i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Veen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Veen

vertelde op 2 april 2009 om 13:47 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Veen te melden.

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Veen

De burgemeester van Veen heeft zich niet correct gedragen bij het toelaten van kinderen uit Wijk op de school te Veen. Deswege werd een onderzoek ingesteld door de Marechaussee. Bij schrijven van 26 October 1896 No. 2, 2de Afdeeling, 3de bureau heb ik namens den Minister van Binnenlandsche Zaken den burgemeester van Veen terecht gewezen.

Den 24 Augustus 1898 bezocht ik deze gemeente; ik reed van het “hotel van Andel” te Gorinchem met een rijtuig van Sprengers uit Sleeuwijk naar Woudrichem, vandaar over Rijswijk, Giessen en Andel naar Veen, vervolgens over Wijk, Aalburg, Heusden, Oudheusden en Elshout naar het station te Drunen, alwaar ik den trein naar Den Bosch nam.

Op het raadhuis, dat een eindweegs van den dijk af ligt, vond ik B. en W. Het raadhuis bestaat uit een enkele kamer. De secretaris-ontvanger Thooft (een broeder van den kantonrechter te Gorinchem) houdt te zijnen huize secretarie.

De burgemeester Van Doveren maakte op mij geen aangenamen indruk; hij schijnt niet erg bij de hand; hij gaf mij soms de impressie, dat hij het geheele gesprek niet volgde.

De oproerige beweging in Veen in de maanden Januari en Februari l.l. was natuurlijk voortdurend het onderwerp van ons gesprek. De wethouder Blankers, destijds waarnemend burgemeester, verklaarde mij, dat hij het toen zóó moeilijk had gehad, dat hij het plan had gevormd, om Veen voorgoed metterwoon te verlaten; tot nu toe had hij zijn plan nog niet uitgevoerd, omdat zijne schoonmoeder in Veen woonde, en zijne vrouw zich niet gaarne van hare moeder wilde scheiden. Allen waren vol lof voor het bezadigde en cordate optreden van Luitenant Vermeulen van de marechaussee; aan hem was het vooral te danken, dat de zaak nog betrekkelijk gunstig was afgeloopen.

Schoolfoto van een klas in Veen en schoolhoofd Weeda, ca. 1905Schoolfoto van een klas in Veen, met schoolhoofd Weeda, ca. 1905 (Collectie: SALHA)

Toen ik de gemeente Veen verliet, vond ik aan de school alle schoolkinderen opgesteld; het hoofd der school liet hen mij ter eere een paar Oranjeliedjes zingen; voor welke gracieuse attentie ik hem later bedankte. Omtrent het Veensche volk werd mij nog gezegd, dat het lastige beroerde menschen waren. Bij de oproerige beweging was de bevolking niet gesteund geworden door kwaad volk uit Giessen of uit Wijk. De agent van politie, die in Veen was tijdens de onlusten en destijds geen dienst kon doen (althans niet deed) werd door mij eervol ontslagen en vervangen door een, naar het schijnt, geschikt veldwachter.

Den 28 Mei 1902 kwam ik weer in de gemeente; ik reed van Gorinchem over het veer te Sleeuwijk via Woudrichem, Rijswijk, Giessen en Andel naar Veen; vandaar naar Wijk en vervolgens over Heusden enz. naar Drunen, alwaar ik den trein naar Den Bosch nam.

Veen gaat hard achteruit; het bestuur heeft veel moeite om de twee einden van het jaar aan elkander te knoopen. Veel uitwonende eigenaren; er gaan nog steeds menschen weg; daar komen er geen bij; ten slotte blijven alleen de arbeiders over. Zóó stierf bijv. de oude Blankers, die alleen 1/3 van den hoofd. omslag betaalde; hij had slechts één kind, een meisje, gehuwd met den Heer Bax te Oosterbeek.

De wethouder Blankers denkt er ook nog steeds over om heen te gaan; zijne schoonmoeder is nu overleden, maar zijn vrouw wil Veen niet uit. Hij leed vóór enkele jaren aan bloedvergiftiging en geniet sinds eene slechte gezondheid. Hij wordt geschat op ± een ton, en heeft geen kinderen; hij moet ± f. 350 betalen in den hoofd. omslag.

De familie Thooft is originair uit Veen; daar bleef slechts over de ongehuwde gemeentesecretaris, een man van ± 70 jaar, een zeer ontwikkeld braaf man; zijne halve broers en zusters trokken weg: 2 zusters en 1 broer zijn ongehuwd en wonen samen op eene hoeve in de Haarlemmermeerpolder; een andere halve broer is gehuwd en woont eveneens in de Haarlemmermeer op eene hoeve; hij was een tijdlang afgevaardigde ter 2de Kamer voor de Haarlemmermeer. De raadsheer in Arnhem, eveneens een halve broer, zat een tijd lang in de Tweede Kamer voor Middelburg, en is nu Eerste Kamerlid voor Gelderland. Heeft nog belangen in Veen, en komt dientengevolge af en toe nog eens even in Veen. Hij heeft daar o.a. een grooten boomgaard aangelegd.

De burgemeester van Heusden heeft mooie gronden onder Veen liggen; hij is voor 5/6 eigenaar van een uiterwaard van ± 30 H.A.

Veen, Aanlegplaats de grote Bol, ca. 1920 (Salha, fch00032)Aanlegplaats de grote Bol, ca. 1920 (Collectie: SALHA)

Te water heeft Veen voldoende gemeenschap: Top Smit vaart dagelijks Rotterdam v.v.; Piet Smit Rotterdam-’s Bosch v.v.; v.d. Schuyt vaart ’s winters éénmaal, en ’s zomers 2 maal daags Rotterdam-’s Bosch v.v. De reis van ’s Bosch tot Veen duurt 1 ½ à 2 uur; retour Gorinchem kost f. 0,50, een dito naar den Bosch f. 0,60.

Als de menschen naar stad gaan, dan gaan ze naar Gorinchem. Het Rijk heeft in de Maas eene uitstekende aanlegplaats gemaakt en verhuurde die voor 5 jr. tegen f. 300. Voor goederen en vee moet telkens betaald worden voor het gebruik der aanlegplaats; voor menschen is de prijs begrepen onder den prijs van de vervoerbilletten. Behalve de Rijksaanlegplaats is er ook nog eene goede particuliere aanlegplaats.

Ten gevolge van de sluiting van Heerewaarden hebben de uiterwaarden onder Veen veel verloren; het Waalwater houdt veel meer slib dan daar ter plaatse het Maaswater. Hebben de uiterwaarden dientengevolge reeds in waarde geleden, - na de afsluiting van de Maas te Andel zullen ze niet meer onder water komen, en dus nog meer achteruitgaan. Men vreest echter, dat bij hevigen noordwester wind de uiterwaarden nog onder water zullen schieten en dan met brak of zilt water; zou dat werkelijk ooit gebeuren, dan was de schade onberekenbaar.

Tegenover deze nadeelen staat het voordeel, dat het binnenland bemalen en het water daar op peil gehouden kan worden, tengevolge van de bemalingswerktuigen aan de drie sluizen te Nieuwendijk; men zal daar dus geen last meer hebben van kwelwater.

Mocht - om welke reden dan ook - slechts gedurende de wintermaanden het binnenland niet boven water blijven, dan zou de schade zeer groot zijn; niet alleen door de schade aan de wintervruchten, maar vooral, doordat het land voor de zomervruchten minder bekwaam zou zijn. Ook op het weiland binnendijks achtte men water in den winter zeer nadeelig. Het weiland binnendijks wordt geweid; hooien is uitzondering. Wordt het een enkele maal gehooid, dan wordt het tevoren extra gemest; anders komt er nooit mest op.

De meeste huwelijken worden gesloten, omdat het “moet”.

De gemeente onderhoudt den grintweg op den Hoogen Maasdijk; de grint moet van de Waal komen; de maasgrint is daar ter plaatse reeds veel te fijn, en niet veel anders meer dan grof zand.

Wanneer er veel fruit gegroeid is, vinden kinderen en vrouwen nogal werk in de fruitdrogerijen; voor het schillen van een H.L. peren wordt f. 0,25 betaald. Er zijn drogerijen, waar 4.000 H.L. peren gedroogd worden. De peren, daarvoor gebezigd, worden Eysbouten genaamd.

Behalve de Nederl. Hervormde gemeente met een dito predikant, vindt men te Veen ook Gereformeerden. Deze hebben zich met de Gereformeerden uit Aalst (Gld.) vereenigd tot eene kerkelijke gemeente, met een eigen kerkgebouw te Aalst, en een eigen predikant.

Veen, Straatbeeld, ca. 1920 (Salha, hee00187)Straatbeeld, ca. 1920 (Collectie: SALHA)

Den 19 April 1906 kwam ik weer in Veen; vanuit Gorinchem bezocht ik eerst Andel; toen Veen; en daarna Wijk; per tram (vanaf Heusden) keerde ik vervolgens naar Den Bosch terug. Ik verleende geen audientie; niemand had zich daarvoor aangemeld.

B. en W. vertelden mij, dat er weleer een notaris, Jiskoot, in Andel gevestigd was; hij vroeg en verkreeg eervol ontslag, en stierf voor enkele jaren. Als notaris werd hij door zijn zoon opgevolgd; deze voerde een echt wanbeheer en werd als notaris afgezet; hij scheidde van zijne vrouw, juffrouw v.d. Calff uit Woudrichem; later hertrouwde hij met eene vrouw, die wat geld had; hij leeft thans rustig van zijne renten in den Haag.

Een andere zoon van den ouden Jiskoot woont nog in Veen; hij is gehuwd met eene dochter van den bakker Schouten; hij heeft een tiental kinderen en komt zeer moeilijk door den tijd; hij heeft eene tabakszaak, sigarenfabriek enz.; daarin werkt hij zelf met zijne kinderen; knechts houdt hij er niet op na; twee zoons zijn de deur uit, de eene werkt voor het examen van de posterijen; de andere is werkzaam op het kantoor van den bekenden tabakshandelaar Jiskoot in Amsterdam.

Een van de zoons werd tabakshandelaar in Amsterdam; het schijnt, dat hij zeer gelukkig is in zaken; heeft een prachtig huis in Amsterdam; en dito in Baarn (waaraan hij voor 80 mille verbouwde); hij zou zijne min gelukkige familie sterk steunen. Dan is er nog eene ongehuwde dochter van notaris Jiskoot; zij woont in Veen in een groot huis op grooten voet, en doet, alsof ze geld heeft; in de laatste jaren kocht zij driemaal een perceel vastgoed aan.

De opening van den Maasmond was voor de gemeente finantieel niet voordeelig; de gemeente heeft buitendijks een perceel hooiland van 5 H.A., welk perceel sinds de sluiting van de Maas te Andel niet meer onder water komt; het is nogal zandige grond; als het nog een jr. of drie gehooid wordt, dan zal het wel niet heel veel meer opbrengen; om te weiden ligt het ongeschikt; men zou geen pachters kunnen vinden, vooral ook, omdat het afvrachten te duur is. Er zal dus niets anders mede te doen zijn, dan het jaarlijks zelf te mesten, of om het te verkoopen, als men geen mest kan krijgen; maar dan zal het geen f. 1.000,- de H.A. opbrengen.

Hannes van der Velden (Hannes den Dikke) met paard en kar op het kleinbolleke te Veen (Salha, fch00827)Hannes van der Velden (Hannes den Dikke) met paard en kar op het kleinbolleke te Veen (Collectie: SALHA)

Groote landbouwers zijn er zoo goed als niet meer in Veen; doordat de bevolking sterk toenam, vonden de boeren het voordeeliger, om niet meer zelve te bouwen, maar hun land te verhuren; de inwoners huren nu echter veel te duur, en maken elkaar arm.

De grond te Veen leent zich bijzonder voor de cultuur van vroege aardappels; als die niet bevriezen of op andere wijze verongelukken, wordt daarvan veel geld gemaakt.

Ook hier klachten over het stoomgemaal aan den Nieuwen dijk; de Veensche polder moet op de Alm lossen; als het water op den binnenboezem te Nieuwendijk hoog is, dan kan de Veensche polder niet op dien boezem malen, en blijft dan met water bezwaard. Vroeger had men nooit last van water; vlak vóór den polder Biesheuvel had men een uitstekend loopende windmolen, die destijds het water op den binnenboezem van de Alm bracht; thans kon die molen dikwijls geen dienst doen, omdat het water buiten dikwerf hooger stond dan binnen.

Het Raadhuis heeft eene groote restauratie ondergaan; er kwam een nieuwe zolder, een nieuw dak, benevens eene kamer voor de vergadering van den Raad; voor de secretarie is wel de ruimte aanwezig, maar men heeft voorloopig geen geld om die in te richten. De Heer Thooft heeft alles nog bij zich aan huis; toch verlangt ook hij naar eene secretarie op het Raadhuis; hij is thans 74 jr. oud; hij zou dan een volontair kunnen nemen ter assistentie.

Den 1 April 1910 kwam ik weer in Veen; vanuit Waalwijk was ik eerst in Genderen geweest en daarna in Veen; van deze gemeente keerde ik naar Waalwijk terug.

In 1908 brandden er elf woningen af; niet verzekerd; er vormde zich eene Commissie, die om steun vroeg, en f. 4.000 kreeg; vier woningen werden gebouwd; de andere menschen kwamen elders onder dak of verlieten de gemeente; zij kregen ieder f. 250,- in de hand. Die vier woningen werden volgens de eischen der bouwverordening gebouwd; zij kostten zóóveel geld, dat men moeite had ze te betalen met het restant van het geld.

Het Raadhuis is nu klaar; er moeten misschien nog een pr. kasten gebouwd worden. De Heer Thooft houdt de secretarie nog bij zich aan huis; een gedeelte van het archief is echter reeds in de brandvrije kluis van het Raadhuis geplaatst. Op 26 Mei 1912 is Thooft 50 jr. gemeentesecretaris.

De verbouwing der school is thans ook geheel gereed gekomen; door het Rijk geheel betaald (f. 5.700). Het archief wordt verzorgd door Timmermans, een volontair ter secretarie, een jongen, uit Veen geboortig; hij heet zeer bekwaam; hij krijgt les van Laurillard en zal trachten dit jaar de akte middelbaar staatsinrichting te halen.

Dr. Smitz is gemeentedoctor; hij krijgt bovendien f. 150 van de diaconie. Toestand van de armen klasse is vrij gunstig, vooral ten gevolge van den open winter, waardoor er voortdurend kon gewerkt worden. Op aandrang van de gezondheidscommissie sloeg men één waterpomp; deze pomp geeft goed water; kosten f. 105,-.

Vele gronden behooren aan uitwonende eigenaren, vooral aan Verhagen te Heusden, en aan Mevrouw Baex (Jenneke Blankers) te Oosterbeek.

Veen, Riviergezicht, ca. 1920 (Salha, hee00168)Riviergezicht, ca. 1920 (Collectie: SALHA)

Met den hoogen waterstand in den afgeloopen winter inundeerden de uiterwaarden; slib bleef er maar weer weinig achter; naar de Heeren beweerden houdt de Waal veel meer slib dan de Maas; de Waal uiterwaarden zouden daarom veel vruchtbaarder zijn.

De fruitteelt wordt steeds van meer belang; er zijn vier verschillende gelegenheden, waar de peren geconfijt of gedroogd worden. Als vroege aardappels worden thans “schoolmeesters” verbouwd; eertijds waren het de “Geldersche kralen”. De schoolmeesters zijn zeer vroeg, groot van stuk, en slecht van smaak, haast niet te eten. Omdat ze vroeg zijn, worden ze veel gevraagd, en brengen ze veel geld op.

In den afgeloopen winter ondervonden de binnendijksche gronden niettegenstaande het hooge opperwater geen waterbezwaar; het kwelwater werd aan den Nieuwen Dijk door het Rijk voldoende afgemalen.

Den 4den Augustus 1915 kwam ik weer in Veen; tevoren had ik de gemeente Genderen bezocht. Het raadhuis is thans geheel in orde; men heeft er wel zeer lang over gedaan, voor het zoover was; de finantien van de gemeente maakten het noodig zoo langzaam te werken. Het ziet er thans zeer goed uit.

In het personeel van het gemeentebestuur is verandering gekomen. Wethouder Blankers heeft bedankt als raadslid; tevens bedankte als raadslid een andere Blankers. De Raad benoemde toen het Raadslid Van Andel tot wethouder; de raadsleden Schreuder en Van de Pol waren daarover zoo verstoord, dat zij hun ontslag als Raadslid namen. In die vacaturen moet thans worden voorzien; dat zal veel strijd geven in de gemeente.

Sterk aangedrongen op het doen verstrekken van landbouw- en tuinbouwonderwijs; dat moet de menschen vooruit brengen. Armoede wordt in Veen wel niet meer geleden; maar velen moeten toch buiten de gemeente gaan werken om aan de kost te komen; vooral in de Haarlemmermeer.

Veldwachter is ziek; zal wel sterven.

Slecht water; twee norton pompen, 10 M. diep, geven uitstekend water.

Den 12 Augustus 1919 bezocht ik per auto vanuit Waalwijk de gemeenten Aalburg, Veen en Oudheusden. B. en W. deelden mede, dat de gemeentesecretaris ’t Hooft indertijd steeds gekant was tegen het vragen van een buitengewoon subsidie in de kosten van het lager onderwijs; hij meende, dat die subsidie niet gerechtvaardigd was. Omdat de Raad hoogst zuinig was, en geen gelden beschikbaar wilde sellen voor noodzakelijke uitgaven, had Van Doveren indertijd het aanvragen van die subsidie doorgedreven. In 1918 is men om de hooge kosten teruggeschrikt voor de oprichting van een provisorium voor electrisch licht (f. 60.000). Ook hier aangedrongen op verbetering van het salaris van den veldwachter.

Veen, Straatbeeld, ca. 1920 (Salha, hee00167)Straatbeeld, ca. 1920 (Collectie: SALHA)

Nog zeer veel arbeiders moeten buiten de gemeente, vooral in de Haarlemmermeer, hun brood gaan verdienen; zij hebben dan een ellendig leven. De arbeiders wonen veelal op hun eigen; zij hebben bovendien gewoonlijk nog land in huur. Groote boerderijen zijn er niet in Veen. De drie grootste boeren hebben ieder niet meer dan 10 H.A.

Tuinbouw, vooral fruitteelt wordt nog al gedreven; ± 20 H.A. boomgaard; de fruitdrogerijen zijn ook weer in het werk gesteld. Voor tuinbouwonderwijs is veel liefhebberij; aan den wintercursus 1918/19 namen 30 menschen deel.

Over het algemeen slecht drinkwater; twee goede norton pompen.

Men is zeer bevreesd, dat Veen weinig zal profiteeren van den ontworpen locaalspoorweg voor het land van Heusden en Altena. Geraden, dat men propaganda zal maken voor de behartiging der belangen van Veen.

Den 9den Augustus 1923 bezocht ik Veen en Wijk. Vanaf Wijk nam ik burgemeester van Doveren mede naar Veen. Om de gemeenteraadszetels werd hard gestreden. De Raad is thans samengesteld als volgt: Smits: behoort tot geen partij; Schreuders: Christ. Hist.; Jiskoot: Liberaal; Van de Pol: Christ. Hist.; Van Ballegooien: antirevolutionair; Van Andel: S.D.A.P.;’t Lam: S.D.A.P. De strijd liep vooral over de zware belastingen; de S.D.A.P.-ers willen eene progressieve inkomsten belasting. Of de wethouders Smits en Schreuders in September herkozen zullen worden staat nog te bezien; waarschijnlijk niet.

De woningnood is niet heel dringend; toch werd de Rijksveldwachter overgeplaatst naar Wijk, omdat hij in Veen geen woning kon krijgen.

Er is in Veen ’s winters vooral weinig werk; als men het mollen vallen niet oogluikend toeliet, waren van de tien arbeiders er acht werkeloos. Geen landbouw of tuinbouwonderwijs; de Raad moet er nog over beslissen of er vervolgonderwijs wordt gegeven; de vorige cursus werd bijgewoond door 20 leerlingen.

In het belang van de waterverversching verlangt men sterk naar een inlaatsluis in den Maasdijk. Bij deze droogte is over acht dagen in geen enkele sloot binnendijks meer een drop water. Als er brand komt, dan brandt de heele gemeente weg, zonder dat men er iets tegen kan doen.

Om in behoefte aan drinkwater te voorzien werd zoo juist aan de Heuje buitendijks eene pomp geplaatst voor oppervlakte Maaswater.

Nu “De Vlijt” heeft opgehouden te werken zal er van den winter meer armoede zijn: de menschen verdienen liever geld, dan bedeeld te worden; als er geen werk is gaan velen met negotie den boer op tot soms verre in België.

Twee autobusdiensten voldoen aan eene groote verkeersbehoefte; jammer, dat de wegen - met name de Maasbandijk - daardoor zooveel meer aan onderhoud kosten.

Sinds 1922 eene Boerenleenbank; ressorteert onder de Centrale te Utrecht. Er wordt nogal veel geld gevraagd.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: