i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Willemstad
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Willemstad

vertelde op 2 april 2009 om 14:18 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Willemstad te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Willemstad

Den 16den Mei 1896 bezocht ik de gemeente Willemstad. Om 12.15 van Dinteloord vertrokken, kwam ik omstreeks 1 uur te Willemstad aan. Burgemeester en wethouders waren op het raadhuis aanwezig; met hen besprak ik de belangen der gemeente; daarna gaf ik audientie aan een paar officieren van het garnizoen.

Vervolgens onderhield ik mij nog wat met den burgemeester en diens wethouders, waarna wij eene wandeling door het plaatsje deden. Eerst gingen we naar de rivier (het Hollandsch Diep); vervolgens naar het Mauritshuis (een oud gebouw, door prins Maurits gesticht, thans dienende tot infermerie) en toen weer naar het gemeentehuis terug. Het gemeentehuis is een mooi oud gebouwtje; jammer, dat er zooveel kalk en cement op gesmeerd is!

De burgemeester klaagde zeer, dat Willemstad zoo achteruit ging; hij schreef dit vooral toe aan het verminderen van het garnizoen; eertijds drie compagnieën en een batterij; thans slechts één compagnie. De waarde der huizen was dientengevolge zeer gedaald, omdat er zoovele leeg stonden. Het mooiste huis uit Willemstad was korts verkocht voor f. 2.000. Omstreeks drie uur reed ik van Willemstad weg, om mij te begeven naar Fijnaart.

De secretaris van Willemstad (Koomans) is daar tevens ontvanger; hij bleek een intelligent en nauwkeurig administrateur. Enkele bemerkingen werden hem gemaakt naar aanleiding zijner administratie als ontvanger.

Den 14 September 1900 kwam ik weder in de gemeente; ik vond daar nog hetzelfde dagelijksch bestuur van voor 4 jaren, nl. den burgemeester Van Rijn (die naar mijne meening tering heeft en heel ziek is; hij bracht een gedeelte van den zomer aan eene badplaats door); den wethouder Knook, een oud heer, winkelier van zijn ambacht en groothandelaar in koloniale waren; en den wethouder Van Wijngaarden (die van 1858 tot 1867 burgemeester van Willemstad was; toen volgde hij zijn vader op als notaris; hij was 12 jr cand. nots; toen hij notaris werd. Voor eenige tijd bedankte hij voor zijn notariaat, en bleef, uit gehechtheid aan de plaats, te Willemstad wonen).

Van de 7 leden van den Raad wonen er 5 (onder wie de burgemeester en de beide wethouders) in de kom; 2 wonen te Helwijk. Van de huwelijken welke jaarlijks in Willemstad voltrokken worden (in 1899 17), is gemiddeld 1/3 gedwongen fraaiigheid.

RAW014005848 - Het Mauritshuis, 1900Het Mauritshuis als militair hospitaal, 1900 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Willemstad)

Bij de te Willemstad in garnizoen liggende compagnie is geen militaire doctor; de militairen worden behandeld door den burger Dr. Heller, een broeder van den doctor te Fijnaart. Er kwamen in 1899 vijf gevallen van typhus voor zonder bekende oorzaak. De vroedvrouw wordt door den doctor gesalarieerd; voor verlossingen van arme vrouwen krijgt ze f. 5,- van het armbestuur. Het tractement van den doctor bedraagt f. 900; bedient hij het garnizoen niet, dan betaalt de gemeente hem f. 1.100.

Om aan het hoofd der school, De Graaf, een hooger pensioen te verzekeren, werd diens tractement van f. 1.000 op f. 1.200 gebracht. De bedoeling is dan, dat hij, na dat tractement een jaar genoten te hebben, ontslag zal vragen. Er is te Willemstad eene bekende drukke paardenmarkt. Het toezicht op levensmiddelen bestaat in het keuren van vee door den veldwachter; driemaal was het voorgekomen, dat hij een beest wegens tuberculose voor de consumptie ongeschikt had verklaard; het werd dan in den grond gestopt. Geldelijk nadeel voor den slager sproot daaruit niet voort, omdat deze zijne schade verhaalde op den oorspronkelijken verkooper van het beest.

Den 26 April 1904 kwam ik weer in de gemeente. Vanuit Roosendaal reed ik er heen. Ik bezocht denzelfden dag Dinteloord en Fijnaart. Audientie verleend aan den Garnizoenscommandant, kapitein Singels. Hij kwam zijn opwachting maken. Aan de Heeren Dane en Knook, respectievelijk Dijkgraaf en secretaris-penningmeester van den Ruigenhil. Zij vroegen inlichtingen omtrent het nieuwe Reglement voor de Waterschappen. Ik verwees hen naar Gedep. Staten.

Aan Pastoor Bogaers, sinds 3 jr te Willemstad, als herder van 69 zielen en 32 communicanten; hij had niets bijzonders te vertellen, behalve dat hij zoo’n arme gemeente had! Er komen jaarlijks 40% gedwongen huwelijken voor; 2 onechte geboorten per jaar.

De gemeente wordt tegenwoordig door politieke partijen bewerkt; er is pas eene kiesvereeniging opgericht van kleine luiden. Bij Raadsverkiezingen wordt hard gewerkt; bij raadsvergaderingen is tegenwoordig veel publiek. Wethouder Knook beklaagde zich over een en ander; vermoedelijk gaat dus alles van den burgemeester Brunt uit. Eerlijkheid van de menschen bijzonder groot; er wordt nooit gestolen, zelfs des nachts niet het goed van de bleek.

Armoede, broodsgebrek wordt in Willemstad niet geleden, er zijn des winters een viertal armen, die eens in de week de gemeente rond gaan. Van het herhalingsonderwijs wordt door de jongens geen gebruik gemaakt; slechts 5 meisjes profiteeren er van. Veel schoolverzuim; in 1903 moesten deswege 15 processen-verbaal worden opgemaakt, welke evenwel niet allen werden vervolgd.

Er hooren in Willemstad 15 visschersschepen tehuis; de visschers maken over het algemeen slechte zaken; alleen de spieringvangst gaat redelijk goed. Willemstad heeft van ouds eene bekende paardenmarkt. Sinds de tram naar Zeeland gebouwd werd, is er 8 maal daags verbinding met de vaste wal via Numansdorp.

RAW014005199 - Wethouder J. van Wijngaarden, burgemeester Van Rijn en wethouder C.D. Knook op de wallen, 1898Wethouder Van Wijngaarden, burgemeester Van Rijn en wethouder Knook op de wallen, 1898 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Willemstad)

Wethouder Van Wijngaarden is overleden; diens portret hing in de Raadszaal. Burgemeester Van Rhijn vertrok naar ’s Hage en werd vervangen door Mr. Brunt. Ik vrees, dat die wisseling van bestuursleden niet zal strekken tot bevordering van de vrede in Willemstad. Pastoor Bogaers prees Burgemeester Brunt zeer; zoowel als diens echtgenoote, als brave, door en door geloovige menschen.

Den 11 Juni 1908 kwam ik weer in Willemstad. Voor mijn audientie hadden zich aangemeld pastoor Bogaarts, die sinds ik de vorige keer, dat ik in Willemstad kwam, een beroerte had gehad, en daarvan nog sterk onder den indruk verkeerde (spraak, gang, enz.); hij heeft thans 53 communicanten en ± 90 Katholieken. Hij kwam eenvoudig zijne opwachting maken evenals de garnizoenscommandant, de Heer De Keyzer, kapitein der artillerie, een ongehuwd officier, die in het logement te Willemstad zijn intrek had genomen. Van Tilburg, een verkoopman, beklaagde zich, dat hij, in verband met het heerschende mond-en-klauwzeer geen permissie kon krijgen, om vee uit den besmetten kring (Zuid-Holland) in te voeren naar Noordbrabant; hij zal mij alles nog eens in een uitvoerig adres uiteen zetten.

Ik was met den tram van Oud Gastel naar Willemstad gegaan; aan de remise van den tram (5 minuten buiten Willemstad) werd ik in ontvangst genomen door den burgemeester en den secretaris; met hen wandelde ik naar het Raadhuis. Het was juist Kermis in Willemstad; gelukkig was het er niet lastig druk!

B. en W. zijn zeer onder den indruk van de fraude van den postdirecteur v. den Tempel; hij was geboortig van Willemstad; was daar een jr of 3 postdirecteur; was in Juli 1907 lid van den Raad geworden. oen barstte de bom; de fraude – een kastekort van f. 1.600 – werd ontdekt; v.d. Tempel kreeg een jr gevangenisstraf. Vooral de wethouder Maris was zeer onder den indruk.

B. en W. zijn het niet eens over het recht begrip van het nieuwe provinciale reglement op de waterleidingen; de burgemeester en wethouder Dane zijn van oordeel, dat, zoo lang geen nieuwe leggers zijn vastgesteld, de oude leggers gelden; en, omdat in de oude leggers de aangelanders genoemd worden als de onderhoudplichtigen der waterleidingen, deze onderhoudsplicht blijft voortduren, tot zoolang er leggers volgens het nieuwe reglement zijn vastgesteld. Getracht, aan de Heeren het foutieve in hunne meening aan te toonen.

De gemeentegeneesheer is nog doctor van het garnizoen; hij geniet daarvoor ± f. 1.000. Hij wordt per aantal soldaten betaald. Er is geen veearts in de gemeente; men zou gaarne finantieelen steun hebben van de provincie in de wedde van een te benoemen veearts; ik kon de heeren daarop weinig hoop geven. De paardenmarkt is nog zeer bloeiend; er stonden dit jaar 571 paarden aan de lijn. Daags na elkaar zijn er drie groote paardenmarkten: de eerste dag te Dinteloord, de tweede te Willemstad en de derde te Numansdorp. Duitschland blijft steeds anderhalfjarige paarden trekken, doordat de paardenfokkerij zich zoo enorm uitbreidt, kunnen de boeren alle merrieveulens niet aanhouden, en gaan ook vele merrieveulens als anderhalfjarige paarden weg; de Duitschers schijnen echter bij voorkeur ruins te hebben.

Hoewel er een tram kwam naar Oud-Gastel, en er via Numansdorp achtmaal daags communicatie bestaat met de Zuid Hollandsche eilanden, gaat de gemeente toch niet merkbaar vooruit, en kwam zelfs de waardevermindering der gebouwde eigendommen kwalijk tot staan.

Met B. en W. van gedachten gewisseld omtrent de broodzetting; mij kwam het voor, dat het van meer belang was, dat de gemeente trachtte te zorgen voor deugdelijke waar, door het brood te laten keuren, dan door te zorgen voor een bepaald gewicht, dat misschien door bedriegelijke kunstmiddelen (bijv. marmerslijp) verkregen werd. Wethouder Maris was het dienaangaande geheel met mij oneens; de andere Heeren voelden wel wat voor mijne argumenten.

Den 17 April 1912 kwam ik weer in Willemstad; tevoren was ik in Klundert geweest. Aan het station Zevenbergen vond ik het rijtuig, waarmede ik den tocht maakte; ’s avonds reed ik van Willemstad naar Roosendaal (23 K.M.). Ik verleende audientie aan den Rijksontvanger Oosterbaan, en aan den Kapitein der artillerie De Koning met zijne officieren; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen.

RAW014005773 - De Binnenhaven met de scheepswerf en enkele vissers- en binnenvaartschepen, 1915De Binnenhaven met de scheepswerf en enkele vissers- en binnenvaartschepen, 1915 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Willemstad)

Als de menschen “naar stad” gaan, dan gaan ze naar Rotterdam; de kleine man maakt de reis met het bootje Thor, en gaat dan voor f. 0,40 heen en weer. Het veer te Willemstad is van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij; 7 keer daags wordt er overgezet. Voor een auto wordt f. 3,50 veergeld genomen; komt een auto op een oogenblik, dat er geen officieele afvaart is volgens de dienstregeling, dan wordt die afzonderlijk overgezet, maar dan kost dan f. 10. Over het veer is een druk autoverkeer; in 1911 werden er 600 overgezet. Omdat het veer zoo duur is, en men slechts om de drie uren over kan, besloot de automobielclub zich te interesseeren voor het veer te Moerdijk; daar zal het veergeld minder bedragen, zal ieder uur heen en weer gevaren worden, terwijl bovendien de wegen, om het veer te bereiken, voor auto’s beter geschikt zijn.

De Ruigenhil zet water in door de Nieuwe sluis en door de Bovensluis; dat is maar zelden brak. De Gemeente zet water in door de Spuisluis; dat is in den regel brak. De waterleidingen in de kom worden door gemeente onderhouden; dat kost gemiddeld f. 150 ’s jaars.

Men klaagt, dat het bootje, dat den veerdienst verricht tusschen Numansdorp en Willemstad, te licht is, en dat men daardoor hij slecht weer te lang op het water ligt, soms heelemaal niet over kan; eene klacht bij Waterstaat hielp niet; Minister beweerde bootje in goeden staat was; dat spreekt ook niemand tegen, maar het is te licht voor den dienst.

De visscherij wordt uitgeoefend met 22 booten; men vischt op bot, paling en spiering; of de visschers goede zaken maken of slechte, klagen doen ze altijd; over het algemeen kunnen ze er echter wel zijn. De scheeptimmerswerf gaat vooruit; veel reparatiewerk, bouw van kleinere houten, en in den laatsten tijd ook van ijzeren schepen.

Den 13 Augustus 1917 kwam ik weer in Willemstad; tevoren was ik in Dinteloord geweest; later ging ik nog naar Fijnaart. In de vestibule van het Raadhuis werd ik ontvangen door B. en W. en door een luitenant-kolonel als vertegenwoordiger van den stellingcommandant, Generaal De Boch, die met verlof afwezig was. Van de locaalspoorweg plannen stelt men zich weinig voor; de lijn blijft te ver van de kom, om voor die gemeente van groot nut te kunnen zijn.

Zooveel te meer interesseerde men zich voor de drinkwaterplannen van Dr. Jenny Weyerman; aan drinkwater heeft gemeente groote behoefte; thans worden om den anderen dag eenige tonnen met water aangevoerd ten dienste van de bevolking en de bezetting. Een offer van f. 50.000 zooals Dr. Weyerman vraagt, achtte men voor de gemeente niet te groot.

RAW014005368 - Militairen in historisch uniform op het kazerneterrein, waarschijnlijk tijdens het Wilhelminafeest, 1914Militairen in historisch uniform op het kazerneterrein, waarschijnlijk tijdens het Wilhelminafeest, 1914 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Willemstad)

Er is woningnood in Willemstad, omdat daar zooveel gehuwde militairen zijn; men doet daar niets aan; na de mobilisatie zijn er weer voldoende woningen. De scheepstimmerwerf gaat heel goed; daar is veel werk; vooral reparatie; in 1916 werden er 2 nieuwe schepen gebouwd. Thans is er gebrek aan hout en ijzer voor nieuwbouw.

In het visscherijbedrijf maken de visschers elkaar het bestaan moeielijk, door elkaar de noodzakelijke aasvisch te onthouden. Door tusschenkomst van de visscherij-inspectie hoopt men die moeielijkheden te boven te komen. De landbouw gaat nog goed; de veeteelt veel minder; die is niet loonend meer. De paardenfokkerij is ook veel minder. Er is geen handel. Op de laatste paardenmarkt waren geen buitenlandsche kooplui voor de anderhalf-jarige paarden.

De oude wethouder Dane maakte een bijzonder goeden indruk; zijn collega Maris is zeer welbespraakt. De burgemeester kan met hen blijkbaar goed over weg. Jammer, dat hij uit Willemstad weg wil; hij is daar blijkbaar zeer goed op zijn plaats. Hij bouwde zich eene woning – een zoogenaamd Noorsch huis – even buiten Willemstad. Hij was zoo vriendelijk, mij te ontbijten te vragen; ik kon die invitatie niet aannemen.

Den 14 Juni 1921 kwam ik weer in Willemstad; later bezocht ik ook nog de gemeente Roosendaal. Met den nieuwen burgemeester gaat het niet goed; de beide wethouders verschenen ter audientie om hunne grieven kenbaar te maken. Ik zal Van der Veen daarover naar Den Bosch laten komen.

Sinds Juli 1920 fungeert het veer Willemstad-Numansdorp weer; het veergeld is echter zoo duur, dat er haast geen gebruik van gemaakt wordt; veergeld voor een auto bedraagt f. 7. Gemeente gaat tegenwoordig weer meer vooruit; daardoor kregen de grootere panden weer meer waarde; de woning van den wethouder Maris, indertijd voor f. 2.000,- gekocht, zou nu wel f. 11.000,- waard zijn.

De electrificatie van Willemstad is juist aanbesteed; aangenomen 25% beneden de begrooting. Er was sinds eenige jaren een provisorium, aangelegd door een particulier; deze heeft enorme schade geleden. Sinds April is de scheepstimmerwerf weer in bedrijf; werkt vrij druk. Er ligt in Willemstad eene compagnie vestingartillerie in garnizoen; voor de gehuwde officieren is het haast onmogelijk om daar een behoorlijk onderkomen te vinden

RAW014005675 – het gemeentehuis, 1930De raadhuistoren met op de voorgrond de tramrails naar de haven, 1930 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Willemstad)

Den 5den Juni 1925 kwam ik weer in Willemstad, later bezocht ik nog de gemeente Roosendaal. De Raad van Willemstad onderging bij de laatste Raadsverkiezing groote verandering: Wethouder Dane kwam te overlijden; wethouder Maris werd als zoodanig niet herkozen. In hunne plaats bezetten thans de Heeren Burger, en Korteweg-Maris de wethouderszetels. Ik heb geen aanwijzingen gekregen, die mij doen veronderstellen, dat de burgemeester het niet met hen zou kunnen vinden.

De Raad bestaat thans uit 2 arbeiders, 2 burgers en 3 boeren. Van deze zijn er 2 antirevolutionair, 3 Christ. Historisch, 1 liberaal en 1 Vrijheidsbonder. Er zijn bijna geen Roomschen in Willemstad; zij brengen 55 stemmen uit. De finanties van Willemstad zijn nogal goed; doordat de opbrengst van de belastingen meeviel, hield men f. 13.000 over; daarmede werden 2 geldleeningen afgelost; en had bovendien eene extra aflossing van f. 3.000 plaats van de electriciteitsleening. Het electriciteitsbedrijf dekt zich; in 1924 hield men f. 570 over; men overweegt thans vermindering van het stroomtarief.

De waterleidingen in de kom der gemeente worden tweemaal in de week, door spuiing, vanuit het Hollandsch Diep van versch water voorzien; driemaal in de week zou niet kunnen; dan zou de bodem van de waterleidingen te veel uitspoelen.

De drinkwaterleiding West Brabant werd den 29 December 1924 geopend. Daar zijn reeds 75 perceelen aangesloten, terwijl men juist heden weer begon met de aansluiting van meerdere perceelen; bij acht diverse woningen zag ik de menschen bezig. Vanwege de Vereeniging Willemstad Vooruit wordt een cursus in teekenen gegeven, welke cursus druk gevolgd wordt. Geen werkeloosheid, dat naam heeft.

Klachten, dat de visschers elkaar geen aasvisch willen verstrekken, worden niet meer vernomen. De scheepstimmerwerf heeft niet veel meer te beteekenen. De veerdienst Willemstad-Numansdorp is in handen van de Rotterdamsche Tramweg Mij. Om concurrentie te weren, wordt het veergeld voor auto’s zoo belachelijk hoog – f. 7 – gesteld. De Rotterdamsche Tramweg Mij. zou gaarne haar stoombootdienst Sype-Willemstad-Numansdorp laten vervallen, omdat daarop jaarlijks f. 15.000,- wordt toegegeven.

In de plaats daarvan zou zij een tram willen exploiteeren Willemstad-Dinteloord-Steenbergen. Burgemeester zou dat zeer gaarne zien, omdat er dan in Willemstad eene behoorlijk groote haven zou moeten gebouwd worden; hij meent, dat deze aan zijne gemeente zeer zou ten goede komen, en de gemeente daarvan geheel zou opleven. De aanleg van de baan zou f. 1.200.000,- kosten; de Rotterdamsche Mij. zou het rollend materieel leveren.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: