Hero Conserven Groenten, voor 1927 (auteur: B. de Jong, collectie: BBA Foto-archief, bron; Stadsarchief Breda)

Aan het gemeenteverslag was bijzonder weinig zorg besteed; veel meer dan algemeenheden komen er niet in voor. Winter 1924/25 geen werkeloosheid. Veel industrie, die over het algemeen zeer goed gaat. De conservenfabriek “Hero” in 1924 verbouwd; capaciteit verdubbeld. Maakt vooral veel groenten: spinazie, erwten enz. in. De eenige fabriek, die niet goed gaat, is de N.V. Hollandsche lucifersfabrieken. De twee hier vroeger bestaan hebbende lucifersfabrieken werden tot ééne fabriek vereenigd; van de drie directeuren werden er twee uitgekocht. De Heeren waren het er niet over eens, of deze fabriek thans nog wel eene zelfstandige zaak was, dan wel een filiaal van de Zweedsche lucifersfabriek De Zwaluw. Feit is, dat de fabriek niet steeds voldoende werk heeft.

Gemeente krijgt van Breda elektriciteit; goed bediend; licht 35 cnt. Van de winst, die Breda maakt, krijgt gemeente niets. De tuinbouw gaat sterk vooruit; ook de fruitteelt: aardbeiën, appelen, peren en vooral frambozen. Alles gaat naar de veiling te Breda; veilingskosten 5%. Tuinbouw-wintercursus duurt drie jaar; voor elk jaar slechts plaats voor 25 leerlingen. Veel te klein. Men heeft geen geld om uit te breiden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!