i

De Commissaris van de Koningin over Vessem, Wintelre en Knegsel

vertelde op 2 april 2009 om 13:57 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Vessem c.a. te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Vessem, Wintelre en Knegsel

Den 22 Augustus 1899 bezocht ik deze gemeente; ik reed vanuit mijn logement te Eersel over Hoogeloon naar Vessem; vandaar langs denzelfden weg terug naar Bladel; vervolgens naar Reusel; en eindelijk via Bladel en Hapert terug naar Eersel. Van B. en W. vernam ik, dat de Raadsleden vrij goed verspreid wonen over de geheele gemeente: vier wonen er in Vessem; twee, van welke een de wethouder Van Ham is, te Wintelre; en een te Knegsel.

Vessem heeft drie openbare scholen te onderhouden; te Vessem is bovendien een hulponderwijzer, te Wintelre eene onderwijzeres. In Vessem en Wintelre is eene parochie; te Knegsel staat een kerk; daar is echter geen pastoor; de pastoor van Steensel bedient de kerk te Knegsel. Burgemeester Visschers was vroeger hoofd der school te Vessem; hij huwde toen een meisje uit Vessem, bedankte als schoolhoofd en werd burgemeester. Hij is Limburger van geboorte, en is afkomstig uit Ulestraten bij Maastricht.

De kerk te Wintelre, gebouwd in 1859 (Collectie PNB, 1990)De kerk te Wintelre, gebouwd in 1859 (Collectie PNB, 1990)

Armoede is volgens B. en W. te Vessem onbekend; zelfs de armste arme heeft minstens een varken; gewoonlijk twee. Meestal worden dan de hammen verkocht. In elk van de drie gehuchten is eene coöperatieve roomboterfabriek. Hoewel door het oprichten van die fabrieken de toestand van de boeren over het geheel genomen wel wat verbeterd is, ziet het er in Vessem voor de landbouwers toch niet best uit. Ook hier zijn de loonen voor de boerenknechts en meiden te hoog; dientengevolge durven de jonge boeren geen eigen huishouden meer opzetten; in 1898 waren weer twee boerderijen verlaten en de grond tot bosch aangelegd.

De beste hooilanden van Vessem liggen onder Merven en Donk; de beste weilanden onder Wintelre. Dr. Kramer uit Bladel is armendoctor; hij krijgt daarvoor f. 200 van het armbestuur; men is buitengewoon met hem ingenomen; hij schrijft geen hooge rekeningen. Er is te Vessem een nieuw Raadhuis gebouwd; eerst in 1899 werd het in gebruik genomen. Het is blijkbaar zeer goed ingericht. De burgemeester heeft er plezier in, het archief vooral het oude archief, netjes te ordenen; hij heeft daarvoor eene zeer goede berging laten maken tegen de binnenmuur van de archiefkamer. Ik gaf hem nog enkele aanwijzingen, hoe hij het meest geschikt de stukken kon plaatsen, vooral om ze stofschoon te houden.

Onder Vessem en Oerle moet eene buitengewoon mooie snippenjacht zijn; De Kuyper, de gewezen notaris uit Eindhoven is de pachter van de jacht; hij laat zelf in het geheel niet surveilleeren. De hooge jacht laat hij te zijnen behoeve door een broodjager bejagen; de eenden en snippenjacht houdt hij aan zich. De beste snippenjacht is langs het groote Koemeer, ’s winters ± 30, ’s zomers ± 10 H.A. groot; in die plas moet buitengewoon veel visch zitten, vooral zeelt; de zeelt zou ’s jaars wel een pond in gewicht winnen. Vischstroopers uit Zeelst komen veel visch in die plas vangen als het water laag is. Het is niets bijzonders, als in ééne fuik 30 pond zeelt te gelijk gevangen wordt.

22 December 1899 A nr 10, 2de Afd. 3de Bureau; bij dezen brief heb ik den burgemeester van Vessem mijne ontevredenheid betuigd over zijn partijdig optreden bij gelegenheid eener verkiezing van een lid van den Raad. Door eene klachte van notaris Hordijk te Vessem was ik met de handelwijze van den burgemeester bekend geworden. Over dezelfde zaak schreven Gedep. Stat. een boozen brief aan den burgemeester den 18 Januari 1900 G. nr 105, 2de Afd. 3de Bureau; Gedep. Staten laakten meer speciaal de partijdige houding van den burgemeester, bij gelegenheid van de benoeming van een wethouder op 13 Dec. 1899: de burgemeester had opzettelijk de benoeming van den wethouder aan de orde gesteld op een dag, waarop een toegelaten nieuw gekozen Raadslid nog niet was beëdigd, om op die wijze zijn eigen candidaat gekozen te krijgen.

Bij een bezoek aan Son op 8 Mei 1903 vernam ik van notaris Van de Westelaken, dat notaris Hordijk tegenwoordig geen beste zaken maakte, tengevolge van de val van de Noord Brabantsche bank. Hordijk had daarin eenige aandeelen en verloor dus zijn geld; maar hij had bovendien aan zijne clienten geraden, om aandeelen te koopen. Toen de bank fout ging, waren die menschen gedupeerd; deze waren natuurlijk boos op Hordijk; ze verlieten het kantoor van Hordijk en namen vanzelf hun aanhang mede; zoodat tegenwoordig vreemde notarissen nog al praktijk hebben in Vessem. Om deze reden zou Hordijk zooveel moeite doen, om uit Vessem weg te komen! In Vessem zelf meende men dat Hordijk veel praktijk verloren had door notaris Coolen te Bladel, met wien de menschen gaarne te doen hebben; liever dan voor hem noch van Baar! In Diessen en Hilvarenbeek zou de praktijk van Hordijk zich nog steeds uitbreiden Diessen zou hij nagenoeg heelemaal hebben!

Den 6 Juni 1903 kwam ik weer in Vessem. Ik was per tram naar Eindhoven gegaan, en vandaar over Gastel, Zeelst, Oerle en Wintelre naar Vessem gereden. Over Middelbeers en Oostelbeers reed ik vervolgens naar Oirschot; en vandaar langs binnenwegen, langs het kasteel van Oirschot (Oud Beisterveld), langs Heerenbeek en Veldersluis naar den kunstweg Best-Boxtel. Ik miste den trein te Boxtel en kwam alzoo nog al laat te ’s Bosch terug.

De zedelijkheid der bevolking is vrij goed; 1 gedwongen huwelijk per jaar; in 15 jaren slechts drie onwettige geboorten. In de herberg komen de menschen weinig, en dan nog alleen maar op Zondag; in Vessem meer dan in Wintelre of Knegsel. Getrouwde vrouwen komen een pr keer in het jaar in de herbergen, nl. op de teerdagen van de gilden; jonge meisjes komen nooit in een herberg; als er in de gemeente iets te doen is, bijv. kermis, dan tracteeren de pastoors de jonge meisjes aan de pastorie, om haar maar uit de kroegen te houden.

Pastorie te Knegsel (Collectie PNB, 1990)Pastorie te Knegsel (Collectie PNB, 1990)

Voor een jaar of drie is ook van Knegsel eene parochie gemaakt en werd de Eerw. Heer Eycken uit Geldrop tot pastoor benoemd; hij bouwde zich eene prachtige pastorie. Het is maar goed dat Knegsel niet meer bediend wordt door den pastoor van Steensel; want de boerenjongens en -meiden hadden des Zondagsmiddags niets te doen, geen lof, geen vespers of iets van dien aard; ze waren teveel vrij, en zochten daardoor te veel elkaar; volgens B. en W. was de bevolking daar braaf aan het verwilderen, en zou dan ook vooral om die reden een pastoor naar Knegsel gezonden zijn.

Er wonen niets dan Katholieken in de gemeente, 500 in Vessem, 400 in Wintelre en 200 in Knegsel. De raadsleden wonen niet evenredig met de bevolking over de gemeente verdeeld; vier wonen er in Vessem: burgemeester Visschers, wethouder v.d. Biggelaar, v. Gerwen en Putters; twee wonen er in Wintelre, wethouder Van Ham, en Heymans; terwijl alleen Keeris in Knegsel woont. In 1899 is er gestemd, toen wethouder Olislagers gemeente-ontvanger werd, en daardoor eene vacature in den raad ontstond; de candidaat van notaris Hordijk, Van Gerwen werd toen gekozen. Er is toen in de herbergen braaf getracteerd. In 1901 werden de aftredende leden bij candidaatstelling herkozen; in 1903 zal er naar de meening van B. en W. weer gestemd worden; Hordijk zal zijn best doen, om den burgemeester als raadslid te laten vallen.

Vanaf 1760 heeft de familie Hordijk de gemeente geregeerd; dan waren ze notaris, dan burgemeester, dan beide te gelijk. Toen er in 1888 eene burgemeestersvacature ontstond, ging Visschers, destijds hoofd der school, aan den toenmaligen notaris Hordijk vragen, of wellicht diens zoon – de tegenwoordige notaris Hordijk – burgemeester moest worden; toen de oude Hordijk daarop ontkennend antwoordde, zeide Visschers dat hij dan solliciteerde. Dat was niet naar den zin van den ouden Hordijk; deze had liever Smulders, den tegenwoordigen burgemeester van Oostelbeers, die een tijdlang ter secretarie van Vessem geschreven had, benoemd gezien. Visschers werd benoemd, en vanaf dien tijd dateert de veete van de familie Hordijk tegen hem; als hoofd der school had hij een aangenaam leven in Vessem, als burgemeester niet.

Visschers vond De Roy als wethouder; deze was op de hand van Hordijk, haalde bij Hordijk advies, bracht uit de vergaderingen van den Raad en van B. en W. alles aan Hordijk over; De Roy stierf in 1896 en werd als wethouder vervangen door den tegenwoordigen gemeente-ontvanger Olieslagers; dat was zeer tegen den zin van Hordijk. Toen er eene vacature van gemeente-ontvanger ontstond, ijverde Hordijk sterk voor een boer uit Oostelbeers; deze zag zich echter niet benoemd, Olieslagers was de gelukkige. Daarover was Hordijk zóó boos, dat hij den wethouder Van Ham, die Olieslagers gesteund had, in geen jaren meer groeten wilde.

Ik kreeg den indruk dat wethouder v.d. Biggelaar, dezelfde over wiens benoeming in 1899 burgemeester Visschers zoo hard gevallen is, meer was op de hand van Hordijk dan op die van Visschers. De oude Hordijk had drie kinderen, drie zoons, waarvan de oudste kapelaan is in Tilburg, de tweede kapelaan in Waalwijk, en de derde notaris in Vessem. De notaris ging in der tijd bij Visschers op school, en kreeg later gedurende geruimen tijd van hem privaatlessen. Als de burgemeester valt als raadslid, dan is dat om eene oude jachtquaestie; de gemeente had de jacht verhuurd aan Kerstens uit Tilburg voor f. 75.

In 1892 (?) organiseerde de toenmalige candidaat-notaris van den ouden Hordijk, Falk genaamd, eene groote drijfjacht, en had de brutaliteit zelfs den gemeenteveldwachter uit te noodigen; bij een feest in de herberg, waarbij de opbrengst van het gestroopte wild verteerd werd. De veldwachter ging niet, maar waarschuwde den burgemeester, die, toen het bezette tijd was naar de herberg ging en de namen van de aanwezigen opschreef; de deelnemers aan de drijfjacht kregen f. 50 boete of 22 dagen zitten; dat feit wordt in den laatsten tijd weer opgehaald, om den burgemeester onaangenaam te zijn; men heeft er zelfs een liedje op gemaakt!

Men is zoo bang, dat zich in de gemeente eenige industrie zal vestigen, dat men zelfs het oude raadhuis niet durft verkoopen! Daar mocht eens eene sigarenfabriek komen. Armbesturen hebben niet veel te doen; daar zijn geen armen; dat te Vessem heeft eene jaarlijksche rente grootboek van f. 185, dat te Wintelre f. 320, en dat te Knegsel f. 90. Het armbestuur te Wintelre heeft bovendien eene hoeve in eigendom en bezit nog eenig los land.

Den 5 Maart 1907 kwam ik weer in Vessem, vanuit den Bosch had ik tevoren Hoogeloon bezocht; ik keerde ’s avonds naar Den Bosch terug. De burgemeester klaagt, dat hij nog steeds op allerlei wijzen geplaagd wordt, o.a. door Tolmer, den notarisklerk, die verbetering van de kiezerslijst vroeg, omdat hij zelf, en 16 anderen daar niet op voorkwamen; de klacht bleek ongegrond – van notaris Hordijk zelf had hij niet zooveel last meer. Met wethouder Van Ham schijnt de burgemeester het goed te kunnen vinden, wethouder v.d. Biggelaar is een groote vriend van Hordijk.

Hordijk is gehuwd met Juffrouw Maria Geertruida Smits uit Uden; hij heeft 5 jonge kinderen: een meisje is bij de zusters in Oerle; twee jongens zijn op den Ruwenberg; terwijl twee jongere kinderen nog tehuis zijn. Allerlei quaesties over de jacht; notaris De Kuyper werd door andere jagers beetgenomen; hij gaf de jacht in Vessem heelemaal op; deze is nu verpacht aan een heer uit Luik, Tonnaer genaamd; hij schoot ± 800 snippen en 20 korhoender.

Ontginnen door middel van diepploegen (bron: RHCe)Ontginnen door middel van diepploegen (bron: RHCe)

Men voelt niet veel voor hulp van Staatsboschbeheer bij ontginning van gemeente gronden; men zou liever vrij blijven. Van Dissel is geboortig van Bladel; zijn vader was daar vroeger dominee. En is thans rustend; hij woont in Stratum. Tegen het onderhoud der waterleidingen door de gemeente zag men wel wat op; binnenkort zouden de omwonende burgemeesters met Collega Visschers te dier zake eene confirentie hebben. Er is nog heel geen industrie in Vessem; een klein sigarenfabriekje, opgericht door een vroegeren inwoner van Bladel, ging gelukkig te gronde. Terwijl dat fabriekje in werking was, werd er meer sterke drank dan ooit tevoren in Vessem gebruikt; gelukkig is dat nu weer uit.

Den 19 April 1911 bezocht ik Hoogeloon, Vessem en Oostelbeers; ik reed er vanuit Eindhoven heen, en keerde ’s avonds via Best naar Eindhoven terug. Wethouder Van den Biggelaar is overleden en als zoodanig nog niet vervangen. Voor mijn audientie had zich niemand aangemeld; ik was dus voor den geheelen duur van mijn bezoek aangewezen op den burgemeester en wethouder A. van Ham.

Voor eenige maanden is notaris Hordijk overleden; ook thans nog was de burgemeester vol van al de misère, die hij door toedoen van den Heer Hordijk had ondervonden. De reden, waarom notaris Hordijk het hem steeds lastig gemaakt had, schreef hij thans toe aan de omstandigheid, dat hij (= de burgemeester) steeds alle verkoopingen en verpachtingen voor de gemeente zelf gedaan had; hij had echter niet anders gekund; omdat, kort na zijn optreden, de gemeenteraad in dien geest besloten had.

De zoon van burgemeester Visschers (midden), wordt later ook burgemeester (foto: Het Zuiden, bron: RHCe)De zoon van burgemeester Visschers (midden), wordt later ook burgemeester (foto: Het Zuiden, bron: RHCe)

Ik heb den burgemeester sterk geraden om een gedetailleerden staat van exploitatie der gemeentelijke bezittingen te maken, en een uittreksel uit het kadastrale plan, voor zooverre de eigendommen van de gemeente betreft, in de raadszaal te doen ophangen. De burgemeester erkende de groote waarde, welke zoo’n staat in de toekomst kan hebben; hij had wel enkele aanteekeningen, maar geenszins alles; hij zou echter een staat maken en zijne gegevens daarin verwerken.

Het oud archief van de gemeente is nog niet geïnventariseerd; een zoon van den burgemeester werkt als volontair op de secretarie; die jongen moet dit jaar het examen doen als candidaat-gemeentesecretaris; als hij slaagt, dan zal diens eerste werk zijn, een inventaris op het oud archief te maken.

Toestand van de waterleidingen laat te wenschen over; men is van plan, dit jaar de Kleine Beerse eens duchtig onder handen te nemen, die te verbreeden en te verdiepen, de vele kronkelingen af te snijden enz, in een woord, het riviertje bepaald in goeden staat te brengen, op dat het in staat zij alle water, dat door de vele ontginningen los gemaakt wordt, te verzetten. Met door de provincie gesubsidieerde fietspaden schijnt men weinig op te hebben; men is althans bezig een fietspad te maken van Knegsel naar Vessem, maar zal geen subsidie aan de provincie vragen.

School te Knegsel, gebouwd in ca. 1900 (Collectie PNB, 1990)School te Knegsel, gebouwd in ca. 1900 (Collectie PNB, 1990)

Het Raadslid van Gerwen = een timmerman te Vessem, was steeds de spreekbuis van notaris Hordijk in den Vessemschen gemeenteraad; ook thans nog stemt hij tegen alles, wat door den burgemeester wordt voorgesteld. Een broer van Van Gerwen is hoofd der school te Knegsel; diens onderwijs moet veel te wenschen overlaten. De burgemeester is zeer zenuwachtig; hij maakt geen onverdeeld aangenamen indruk. Ik houd het er voor, dat hij onaangenaam is, wanneer men hem als tegenstander heeft. In zijn strijd met notaris Hordijk zal het gelijk en het ongelijk wel aan beide zijden geweest zijn.

Hij schijnt een goed hoofd te hebben, zoodat zijne kinderen dat van hem hebben geërfd. Een van zijn zoons deed in 1910 het Universiteitsexamen, komende van de inrichting der Franciscanen te Venray; in plaats van te gaan studeeren trad hij te Wychen als novice in de orde der Franciscanen. Burgemeester Visschers vertelde mij nog, dat de Franciscanen te Heerle eene Burgerschool zullen oprichten, en dat, om aan de bevoegde leerkrachten te komen, op het oogenblik 13 Paters te Leuven, Amsterdam of Delft studeeren om de noodige diploma’s te verwerven.

Den 23 Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Eindhoven de gemeenten Vessem en Hoogeloon. In 1913 heeft burgemeester Visschers zijn 25-jarig ambtsjubileum gevierd. De dankbare gemeentenaren schonken een geschilderd portret, dat in de Raadszaal hangt, terwijl boven den ingang van het Raadhuis het beeld werd geplaatst van den H. Lambertus, volgens het wapen de patroonheilige van Vessem. Daaronder staat dan “ter herinnering aan het 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester Visschers”.

Burgemeester heeft nog geen beschrijving gemaakt van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; er is ook nog geen kaart. Er nogmaals met klem op aangedrongen, dat voor een en ander gezorgd wordt. Het gemeentelijk bezit is 1.830 H.A. groot. Door de goede zorgen van Visschers is daarvan ± 400 H.A. beboscht; oudste bosschen zijn ± 40 jaar oud. De Raad heeft onlangs besloten, om met behulp van het Staatsboschbeheer de verdere bebossching der daarvoor geschikte terreinen ter hand te nemen; voorloopig wil men daaraan jaarlijks f. 500 ten koste leggen. Er zijn nog slechts 12 H.A. natuurweiden. Burgemeester vreesde, dat de natuurweiden het op den duur niet zouden blijven doen; die 12 H.A. moesten als proef dienen. Nu die proef uitmuntend geslaagd is, zal men voortgaan met verderen aanleg van weiland. Vooral in de buurt van Wintelre is er groote behoefte aan weiland; daar zal men dus het eerste beginnen.

De Kleine Beerse wordt in Oostelbeers slecht geveegd, daardoor waterschade in Vessem. Ook in de buurt van Wintelre wil het water slecht weg. Er is een plan gemaakt, om dat water te voeren in de richting van Acht en Son naar den Dommel. De daarvoor te graven afvoersloot zou ± f. 300 kosten. Men heeft de vergunning noodig van Oerle, om het water in die richting te leiden. Die vergunning is wel gevraagd, maar vooralsnog niet verkregen.

Zuivelfabriek te Hoogeloon, gebouwd in 1916 (Collectie PNB, 1990)Zuivelfabriek te Hoogeloon, gebouwd in 1916 (Collectie PNB, 1990)

Stoomzuivelfabrieken: 1e. eene te Hoogeloon voor Vessem, Hoogeloon en Casteren; 2e. eene te Oerle voor Wintelre, Oerle, Veldhoven en een gedeelte van Zeelst; 3e. eene te Eersel voor Knegsel, Duizel, Steensel, Eersel en Hapert. De boeren, vooral de groote boeren maken goede zaken; het landbouwonderwijs werkt sterk ten goede. In Wintelre is een Boerenleenbank; in Vessem nog niet. Ik heb den indruk, dat Wintelre meer floreert dan Vessem.

Mevrouw Hordijk verliet Vessem en ging in Veldhoven wonen. Zij verkocht haar huis aan notaris Lasance. Deze laatste kwam zijn opwachting maken; het gaat hem, Amsterdammer van geboorte, in Vessem bijzonder goed; zes maanden praktijk in 1915 gaven hem 130 nummers op zijn repertoire; hij heeft nu in 1916 ook al weer 130 nummers. Wethouder Van Ham woont in Wintelre.

Den 14 Februari 1917 den Heer Visschers, benoemd burgemeester van Vessem beëdigd. Ik heb er bij hem met klem op aangedrongen, dat hij zal zorgen, dat er zoo spoedig mogelijk eene kaart gemaakt wordt, correspondeerende met de bereids gemaakte beschrijving van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen. Visschers deelde mij mede, dat Oerle geene vergunning had willen geven om een sloot te graven, tot afvoer van het water uit Wintelre. Omdat die gronden waarschijnlijk binnenkort onteigend worden ten behoeve van een artillerieschietterrein, heeft Vessem deze zaak voorloopig laten rusten.

Burgemeester Visschers, 1917-1946, tussen de bomen(bron: RHCe)Burgemeester Visschers, 1917-1946, tussen de bomen (bron: RHCe)

Den 18 Augustus 1920 kwam ik weer in Vessem. In 1919 werden drie raadsleden uitgeworpen. Ook hier woningnood: in Vessem zouden 4 woningen noodig zijn, in Knegsel twee. Voorloopig wordt nog niet gebouwd. Vessem heeft ± 400 H.A. beboscht; droeg aan het Staatsboschbeheer op, om een plan te maken voor de rationeele exploitatie van die bosschen. Contracteerde bovendien met het Staatsboschbeheer over het bebosschen van 536 H.A. heidegrond in 40 jr. Reeds anderhalf jaar geleden bestelde de burgemeester aan het kadaster te Eindhoven eene kaart voor de ontginningen; die kaart is er nog niet.

Oerle gaf ten slotte vergunning tot het graven van de waterleiding: Wintelre voert thans het water over Oerle naar de Ekkersrijt. In Knegsel zijn twee groote nieuwe waterleidingen gegraven. Ook in Vessem wordt voor den afvoer van water goed gezorgd: de Kleine Beerse wordt thans verbreed. Niettegenstaande aan het onderhoud van den keiweg veel geld wordt uitgegeven, is die weg nog slecht; het onderhoud is ontzettend duur: f. 7,25 de M2.

Men wil liefst eene zelfstandige gemeente blijven; men meent, dat zulks ook heel goed kan; zou eene combinatie noodzakelijk zijn, dan het liefst met Oostelbeers. De finantieele toestand is goed: Vessem heeft geen schulden; betaalde de distributiekosten uit gewone middelen; heft 7/10% hoofd. omslag.

Den 14 juli 1924 kwam ik weer in Vessem. Wintelre blijft sterk vooruitgaan, zooals bijv. blijkt uit den bouw van vele woningen. In Vessem gebeurt niets, maar als er een huis te koop komt, dan wordt het verre boven de waarde gekocht. Vader van den burgemeester is nog ambtenaar v. den burgerlijken stand; die oude heer schijnt zich goed te houden.

De warenkeuringsdienst werkt zeer nuttig, maar is wat kostbaar. Over den vleeschkeuringsdienst in Hapert is men erg tevreden; de practiseerende veearts De Groot is hoofd van dien dienst; de boeren zijn erg met hem ingenomen; hij is ijverig, bekwaam en goedkoop. De landbouwcursus, voor het eerst pas gegeven, heeft goed voldaan. Autobus is een uitkomst voor gemeente; krijgt f. 150 subsidie.

Baron Emile de Cartier (bron: HSK De Acht Zaligheden)Baron Emile de Cartier (bron: HSK De Acht Zaligheden)

Hand- en spandiensten werken erg nuttig; ieder moet 2 dagen in het jaar komen werken. Gemeente heeft een prachtig grondbezit. Staatsboschbedrijf beboschte tot nu toe 100 H.A. Bovendien is er nog 250 H.A. bosch en 25 H.A. natuurweide. Gemeente bezat 200 H.A. water; daarvan liet men, in verband met de ontginningen 100 H.A. droog loopen. Veel waterschade langs de Kleine Beerse en de Ekkersrijt; men is een groot voorstander van het waterschap van de Dommel. Gemeente moet ruim 12 K.M. harden weg onderhouden; provinciale wegen zijn er in Vessem niet.

Voor de jacht op de gemeentegronden betaalt Bn Cartier de Machiennes f. 1.610; om door de visschers de eendenjacht niet te laten bederven, huurde hij bovendien de visscherij voor f. 190. Gemeente maakte mooie fietspaden; vroeg geen subsidie van de provincie, omdat deze de motorfietsen van de rijwielpaden weert.

Geen brandspuiten in de gemeente; er is geen water te krijgen! Drie gehuchten; de huizen zijn niet aan elkaar gebouwd, maar liggen alle op zichzelve. Geen armen in gemeente; ook geen rijken! Om 2 woningen voor gemeente-arbeiders te kunnen bouwen, leende gemeente f. 7.000; voor extra onderhoud wegen f. 15.000. Overigens heeft gemeente geen schulden. Vessem wil zelfstandig blijven; als dat niet kan, dan vereenigen met Oostelbeers.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: