i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Zeelst
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Zeelst

vertelde op 2 april 2004 om 14:29 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Zeelst te melden :

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Zeelst

Bij mijn bezoek aan Oerle op 23 Augustus 1899 vernam ik van B. en W., met name van den wethouder De Bont, dat het in Zeelst allertreurigst toeging als er eene verkiezing was; die het meeste geld over had voor drank (jenever en bier wordt den kiezers geschonken) werd lid van den Raad; een zetel in den Raad kostte aan den gekozene minsten f. 150. Ook de tegencandidaat, de niet gekozene, gaf in den regel een dergelijk bedrag uit, om gekozen te worden. Twee partijen staan heftig tegenover elkander: de partij van den burgemeester eenerzijds, het lid van den Raad Bazelmans met diens aanhang anderzijds.

Den 26 Juli 1895 had ik de gemeente Zeelst bezocht. Den 1 October 1900 kwam ik weder in de gemeente. Ik deed toen in de eerste plaats onderzoek naar de oorzaak van den hevigen strijd tusschen de inwoners bij gelegenheid van raadsverkiezingen. B. en W. verklaarden dien strijd als volgt: In 1892 trad burgemeester Habraken als zoodanig af; diens schoonzoon, Jan Bazelmans, wilde toen burgemeester worden; hij werd echter niet benoemd. Het gaf groote ontstemming bij de partij van den oud-burgemeester, toen de wethouders Janssens tot burgemeester benoemd werd. Van toen af critiseerde Bazelmans met zijn aanhang alles, wat door het bestuur van Zeelst gedaan werd; dat gaf voortdurend wrijving.

H. Bazelmans , een broeder van Jan Bazelmans richtte eene boterfabriek op; hij had tevens een winkel; de boeren, die hem melk leverden, werden in zijn winkel met winkelwaren betaald; geld kregen ze bijna nooit, en wanneer ze om geld vroegen, dan deugde hunne melk niet en konden ze die weer mede naar huis nemen. Toen de burgemeester zag, dat de boeren zoo gevild werden, verleende hij steun bij het oprichten van eene coöperatieve roomboterfabriek; de boeren waren toen voor de afzet hunner melk niet meer afhankelijk van de fabriek van Bazelmans; ze wilden hem toen geen melk meer leveren; Bazelmans werkte nog eenigen tijd met groot verlies, en was ten slotte verplicht zijne fabriek te sluiten.

Toen in 1897 de periodieke raadsverkiezing was, besloot Bazelmans wraak te nemen; aan de beurt van aftreden waren de wethouder Donkers, en het raadslid Van der Heyden. Deze laatste was een vriend van Bazelmans. Bazelmans stelde zich candidaat tegenover Donkers; hij gaf zich enorm veel moeite; hij gaf schatten geld uit, volgens B. en W. tusschen de f. 500 en f. 600. Dat geld werd vooral besteed, door de kiezers drank te voeren; het was zoo erg, dat o.a. in de Heistraat de vrouwen dronken aan den weg lagen.

Het resultaat was, dat Bazelmans en Donkers beide met groote meerderheid gekozen werden; v.d. Heyden had bijna geen stemmen. Wethouder Donkers beweerde, dat hij bij dien stembusstrijd ±f. 5 betaald had aan een herbergier bij hem in de buurt, voor borrels, aan buurlui geschonken, en dat hij bij twee herbergiers in het dorp ook ±f. 5 betaald had. Bazelmans was later bij Donkers gekomen, en had gewild, dat Donkers 1/3 zou betalen in de verkiezingskosten; Donkers had daarin echter niet willen treden.

Bij de periodieke aftreding in 1899 is er weer druk gestemd, evenwel niet zoo erg als in 1897; de burgemeester en de wethouder Van Hulst waren aan de beurt van aftreding, en werden herkozen. Van Hulst erkende in 1899 aan verschillende kasteleins te samen ongeveer f. 30 betaald te hebben; de burgemeester gaf hem daarvan later f. 10 terug. Ik vroeg de Heeren, hoe zij het met hun zuiveringseed konden verantwoorden; zij beweerden toen, dat het geld – volgens de kasteleins – besteed was voor drank, getapt aan vrienden van de gekozenen, ná de verkiezing, om elkaar met den goeden afloop geluk te wenschen!! De drank, tijdens het stemmen geschonken, zou weer besteld en betaald zijn door de candidaten van de partij Bazelmans!

Van de leden van den raad wonen er 3 (onder wie de burgemeester) in de kom van het dorp; wethouder Donkers woont op Cobbeek; wethouder Van Hulst op Biezekuilen; verder woont er nog een lid (Boomen) te Heistraat, en een (Bijnen) op Jept.

Sigarenfabriek Senator van Mignot en de Block, 1949 (bron: RHCe)Sigarenfabriek Senator van Mignot en de Block, 1949 (bron: RHCe)

In 1899 werden 7 huwelijken voltrokken; in 1900 reeds 15, geen van deze allen was “moeten trouwen”. Een twintigtal meisjes uit Zeelst werkten vroeger te Eindhoven bij Philips en Co; zij waren daar vrijwel aan zich zelve overgelaten; haar deugd liep groot gevaar. De pastoor bemoeide er zich mede, met het gevolg, dat er thans nog slechts drie naar Eindhoven gaan.

De firma Mignot en De Block opende eene tabakstrooperij in Meereveldhoven; daar worden uitsluitend vrouwen te werk gesteld; eenige meisjes uit Zeelst (een zevental) gaan daar werken, en verdienen winter en zomer f. 0,65 daags. Ze komen ’s avonds samen terug; doordat er geen jongens bij zijn ziet de pastoor daar geen kwaad in.

Volgens B. en W. heeft de jacht van Zeelst alleen waarde voor den eigenaar van de jacht van Oerle, het is vooral snippenjacht, die echter in een pr uur afgejaagd is. Thans verpacht voor f. 37 aan den oud-notaris De Kuyper te Nijmegen. B. en W. schouwen zelve de waterleidingen; moeite met de onderhoudsplichtigen hebben ze in den regel niet.

Dr. Schroeder uit Eindhoven is belast met de armenpraktijk, de vaccinatie en den doodschouw; hij krijgt daarvoor f. 150. Vee, dat sterft of uit nood geslacht wordt, wordt op kosten van de gemeente gekeurd door den veearts Van Dommelen, uit Veldhoven; voor iedere keuring betaalt de gemeente hem f. 1,25.

Er zijn in Zeelst veel armen; de besturen hebben niet veel fondsen; het algemeen armbestuur kan jaarlijks niet meer dan f. 500 besteden. Een Roomsch armbestuur is er niet; de tijdelijke pastoor van Zeelst kan ’s jaars over ± f. 60 beschikken ten bate van de Roomsche armen. Op mijne audientie verscheen pastoor Mommersteeg die niets bijzonders te vertellen had; hij is een broer van het Statenlid uit Vlijmen; hij heeft moeite om buiten en boven de partijen te blijven in zijne gemeente.

De R.K. Willebrorduskerk met de openbare school, voor 1910 (uitgever: M. Merkelbach, bron: RHCe)De R.K. Willebrorduskerk met de openbare school, voor 1910 (uitgever: M. Merkelbach, bron: RHCe)

A. Kouwenberg klaagde, dat hij door B. en W. mishandeld werd bij het graven van een sloot, bij het maken van proces-verbaal over het laten weiden zijner schapen enz. Toen ik daarover later B. en W. interpelleerde, kwam het mij voor, dat de klacht geheel ongegrond was. Het hoofd der school Kuypers apprecieerde zeer de bewaarschool der zusters: de kinderen zijn meer bevattelijk om te leeren nu ze van de bewaarschool komen, dan vroeger, toen hij ze direct van huis op school kreeg.

Ze kunnen nu spreken, als hij ze krijgt; ze zijn aan de school gewend, en gevoelen zich daar niet, gelijke vroeger, als in eene gevangenis. Ook de properteit laat nu niet meer zooveel te wenschen over als vroeger; ze kwamen vroeger blootshoofds en zonder buis of jas naar school; hij meende, dat de bewaarschool dientengevolge voor de kinderen een leerjaar scheelde. De kinderen waren echter over het algemeen weinig bevattelijk. Ik beloofde hem bij een volgend bezoek aan Zeelst eens op zijn school te komen kijken.

Den 20 Mei 1904 kwam ik weer in Zeelst; denzelfden dag bezocht ik ook nog de gemeenten Stratum en Valkenswaard. De bevolking van Zeelst gaat vrij sterk achteruit; voor ± 30 jr had het 1.500 zielen, meest allen handwevers; thans 1.194. Toen de verdiensten van de handwevers verminderden, trokken zij naar de naburige fabrieksplaatsen; sommigen gingen daar wonen; anderen bleven in Zeelst wonen, maar gingen buiten de gemeente werken. Thans werken ± 60 mannen en 40 vrouwen buiten de gemeente; die geen vak verstaan gaan naar den steenoven te Blaarthem (De Vries en Co), of naar dien te Veldhoven (Van Nuenen). De wevers gaan naar Eindhoven; de sigarenmakers naar Gestel; de meisjes naar eene van de twee wasscherijen te Veldhoven of naar de tabaksstrooperij van Mignot aldaar.

Vóór ± 70 jaren hadden Strijp, Gestel, Zeelst en Veldhoven een kolossaal gemeenschappelijk grondbezit. Zij gingen tot verdeeling van dat gemeenschappelijk bezit; Veldhoven en Gestel bewaarden hun bezit en werden daardoor rijk; Zeelst en Strijp verkochten veel, en werden daardoor arm. Zeelst heeft nu nog een bezit van 293 H.A.; daarvan zal ± 40 H.A. slechte mast zijn; de rest is magere heide, te mager om aan eene ontginning daarvan te kunnen denken.

Er wonen geen Protestanten in Zeelst; de gemeente heeft eene algemeene begraafplaats, ergens in een dennenbosch in de Zeelster heide; er werd nog nooit gebruik van gemaakt. Het lijkenhuisje heeft veel van de straatjeugd te lijden.

Sigarenfabriek Duc George van Gebrs. Bazelmans, 1925 (bron: RHCe)Sigarenfabriek Duc George van Gebrs. Bazelmans, 1925 (bron: RHCe)

Over den veldwachter, die slechts een tractement heeft van f. 280, en die bovendien een pensioen van f. 40 heeft van de oude freule van Croy uit Stiphout, is men zeer tevreden. In de wintermaanden wordt er ’s nachts politiedienst gedaan door een bezoldigde nachtwacht, vergezeld van een ingezetene van Zeelst, daartoe krachtens eene gemeenteverordening bij beurten aangewezen (art 192 Gemt); die geen dienst wil doen, kan zich voor f. 0,40 laten vervangen.

Van herhalingsonderwijs wordt haast geen gebruik gemaakt. Schoolverzuim is er weinig; er behoefden deswege tot heden toe geen processen-verbaal te worden opgemaakt. Door het raadslid H. Bazelmans werd eene sigarenfabriek opgericht; omdat er in Zeelst geen bekwame sigarenmakers waren moest hij die van elders betrekken; op die manier kwam er allerlei tuig van volk in de gemeente, omdat fatsoenlijke sigarenmakers niet bij Bazelmans willen werken, vooral omdat hij gedwongen winkelnering heeft ingevoerd.

Vandaar, dat hij veel kinderen in zijn dienst heeft; alles wat zich presenteert neemt hij aan; hij betaalt slecht, soms niet meer dan f. 0,25 per week. Spottenderwijze zegt men, wanneer de werklieden uit de sigarenfabriek komen, dat de bewaarschool uitgaat! Men hoopt, dat wanneer er voldoende menschen in Zeelst zullen zijn, die sigaren kunnen maken, dat er zich daar dan een degelijke sigarenfabrikant eene fabriek zal bouwen.

Den 4 Maart 1907 kwam ik weer in Zeelst; vanuit Den Bosch ging ik eerst naar Gestel, toen naar Hulst en eindelijk naar Strijp, vanwaar ik naar Den Bosch terugkeerde. De vrede schijnt thans vrijwel in de gemeente teruggekeerd; sinds 1903 liep de raadsverkiezing met eenvoudige candidaatstelling af, zelfs toen er eene vacature ontstond; men vertrouwde, dat er ook in 1907 niet zou behoeven gestemd te worden.

Alle harde wegen, voor zooverre op het gebied van Zeelst gelegen, nl. de wegen naar Oerle, naar Strijp en naar Gestel zijn voor 12 jaren door de gemeente beplant; ± 1.500 boomen. Over 25 jaar hoopt men voor dat hout door elkaar f. 10 per boom te maken. Vooral de boomen op den weg naar Gestel, en die op de eerste helft van den weg naar Oerle groeien goed.

Er kwam wat meer industrie in Zeelst, nl. een sigarenfabriek van Haagman, en eene steenfabriek “de Koraal”. Deze laatste is eene naamlooze vennootschap met een kapitaal van f. 50.000; president commissaris is burgemeester Janssen.

Linnenfabriek en Bleekerij Van Nuenen (bron: RHCe)Linnenfabriek en Bleekerij Van Nuenen (bron: RHCe)

Het volk vindt nu vrij algemeen in de gemeente werk, behalve de meisjes, die naar de tabakskerverij gaan van de firma Mignot te Veldhoven, en naar de wasscherijen van v. Nunen te Veldhoven. Vooral deze laatste vrouwen worden voor haar arbeid slecht betaald, ± f. 0,60 per dag: zij hebben zwaren arbeid, en zijn vroeg versleten en lijden later veelal aan rheumatiek enz. De geest van de bevolking wordt wel minder, maar is toch nog vrij goed.

Er kwamen in den laatsten tijd te veel steenfabrieken; dat geeft op den duur misère; men wil zich nog niet in een trust vereenigen, maar hoopt toch wel op een convenant, dat men, door scherpe concurrentie, elkaar het bestaan niet onmogelijk zal maken.

De gemeente schreef aan v. Dissel te Utrecht, om hulp van het Staatsboschbeheer bij de ontginning in het groot van gemeenteheide; men had daarop nog geen antwoord gekregen. Pastoor Mommersteeg is overleden en vervangen door kapelaan Kluytmans uit Vught. Men laakte zeer de houding van pastoor Mommersteeg in zake den toren van de Roomsche kerk, waarvan hij de hooge spits had afgebroken, terwijl hij toen klokkenstoel enz. open en bloot had laten liggen; in de kosten van den bouw van dien toren had de gemeente voor ± 20 jaren f. 9.500,- bijgedragen. Pastoor Kluytmans was thans bezig geld in te zamelen, om dien toren weer in orde te maken.

Het lijkenhuisje op de algemeene begraafplaats in de Zeelster heide is juist weer opgebouwd en in orde gemaakt; het was hoog noodig, want het was door de jeugd bijna heelemaal afgebroken. Omtrent de uitvoering der bepalingen van het nieuwe reglement op de waterleidingen vroeg men inlichtingen; ik verwees de Heeren naar Gedep. Staten.

Den 8 Mei 1911 bezocht ik vanuit Eindhoven Strijp, Zeelst en Oerle. Er is nog spanning in de gemeente; de 45-jarige secretaris Kappers trouwde met een 19-jarige juffrouw Bazelmans, dochter van het Raadslid, - tegen den zin van den vader. Deze wilde toen niets meer te maken hebben met den secretaris, en bedankte als lid van den Raad. In zijn plaats werd er na veel strijd (met behulp van veel drank) een jonge Bazelmans tot Raadslid gekozen. Hij moet oom zeggen tegen het Raadslid dat ontslag nam. Dat jonge mensch vond het noodig mij zijne opwachting te komen maken; hij had natuurlijk niets te vertellen.

De 293 H.A. gemeentelijk bezit worden, voor zooverre ze daarvoor geschikt zijn, met behulp van het Staatsboschbeheer ontgonnen; ongeveer de helft zal in cultuur gebracht worden. Men is voor 2 jr begonnen en maakt jaarlijks 10 H.A. in orde. Burgemeester betwijfelt, of er veel van terecht zal komen, omdat er een leembank in de grond zit, en deze niet gebroken wordt. Toen ik daarover inlichtingen vroeg aan den opzichter Moorman, deelde hij mij mede, dat die leembank 3 Meter dik was en onmogelijk gebroken kon worden.

Door de manier, waarop de jonge dennen geplant worden, meende hij de bezwaren van de leembank te ontgaan; van de dennenplantjes wordt nl. de pinwortel gedeeltelijk afgesneden; hij verwacht, dat de wortels niet de diepte zullen ingaan, maar boven aan de oppervlakte zich zullen uitspreiden; dan doet de leembank natuurlijk geen kwaad.

Men is zeer dankbaar, dat de Regeering eene buitengewone subsidie zal geven voor schoolbouw. Men klaagt luide over den ellendigen toestand van de Rundgraaf en den Gender, waardoor aan de landerijen groote schade wordt berokkend. Dr Raymakers uit Helmond is gemeentedokter; hij verloor veel praktijk, doordat hij de zieken op Zondag niet wilde bezoeken; de menschen (nl de betalende patienten) liepen toen naar de doctoren in Eindhoven.

Industrie bloeit niet erg; de sigarenfabriek van Haagman ging teniet; de sigarenfabriek van Bazelmans werkt nóg met veel halve krachten; aan de linnenfabriek van Jan Habraken bestaat voor het personeel (15 arbeiders) gedwongen winkelnering. De gemiddelde verdienste van een handwever is f. 5 á f. 5,50, van een fabriekswever f. 7 á f. 8, van een sigarenmaker f. 6 en van een steenovengast f. 9 áf. 10. Mignot en de Blocq hebben eene tabaksstrooperij te Meereveldhoven; zij zijn daar begonnen meisjes op te leiden tot sigarenmakers; de stroopsters verdienen f. 3; de sigarenmaaksters f. 6; er werken 30 meisjes uit Strijp.

Steenfabriek De Koraal, 1905 (uitgever: B. van Gennip, bron: RHCe)Steenfabriek De Koraal, 1905 (uitgever: B. van Gennip, bron: RHCe)

Er gaan nog ± 30 meisjes werken op wasscherijen in Veldhoven en Meereveldhoven; zij moeten hard werken en worden slecht betaald; haar werk is bovendien zeer ongezond (rheumatiek). De steenindustrie gaat bijzonder goed; er wordt in Eindhoven veel gebouwd. Rondom Eindhoven worden jaarlijks 30 millioen steen gebakken, waarvan 8 millioen te Acht en 4½ millioen aan “de Coraal” te Zeelst. De steen van deze fabriek zou, volgens den burgemeester, een bijzondere goede naam hebben. De klinkers, welke van deze fabrieken komen, zijn ongeschikt voor de klinkerwegen; voor fietspaden zouden ze uitstekend voldoen; aldus de burgemeester-deskundige.

De iepenheesters langs de wegen groeien goed; ze werden gekocht bij Verbruggen te Opheusden tegen f. 0,40 het stuk. Men verwacht echter niet, dat ze zoo goed zullen worden als de Geldersche iepen; daarvoor is de grond te Zeelst te licht.

Den 26 Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Eindhoven de gemeenten Zeelst en Strijp. De industrie gaat goed; de sigarenfabrikanten maakten zeer goede zaken; de Steenfabriek de Koraal werkt druk; ook de linnenfabriek en wasscherij heeft geen klagen. Dientengevolge loopen de loonen der werknemers sterk naar boven; als de werkgevers geen hooge loonen betalen, dan loopen de werknemers naar Eindhoven, waar altijd handen te kort komen.

Ook hier komen woningen te kort. Bereids is men in overleg getreden met Inspecteur Schüngel over de oprichting van eene vereeniging voor woningbouw. Hoewel men het nog niet erg kan noemen, neemt het drankmisbruik gaandeweg weer toe. Er wordt veel getapt zonder vergunning. De geest van het werkvolk is goed. De sigarenmakers en steenfabriekarbeiders zijn lid van den Roomsch Katholieken Volksbond. De rest is niet georganiseerd. Lid van den Bestuurdersbond te Woensel is er geen een.

Bij Bazelmans is nog gedwongen winkelnering; evenwel niet zóó, dat er over geklaagd wordt. Coöperatieve winkels of bakkerijen zijn er niet. Sterk aangedrongen op de oprichting van eene volkshuishoudschool; 71 meisjes werken in Zeelst op de fabrieken, terwijl er nog 30 in Veldhoven gaan werken. Zij kennen niets van het huishouden, als ze gaan trouwen.

Geen eigen stoomzuivelfabriek; de melk moet deels naar de fabriek te Oerle, deels naar die te Strijp (die staat er nog niet; men is bezig met de oprichting). Met Staatsboschbeheer gecontracteerd over bebossching van 105 Hectaren; in 1918 is dat werk klaar; dan zal men een nieuw contract moeten aangaan voor verdere bebossching. Natuurweiden heeft men nog niet; men wil er wel gaan aanleggen, maar de kunstmest is thans zoo duur. Men heeft gronden, welke men er bijzonder geschikt voor acht.

De waterleidingen zijn goed in orde; langs de Dommel wordt echter waterschade geleden. De landwegen zijn ’s winters overal slecht; langs de meeste landwegen zijn fietspaden. Voor verbetering van den harden weg heeft men juist 12.000 keien aangekocht. Hard noodig, want de weg is slecht. De 1.500 iepen boomen langs den kunstweg groeien nog al goed; tegen dat ze gemiddeld f. 15 per stuk waard zijn, wil men ze verkoopen, om daardoor geld te vinden voor onderhoud van de kunstbaan. De beplanting is thans ± 20 jr oud; men meende, dat de boomen geen twintig jaar meer zouden staan.

Het Raadhuis is oud en versleten en kan niet lang meer mede. Burgemeester Ancion voelt zich hier blijkbaar niet zoo goed op zijn plaats als in de gemeente Oerle. De omstandigheid, dat hij in Oerle woont en daar gemeentesecretaris is, zal daarvan wel de oorzaak zijn.

Den 7den Augustus 1920 kwam ik weer in Zeelst. De laatste Raadsverkiezing bracht 5 nieuwe Raadsleden waaronder twee arbeiders; zonder strijd! De heeren werden bij candidaatstelling gekozen. Ook hier heerscht woningnood; er werd een bouwplan opgemaakt voor 12 arbeiders woningen; begrooting f. 72.000. De weg Gestel-Middelbeers is ellendig, niettegenstaande er nog pas f. 3.000 aan verwerkt werd; ik ontraadde, er thans nog veel aan ten koste te leggen; de vereeniging Veldhoven-Oerle-Zeelst moet eerst haar beslag hebben. Zou men thans aan dien weg groote kosten maken, dan versterkt men den tegenstand van Veldhoven tegen die vereeniging.

Sigarenfabriek St. Anthonius van Dassen en vd Meeren, 1931 (bron: RHCe)Sigarenfabriek St. Anthonius van Dassen en vd Meeren, 1931 (bron: RHCe)

Er is een brandspuit; gelukkig komt er nooit brand, want er is heel geen water; Zeelst ligt hoog. Er zijn weinig armen in gemeente; het burgerlijk armbestuur heeft f. 1.500,- inkomen, waarmede het zich kan redden. Drie sigarenfabrieken; gelukkig gaat die industrie weer beter; er zijn nog slechts 5 “uitgetrokken” sigarenmakers; de rest is weer aan het werk; de firma Dassen en v.d. Meeren is zelfs bezig de fabriek te vergrooten. Daar zullen ± 1.500.000 gewone sigaren nog onverkocht in Zeelst zitten; die gaan heel slecht weg; de markt vraagt tegenwoordig duurdere sigaren; de gewone werkman is met de ordinaire sigaren van vroeger niet meer tevreden.

Zeelst verbouwt aan de woning van den Secretaris f. 3.500; in Veldhoven hoorde ik daarop aanmerking maken in verband met de annexatie; in Zeelst deelde men mij nu mede, dat secretaris behalve de gewone huur 7% van dat geld moet betalen. Het laagspanningsnet voor de elektriciteit is bijna gereed; het werd aanbesteed voor f. 17.500. Tot nu toe hebben zich 35 personen voor aansluiting opgegeven.

Drankmisbruik vermindert: 2,87 L. per hoofd. Bijna iedereen is lid van den R.C. Volksbond; er zou in de gemeente geen enkele socialist zijn. De melk gaat gedeeltelijk naar de melkinrichting te Eindhoven en wordt daar zoet langs de huizen verkocht; de rest gaat naar de Coöperatieve Zuivelfabriek te Oerle. Deze fabriek is voor 6 jr gebouwd voor f. 59.000; sinds werd er ± f. 20.000 op afgeschreven.

Wethouder van den Oetelaar is een boer, bestuurslid van de fabriek te Oerle; ik hoorde ’s mans geluid niet. Wethouder Bazelmans is sigarenfabrikant; hij drijft zijn zaak met “zijn jongens”; met hem was goed te praten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: