i

De Commissaris van de Koningin over Woensdrecht, Hoogerheide en Hinkelenoord

vertelde op 2 april 2009 om 14:19 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Woensdrecht c.a. te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Woensdrecht, Hoogerheide en Hinkelenoord

Den tweeden Mei 1896 bezocht ik de gemeente Woensdrecht. Om drie uur uit Halsteren gereden, kwam ik juist een uur later op het gemeentehuis van Woensdrecht (dat te Hoogerheide staat) aan. Ik vond daar den burgemeester, diens beide wethouders, den secretaris en ontvanger.

Op de audientie verscheen niemand. De burgemeester deelde mij veel mede omtrent eene nieuwe indijking, welke daar geschiedt onder den “Damespolder” door de Heeren Völcker c.s.; de dijk is aangenomen voor f. 170.000,-; de nieuwe polder, welke de naam zal dragen van Anna Mariapolder, wordt 208 H.A. groot; alles eerste klasse grond.

In de Van der Duijnpolder, in 1862 ingedijkt, zijn gronden, waarop nog nooit mest is geweest; en toch is die grond nog prachtig; om de drie jaar worden er suikerbieten gezaaid. De Heeren Völcker c.s. hebben nog ongeveer 600 H.A. water, die later ingedijkt moeten worden.

Die schorren onder Woensdrecht groeien zoo verbazend aan, doordat de spoordam gelegd is van Woensdrecht naar Zuid Beveland; al het vuil van Antwerpen, dat door de Schelde afgevoerd wordt, bezinkt voor Woensdrecht. Boven den spoordam (aan de zijde van Bergen op Zoom) nemen de schorren eerder af, dan dat zij aangroeien; daar is, sinds het leggen van den spoordam, zeer helder water, doordat het niet meer verontreinigd wordt door het vuil van Antwerpen, vandaar, dat het zo geschikt is voor oesterteelt.

Het grootste deel der bevolking van Woensdrecht bestaat uit polderwerkers; het schijnt, dat de burgemeester nogal aardig met die menschen kan omspringen. De burgemeester schijnt opzichter of rentmeester te zijn voor de Heeren Völcker c.s.

In Woensdrecht is een liefdehuis van de zusters uit de Postelstraat te ’s Bosch. De oude zusters uit de orde worden naar Woensdrecht gezonden om er haar leven te eindigen. Vier zusters van den burgemeester van Woensdrecht waren in die orde; eene was mère assistante in het liefdehuis te Woensdrecht. De burgemeester deed natuurlijk zeer zijn best, om mij een bezoek aan het liefdehuis te doen brengen. Iets waarvoor ik vriendelijke bedankte. Omstreeks 6 uur verliet ik Woensdrecht, en reed naar Bergen op Zoom, om aldaar den trein te nemen naar ’s Bosch.

Blijkens het door Klasens uitgebracht verslag was het geldelijk beheer in goede orde; alleen hadden acht vergunninghouders op 2 Mei hun vergunningsrecht nog niet betaald; terwijl hunne vergunning ook niet was ingetrokken. Op het werk ter secretarie viel nogal wat af te dingen.

Den 29 Augustus 1900 kwam ik weer in Woensdrecht. Op mijne audientie verscheen niemand. Ongeveer 200 menschen gaan in Duitschland werken; dat heeft volgens B. en W. geen slechten invloed op hun karakter. Wel bederven zij, en voornamelijk de vrouwen, door het werken op de suikerfabrieken; daar wordt aan de vrouwen jenever geschonken, daar leeren zij drank gebruiken; daardoor gaan de vrouwen met kermis enz. in de herbergen, en drinken ook daar jenever.

KorenoogstKoren oogsten

De menschen in Woensdrecht schijnen sterk, en goed bestand tegen zwaren arbeid; zij zijn niet te lui om te werken. Tot hun 40ste jaar werken ze in Duitschland, of elders als polderwerker. Dan komen ze, half versleten, in Woensdrecht terug en worden dan boerenarbeider; als zoodanig zullen ze gemiddeld f. 275 ’s jaars verdienen.

Ook de vrouwen werken veel, en verrichten mannenarbeid, met name korenmaaien enz.; de burgemeester, die eene eigen hofstede heeft; eene hofstede van 120 H.A. gepacht heeft van Völcker en met een bedrijfsboer bewerkt; eene hofstede van 54 H.A. gepacht heeft en met een bedrijfsboer exploiteert; en bovendien de Anna Mariapolder beboert (212 H.A.) voor de eigenaren; de burgemeester vertelde mij dat hij meermalen 60 vrouwen en vooral meisjes tegelijk in het werk had aan het maaien van de oogst.

Van de raadsleden woont een wethouder (Kuilen) en een raadslid te Woensdrecht; een wethouder (Melsen) en een raadslid te Zuidgeest; twee raadsleden en de burgemeester te Hoogerheide. In het geheel slechts één brandspuit, nl. te Woensdrecht; elders in de gemeente is geen water te krijgen; ik raadde het slaan van nortonputten aan.

Men was zeer gesteld op een harden weg langs den spoordam naar Zeeland; daar is met Zeeland veel verkeer; men gaat in Zeeland graan, vee en paarden koopen; de Zeeuwen weiden veel vee onder Woensdrecht vet; een harde weg zou het verkeer zeer vergemakkelijken. Dan kwam er tevens meer verkeer tusschen de twee markten van Bergen op Zoom en Goes.

Te Hoogerheide was vroeger eene parochiekerk; die werd te klein en zou vergroot worden; Woensdrecht wilde eene eigen parochie; de bisschop weigerde die; desniettegenstaande bouwde Woensdrecht toch een eigen kerk; de bisschop bleef een pastoor weigeren; geheel Woensdrecht weigerde toen, om te Hoogerheide ter kerk te gaan; niemand hield meer Paschen. De zieken stierven onbediend; dat duurde zo een jaar of drie. Toen gaf de bisschop toe; hij benoemde tot Pastoor te Woensdrecht den Heer Van Mens, een rustend missionaris uit de West; eertijds redemptorisch, wegens ziekte gerepatrieerd en toen uit de orde getreden.

De Heer Van Mens, die reeds ruim 15 jaar pastoor te Woensdrecht is, heeft een groot fortuin, dat hij in het belang van zijne gemeente besteedt; hij liet de kerk vergrooten; stichtte een liefdehuis met zes zusters, en geeft veel aan armen, weduwen en weezen; sinds hij te Woensdrecht is kwamen er geen armen vandaar meer hun nood klagen bij den burgemeester te Hoogerheide.

De burgemeester meende, dat Van Mens reeds minstens f. 70.000 in het belang van zijne parochie had besteed; Van Mens gaf zich bijzonder veel moeite, dat de menschen, vrouwen en kinderen, goed werden onderwezen, goed werden opgevoed, zich goed gedroegen. Er zijn in de gemeente 65 kroegen, het dansen zit de bewoners in het bloed; er is veel muziek in de herbergen, ook al geeft de politie zich veel moeite om die te weren; de menschen zetten overal posten uit, wanneer er gedanst wordt; daardoor zijn de herbergiers vaak moeilijk te snappen. De menschen komen soms dansende van hun werk uit den polder.

Mond- en klauwzeer kwam in 1899 te Woensdrecht door Hollandsch vee, dat daar per spoor uit het Noorden werd aangevoerd, vandaar naar België werd gedreven, te Santvliet 10 dagen in de quarantainestallen werd geplaatst en dan weer besmet langs den grooten weg werd terug gedreven naar Woensdrecht.

Woensdrecht, Overzichtskaart heerlijkheden Zuidgeest en Woensdrecht, zie ook kaart ARR - D 96, 1741 (WBA, Kaarten handgetekend Bergen op Zoom, BOZ009000213_O)Overzichtskaart heerlijkheden Zuidgeest en Woensdrecht, 1741 (bron: West-Brabants Archief/ Kaarten handgetekend Bergen op Zoom)

Den 20 April 1904 was ik weer in Woensdrecht. Ik was per tram van Bergen op Zoom naar Ossendrecht gegaan; vandaar naar Putte gereden; om vervolgens over Hoogerheide naar Bergen op Zoom terug te keeren. B. en W. deelen mij mede, dat de loonen in Duitschland zooveel minder zijn, dat er bijna geen menschen meer daar gaan werken; als ze te Woensdrecht f. 1,25 kunnen verdienen komen ze gaarne uit Duitschland terug. Daarentegen gaat er tegenwoordig veel volk in België werken aan de uitbreiding van de dokken te Antwerpen, een kolossaal werk, dat jaren zal duren; daardoor zal in de eerste jaren de arbeidskracht in Woensdrecht duur betaald blijven.

Dat buiten de gemeente gaan werken schijnt geen al te slechten invloed te hebben op de moraliteit der bevolking; onechte geboorten komen haast niet voor; gedwongen huwelijken 7 in 1903. De arbeidende klasse woont bepaald goed; meestal op hun eigen, met een hypotheekje van f. 300 à f. 400, waarvoor Adan, de secretaris van Ossendrecht, het geld verschaft.

Bij periodieke verkiezingen is er meestal geen strijd, maar als er een nieuw raadslid moet gekozen worden, dan staat de gemeente op stelten. Gemeentepolitie heeft uitstekende hulp aan den te Woensdrecht gestationeerden rijksveldwachter. Leerplichtwet werkt uitstekend; schoolverzuim komt zoo goed als niet voor; er behoefde in 1903 deswegen slechts één proces-verbaal te worden opgemaakt.

In 1903 zijn er weer 200 H.A. schorren achter den Damespolder ingedijkt; de nieuwe polder draagt den naam van den Völckertpolder; het maken van den dijk kostte f. 250.000. Het is wel jammer, dat die schorren nu reeds moesten worden ingedijkt; ze waren er eigenlijk nog niet bekwaam voor. Het moest echter gebeuren, omdat de achterliggende polders beduidend waterbezwaar ondervonden, en men anders gedwongen was geweest om kostbare bemalingswerktuigen op te richten.

Burgemeester Moors meent, dat de Völckertpolder in 12 jaren vrij zal zijn; de beste gronden zijn dan volgens hem f. 2.000 waard de H.A.; de middelsoort f. 1.700; de slechtste f. 1.300. Het moet met de suikerindustrie wel beroerd slecht staan; in 1904 teelt Moors heelemaal geen suikerwortels.

Toen ik den 17 December 1906 den burgemeester van Woensdrecht na diens herbenoeming, als zoodanig beëdigde, informeerde ik naar de praatjes, die omtrent zijn mede-administrateur, den Heer Hombach liepen. Omtrent het verhaal, dat door Belgische douanebeambten de automobiel van Hombach was in beslag genomen, wegens het smokkelen van 400 K.G. sacharine (een met tolueen als grondstof bereide zoetstof, ook wel leugensuiker genoemd), waarvoor 14.000 frcs boete zou betaald zijn om de automobiel te lossen - vertelde Moors dat Hombach zulks ontkende, en dat hij (Hombach) met Völcker per automobiel langs de diverse Belgische kantoren was gereden, om dezen te bewijzen, dat het praatje niet waar was, aan geen enkel kantoor had men er iets van geweten, desniettegenstaande meende Moors, dat het toch waar was.

Omtrent het verhaal, dat Hombach aan diverse suikerfabrieken veertig millioen K.G. bieten had aangeboden, mits men hem f. 0,50 per 1.000 K.G. betaalde, zeide Moors, dat zulks waar was; Hombach wilde de boeren dwingen om aan eene bepaalde door hem aan te wijzen fabriek hunne bieten te leveren. Moors was toen tusschenbeide gekomen bij Völcker, en deze had beslist dat de boeren vrij zouden blijven.

In de Völckerpolder werden ééne hofstede en 18 kleine woningen gebouwd; in eene van die woningen plaatste hij omstreeks 1903 Suzanna Sandée uit Rilland Bath met haar broeder. Als Hombach (ongeveer om de 14 dagen) in Völckerdorp komt is hij daar tehuis; de broer doet koetsierdienst; met Suzanna Sandee leeft hij. Zij woonde eertijds in de Koningin Emmapolder, en stond toen reeds tot Hombach in gelijke betrekking.

Hombach heeft zijn huis in Hulst gesloten, zijn vrouw woont in Antwerpen; zijn dochter is bij de dames Anglaises te Bruggen, zijn zoon op de burgerschool in Bergen op Zoom; de gouvernante dier kinderen caseerde hij op kamers in Hulst; om de 4 à 5 dagen is hij in Hulst, en is dan bij haar tehuis. In 1907 komt er eene school te Völckerdorp; daar moet die gouvernante aan verbonden worden als hoofd; dan heeft Hombach twee meiden daar in plaats van ééne!!!

Woensdrecht, Woensdrecht - Dubbele Dreef; aan de Antwerpsestraatweg nabij Huize Mattemburgh (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, SDUD001)De dubbele Dreef, aan de Antwerpsestraatweg nabij Huize Mattemburgh (bron: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

Den 23 Juni 1908 kwam ik weer in Woensdrecht; ik had ’s ochtends Bergen op Zoom bezocht; ik reed vandaar naar Hoogerheide, en vandaar later terug naar Bergen op Zoom. Ik verleende audientie aan pastoor en kapelaan, en aan het hoofd der school Mercx, sinds ongeveer 5 jaar hoofd der school, die meende dat de Raad van Woensdrecht hem niet het salaris uitkeerde, dat hem rechtens toekwam;

ik heb hem aan zijn verstand gebracht, dat hij slechts recht had op het minimum volgens de wet, en dat het wel zijn eigen schuld zou zijn, wanneer de Raad niet boven het minimum wilde gaan. (Ik had tevoren van B. en W. geboord, dat Mercx dronk, en dat men over zijn optreden in de school tegenover de kinderen zeer ontevreden was; zoo had hij o.a. aan een van de kinderen van den gemeentesecretaris in drift een heele vlok haar uit het hoofd getrokken).

Van B. en W. vernam ik, dat er nog veel menschen in Duitschland gaan werken; ± 300; een gedeelte werkt daar in de mijnen. B. en W. looven zeer de geest van de menschen; men heeft overal gaarne polderwerkers enz. uit Woensdrecht, omdat de menschen zoo geschikt zijn, en zich niet laten opstoken. B. en W. klagen er over, dat het volk, met name het vrouwvolk, bedorven wordt aan de suikerfabrieken.

Het ergste is het aan de suikerfabriek te Halfweg; daar gaan jaarlijks 70 à 80 menschen uit Woensdrecht werken, jongens en meisjes; daar schijnt volstrekt geen toezicht te bestaan; de jongens gaan ’s Zondags uit in Amsterdam, de meisjes leeren er drank gebruiken; het is dikwijls schande, wanneer de menschen terugkomen, zoo’n dronken troep als het dan is; het kwam voor dat de heele bende, dronken en wel, te Utrecht, Rotterdam of Roosendaal uit den trein moesten verwijderd worden.

Ook thans nog verrichten veele vrouwen mannenarbeid, met name koren maaien, bieten optrekken en dergelijke; zij doen dat zelfs beter dan de mannen. Over den harden wel langs den spoordijk naar Zeeland hoort men thans niets meer; die weg is tweemaal te duur geprojecteerd, doordat men den weg te veel wil ophoogen; dat is zelfs niet eens gewenscht; de paarden hebben dikwijls groote angst voor den spoortrein; het is daarom ongewenscht den harden weg vlak langs den spoorweg te maken. Bovendien wordt de weg te hoog, de kant te steil, met het oog op de Schelde, die onder langs den voet van den weg loopt.

B. en W. dachten, dat er van dezen harden weg weinig zou komen; binnen enkele jaren verwachtten zij indijking van de schorren tusschen den Völckertpolder en Bath; als men den afsluitdijk dan verhardde, dan had men den aangewezen kortsten harden weg naar Zeeland; dan had men bovendien op Zeeuws gebied niets te maken met vergunning van de Engelsche Maatschappij, om van den spoordijk tot Bath te komen.

Mijn gesprek met B. en W. liep verder voornamelijk over het in cultuur brengen van pas ingedijkte polders. Volgens hen is de loop van zaken als volgt: als een polder pas is ingedijkt, dan moet het schorgras gehooid, ofwel beweid met schapen. Het komt zeer dikwijls voor, dat schapen, die steeds zeer gezond zijn, wanneer ze weiden op nog niet ingedijkte gronden, het gras van de ingedijkte gronden niet kunnen verdragen, en dat er dan allerlei ziekten onder die schapen uitbreken.

Het eerste jaar dus hooien, of beweiden met schapen; dan wordt het schor heel licht omgeploegd en wordt het tweede jaar koolzaad geteeld; het derde jaar gerst; het vierde jaar vlas; en dan komt de gewone wisselbouw: Zeeuwsche erwten, karwei, Groningsche paardenboonen, tarwe, en daar tusschen in om het andere jaar bieten. Een nieuw ingedijkte polder moet, als er geen bijzondere omstandigheden zich voordoen, na tien jaren vrij zijn.

Woensdrecht, O.L.V. Hemelvaart. R.K. Kerk. Gebouwd in 1888. Architect J. van Gils. Verbouwing 1911. Mariabeeld onder baldakijn boven de ingang, foto uit 1981 (PNB001075024)De O.L.V. Hemelvaart. R.K. Kerk, gebouwd in 1888 (architect J. van Gils). Verbouwing in 1911. Foto uit 1981 (bron: BHIC)

Den 16 April 1912 kwam ik weer in Woensdrecht. Vanuit Roosendaal ging ik er per trein heen; ik bezocht later nog Bergen op Zoom, en keerde vandaar per trein terug naar Roosendaal. Ik verleende audientie aan pastoor v.d. Voort met zijn kapelaan Asselbergs; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen. Sinds mijn laatste bezoek was er eene groote Roomsche Kerk gebouwd; ik ging die met de Heeren zien; de pastoor was zeer dankbaar, dat de geheele bouw voltrokken werd, zonder dat er één ongeluk gebeurde.

Ik kreeg bij mijn bezoek den indruk, dat Moors in naam burgemeester van Woensdrecht is; dat hij het echter met zijne groote exploitatie van poldergronden voor zichzelf, en voor de Heeren Völcker en Van der Duijn erg druk heeft, zóó druk, dat hij heel veel moet overlaten, en dat daardoor de wethouder Dietvors feitelijk de burgemeester is.

De bedijking van de Völckerpolder was zeer duur, de H.A. ingedijkte grond kostte f. 1.400; die van de Anna Mariapolder slechts f. 1.100. Binnen een jaar of twaalf kan er een dijk gelegd worden van den hoek van den Völckerpolder naar Bath; de dan in te polderen grond is domeingrond; dat zal dan een prachtige polder worden; prachtige gronden en weinig lasten, want de dijk behoeft maar heel klein te zijn.

Moors zag veel gevaar in den polder boven den spoordam, die thans door het domein weer wordt ingepolderd, nadat de dijk, die in 1911 bijna klaar was, op 30 September 1911 wegsloeg. Volgens Moors zit daar boven den spoordam geen goede klei, en kan er daarom geen behoorlijke dijk gemaakt worden, tenzij men de klei beneden den spoordijk uit de gorzen haalt. Dan wordt de dijk echter minstens f. 100.000 duurder. Hij oordeelde, dat als men den polder cadeau kon krijgen, met de verplichting om den dijk voortdurend in stand te houden, dat men dan den polder niet zou kunnen aanvaarden.

Het Woensdrechtse volk is voortdurend zeer geschikt; de menschen werken veel buiten de gemeente, meestal in Duitschland, maar ook in België, en op groote werken in Holland; de menschen werken gaarne, werken hard, en laten zich niet opruien. Terwijl de mannen buiten de gemeente werken, doen de vrouwen mannenwerk, koren maaien, suikerwortels rooien enz. Als de menschen trouwen, hebben ze gewoonlijk niets; ze trekken dan bij vader of moeder in.

Maar dan gaat het jonge paar, zoodra de tijd daarvoor is, naar Duitschland of elders; ze werken hard; leven hoogst zuinig; leggen geld over. Na een paar jaar hebben ze dan een aardig sommetje; Adan in Ossendrecht suppleert het ontbrekende; en dan gaan ze een eigen woning bouwen, grond + woning zal f. 1.100 à f. 1.200 kosten. Zonder groote ongelukken is na een paar jaar de woning vrij.

In gemeente zijn twee steenfabrieken; bovendien eene steenfabriek tevens draineerbuizenfabriek van Daverveldt; vooral deze laatste marcheert erg goed. Hildernisse was vroeger eene groote plaats; er zijn nog de resten van een groot klooster; het zeestrand moet er prachtig zijn; het polderland wordt daar beschermd door een klein dijkje. Wethouder Melsen bewoont daar eene boerderij; hij moet dat dijkje in orde houden; reeds tweemaal, laatstelijk op 30 September 1911 liep het water over den dijk, en vloeide zijne woning onder water.

Woensdrecht, Fabrieksschoorsteen. Gebouwd tussen 1900 en 1925, foto uit 1981 (PNB001077799)Fabrieksschoorsteen in Woensdrecht, gebouwd tussen 1900 en 1925. Foto uit 1981 (bron: BHIC)

Den 16den Augustus 1917 kwam ik weer in Woensdrecht; daarna ging ik nog naar Ossendrecht en Putte. Burgemeester Rubert is sinds twee maanden in functie. Naar het schijnt gaat het goed. Voor hem bestaat de groote moeielijkheid hierin, dat wethouder Dietvors, die tijdens Moors gedurende vele jaren feitelijk burgemeester was, door hem onttroond moet worden. Naar het schijnt, voltrekt dat proces zich geleidelijk en zonder groote schokken. Oud-Burgemeester Moors, die op audientie kwam, toonde zich met Rubert zeer ingenomen. Hij meende, dat het best zou gaan.

Tengevolge van de brandstoffennood is men in Woensdrecht begonnen turf te steken; in den polder staan er thans 750.000 K.G. Onbekend, maakt onbemind; den Minister bepaalde den prijs f. 3 = 1/3 van den prijs van Friesche turf. Daartegen gereclameerd; de Minister nam nog geene eindbeslissing.

De door het domein boven den spoordam ingedijkten polder bevat veel goede gronden; de eerste verpachting na de indijking bracht f. 15.000 op; de laatste verpachting (die voor 1917) f. 35.000. De afsluitdijk blijft een bezwaar vormen; voor twee jaar sterk ingeklonken; toen moesten aanzienlijke kosten gemaakt worden, om den dijk weer op de hoogte te brengen. Zoodra de oorlog gedaan is, zal er bezuiden den spoordam eene groote indijking plaats hebben; naar het schijnt, liggen daar prachtige slikken, die nu voortdurend nog veel beter worden.

Er wordt nog aanzienlijk gesmokkeld; het zijn veelal menschen van buiten de gemeente. Om het smokkelen te beperken, komt de distributie van levensmiddelen niet geheel tot haar recht: de Regeering zendt nl. maar een gedeelte, van wat door B. en W. voor de distributie gevraagd wordt; dit levert voor de ingezetenen wel bezwaren op.

Schoolhoofd Mercx drinkt nog; de burgemeester heeft met hem een ernstigen strijd aangebonden; ik hoop dat hij overwinnaar zal blijven. Adan, oud-secretaris van Ossendrecht verkocht dezer dagen een groot complex gronden (220 H.A.) meestal slecht dennenbosch, aan Zeeuwen; deze zullen die gronden gaan exploiteeren. Die gronden liggen op de grens van Huybergen ten Zuiden van den weg Hoogerheide-Huybergen.

Den 11 Juni 1921 kwam ik weer in Woensdrecht; denzelfden dag bezocht ik nog Halsteren en Ossendrecht. Ik werd ontvangen in het nieuw gebouwde keurige Raadhuis, waarvan de Raadszaal nog moet worden ingericht. Burgemeester Rubert heeft met veel tegenwerking te kampen; oud-burgemeester Moors, die hem vroeger steunde, werkt hem nu tegen; Moors verwijt het tegenwoordige bestuur, dat het te groote uitgaven doet, waardoor de belastingen te hoog oploopen. Volgens wethouder Dietvors is dit de stok, die men gezocht heeft om den hond te slaan, maar ligt de oorzaak elders.

Onder Moors was de secretaris Soffers baas, omdat Moors zich weinig of niet met de gemeentezaken bemoeide. Toen Rubert kwam, nam deze de leiding in werkelijkheid op zich. In het begin van den distributietijd deed een zoon van Soffers, ambtenaar ter secretarie, de distributie. Die jongen werd echter gemobiliseerd, en door een Belg als leider van de distributie vervangen.

Na twee jaar kwam die jongen van dienst terug en wilde toen de oude Soffers, dat de Belg werd weggestuurd, en dat zijn zoon diens oude plaats weer innam. Rubert wilde dat niet, en handhaafde den Belg. Middelerwijl was een zoon van Moors geëngageerd geraakt met eene dochter van Soffers. Sindsdien is Moors op de hand van Soffers. Waar Soffers Rubert niet openlijk durft tegenwerken, doet Moors dat nu, geïnspireerd door Soffers.

Moors heeft steeds voor de v.d. Duyns geadministreerd; van Willem v.d. Duyn heeft hij nogal land in huur, ter waarde van f. 50.000. v.d. Duyn kwam te sterven en vermaakte aan Moors den eigendom van die gronden, onder verplichting, aan diens weduwe haar leven lang pacht te blijven betalen; na haar dood moet hij de helft van de pacht blijven betalen aan een zoon van den Majoor v.d. Duyn; na diens overlijden wordt hij volle eigenaar van de bewuste gronden. Karel v.d. Duyn heeft aan Moors gezegd, dat hij soortgelijke beschikkingen ten bate van Moors gemaakt had als zijn broeder Willem.

Van de electrificatie in Woensdrecht komt niets; gemeente moet f. 5.000 garandeeren; de Raad kan daartoe niet besluiten. Er is niet voldoende werk in gemeente; zeker 300 menschen moeten buiten gemeente hun brood gaan verdienen. Men hoopt dat in 1922 de indijking zal geschieden van de schorren beneden den spoordam; dat geeft het vooruitzicht op veel werk.

De Zeeuwsche waterleiding loopt door gemeente; daarop zes brandkranen; 12 menschen in Hoogerheide en 9 in Woensdrecht zijn aangesloten. De normaalschool van de Zusters in de Postelstraat heeft thans goede resultaten; in 1920 slaagden alle (7) candidaten; in 1921 zeven van de acht. De Roomboterfabriek van Stokmans is opgedoekt; de melk gaat thans naar de Coöperatieve fabriek te Huybergen, of zoet naar Bergen op Zoom.

Hoogerheide, Dorpstraat met gemeentehuis te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, 1928 (WBA, Ongering, J, BOZ001039511)Dorpstraat met gemeentehuis te Hoogerheide, 1928 (foto: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom, collectie J. Ongering)

Den 12den Juni 1925 kwam ik weer in Woensdrecht, na tevoren in Halsteren te zijn geweest. Burgemeester Rubert werd in Januari 1924 gemeentesecretaris. Daarover schrijft hij in het gemeenteverslag: “Wethouder Jacobs hield de installatierede waarna door den burgemeester in eene keurig gestyleerde toespraak werd geantwoord”. De burgemeester is buitengewoon ingenomen met zichzelven: toen hij nog lid van de Provinciale Staten was, vertelde hij op het bureau van Robbers, dat hij de aangewezen Gedeputeerde was, en hij de eerste vacature als zoodanig zeker zou benoemd worden.

Heden liet hij aan Robbers de nog niet afgewerkte Raadszaal in het Gemeentehuis zien, en vertelde daarbij dat hij voor een klein stukje had aangegeven, hoe de lambrizeering moest worden; aan zijn opvolger in Woensdrecht de taak om volgens zijne aanwijzing de Raadszaal af te bouwen. Nu hij op de lijst voor de verkiezing van Tweede-Kamerleden de zesde plaatsvervangersplaats inneemt, verbeeldt hij zich blijkbaar, dat zijne tegenwoordige betrekking van burgemeester-secretaris voor hem binnenkort veel te min zal zijn. Als niet komt tot iet, dan kent iet zich zelven niet.

Het electriciteitsbedrijf geeft over 1924 een nadeelig saldo van f. 586. Geraden, dat bedrag ten laste van de straatverlichting te brengen en de stroomprijzen niet te verhoogen. Het bureau Dijkstra te Utrecht nam aan voor f. 1.150 een nieuwen legger voor wegen en waterleidingen te maken; de stukken liggen thans ter visie; het werk ziet er keurig uit. Bij iederen weg is een betreffend kaartje gemaakt, terwijl als alles klaar is een verzamelkaart het geheel zal bekronen. Van de kaarten is slechts één exemplaar voorhanden. Omdat de kaarten niet zijn voorgeschreven is er niet gerekend op een exemplaar voor het dubbel van den legger, dat voor G.S. bestemd is.

Het archief is overgebracht naar de daarvoor bestemde kasten op den zolder; aan de ordening is nog niet veel gedaan. De warenkeuringsdienst is nuttig en noodzakelijk. De vleeschkeuring heeft misschien voor Woensdrecht ook wel eenig nut, maar is vooral van belang voor de groote gemeenten. Het water van de Drinkwaterleiding Mpij. Zuid Beveland is niet duur; het is prachtig water. Schietoefeningen van den vrijwilligen landstorm geschieden onder leiding van een sergeant uit Bergen op Zoom; veel animo.

De drie steenfabrieken leiden een kwijnend bestaan. De concurrentie van de Belgische steen is moordend. Door de valuta staan de loonen in België veel lager dan hier. Bovendien moeten de Nederl. fabrikanten hun product per tram vervoeren, welk vervoer uitermate kostbaar is, terwijl de Belgische steen te water naar Zeeland, het groote afzetgebied gaat. Om te kunnen bestaan moeten de fabrikanten trachten voor export te werken; tot nu toe hadden ze slechts enkele kleine leveranties in Engeland.

Geen woningnood; daar staan enkele woningen ledig. Er is veel te weinig arbeidsgelegenheid; 80% der bevolking moet buiten Woensdrecht haar brood gaan verdienen. Oud-burgemeester Moors kwam ter audientie; hij vertelde dat twee van de Heeren Völcker hun rentmeester Hombach als zoodanig ontslagen hadden. Door een toeval was uitgekomen, dat Hombach hunne landerijen voor f. 90 de H.A. gehuurd had, en die weder verhuurde voor f. 185 de H.A.

Zonder er iets voor te doen, stak hij op die manier f. 20.000 in zijn zak. De derde van de drie Heeren Völcker kon nog niet van Hombach af, door allerlei contracten zat hij nog drie jaar aan hem vast. De oudste van de drie gebroeders, de Heer Völcker van Zoelen, is dezer dagen onverwacht op 61-jarigen leeftijd overleden; hij is ongehuwd.

Ook een tweede Graaf v.d. Duyn is gestorven; ook deze vermaakte de gronden - waarde f. 50.000 welke Moors altijd van hem gehuurd had - aan Moors, onder voorwaarde, aan zijne weduwe de gewoone jaarlijksche pacht te blijven betalen, zoo lang zij er zal zijn. Die weduwe is 70 jaar oud.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: