i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Wouw
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Wouw

vertelde op 2 april 2009 om 14:22 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Wouw te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Wouw

Den 2den Mei 1896 bezocht ik de gemeente Wouw. Ik kwam per rijtuig uit Roosendaal. Van Wouw valt niets bijzonders te zeggen; het is eene vrij welvarende landelijke gemeente. De geestelijkheid kwam op audientie; daarna een lid van den Raad. Secretaris Juten is een stroopop, iemand, die het waarneemt, totdat een volontair ter secretarie Goossen (een jongen uit Wouw) 23 jaar is. Wouw heeft een mooi marktplein; tegenover het Raadhuis wordt het ontsierd door een gat, om water te hebben als er eens brand komt.

Er is te Wouw eene oude kerk, waarin beroemde houten beelden, afkomstig van de abdij van St. Bernard gemeente Schelle, provincie Antwerpen. In de dagen der beeldenstorm zijn die beelden door de boeren op karren geladen en in boerenschuren verborgen. Zoo kwamen de kanunnikkenbanken en de beelden voor de biechtstoelen (waaronder vooral merkwaardig is een lezende monnik voor de biechtstoel van den pastoor) te Wouw terecht. Het orgel uit diezelfde abdij staat in de kerk te Oud-Gastel, de preekstoel is te Antwerpen. De pastoor restaureerde het priesterkoor, en gaf daarvoor een halven ton uit; de heele kerk te restaureeren, zou volgens Cuijpers nog f. 50.000 kosten.

De verbindingsweg van Wouw met Huybergen is verhard tot de Wouwsche plantage; de tegenwoordige eigenaar van die bezitting, Emsens een heer uit Brussel, wil den weg verleggen om zijn goed heen, en wil dan in de kosten der verharding wel wat bijdragen. De burgemeester van Wouw (commissaris van de tram Tholensch veer-Antwerpen) had mij een extra tram aangeboden; ik bedankte. De harmonie kwam eene serenade brengen. Ik kwam om half tien te Wouw aan, en reed omstreeks twaalf uur naar Bergen op Zoom, waar ik in een hotel ontbeet, om daarna naar Halsteren te rijden. De administratie van den ontvanger te Wouw was vrij goed in orde; omtrent die van den secretaris waren enkele kleine opmerkingen te maken.

Den 29 augustus 1900 kwam ik weder te Wouw; men is, onder leiding van Cuypers bezig met de verdere restauratie van de kerk; met B. en W. ging ik even daarnaar kijken, vooral ook om de mooie beelden, met name den monnik voor de biechtstoel van den pastoor nog eens terug te zien. Men is zeer tevreden over den secretaris Goosen; hij is sinds 3 jaar secretaris; hij kreeg zijne opleiding van den voormaligen secretaris van Wouw, den Heer Van Son, thans 1ste. ambtenaar ter secretarie van Breda. Hij is ongehuwd en woont bij zijne moeder, die een herberg heeft.

De leden van den Raad zijn slecht over de gemeente verdeeld; 1 woont te Heerle, 1 op de Vijfhoek, 1 op de Wouwsche hil en 8 te Wouw. Van de 8 leden, die thans te Wouw wonen, woonden er 2 vroeger respectievelijk te Spellestraat en te Moerstraten; zij deden hunne zaken aan kant en gingen rentenieren te Wouw; zij legden hun mandaat als raadslid helaas niet neer.

Wouw, Cornelis Daverveldt (1868-1911), burgemeester van Wouw 1900-1911, 1900 (WBA, G10117)Cornelis Daverveldt, burgemeester van Wouw 1900-1911 (foto: West-Brabants Archief/ collectie gemeentearchief Roosendaal)

De nieuwe burgemeester, Daverveldt, woont te Heerle; hij maakt bij nadere kennismaking een gunstigen indruk; zeer wijselijk bedankte hij voor het aanbod, om lid van den gemeenteraad te worden. De wethouder Luijckx is de schoonvader van Testers te Halsteren; Luijckx lijkt mij een groote schreeuwer en een lastige vent; hij moet zeer rijk zijn; men schat hem op een half millioen! Zeer verkeerd wonen de drie veldwachters van Wouw, alle drie te Wouw; zij moeten om de beurten nachtdienst doen, wat ook al af te keuren is.

Men voelt te Wouw blijkbaar heel weinig voor een harden weg naar Huybergen; het raadslid Raaymakers had met 7 tegen 4 stemmen een raadsbesluit weten door te drijven, om daarvoor 75% aan de Provinciale Staten te vragen; moest dat besluit nu nog genomen worden, dan zou het volgens den burgemeester vermoedelijk niet meer genomen worden. De burgemeester vreesde zelfs, dat de Raad ongenegen zou zijn om de kosten te voteeren, om een behoorlijk plan op te laten maken. Onder Huybergen liggen aan dien weg een twaalftal boerderijen en veel bouwland, volgens Van Agtmaal het beste land uit de gemeente; onder Wouw liggen langs dien weg voornamelijk bosschen, allen eigendom van den Heer Emsens.

B. en W. zaten in de war met het ruimen der watergangen langs de wegen; vroeger deden de boeren dat; zij behielden dan het uitkomende, en maakten daar mest van. Thans wilden de boeren dat niet meer doen; zoude de gemeente het nu doen, dan had men wel 4 vaste arbeiders noodig. Ik gaf het denkbeeld aan, om te trachten deswege een straatbelasting te heffen, omdat de wegen niet te onderhouden zijn, als de sloten vol water blijven staan doordat ze niet geveegd worden.

Op mijne audientie verschenen de pastoors van Wouw en van Heerle; zij kwamen bedanken voor de benoeming van v. Daverveldt tot burgemeester van Wouw; daarna verscheen de Heer Raymakers, die het verharden van den weg Huybergen-Wouw bij mij kwam bepleiten en daarna vroeg, of hij misschien ook de reden mocht weten, waarom ik hem niet had aanbevolen voor burgemeester van Wouw. Die reden zeide ik hem natuurlijk niet.

Den 21 April 1904 kwam ik weer te Wouw; vanuit Bergen op Zoom ging ik er per spoor heen; ik reed vervolgens naar Huybergen, en vandaar naar Hoogerheide, alwaar ik de tram nam naar Halsteren. Per tram keerde ik van Halsteren naar Bergen op Zoom terug. Audientie verleend aan pastoor en kapelaan van Wouw; en aan de beide geestelijken uit Heerle. Ze hadden niets bijzonders te vertellen.

Daarna aan den cand. nots. Goderie, die zich aanbeval, voor het geval dat er een notarieele standplaats te Halsteren mocht worden opgericht, om daar te worden benoemd; hij was 12 jr cand. nots.; was geëngageerd met eene juffrouw uit Wouw (juffrouw Diericks?) die hem zeker f. 30.000 kapitaal aanbracht; daardoor kon hij in Halsteren rustig de praktijk afwachten, zonder aan de naburige notarissen eene unfaire concurrentie aan te doen. Ik heb hem geraden om zijne belangen bij den Off. v. Just. te Breda te gaan bepleiten.

Wouw, Markt, het oude gemeentehuis uit ca. 1740 (Markt 1) en de Sint-Lambertuskerk, 1904 (WBA, K20638)Het oude gemeentehuis uit ca. 1740 (Markt 1) en de Sint-Lambertuskerk, 1904 (foto: West-Brabants Archief/ collectie voormalige gemeente Wouw, uitgever Nauta)

De restauratie van de kerk is nu afgeloopen; de pastoor is nu met een mooien kruisweg bezig. Ik ging de kerk nog eens zien, en werd daarbij door den pastoor met diens kapelaan rondgeleid. De bevolking van Wouw gaat langzaam vooruit; van dronkenschap, vechten enz. hoort men weinig; toch gaat de moraliteit niet vooruit: van de huwelijken zijn zeker 60% gedwongen huwelijken. Onwettige geboorten komen daarentegen bijna niet voor.

Bij periodieke raadsverkiezing wordt er weinig drukte gemaakt; dan loopt het gewoonlijk zonder stemming af; bij tusschentijdsche aanvullingsverkiezingen wordt de gemeente dikwijls op stelten gezet. In 1901 is Bondam begonnen het oud archief te inventariseeren; hij bleef in zijn arbeid steken; het archief is nog niet geordend.

B. en W. moeten er toe overgaan om van gemeentewege de waterleidingen te laten ruimen; er zijn thans zooveel weigerachtigen, dat het zóó niet langer kan. Van de gemeenteveldwachters woont er thans één te Heerle; ze moeten nog steeds alle drie om de beurt nachtdienst doen. Te Pindorp is geen liefdehuis; daar gaan de meisjes naar de openbare school. Een van de twee coöperatieve stoomzuivelfabrieken wordt verkocht en opgeheven wegens gebrek aan samenwerking. Wel jammer!

Den 12 juni 1908 kwam ik weer in Wouw. De oude pastoor Genet leeft nog en kwam ter audientie; hij vertelde mij, dat hij een gewoon wereldsch geestelijke uit het bisdom Breda was. De abdij van St. Bernard gemeente Schelle provincie Antwerpen voorzag indertijd gedeeltelijk in de zielzorg op een drietal plaatsen, nl. te Wouw, te Oud Gastel en geheel te Oudenbosch; aan de pastorie te Wouw was een wereldsch Heer pastoor en een witheer kapelaan; aan de pastorie te Oud Gastel was het juist omgekeerd.

Om aan dezen ongewenschte halfslachtigen toestand een einde te maken, werd door den bisschop van Breda in 1875 met de abdij te Schelle eene regeling getroffen, volgens welke de pastorie te Wouw geheel zou bezet worden door wereldsche Heeren uit het Bisdom Breda, terwijl de Pastorie te Oud Gastel geheel kwam in handen van de orde uit Schelle.

Eene soortgelijke toestand treft men nog te Roosendaal aan: daar is eene parochie met een Norbertijn als Pastoor en met gewone seculiere geestelijken als kapelaans. Overigens zijn de parochies in het Bisdom Breda bezet door seculiere geestelijken. Van Verdijk vernam ik later, dat de verhouding tusschen den pastoor te Wouw en dien te Heerle alles te wenschen schijnt over te laten; terwijl de Heeren hadden staan wachten om ter audientie te worden toegelaten, hadden ze elkaar genegeerd en den rug toegekeerd; ze hadden elkaar zelfs niet gegroet.

De Pastoor van Wouw prees den burgemeester, omdat deze op Tweeden Pinksterdag geen permissie had willen geven aan Roberti, om voorstellingen te geven met zijn paardenspel. Roberti had toen van den boterhandelaar Raymakers permissie gekregen, om zijn tent op te slaan op een hem behoorend stuk weiland; de voorstelling was dus wel doorgegaan, maar de burgemeester had toch gedaan wat hij kon om het te verhinderen.

Genoemde Raymakers kwam ook ter audientie en vroeg finantieelen steun van de provincie in de kosten van verharding van een weg naar Steenbergen; ik kon hem weinig hoop geven, dat de Staten aan dien weg geld zouden geven.

Secretaris Goosen is sinds een pr jaren gehuwd met een burgermeisje uit Wouw; hij woont nu op zijn eigen, en heeft niet meer te maken met de herbergzaak van zijne moeder. De leden van den Raad wonen thans beter dan vroeger over de gemeente verdeeld; daar wonen er vijf in het dorp (in de kom), en zes verder over de gemeente verspreid. Het oud archief is nóg niet geplaatst; de burgemeester zal er over schrijven aan Gedep. Stat.; in 1901 werd de rommel uit elkaar gehaald door Mr. Bondam; sinds deed hij er niets meer aan; de gemeente bouwde eene archiefkamer bij, om alles behoorlijk te kunnen bergen.

Wouw, Wouwse Plantage, steenbakkerij Wouwsche Plantage, gebouwd in 1869 door baron De Caters, in 1895 overgenomen door de familie Emsens, ca 1915 (WBA, K20310)Steenbakkerij Wouwsche Plantage, gebouwd in 1869 door baron De Caters, in 1895 overgenomen door de familie Emsens (foto: West-Brabants Archief/ collectie gemeentearchief Roosendaal, vervaardiger: Emrik & Binger, uitgever: Goosen)

Vele klachten over de kostbaarheid van het onderhoud van den weg Wouw-Huybergen; de karren van de steenfabriek te Pindorp van Emsens rijden alles kapot. Niettegenstaande er in Wouw voor een doctor eene zeer loonende praktijk is, betaalt de gemeente aan Dr. Van Aarsen jaarlijks f. 2.000. V. Aarsen is pas 43 jr oud, zoodat het vermoedelijk nog lang zoo zal blijven; B. en W. vonden het zeer onereus.

Niettegenstaande men zich veel moeite geeft om deelnemers te vinden voor het herhalingsonderwijs, was men daarmede tot nu toe niet gelukkig. Het wil er bij de menschen niet in.

Den 10 April 1912 kwam ik weer in Wouw. Vanuit hotel De Zwaan te Roosendaal was ik per auto eerst via Wouw en Steenbergen naar Nieuw Vossemeer gereden; daarna over Lepelstraat naar Halsteren; en vandaar over Bergen op Zoom naar Wouw; ik keerde vandaar weer naar Roosendaal terug. Ik verleende audientie aan de kapelaans van Wouw en Heerle; de beide pastoors waren ziek; aan den gemeentesecretaris Goosen, die mij kwam bedanken, dat ik hem in 1911 op mijne aanbevelingslijst geplaatst had voor burgemeester van Wouw; hij had dat van een kamerlid gehoord!

Van de raadsleden wonen er 5 in Wouw, onder wie de wethouder Luyckx; twee in Heerle, onder wie de wethouder Dekkers; 1 op de Hil; 1 op Oostlaar; 1 op Westlaar en 1 op Moerstraten. Industrie is er in de gemeente weinig; eene steenfabriek van Emsens, en eene dito van Hennekam; verder niet. Het gaat den boeren buitengewoon goed; vooral door de groote stoomzuivelfabrieken maken ze goede zaken.

Algemeen worden thans in de gemeente suikerbieten gebouwd; vooral door veel kunstmest moet de groei gedwongen worden; soms bieten op eenzelfde veld, drie jaren achter elkaar; maar dan put men den grond toch wel erg uit. Het kost echter groote moeite, om de harde wegen te bereiken met de geladen bietenkarren; als er maar meer harde wegen waren, zou de bietencultuur zich nog aanmerkelijk uitbreiden.

Er is geen oud archief in Wouw. Behalve de burgerlijke-standregisters dateert alles van na 1853. Al het oude archief is in Den Bosch; dat is alleen maar het oud-rechterlijk archief. Eén veldwachter te Heerle; twee in Wouw; van deze laatste doet één geregeld dienst in Plantage. Verder een nachtwaker in Wouw en een te Heerle. Wethouder Luyckx is 40 jaren wethouder.

Door pastoor Zuidgeest te Noordwijk (?) werd eene vacantiekolonie gevestigd te Heerle; daartoe werd een groot huis aangekocht van de familie Daverveldt; het wordt ingericht voor verpleging van 40 kinderen en bediend door zes zusters uit Breda. Mocht de vacantiekolonie niet voldoende opnemen, dan kan men er altijd nog een oud-mannenhuis van maken.

Den 17 Augustus 1917 kwam ik weer in Wouw; tevoren was ik in Nieuw Vossemeer geweest. Met genoegen maakte ik kennis met de twee nieuwe wethouders, de Heeren Dekkers en Raaymakers. Vooral Dekkers, die mij een uitgeslapen boer lijkt. Wouw getroost zich groote uitgaven voor goede verkeerswegen; de nieuwe weg Roskam-grens Roosendaal kwam gereed; de weg Steenbergen-Wouw (Hazelaar) is nagenoeg gereed; voor ± 200 M1 konden de benoodigde keien nog niet worden aangevoerd.

Cuypers maakte een mooi plan voor een nieuw Raadhuis; het krijgt geen verdieping, omdat daar door het gezicht op de beroemde Wouwsche kerk zou lijden. De tijdsomstandigheden zijn oorzaak, dat men nog niet tot den bouw overging: uitstel, geen afstel. De Rijksweg wordt door het Rijk goed onderhouden; er is voor de gemeente geen reden, om de traverse door Wouw van het Rijk in beheer en onderhoud over te nemen.

B. en W. op het hart gebonden, om zich toch wat te interesseeren voor de toekomst van de Wouwsche jeugd, er wordt geen herhalingsonderwijs gegeven; geen teekenonderwijs, alles, omdat er geen belangstelling voor is. B. en W. kunnen toch wel wat doen om die belangstelling wat op te wekken.

Er is gebrek aan woningen; geen eigenlijke woningnood; na de oorlog, als de Belgen teruggaan, komen er weer vele woningen vrij. De arbeidende klasse vindt geen voldoende werk in de gemeente; velen moeten in Roosendaal of in Bergen op Zoom hun brood gaan verdienen. Er wordt geen armoede geleden. De komende winter baart geen groote zorgen. De vooruitzichten voor den landbouwer zijn redelijk; er moet te veel tegen vaste prijzen aan de Regeering worden afgegeven. De aanvoer van kunstmest was onvoldoende.

Wouw, Bergsebaan de Coöperatieve Wouwsche Melkinrichting (later Coöperatieve Zuivelfabriek Wouw), 1920 (WBA, k21375)De Coöperatieve Wouwsche Melkinrichting (later Coöperatieve Zuivelfabriek Wouw), 1920 (foto: West-Brabants Archief/ collectie voormalige gemeente Wouw)

Er is in Wouw een groote veestapel; veel stamboekvee; de prijzen zijn treurig. De paardenfokkerij is niet wat zij wezen kan; er worden vrij veel volentjes geboren. Maar de menschen zijn niet voldoende op de hoogte, en besteden niet voldoende zorg. De coöperatieve stoomzuivelfabriek – Voorzitter is wethouder Dekkers – verwerkt al naar gelang den tijd van het jaar van 16.000 tot 23.000 Liter melk! Er wordt veel bietenbouw gedreven; eene gemiddelde productie is 25.000 K.G. per Hectare. Heel Wouw is zandgrond; klei vindt men er heelemaal niet.

Er zijn 3 buizenfabrieken en 1 steenfabriek; allen werken druk, vooral de draineerbuizen gaan goed. De Jamfabriek uit Princenhage begon dezer dagen eene vrij groote groentendrogerij. Er wordt veel vee gesmokkeld, door rijk en arm; er wordt daarmede veel geld verdiend. Aan inkwartieringsgelden wordt maandelijks f. 4.000,- uitbetaald; een welkome bijslag op het inkomen van vele burgerhuishoudens. Er zijn nog een 50 Belgische vluchtelingen; aanvankelijk waren er wel 10.000.

Den 7 Juni 1921 bezocht ik vanuit Roosendaal de gemeenten Wouw en Putte. De laatste Raadsverkiezing bracht 4 nieuwe Raadsleden; groote verandering, evenwel geen verbetering. De oppositie in den Raad is thans vrijwel gedaan; bij eene volgende Raadsverkiezing zullen de arbeiders hun uiterste best doen om de meerderheid te halen, en zoo hun eischen te kunnen doorzetten.

Aan de groote waterleiding in Westbrabant doet Wouw niet mede; het water in Wouw is ijzerhoudend; overigens vrij goed. In Wouw werden twee nortonpijpen geslagen; in Heerle een; 57 M. diep. De electrificatie komt dit jaar in orde; in Wouw komt een ondergrondsch net; de verlegging van de telefoon zou f. 8.000 kosten! Het net te Heerle komt bovengronds. De geheele distributiekosten zijn direct betaald uit de gewone inkomsten. Desniettegenstaande steeg de hoofd. omslag in 1921 tot f. 63.000; en in 1922 zal er nog weer wat bij moeten.

Ten gevolge van het mond- en klauwzeer moest in 1920 ruim de helft van het stamboekvee opgeruimd worden; eene ontzettende schade voor de eigenaren. De varkensfokkerij neemt sterk toe; daar schijnt veel geld aan verdiend te worden. Aan de landbouwwinterschool te Roosendaal haalden dit jaar 5 jongens uit Wouw hun diploma; nog 6 jongens volgen thans de lessen.

Het schijnt, dat tengevolge van de ontvolking van Frankrijk, daar vele gronden ongecultiveerd blijven liggen. Zoo gingen zes gezinnen naar Tours, alwaar zij boerenhofsteden huurden; ze wonen daar 1½ uur uit elkaar, en hebben natuurlijk met de taal veel last. Voor goede boeren zouden daar zeer gemakkelijk nog verscheiden boerderijen te krijgen zijn. Er is in Wouw geen bepaalde woningnood; voor woningbouw met Rijkspremie meldden zich vier personen aan.

Het bijzonder onderwijs wordt indirect gesteund: voor kleeding en voeding van kinderen krijgt het Kerkbestuur te Heerle f. 450; dat te Wouw f. 350 en bovendien f. 250 voor eene bibliotheek.

Wouw, Markt. Rechts Markt 1, het oude gemeentehuis. in 1922-1923 verbouwd naar een ontwerp van architect Cuypers) en de Sint-Lambertuskerk, 1942 (WBA, K20643)Het oude gemeentehuis, in 1922-1923 verbouwd naar een ontwerp van architect Cuypers, en de Sint-Lambertuskerk (foto: West-Brabants Archief/ collectie voormalige gemeente Wouw, uitgever: Nauta)

Het Raadhuis is erkend als een monument van geschiedenis en kunst; het zal met rijkssubsidie gerestaureerd worden. Kosten van restauratie ± f. 18.500. Ook de twee monumentale pompen op het marktplein voor het Raadhuis zijn als dusdanige monumenten erkend. Het groote plein vóór het Raadhuis zal opnieuw worden beplant met lindenboomen; het Staatsboschbeheer maakte daarvoor de plannen gereed.

De motorspuit kostte f. 3.500; zij voldoet uitstekend; voor de bediening zijn 5 menschen noodig: 1 bij den motor, 2 pijpvoerders, en 2 om voor de aankoppelingen te zorgen en de slangen na te kijken.

Er worden nogal suikerbieten geteeld; per H.A. brengen die gemiddeld 25.000 K.G. op. Als de prijs van de bieten minder dan f. 20,- is, is de verbouw niet meer loonend; immers, de kosten zijn als volgt:

 zaad 17½ K.G.  f. 17,50
 wieden   f. 87,50
 rooien  f. 45,00
 kunstmest  f. 250,00
 pacht land  f. 75,00
 schuimaarde  f. 12,50
 te samen   f. 487,50

 

Den 2den. Juni 1925 kwam ik weer in Wouw; later op den dag ging ik nog naar Putte. Het Raadhuis is verbouwd volgens de plannen van Cuypers; het ziet er buitengewoon goed uit. De indeeling van de lokaliteiten is door den gemeente-secretaris aan de hand gedaan; met de eischen van den dienst is ten volle rekening gehouden. Het mooie marktveld met zijn twee merkwaardige oude pompen is geëgaliseerd en op nieuw aangelegd met bloemperken, gazons en lindeboomen; ook hier heeft men het mogelijke gedaan om aan schoonheidseischen te voldoen, en is daarin voortreffelijk geslaagd.

Wouw, schilderij van Wilhelmus J.F. Juten, afgebeeld in de ambtskleding van lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Juten was van 1921 tot 1927 burgemeester te Wouw, 1925 (WBA,Schilderij van Wilhelmus J.F. Juten, van 1921 tot 1927 burgemeester te Wouw (foto: West-Brabants Archief/ collectie voormalige gemeente Wouw)

Jammer dat burgemeester Juten, die dit alles tot stand bracht, daarvan hoogst waarschijnlijk zelf niet lang meer zal genieten: hij heeft eene beroerte gehad, spreekt dientengevolge moeielijk en erg onduidelijk, terwijl het loopen heel bezwaarlijk gaat. Het verstand bleef goed, maar het lichaam is een wrak van wat het was. Gelukkig is de secretaris uitstekend, en zal ik het met den burgemeester nog een tijdlang kunnen aanzien.

In den Raad zitten 6 boeren, 2 burgers en 3 arbeiders; hoewel de arbeiders soms onmogelijk te bevredigen eischen stellen, schijnen de onderlinge verhoudingen toch niet slecht te zijn. Vooral de 2 burgers schijnen aan den zuinigen kant te zijn; veel meer dan de boeren, die, vooral voor de wegen, groote uitgaven voteeren.

Nu het Raadhuis klaar is, stelt de gemeentesecretaris zich voor, tot de ordening en plaatsing van het oud archief over te gaan; daarvoor is op den zolder van het Raadhuis eene mooie archiefkamer gebouwd. Het oud archief is thans, in groote kisten verpakt, geborgen in een oud schoollocaal.

Voor den vleeschkeuringsdienst ressorteert Wouw onder Roosendaal; die dienst is niet in orde; het hoofd, de Heer Kortman, is niet berekend voor zijn taak. Er is ’s winters nogal wat werkeloosheid; de gemeente laat dan zooveel mogelijk werken. Het begint na de campagne der suikerfabrieken en duurt tot ongeveer half Mei. Den boeren gaat het goed; zij verdienen veel geld en hebben een uitstekend jaar. Prachtig stamboekvee. Veel varkens worden gefokt; veel dito gemest. Ook de paardenfokkerij is goed loonend. In de stoomzuivelfabriek wordt op het moment 29.000 Liter melk daags verwerkt. Voorzitter is nog wethouder Dekkers.

Veel bietenbouw; vooral het bietenloof heeft groote waarde; het wordt met zorg verzameld en ingekuild; geen blad gaat verloren; om den suiker is de voedingswaarde groot. Enkele jongens uit Wouw volgen de lessen aan de landbouwwinterschool in Roosendaal. Het electriciteitsbedrijf gaat goed; de vele kleine motoren geven een strop; het maximum valt nooit ’s avonds in den spertijd, maar steeds overdag, als vele motoren tegelijk werken.

Ter audientie verscheen Mevrouw Juten, eene dertigjarige schoone, moeder van 5 kinderen, waarvan de oudste 8 jaar is; zij is 25 jr jonger dan jaar man. Zij deed, alsof zij verwachtte, dat haar man nog geheel zou herstellen. Zij vond – althans dat beweerde zij – dat haar man nog steeds langzaam in beterschap toenam.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: