i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Woudrichem
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Woudrichem

vertelde op 2 april 2004 om 14:21 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Woudrichem te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Woudrichem

Den 23n Augustus 1898 bezocht ik deze gemeente; ik liet mij aan het “hotel van Andel” te Gorinchem halen door een rijtuig van Sprengers uit Sleeuwijk. Met een bootje voer ik over van Gorinchem naar Woudrichem; vandaar begaf ik mij naar Rijswijk en vervolgens naar Giessen; van deze gemeente ging ik weer via Rijswijk en Woudrichem terug naar Gorinchem.

Op mijne audientie verschenen:

1e. W.F. de Joode, die klaagde dat hij door het visschersgild onbillijk werd behandeld; hoewel hij het door hem verschuldigde betaald heeft, mag hij niet visschen. Ik raadde hem verhaal te zoeken bij den burgerlijken rechter; hij kon desnoods beginnen met bij mij een request in te dienen.

2e. W. van Herwijnen, boterfabrikant en lid van den Raad. Toen in 1879 het burgemeesterschap van Woudrichem vaceerde, solliciteerde Van der Colff, tegenwoordig notaris te Fijnaart, en Gulden, postdirecteur te Woudrichem. Zij waren beiden lid van den gemeenteraad. Wijlen Mr. Bosch wilde hen blijkbaar niet hebben. Toen de vacature reeds 4 maanden bestond, kwam Verschoor, het 1e-kamerlid bij Kingmans, destijds wethouder van Woudrichem, om hem te verzoeken om te solliciteeren. Kingmans had daar geen ooren naar.

Een paar dagen later kreeg hij een telegram van Mr. Bosch om op het Gouvernement te komen; hij liet zich toen bepraten; 9 dagen later stond zijne benoeming in de courant. Vanaf dien dag behandelden v.d. Colff en Gulden den burgemeester als hun vijand. v.d. Colff werd notaris te Fijnaart en verdween dus van het tooneel.; Gulden stierf, maar zijn haat tegen Kingmans was in zijne naaste omgeving gevaren, in de eerste plaats in zijn stiefzoon W. van Herwijnen, zoon van zijne vrouw, in vroeger huwelijk bij haar verwekt door N. v. Herwijnen, haar vroegeren echtgenoot.

3e. Ds. J.W.F. Gobius du Sart, predikant. Hij klaagt over den burgemeester, omdat deze hem verbiedt de klok te luiden, als hij een weekbeurt verandert. De burgemeester, hierover door mij gehoord, verklaarde zulks te moeten doen, omdat, als de klok op een ongewoon tijdstip klept, de bevolking meent dat er brand is, en er dan wanorde zou ontstaan. Als er brand is, wordt uitsluitend de klok in den toren van de Protestantsche kerk geluid, omdat die toren aan de gemeente behoort. Ik heb den burgemeester geraden, om in deze de kerk in het midden te laten, en niet noodeloos moeilijkheden te maken.

De predikant vroeg bovendien mijn steun, opdat met de inhuldigingsfeesten de kroegen om 9 uur (in plaats van om 10 uur) zouden gesloten worden; en dat er die dagen geen sterke drank zou getapt worden. Den verlangden steun kon ik natuurlijk niet toezeggen. Uit het verlangde verbod zouden groote moeilijkheden ontstaan; men zou bovendien de macht missen om het verbod te doen eerbiedigen.

4e. R. Roomer, lid van den gemeenteraad, was eertijds architect van de gemeente, en werd als zoodanig niet eervol ontslagen. Hij had eertijds een vrij belangrijk grondbezit; het laatste stukje land, dat hij nog had, werd dezer dagen voor schuld verkocht. Hij voert met v. Herwijnen (zie sub. 2e.) oppositie tegen den burgemeester. Hij vreesde, dat de zoon van den burgemeester, de eervol ontslagen onderwijzer aan de school te Woudrichem, Kingmans (die aldaar 17 jaar onderwijzer was) d’emblée burgemeester van Woudrichem zou worden; zulks zou z.i. de grootste ramp zijn, welke Woudrichem ooit kon treffen. Hij klaagde over de rijkspolitie; de wachtmeester van de marechaussee had zijne vrienden; die werden steeds ontzien. Ik heb hem gezegd, dat hij officieel moest klagen, met vermelding van feiten.

Woudrichem, Oude kaart met linksboven Gorinchem en rechtsonder Woudrichem (Salha, wou02527)Oude kaart met linksboven Gorinchem en rechtsonder Woudrichem (foto: collectie Salha)

Hij klaagde, dat B. en W. nog geene verkiezing hadden uitgeschreven, om te voorzien in de vacature Van Moock; ik heb hem geantwoord, dat hij daarmede niets te maken had; dat de gemeentewet zulks aan B. en W. had opgedragen; dat B. en W. dus konden handelen naar goedvinden, en niemand verantwoording schuldig waren; dat, als de menschen uitsluitend hun eigen zaken behartigden en zich niet bemoeiden met zaken, waarmede ze niet te maken hadden, deze veel beter behartigd konden worden, en de eigen zaken daar wel bij zouden varen.

5e. Wierix en Tankens, bestuurders van het visschersgilde, beklaagden zich, dat door de sluis te Andel hun vischwater op de Maas kleiner werd, en de visscherij totaal werd bedorven; ik raadde hen het advies van hun advocaat, Mr. A.C. Visser te Gorinchem te volgen.

6e. De geneesheer Dr. G. v. Geijtenbeek, zag gaarne te Woudrichem weer garnizoen.

7e. Kole, directeur van het postkantoor, sinds 17 jaar in Woudrichem, kwam zijne opwachting maken.

8e. Vrouw Verschoor uit Oudendijk klaagde, dat hare kinderen niet kosteloos naar school mochten.

Woudrichem is geheel Protestant; er zijn slechts 31 Katholieken. De Pastoor, v.d. Heijden was niet in de gemeente. De burgemeester kan goed met den Pastoor overweg. De 6% vroon van het visschersgilde bracht in 1898, tot nu toe, f. 2.501,- op. Er zijn te Woudrichem 2 geneesheeren: Dr. v. Geijtenbeek en Dr. v. Torenenbergen; de eerste is een gepensioneerd Officier van Gezondheid van het Ned. Indisch leger. De laatste heeft de meeste praktijk.

Dezer dagen nam Mr. Bondam het oud archief van de gemeente (van vóór 1812) mede naar ’s Bosch; hij kwam driemaal met 2 klerken te Woudrichem; voor de eerste maal den 25n. Juli 1898.

De veldwachter van Woudrichem heeft f. 500,- tractement, vrije woning in de poort, en bovenkleeding. Hoewel hij drankvrij heet te zijn en niet meer dan 4 kleine kinderen heeft, steekt hij diep in de schulden, zelfs ondanks het feit, dat hij in 1897 f. 247,- genoot voor toezicht bij mond- en klauwzeer; ik heb hem gezegd, dat als hij niet zorgde uit de schuld te komen, ik hem als veldwachter zou ontslaan, omdat hij dan als veldwachter niet meer onafhankelijk was.

Administratie van den ontvanger. B. en W. sluiten bij kas opneming het journaal niet af. Vergunningsrecht is te laat betaald. Administratie ter secretarie. Verordening ex art.: 172 Gem. wet ontbreekt. Schutterplichtigen worden niet volgens de wet aangewezen. Geen register van beslissingen van B. en W. inzake de hinderwet. Wit in de akten van den burgerlijken stand niet aangevuld. Bevolkingsregisters zijn niet tot het laatst toe bijgewerkt.

Woudrichem, Een bootje op de Merwede met Woudrichem op de achtergrond, 1924 (Salha, wou02632)Een bootje op de Merwede met Woudrichem op de achtergrond (foto: collectie Salha)

Den 26 Mei 1902 kwam ik weer in de gemeente; ik reed van Gorinchem via het veer te Sleeuwijk naar Werkendam; vervolgens naar Woudrichem; daarna naar Rijswijk; en eindelijk via Sleeuwijk terug naar Gorinchem. Woudrichem heeft vischrecht aan den zuiderwal van de Merwede, vanaf de grens van Werkendam, tot aan de Schelluiner sloot; over de heele rivier de Merwede vanaf de oude Linge-uitwatering tot voorbij het fort Loevestein; en op de Maas over de volle breedte, tot aan de grens van Veen en Andel.

De Kat van Hardinxveld heeft vischrecht in de Merwede vanaf Hardinxveld tot aan de Schelluinersloot, langs de Noordzijde van de rivier. Gorinchem heeft het vischrecht over de volle breedte van de rivier, vanaf de Schelluinersloot (die aan den Noorderwal ligt), tot aan de oude monding van de Linge.

Op mijne audientie verschenen weer Tankens en Wierix, het Dagelijksch bestuur van de Woudrichemsche visschers; zij kwamen weer klagen over eventueele schade door de afdamming van de Maas te Andel; ik heb hen gezegd, dat ik daaraan natuurlijk niets kon doen, maar dat ze trouw hun 6% vroon, en hun 2½% voor de andere visch moeten betalen, opdat later uit de gemeenterekeningen kon blijken, welke schade ze leden; dan konden G.S. wellicht te hunnen bate zich tot de Regeering wenden (Ik had van B. en W. gehoord, dat ze de 2½% heelemaal niet betaalden, en profiteerde dus van de gelegenheid, om in het belang van de gemeentekas te spreken).

Notaris Van de Wall klaagde, dat hij niet bestaan kon; hem geraden te trachten verplaatsing te verkrijgen. De Kapitein-magazijnmeester Kanneman kwam zijne opwachting maken; ik had hem vroeger reeds als kapitein van de artillerie in Willemstad ontmoet.

Zestien arme menschen kwamen zich beklagen, dat ze gedwongen werden om schoolgeld te betalen; ze meenden, daartoe niet gedwongen te kunnen worden, omdat ze 6% vroon betaalden, en dus reeds zooveel aan de gemeentekas bijdroegen; hen uit den droom geholpen, en gezegd dat vroon en schoolgeld niets met elkander hadden te maken; dat het criterium omtrent schoolgeldheffing voor B. en W. bestond in de gegoedheid van ieder individu.

Van de Wiel vroeg om eene machtiging tot het schieten van schadelijk gedierte; hem gezegd, dat hij daartoe zich van het najaar schriftelijk tot mij moest wenden. B. en W. deelden mij mede, dat vroon moet betaald worden, nl 6% van zalm, elft en steur, en 2½% van de rest; de 6% komt vrijwel binnen; maar de betaling van de 2½% blijft achterwege. De vischvangst gaat achteruit; in 1898 bracht de 6% vroon f. 2.500 op; in 1901 f. 1.400; in 1902 hoopt men aan f. 2.000 te komen. De toestand van de gemeentekas was dientengevolge zeer berooid.

Voor zooverre de visschers betreft, komen er slechts gedwongen huwelijken voor; bij de boeren en boerenarbeiders komt ook wel eens een niet-gedwongen huwelijk voor. Vrouwen trouwen op zeer jeugdigen leeftijd; eene vrouw van 40 jr is dikwijl reeds grootmoeder; een ongehuwde vrouw van 25 jr een uitzondering. Een meisje, dat zwanger is, wordt geregeld getrouwd; in geen 5 jr was er eene onwettige geboorte geweest.

Bevolking gaat in zielental sterk vooruit; de visschers gebruiken zeer veel sterken drank. W. van Herwijnen, de stiefzoon van Gulden, had het in 1901 tot wethouder gebracht; hij ging toen over den kop en nam als raadslid zijn ontslag; hij woont nu niet meer in de gemeente, al heeft hij zijn verhuisbillet nog niet opgevraagd. In dienst plaats vond ik nu den postdirecteur Kole als wethouder. Hij maakt een aangenamen indruk.

Verhagen. Was van 1884 tot 1892 openbaar onderwijzer in Hardinxveld. Daarna onderwijzer aan de Christelijke school te Rijsoord, gemeente Ridderkerk; toen te Giessendam, te Leerdam, te Zalt Bommel, Talitha Cumi (Zetten), en Hemmen. Was in Zalt Bommel en Hemmen waarnemend hoofd; overigens waarnemend onderwijzer. Tot September 1903 te Hemmen werd in October 1903 burgemeester van Woudrichem. Was van 1901 tot 1903 lid van den Raad te Hardinxveld.

Woudrichem, Straatbeeld met mensen te Woudrichem, ca. 1910 (Salha, wou01776)Straatbeeld Woudrichem, ca. 1910 (foto: collectie Salha)

De gemeenteveldwachter heeft zich gebeterd; de burgemeester klaagt niet meer over hem. Twee scholen, één in het dorp, waarvoor juist eene Rijkssubsidie van f. 10.000 is verleend, en één te Oudendijk. De toestand van de behoeftige klasse is treurig; het gaat den visschers niet voor den wind, en volgens den landbouwer Schaap, die in Oudendijk woont en de landbouwers vertegenwoordigt, gaat het den landbouwers (eigenlijk arbeiders) bitter slecht;

hun aantal neemt toe; de grond blijft dezelfde; de grond wordt jaarlijks in kleine perceelen publiek verpacht; de menschen jagen de pachtprijzen tegen elkander op; verre boven de waarde. Hij wijt de schuld aan notaris Van der Calff uit Fijnaart, die vele goederen voor uitwonenden administreert. Notaris Van der Kalff schijnt weer in Woudrichem te willen komen wonen; sinds jaren had hij daar eene groote woning ledig staan. Hij is bezig, die nu te restaureeren.

Dr van Torenbergen had 4 kinderen uit zijn huwelijk met ? Tijdens zijn huwelijk verwekte hij een kind bij een meid; zijne vrouw stierf van verdriet. Hij huwde toen die meid, maar kon natuurlijk dat kind niet wettigen; zijne tweede vrouw kreeg nog een kind en stierf; daarop trouwde Van Torenbergen met zijne huishoudster; ook van haar heeft hij kinderen. Het moet ergerlijk zijn, zooals hij de opvoeding van zijne kinderen in de eerste plaats die van de kinderen uit het eerste huwelijk, verwaarloost. (Alzoo vernam ik ten huize van burgemeester Van Ouwerkerk te Rijswijk).

Een aardig buiten met nogal veel opgaand hout, vooral eikenhout, ligt op den weg naar Woudrichem even voorbij Sleeuwijk. Het zou in eigendom behooren aan den schilder Hanendoes, een zoon van een vroegeren dominee te Sleeuwijk; het ligt op eenigen afstand van den dijk, en heet, naar ik meen, het Kraaieveld. Bij mijn bezoek op 17 April 1906 aan Woudrichem was men het hooge hout aan het kappen. Hanedoes was gestorven; men was bezig het buiten te sloopen.

Den 17 April 1906 kwam ik weer in Woudrichem. Vanuit Gorinchem had ik eerst Giessen en daarna Rijswijk bezocht; van Woudrichem voer ik naar Gorinchem (hotel van Andel) terug. Op het Raadhuis werd ik ontvangen door de wethouders, den secretaris en den ontvanger; de burgemeester was afwezig; hij was den 13den de gemeente uitgegaan; men wist niet waar hij was.

Ik verleende audientie aan notaris Kalkman en aan den postdirecteur Kole; beide kwamen slechts hunne opwachting maken. Kalkman, die het verloopen notarieele kantoor gekregen had, scheen zeer tevreden over den vooruitgang zijner clientele; in 1905 had hij tachtig acten gemaakt. Doordat zijne vrouw (juffr v.d. Beek) uit dit gedeelte van Noordbrabant vandaan kwam, had hij nog al makkelijk relaties gekregen; daardoor ging zijn kantoor zoo snel vooruit.

Eindelooze klachten over den burgemeester; vooral van wethouder Maas, deze releveerde eene klacht van een onderwijzeresje, juffrouw Posthumus, dat acht dagen verlof vroeg en zich op hare eigen kosten wilde laten vervangen; hoewel B. en W. gunstig op het adres beslisten, schreef de burgemeester een briefje, om te zeggen dat het verlof niet werd toegestaan. De burgemeester huurde sinds kort eene woning te Oudendijk; ééne kamer!

Woudrichem, Zalmaanvoer in Woudrichem (Salha, wou02549)Zalmaanvoer in Woudrichem (foto: collectie Salha)

Dr v. Geytenbeek en Dr van Torenbergen hebben Woudrichem verlaten en zich elders gevestigd. In hunne plaats vestigde zich in Woudrichem Dr Giesbers, een jong bekwaam geneesheer. In plaats van het vischwater, dat door de afdamming van de Maas te Andel bedorven werd, kreeg de gemeente ander vischwater boven de brug te Heusden; daarvoor betaalt ze een dubbel recht aan den staat, nl f. 10 als recognitie, voor het oude recht van zegenwerp in de Maas, voor het visschen op zalm, elft en steur; en f. 400,- voor de andere visch. De gemeente laat daar nu visschen; aan haar betaalt men nu 6% van alle gevangen elft, steur, en zalm; en 10% van alle andere visch. In heel Woudrichem zullen 300 à 400 visschers wonen.

Den 30 Maart 1910 kwam ik weer in Woudrichem; ik was vanuit Gorinchem tevoren in de Werken en Werkendam geweest; vanuit Woudrichem keerde ik naar Gorinchem terug. De Pastoor kwam op audientie; hij is daar thans 7½ jr en denkt er nog 2½ jr te moeten blijven vóór hij verplaatst wordt. Hij heeft eene parochie van Werkendam tot Wijk; naaste Roomsche kerk is Dussen; hij heeft in het geheel 80 communicanten; in Woudrichem zijn in het geheel twee Roomsche huishoudens.

De parochie te Woudrichem wordt beschouwd als een soort van missie; omdat het zoo’n treurig bestaan voor een pastoor is, wordt er een kapellaan heen gezonden, 10 jaren vóórdat hij aan de beurt is om pastoor te worden; zoo was hij ook 10 jr vóór zijn tijd benoemd; over 2½ jr kwam zijn jr aan de beurt om pastoor te worden; dan hoopte hij ook voor een betere plaats in aanmerking te komen.

Burgemeester woont nog niet in Woudrichem; over 6 weken trouwt zijn zoon; die neemt dan de boerderij in Hardinxveld over, en dan zal het burgemeestersgezin overhuizen naar Woudrichem. Eene woning heeft hij nog niet gehuurd. Hij is in onderhandeling met Naayen, uit Andel, eigenaar van ‘het Kraaiveld”; tot een vast accoord kwam het nog niet. Na het overlijden van Hanedoes kocht Naayen het Kraaiveld; hij liet het hout vallen, behalve de oprijlaan, en exploiteert (verhuurt) thans de landerijen.

Notaris Van der Colff is overleden; erfgenaam is een zekere Mijnheer Peereboom; men hoopt, dat deze zich in het nog altijd ledig staande mooie huis van den Heer Van der Colff zal komen vestigen. Er worden haast geen woningen gebouwd in Woudrichem, omdat de bouwverordening ze te duur maakt, en daardoor onverhuurbaar; eene woning kost thans f. 400 à f. 500 meer dan vóór de woningwet.

Woudrichem, Gezicht vanaf de Merwede op Woudrichem. Rechts van het midden de Gevangenpoort , 1892 (Salha, wou01102)Gezicht vanaf de Merwede op Woudrichem. Rechts van het midden de Gevangenpoort, 1892 (foto: collectie Salha)

Het gaat den visschers slecht; eindelooze klachten over slechte opbrengst der visscherij. De visch schijnt bepaald het Maaswater te willen; er wordt thans op de Merwede en de Waal 75% minder zalm, steur, elft en houting gevangen, dan vóór de opening van den Maasmond; de visch zwemt thans de Bergsche Maas op.

De gemeente werd door het Rijk wel schadeloos gesteld voor verlies van vischwater ten gevolge der sluiting van de Maas te Andel; maar het vischwater dat gemeente toen kreeg ligt te Heusden en is niet veel waard, doordat daarvóór tien groote visscherijen liggen, allen door den Staat verpacht; de meeste visch wordt gevangen, vóór die te Heusden komt. Het vroon = 6% van opbrengst zalm enz. bracht in 1904 aan gemeente nog f. 2.600 op, en in 1909 slechts f. 245! De bevolking gaat onder een en ander diep gebukt, en verkeert onder uiterst moeielijke omstandigheden.

Men hoopt, dat de Regeering de reddende hand uit zal steken, en aan Woudrichem een ander vischwater zal geven. Men hoopte en vertrouwde, dat Minister Kalkman hen zou willen helpen.

Ten gevolge van de Raadsverkiezingen, noodig geworden door het bedanken van de wethouders Schaap en Kole is de Raad “om”, en bestaat dat lichaam thans uit 4 antirevolutionairen en 3 liberalen; de laatst gekozen antirevolutionairen hadden 115-130 stemmen; hunne liberale tegencandidaten 50-65. Verhagen krijgt thans eene volgzame meerderheid in den Raad; hoe zal het nu in het vervolg in Woudrichem gaan??

Een oud stadje, als Woudrichem is, kan wel een mooi oud archief hebben; het is niet geordend; niet geïnventariseerd; aan burgemeester verzorging van een en ander sterk op het hart gebonden. Hij zal zijn best doen!

Den 11 Augustus 1915 bezocht ik vanuit Den Bosch per auto de gemeente Woudrichem; tevoren was ik in Sleeuwijk geweest. Burgemeester Verhagen was minder brutaal en onhebbelijk in zijn optreden als gewoonlijk. Hij woont thans in de gemeente; hij kocht het oude postkantoor. De meerderheid in den Raad is hij weer kwijt: Van Wendel de Joode (weth.), Verhagen en Ottevanger zijn antirevolutionair; Van de Wiel, Baks en Dalm zijn liberaal, terwijl de wethouder Wierckx neutraal is, en dus naar believen de balans naar rechts of naar links kan doen overslaan.

In 1914 en ook dit jaar ging het den visschers niet erg voordeelig; in 1913 kreeg gemeente f. 1.350 vroon; in 1914 f. 500 en in 1915 f. 1.100. Wethouder Wierckx is hoofdman van het visschersgilde; hij doet, ten belange van die menschen, blijkbaar het mogelijke.

Tijdens de mobilisatie bedraagt de bezetting ± 200 man; bovendien 125 pontonniers in een schip voor de wal. Door die bezetting lijdt ook thans nog het onderwijs groote schade; eenige schoollokalen zijn in gebruik genomen; herhalingsonderwijs kan niet gegeven worden.

Woudrichem, Molen en toren gezien vanaf Schapendam in westelijke richting, ca. 1920 (Salha, wou00456)Molen en toren gezien vanaf Schapendam in westelijke richting, ca. 1920 (foto: collectie Salha)

Den 16 Augustus 1919 bezocht ik per auto vanuit Waalwijk de gemeenten Werkendam, Woudrichem en Drongelen. De evenredige vertegenwoordiging bracht ook hier eene geheel andere samenstelling van den gemeenteraad; drie leden werden uitgeworpen. De raad bestaat thans uit 2 neutralen, 2 liberalen, 1 vrijzinnig democraat, 1 S.D.A.P. en 1 antirevolutionair. Er is thans geen woninggebrek meer; sinds de demobilisatie zijn vele woningen vrij gekomen, waarin de gemobiliseerden hunne familie gehuisvest hadden.

De visscherij geeft opperslechte resultaten; velen vinden daarin geen bestaan meer, en gaan elders in fabrieken werken; vooral in Zwijndrecht; ook daardoor kwamen vele woningen ledig. Oud archief is van geen grooten omvang. Cleerdin is korts in Woudrichem geweest; er kan veel archief opgeruimd worden (V.V.V.)

Tijdens de mobilisatie heeft het Rijk zeker f. 6.000,- uitgegeven voor drinkwatervoorziening; er is thans eene pompinrichting, waarin het water wel driemaal gefiltreerd wordt; het is nu van uitstekende hoedanigheid en altijd in voldoende hoeveelheid aanwezig. Salaris veldwachter is f. 700,- + vrij wonen; hij had bovendien nog f. 120 voor hulp bij de distributie, welke belooning thans vervalt; sterk op verbetering van zijne geldelijke positie aangedrongen.

De inkomsten van de visschers zijn moeielijk te bepalen; zij visschen op aandeel. De armoede in Woudrichem is niet groot, doordat er nogal menschen voor goed vertrokken zijn. De fondsen voor de diaconie zijn niet groot, de menschen krijgen hoogstens f. 2,- in de week. Voor de werkeloozen werd een steuncomité opgericht, waaraan gemeente tweemaal f. 1.000 gaf; het geld wordt niet uitgedeeld, maar moet door arbeid verdiend worden; per dag werd niet meer dan f. 1,50 gegeven; de armen hadden dus groot belang zoo spoedig mogelijk beter betaalden arbeid te zoeken.

De menschen werden opgeruid door S.D.A.P.ers; ze hebben recht op een menswaardig bestaan, of per jaar op minstens f. 3.000! Toen de S.D.A.P.ers gelegenheid kregen om practisch hulp te bieden door lid van het Steun Comité te worden, waren de Heeren niet tehuis. Het vroon bracht in 1919 op f. 661; in 1918 f. 2.259; in 1917 f. 2.691. Voor het vischwater vanaf de brug te Heusden tot Keizersveer moet f. 1.700 pacht betaald worden door de corporatie; deze ontving tot nu toe ± f. 100 = 16% van de opbrengst van de gevangen visch.

Woudrichem, Vissershaven aan de oostkant van Woudrichem, ca. 1910 (Salha, wou02510)Vissershaven aan de oostkant van Woudrichem, ca. 1910 (foto: collectie Salha)

Men vischt tegenwoordig met den klep zalmzegen; zoo’n inrichting (een hooge galg in een drijvende pont) met B. en W. gaan bekijken; ook deze visscherij levert den laatsten tijd niets op; ze is zeer kostbaar, omdat er een stoombootje bij gebruikt moet worden. Op de Bergsche Maas heeft de corporatie de eerste vijf perceelen; op de oude Maas heeft de corporatie de visscherij te Heusden; onder haar vischwater liggen wel tien perceelen vischwater van anderen; daar wordt veel visch gevangen, die dus het vischwater van de corporatie te Heusden niet bereikt.

De locaalspoorwegplannen voor het Land van Heusden en Altena zijn voor de gemeente Woudrichem niet van overwegend belang.

Den 6den Augustus 1923 bezocht ik Woudrichem en Rijswijk. Ik werd ontvangen door den burgemeester en den wethouder Spoor; de andere wethouder, Van de Wiel, is arbeider (bedrijfsleider?) en werkte in den Biesbosch. De nieuwe Raad zal bestaan uit 3 liberalen, 1 socialist en 1 antirevolutionair 2 Christ. Historischen. De socialist zit op de wip; waarschijnlijk wordt hij wethouder en met zijn hulp  een van de Christ. Historischen. De beide tegenwoordige wethouders zullen dan uitvallen.

De socialist heet Vivee; Christ. Historisch zijn Holster, Wierckx; antirevolutionair is Van Wendel de Joode; terwijl Spoor en Schaap liberaal zijn en v.d. Wiel vrijzinnig democraat. Secretaris Kingmans kreeg eervol ontslag; in zijn plaats moet een jongen uit Woudrichem – leerling van v. Eggelen – secretaris worden. Hij is nog te jong; de burgemeester is daarom waarnemend secretaris. Ernstig geraden, den jongenman niet te benoemen, voordat hij gediplomeerd is.

De warenkeuringsdienst werkt nuttig, vooral voor de melk. Electriciteitsbedrijf werkt met verlies; in 1922 f. 2.000. De berekeningen van de PNEM komen niet uit; het gemiddeld verbruik per lichtpunt te hoog geschat. Bovendien betalen de visschers slecht; zij moesten wekelijks betalen dan zou het geld beter binnen komen; maar dat kan de PNEM niet laten doen; dan wordt de administratie te omslachtig. 400 lichtpunten, en toch een te kort; 50 cnt licht en 25 cnt kracht.

Het vroon brengt aan gemeente weinig op; de visscherij gaat slecht. Aan vroon wordt betaald 6% van de opbrengst van steur, elft en zalm, en 2½% van de opbrengst van de overige visch, die gevangen wordt op de Merwede en op de Oude Maas.

De Commissie voor de monumenten legde een nieuw dak op de kerk; de synode betaalde daar aan een klein beetje. Met de restauratie van den toren moet nog begonnen worden. Twee autobusdiensten hieven de gemeente uit haar isolement op.

In 1922 werd eene Boerenleenbank opgericht. Ten behoeve van de visschers zullen door Finantien een pr ophaalkribben worden gebouwd, zoodat men dan van den kant af de netten kan ophalen. Men heeft daarvan bijzonder groote verwachting.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (3)

Marij v. Diggelen zei op 21 september 2009 om 13:04 uur

baron van Voorst tot Voorst ligt begraven in het dorp Reek.
Hij was commissaris van de koningin van Noord-Brabant. Hoe komt hij in Reek terecht? Ook zijn vrouw barones van Scherpeneel tot Scherpenzeel.ligt daar begraven.????

Mariƫt Bruggeman bhic zei op 24 september 2009 om 12:18 uur

Beste Marij,
Baron A.E.J. van Voorst tot Voorst (de Commissaris van de Koningin waarvan we de werkbezoeken als scans op onze website hebben staan) is overleden in 's-Hertogenbosch en begraven in het familiegraf in Vught. Zijn vrouw heette C. Thijssen. Heb je het dan toevallig over een andere baron Van Voorst tot Voorst, misschien ?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: