i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Zevenbergen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Zevenbergen

vertelde op 2 april 2009 om 14:33 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Zevenbergen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgewschreven tekst? Lees die dan hier.

Zevenbergen

Den 23en Mei 1896 bezocht ik de gemeente Zevenbergen; te omstreeks 2 uur 25 van Etten vertrokken, reed ik over Leur (waar de harmonie, met dr. Hohman aan het hoofd, mij opwachtte, en nog een stukje ten beste gaf) naar Zevenbergen. Vóórdat ik nog in de gemeente Zevenbergen was, kwam de Heer Van der Poust Clement mij tegemoet gereden, om als commandant eener eerewacht, mij dier geleide aan te bieden.

Op de grens van Leur en Zevenbergen stond het dagelijksch bestuur dier gemeente mij op te wachten (door het overlijden van den Heer Wijtvliet was er één wethoudersplaats vacant, en kwam de Heer Van Schendel dus alleen als wethouder). Na begroeting door den burgemeester nam ik dezen (de Heer Verboon) in mijn rijtuig, terwijl Van Schendel, de secretaris van Zevenbergen en Klasens in het rijtuig van B. en W. volgden. Eene eerewacht van ongeveer veertig ruiters opende en sloot den stoet.

Heel de bevolking van Zevenbergen was uitgeloopen, om het feest mee te maken. Vóórdat ik in de gemeente kwam, presenteerde eene compagnie schutters het geweer en voegde zich in twee gedeelten in den stoet. Bovendien was de Zevenbergsche harmonie mij tegemoet gegaan, en had zich met het Zevenbergsche mannenkoor aan den stoet aangeslooten. Voor het Raadhuis werd open ruimte gemaakt, waarna de harmonie het ‘Wien Neerlands bloed’ speelde. In de Raadszaal kwam vervolgens het Mannenkoor een nummer zingen, onder leiding van het hoofd der school, den Heer Schets.

Op mijne audiëntie verscheen weer het eerst de pastoor met zijn kapelaans; daarna verschillende autoriteiten en particulieren. Na de audiëntie ging ik met het dagelijksch bestuur per rijtuig, met eerewacht, schutterij, harmonie enz. een tochtje door de gemeente doen. We hielden even stil aan de pastorie, en gingen met den pastoor het op diens kosten gesticht en onderhouden gasthuis bezoeken; dertig ouden van dagen en tien weezen worden daar verpleegd door acht zusters. Vervolgens liet de pastoor ons nog even zijn kerk zien; eene gewone waterstaatskerk, welke door hem van binnen in orde wordt gebracht; het priesterkoor was klaar, en wezenlijk heel mooi. Daarna zette de stoet zich weer in beweging, totdat we weer aan het gemeentehuis waren.

Met B. en W. doorliep ik begrooting 1896 en verslag 1894, (dat van 1895 was nog niet ter provinciale griffie ontvangen) en besprak met hen datgene, waartoe aanleiding bestond. Omstreeks 6 uur verliet ik weer in zelfden optocht als waarin ik gekomen was, de gemeente; buiten de gemeente namen schutterij enz. afscheid en reed ik in draf tot aan de grens der gemeente, alwaar de eerewacht achterbleef. We reden toen door naar het station Langeweg; aldaar verscheen een boer met den Engelschen hengst ‘Statesman’ (eerst voor ongeveer drie maanden door de Zevenbergsche hengstenassociatie aangekocht) om mij dat beest te laten zien. Aan den trein namen B. en W. afscheid, waarna ik vertrok naar Breda.

Burgemeester Verboon – een oud marine-officier – is niet de gewilde man in Zevenbergen; vooreerst omdat hij niet Katholiek is, vervolgens, omdat men niet van zijn persoon houdt. Een allerschandelijkst pamphlet was korts tegen hem gedrukt en in Zevenbergen aangeplakt; bovendien laten jonge meisjes zich soms opstoken, om hem op straat des avonds te zoenen. Hij kan niet best overweg met zijn wethouder Van Schendel; deze, een groot suikerfabrikant, heeft bovendien veel fortuin en daardoor veel invloed in Zevenbergen; als de vacante wethoudersplaats in Zevenbergen is aangevuld, dan wordt de burgemeester overstemd, en is zijn macht en invloed zeer gering, en de Heer Van Schendel feitelijk burgemeester.

RAW014003586 - De Markt met het oude stadhuis, 1900De Markt met het oude stadhuis, 1900 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

B. en W. hadden mij een diner aangeboden, waarvoor ik bedankte; zij zonden, daags ná mijn bezoek, een bouquet voor mijne echtgenoote.

Toen ik den 30n Mei 1896 van Terheijden over den Zevenbergschen Hoek en Lage-Zwaluwe naar Hooge-Zwaluwe reed, vond ik op de grens van Terheijden en Zevenbergen den Burgemeester en den Secretaris van Zevenbergen. De burgemeester verzocht mij uit te stijgen; de pastoor en enkele inwoners van den Hoek wenschten mij hunne opwachting te maken. Aldus gedwongen om vrijwilliger te zijn, voldeed ik aan het verzoek; in een herberg, waar de burgemeester een kamer had laten in orde brengen, gaf ik audiëntie, en ontving ik pastoor en kapelaan benevens een paar leden van den Zevenbergschen gemeenteraad, in ‘Den Hoek’ woonachtig.

Vervolgens bezocht ik met den pastoor diens kerk, een reusachtige koepelkerk, driemaal te groot voor de plaats, van buiten leelijk, van binnen netjes. Daarna kon ik weer in mijn rijtuig plaats nemen en naar Zwaluwe rijden. De burgemeester deed mij uitgeleide tot de grens zijner gemeente Tengevolge van mijn gedwongen oponthoud aan den Zevenbergschen Hoek, moest ik mijn voornemen, om naar Moerdijk door te rijden, ten einde ook dat plaatsje (voor de helft Klundert, voor de wederhelft Zwaluwe) te zien, opgeven.

De administratie van den ontvanger was in goede orde; die van den secretaris ook nog al; enkele opmerkingen moesten deswege gemaakt worden.

Er bestaat geene goede verhouding tusschen den burgemeester en den gemeenteveldwachter Bek; een paar processen-verbaal, door dezen laatste opgemaakt, raakten zoek. Naar aanleiding daarvan werd een anoniem schrijven aan den procureur-generaal gezonden. Deze instrueerde de zaak en zond mij het dossier bij schrijven d.d. 3 Juni 1897 lett. A no 22002 kabinet. Den 9n Juni d.a.v. zond ik bij schrijven A no 1a, 1ste Afd. 1ste bureau de stukken aan den procureur generaal terug.

Den 14 October 1901 kwam ik weer in de gemeente Zevenbergen; per trein tot Zevenbergschen Hoek, en vandaar per rijtuig naar het raadhuis te Zevenbergen. Ik vernam van B. en W. dat het drinkwater overal zeer slecht was, en men voor een paar jaren zonder succes f. 2.000 besteed had, om putten te boren, ten einde drinkwater te krijgen. Het water uit de Haven was ondrinkbaar.

De haven moet onderhouden worden door de Koekoek, het Oudland en de Noord-Oost-West Toren polder; sinds de scheepvaart zoo belangrijk is, kost dat onderhoud bijna niets; terwijl vroeger per hectare f. 3,50 moest worden omgeslagen, bedraagt dat nu niet meer dan f. 1.

De algemeene begraafplaats is tevens begraafplaats voor de protestanten; de gemeente heft begrafenisrechten. Brigadier van de marechaussee valt niet in den smaak; hij heet lastig tegen de inferieuren wanneer ze Roomsch zijn; toen Pillot als burgemeester werd ingehaald, wilde brigadier niet vlaggen; men zond hem daags daarna per postpakket een klein vlaggetje.

Aan den Zevenbergschen Hoek zijn bijna geen armen; de doctor, voor dat deel der gemeente aangewezen, woont in Zevenbergen en moet driemaal in den week naar den Hoek, om de armen, en wie hem verder noodig heeft, te bezoeken. Hij krijgt daarvoor f. 350 waarvoor hij tevens de medicijnen voor de armen levert. Te Zevenbergen is wel armoede; de bevolking is daar grooter, en bovendien heeft men daar fabrieken.

RAW014002246 - De melassespiritusfabriek Amelia aan de Huizersdijk, 1908De melassespiritusfabriek Amelia aan de Huizersdijk, 1908 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

Ik bezocht de suikerfabriek, waarvan Van Schendel directeur is; de aandeelen zijn meestal in handen van de familie De Bruijn te Maren (Utrecht). Van Schendel koopt zijne suikerbieten uitsluitend op gehalte evenals Vlekke te Stampersgat; hij liet mij eerst de heele suikerfabriek zien, daarna de melassefabriek, alwaar uit de melasse alcohol wordt gestookt van 96%; en daarna de potaschfabriek, alwaar van het restant van de melasse potasch wordt gemaakt.

De fabriek had voor acht dagen hare campagne begonnen; ik kreeg van alles een zeer goeden indruk, en bewonderde vooral de orde, de reinheid en doelmatigheid der inrichting. Kenschetsend is zeker, dat de alcohol bijna geheel naar Schiedam gaat, en daar vermoedelijk door de branders met Schiedamsch water wordt versneden.

De burgemeester Pillot was juist vier dagen geïnstalleerd; hij was nog niet onder dak; van de gemeentezaken wist hij nog weinig of niets. Van Schendel deed meestal het woord. Wethouder Van Beek, die tevergeefs gevraagd had om burgemeester te worden, was niet verschenen. Op mijne audiëntie verscheen ds. Koelman; pastoor Jansen met kapelaan Kamp, die erg vroegen, dat ik de kerk nog eens zou komen zien, waartoe de tijd mij ontbrak; een marechaussee die gaarne veldwachter wilde worden te Bladel; en Brouwer Ancher, griffier bij het kantongerecht, die klaagde dat de griffierechten weinig opbrachten, omdat de burgemeesters ten onrechte bewijzen van onvermogen afgaven. Ds. Goris, predikant bij de afgescheidenen sinds enkele weken, complimenteerde mij per brief.

Men liet mij de beruchte burgemeesterskamer zien, met de slim bedachte afsluiting, welke Verboon had vergeten te doen werken en waardoor hij door de politie betrapt werd met eene vrouw.

Den 27 April 1905 kwam ik weer in Zevenbergen; ik ging er per spoor vanuit Roosendaal heen; per rijtuig bezocht ik vervolgens nog Zwaluwe en Made, vanwaar ik later per spoor naar Waalwijk ging. Ik verleende audiëntie aan pastoor Jansen, die juist zijn 25-jarig pastoorsfeest gevierd had en eerekamerheer van den Paus geworden was; ik vergat nog wel eens hem met de hem toekomenden titel van Monseigneur aan te spreken. Pastoor Jansen verscheen met zijn kapelaan, den Heer Kamp; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen. Ook de secretarieambtenaar Dekkers (een aspirant burgemeester) kwam zijne opwachting maken.

De burgemeester klaagde weer sterk over den wachtmeester van de Marechaussee; hij zal mij die klachten schriftelijk herhalen. De burgemeester klaagde tevens sterk over de bandeloosheid en onzedelijkheid van het volk; Van Schendel en ik meenden, dat hij sterk overdreef.

Drie raadsleden zijn Nederlandsch Hervormd; tien zijn Katholiek; zij wonen vrij goed over de gemeente verdeeld: een te Slikgat, drie aan den Zevenbergschen Hoek, een aan den Nieuwendijk, en acht in de kom.

Vele klachten over slecht drinkwater. Er is eene concessie-aanvrage voor eene waterleiding; eene raadscommissie houdt zich bezig met het onderzoeken dezer zaak. Eerst wanneer men dicht in de buurt goedkoop water kan krijgen, bijv. door het zuiveren door middel van ozone van het water uit de haven, zal het – naar men vreest – finantieel mogelijk worden, aan de gemeente goed drinkwater te verschaffen.

De Roomsche doctor, Lasance, is naar Dongen vertrokken, omdat hij in Zevenbergen geen bestaan had; er is in zijn plaats een andere Katholieke doctor gekomen, die ook al weer geweldig klaagt. De loonende praktijk is in handen van den Protestantschen doctor De Lint, tevens Raadslid.

De cursus voor landbouwonderwijs is, door gebrek aan deelnemers, gesloten moeten worden; wel jammer, omdat daardoor tevens verviel eene Rijkssubsidie ad f. 246. Bij overtreding van de leerplichtwet legt kantonrechter Van de Kemp heele kleine geldboeten op; daardoor blijven er voortdurend vele overtredingen gepleegd worden.

RAW014001616 - Julius Antonius Maria Pillot, geboren op 27 oktober 1869 en overleden op 16 februari 1943 te Zundert, burgemeester van Zevenbergen van 1896 tot 1908, 1905Julius Antonius Maria Pillot, burgemeester van Zevenbergen van 1896 tot 1908, 1905 (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

Burgemeester Pillot kocht het door Van de Kemp te Zevenbergen bewoonde huis; deze verhuisde toen naar Ginneken (dus buiten zijn kanton). Ik reisde met hem van Roosendaal naar Zevenbergen; hij zag er uit als een oude vuile jood. Zijn kleren waren beneden alle kritiek; men zou hem een cent gegeven hebben.

Den 21 Mei 1908 kwam ik weer in de gemeente. Bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van hunne suikerfabriek (30 April 1908) had ik de Heeren De Bruijn en Van Schendel laten decoreeren. De Heer De Bruijn kwam ter audiëntie om mij daarvoor te bedanken. Jhr. Mr. Verheyen, griffier bij het kantongerecht, kwam mijn steun vragen om Prins Hendrik op 15 September in Zevenbergen te krijgen ter gelegenheid van eene landbouwtentoonstelling, vanwege de Afdeeling Zevenbergen der Noordbrabantsche Maatschappij van landbouw; Verheyen is voorzitter der Afdeeling. Het Raadslid Nollen kwam nog eens vertellen – hij was vroeger met gelijk doel al eens te ’s-Hertogenbosch geweest – dat Pillot, de burgemeester ten onrechte werd zwart gemaakt.

De drinkwaterquaestie blijft een moeielijk probleem om op te lossen. In de kom van de gemeente wonen niet meer dan vierduizend menschen; dat is niet voldoende voor eene waterleiding, vooral ook, omdat het niet zeker is, dat alle voornaamste ingezetenen het water zullen nemen.

In de laatste paar jaren zijn de klachten over het vuile water in de Zevenbergsche haven minder talrijk geweest; des Zondags worden de sluizen aan de Roodevaart en die aan Lamgatsveer op een kiertje gezet; dan gaat er wat stroom, en wordt het water op die manier ververscht; door de week kan dat moeielijk, omdat de schipperij dan bezwaren ondervindt van de stroom.

B. en W. betreuren het zeer, dat de landbouwcursus teniet ging; het is niet mogelijk, om daarvoor belangstelling te wekken; geheel anders dan wanneer er een cursus wordt gegeven in hoefbeslag, of een cursus over paardenfokkerij: dan is er groote belangstelling.

Den 30 Maart 1912 kwam ik weer in Zevenbergen. Vanuit ‘Hotel De Kroon’ te Breda reed ik er per auto heen; ik bezocht later nog Terheijden en Teteringen, en keerde vandaar naar Breda terug. Op mijne audiëntie verschenen slechts de gemeentesecretaris Bouwmeester, en de secretarie-ambtenaren Melsen en Eschweiler; de eerste kwam eenvoudig zijne opwachting maken; de twee anderen zich aanbevelen bij eventueele burgemeestersvacaturen. Van Verdijk hoorde ik, dat de secretarie zeer veel te wenschen overliet; eene slechte aanbeveling dus voor de Heeren Melsen en Eschweiler.

Het drinkwater laat veel te wenschen over; veel kans op eene waterleiding is er niet; er zouden geene aansluitingen gevraagd worden. Ten bewijze voor deze stelling deelde de burgemeester mede, dat in 1909 choleragevallen voorkwamen; het water in de Haven heette besmet; op zijn verzoek verklaarden de directies van de drie suikerfabrieken zich bereid, kosteloos drinkwater te verstrekken; dat werd gepubliceerd, door eene gedrukte kennisgeving, huis aan huis afgegeven. Desniettegenstaande werd aan geen enkele fabriek om drinkwater gevraagd; niet een enkele emmer!

Tijdens de campagne der suikerfabrieken wordt het water in de Zevenbergschen haven ververscht, door te spuien van Roodevaart naar Lamgatsveer. Het te Roodevaart ingelaten water wordt te Lamgatsveer op de Mark gebracht. Groote last van vuil water wordt niet meer ondervonden.

De vorige voorzitter van Haven en Sassen was Van Aert, een boer; hij lette vooral op de belangen der polders, en hield het water laag, om afwatering van de polders in de hand te werken. De tegenwoordige voorzitter is De Visser; hij was vroeger schipper. Hij houdt het water in de Haven hoog, in het belang van de scheepvaartbeweging.

Suikerfabriek in Zevenbergen (WBA, RAW014004326)Suikerfabriek in Zevenbergen (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

Men wil eene coöperatieve suikerfabriek oprichten aan de Haven, tegenover de fabriek van Lebret. Grootste voorstander van deze zaak, en voorzitter van het Comité is de Heer L.J. de Wit. B. en W. vreezen, dat wanneer deze vierde fabriek aan de Haven mocht worden opgericht, de Haven niet meer aan hare bestemming zal kunnen beantwoorden; dat de scheepvaartbeweging zal stoppen; dat men op de belangen van de uitwaterende polders niet meer voldoende zal kunnen letten.

Haven en Sassen onderhouden de geheele Haven; ook de beschoeiingen in Zevenbergen; het eenige wat de gemeente betaalt, is een jaarlijksch bedrag van f. 100,- voor het onderhouden van de trappen langs de Haven. De gasfabriek maakt tegenwoordig prachtige zaken; met den nieuwen directeur heeft men het uitstekend getroffen; in 1910 werd, na alle mogelijke afschrijvingen enz. eene netto winst gemaakt van f. 1.475; in 1911 plusminus f. 2.000.

De Haven en Sassen worden onderhouden ten laste van de aanliggende polders; de Koekoek, het Oudland, en de Toren, Noord, Oost, en West Meerenpolder; doordat het Havenbedrijf (schutgeld enz. enz.) nogal veel oplevert, kon het laatste jaar door het bestuur van deze polder f. 1 per hectare aan de eigenaren in die polders worden uitgekeerd; in vroegere jaren heeft dat bedrag wel eens f. 2,50 per hectare bedragen.

Te Zevenbergschen Hoek en Slikgat wordt geen armoede geleden; te Zevenbergen wel; daar moet gemeente het algemeen armbestuur f. 3400 per jaar subsidieeren. Er wordt landbouwonderwijs gegeven; teekenonderwijs; onderwijs in boekhouden en handelsrekenen; in paardenkennis; al die lessen worden met veel belangstelling gevolgd.

Groote partijschappen van Roomschen tegen Protestanten, of van Roomschen onderling bestaan gelukkig niet meer. B. en W. zullen onderzoeken, waaraan het is toe te schrijven, dat thans zooveel minder leerlingen uit Zevenbergen het ambachtsonderwijs te Breda volgen dan vroeger.

Den 6den Augustus 1917 kwam ik weer in Zevenbergen; tevoren was ik in Terheijden geweest. Het oude versleten Raadhuis, dat absoluut niet meer beantwoordt aan de eischen van den dienst, zal, zoodra de omstandigheden het bouwen zullen toelaten, door een ander vervangen worden. De burgemeester zou daarvoor te zijner tijd willen aankoopen een naast het Raadhuis gelegen huis met erf, thans bewoond door een dame van 95 jaar.

Het drinkwater is nog altijd ellendig; juist toen de oorlog uitbrak, was men vrijwel tot accoord gekomen met de Heeren Visser en Smit, omtrent den bouw van eene gemeentelijke waterleiding; daarvan is toen verder niets gekomen. Dezer dagen ontvingen B. en W. eene brochure van dr. Jenny Weijerman, om ééne waterleiding te maken voor negen gemeenten in Noord West Noordbrabant. B. en W. hebben die brochure nog niet bepaald bestudeerd; maar zij meenen aanvankelijk toch wel, dat er veel goeds in zit.

Bij eene verharding van den weg van Hazeldonk naar Slikgat zijn eigenlijk slechts drie belanghebbenden: a. Aerden voor zijn houtwagens; b. de Paters van Slikgat; en c. de steenfabriek Helena te Hazeldonk.

Zevenbergen, De coöperatieve suikerfabriek De Dankbaarheid (WBA, RAW014002210)De coöperatieve suikerfabriek De Dankbaarheid (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

De nieuwe Coöperatieve suikerfabriek heeft 1916/1917 voor het eerst gewerkt; de fabriek moest voor dat campagnejaar in bedrijf komen; er was geen voldoende tijd, om de fabriek te bouwen en behoorlijk in te richten. Daardoor was er veel niet in orde, waarvan vele moeielijkheden tijdens de campagne het gevolg waren. Het campagnejaar was finantieel hoogst ongunstig: voor duizend kilogram bieten kon niet meer dan f. 20 betaald worden; er is aan andere fabrieken f. 26 ja f. 28 uitbetaald! De directeur is ontslagen; de fabriek wordt thans afgebouwd en verbeterd; men hoopt thans op eene meer voordeelige campagne. Als alles goed gaat, moeten twee millioen kilogram bieten per dag verwerkt kunnen worden.

Woningnood is groot; men durft niet te bouwen; de woningen moeten te veel huur opbrengen. Met B. en W. even de nieuw aangelegde straten met Kantongerecht en Marechausseekazerne gaan kijken. De entrée van de gemeente is daardoor veel mooier geworden. Zevenbergen betaalde voor een en ander circa f. 60.000; tot nu toe werd voor circa f. 9.000 aan bouwterrein verkocht.

Gemeente kocht voor f. 4.500 een stoombrandspuit bij Bicker in Rotterdam; werkt uitstekend; spuit het water 33 meter hoog. Gemeente kocht eene veegmachine voor f. 750, om een weg die in het najaar van het drukke bietenvervoer veel te lijden heeft, in goeden staat te houden. Ik ben nieuwsgierig, hoe die proef uit zal vallen.

Burgemeester Gommers woont thans op kamers; zijn dochter is op pensionnaat. Hij heeft zijn vrouw, die voor gezondheid in Halsteren woonde, door den dood verloren.

Den 13 Juni 1921 kwam ik weer in Zevenbergen; tevoren had ik Fijnaart en Klundert bezocht. De verhouding tusschen den burgemeester en zijn wethouders schijnt niet te wenschen over te laten; omtrent enkele zaken was de burgemeester blijkbaar goed op de hoogte; omtrent veel ontbrak hem echter nog het juiste inzicht.

De gemeentesecretaris Bouwmeester heeft een beroerte gehad; met ingang van 1 Juli aanstaande kreeg hij eervol ontslag. Waarschijnlijk zal zijn zoon, thans ambtenaar ter secretarie, gemeentesecretaris worden. Volgens Robbers zag de secretarie er goed uit, en behoeft dus uit dien hoofde tegen de benoeming van den zoon geen bezwaar te worden gemaakt.

De distributie van levensmiddelen schijnt een echte rommel te zijn geweest; die heeft f. 155.000 gekost; thans wordt alles door accountants onderzocht; men komt nu reeds tot de conclusie, dat er minstens f. 20.000 gestolen is.

Het oude Raadhuis werd inwendig verbouwd. De secretarie is nu boven. Verbouwing kostte f. 7.000. Er kwam thans nog ruimte voor een archiefkamer, voor eene kamer voor commissievergaderingen, en voor een klein politiebureau. Men hoopt – het dak is versleten, de fundamenten niet voldoende sterk – zich met dit raadhuis nog een jaar of tien te kunnen behelpen. Het geheel gaf mij den indruk van eene versleten, hokkerige kazerne.

Ook hier moesten zevenendertig woningen gebouwd worden, terwijl voor acht woningen, door de Staatsspoor gebouwd, eene kleine jaarlijksche bijdrage uit de gemeentekas verschuldigd is. De evenredige vertegenwoordiging bracht hier acht nieuwe raadsleden. In de laatsten tijd schijnen de socialisten hier propaganda te maken; men meende, dat hier voor korten tijd eene socialistische vereeniging met twintig leden was opgericht.

Zevenbergen, Stationsstraat (WBA, RAW014003827)Stationsstraat (foto: West-Brabants Archief/ collectie Zevenbergen)

Er zijn twee geneesheren; eene vroedvrouw achten de Heeren niet noodig! Pour cause! Er zijn negentienhonderd Nederduitsch Hervormden, honderd Gereformeerden en zeventien Israelieten in Zevenbergen. Armoede wordt in gemeente niet geleden; zeker honderd menschen gaan dagelijksch per trein naar Dordt of naar Rotterdam om daar te werken. Armbestuur wordt door gemeente gesubsidieerd met f. 4.500.

In gemeente hooren zesentwintig schepen tehuis; de menschen wonen aan boord; de kinderen gaan in Zevenbergen ter school. Groote behoefte aan drinkwater; de Waterleiding Maatschappij West Brabant is voor Zevenbergen een uitkomst. Men weet nog niet, of men elektriciteit zal nemen, omdat men eene gasfabriek heeft; voor den Zevenbergschen Hoek zou elektriciteit zeer nuttig zijn.

Coöperatieve suikerfabriek kon een millioen kilogram bieten daags verwerken; wordt thans voor zeven ton verbouwd en ingericht op eene capaciteit van twee millioen kilogram. Door een zevental belanghebbenden werd ten vorigen jare eene vlasfabriek gebouwd van f. 80.000. Die gaat niet best. Bij nat weer kan de veegmachine de vuile bietenwegen wat schoon houden; bij een droog najaar als van 1920/21 kan men er niet veel mede uitrichten. De stoomtimmerfabriek heeft het verbazend druk; vooral deuren en kozijnen voor den woningbouw in het heele land.

Den 17 Juni 1925 kwam ik, na Teteringen te hebben bezocht, weer in Zevenbergen. Burgemeester Vogel kreeg met ingang van 15 Juni als zoodanig eervol ontslag; ik was mitsdien op de wethouders Nollen en Van Aken aangewezen, met wie ik een uur of drie aangenaam van gedachten wisselde.

Geen woningnood. Volgens de landarbeiderswet werden achttien arbeiders aan een plaatsje geholpen; niet allen gaat het even goed, zoodat er zelfs een request naar de Regeering ging, om de jaarlijksche huur te verminderen, door de termijn, waarna men vol eigenaar zou worden, te verlengen tot zestig jaar. Gelukkig beschikte de Regeering afwijzend.

Dertien Raadsleden, bij de laatste Raadsverkiezing kwamen er acht nieuwe. In den Raad zitten thans twee boeren, zes burgers en vijf arbeiders. Zij wonen goed over de heele gemeente verdeeld.

Om f. 93.000 plaatselijke inkomstenbelasting te kunnen heffen, moest het vermenigvuldigingscijfer gebracht worden op 4½ %. De dividend- en tantiemebelasting brengt voor gemeente nagenoeg niets op; de coöperatieve suikerfabriek betaalt daar niet in. De warenkeuring en de vleeschkeuring acht men zeer noodzakelijk. Veel werkeloosheid. In den slappen winter 1924/1925 moest men daarvoor f. 5.000 uitgeven.

De drinkwaterleiding voldoet aan eene groote behoefte. Het warme droge weer werkt mede, dat de menschen gemakkelijk aansluiten. Er kwamen reeds ruim zevenhonderd aansluitingen tot stand, terwijl men op het moment nog met veertig aansluitingen bezig is. De gasfabriek gaat goed; daar zit nog tweeëneenhalve ton in; maakte in 1924 een zuivere winst van f 4.000. Vóór enkele dagen besloot de Raad, aan de PNEM vergunning te geven, op eigen risico een electriciteits distributienet te bouwen. Op eene groote straat na is de kom geheel gerioleerd.

De verhouding tusschen de gemeenteveldwachters is slecht. Het kost den veldwachters te veel moeite om het gezag van den Chef-veldwachter te erkennen. De toestand van de Haven laat veel te wenschen over; vóór vier jaar werd het havengeld met 100% verhoogd; het is nu veel te duur; de schippers mijden de haven. Daardoor brengt het havengeld niet genoeg op voor een behoorlijk onderhoud, en blijft dat achterwege, terwijl bovendien de betrokken polders per hectare f. 2,50 moesten betalen. Er is thans een studiecommissie benoemd – waarin ook de wethouder Nollen zit – om na te gaan of Haven en Sassen niet beter vereenigd zou worden met het Waterschap Mark en Dintel. Tegen die vereeniging zou bij laatstgenoemd Waterschap geen overwegend bezwaar bestaan.

De suikerfabriek van de Centrale Suiker Maatschappij zal in de komende campagne waarschijnlijk voor het laatst werken; het is eene kleine fabriek met eene capaciteit voor ongeveer zestig millioen kilogram bieten. De coöperatieve verwerkte in de laatste campagne hondervijfenveertig millioen kilogram.

De vlasfabriek heeft in 1924 goed gewerkt; behalve het vlas, dat de aandeelhouders verplicht zijn te leveren, koopt de fabriek nog vlas bij in Zeeland en in Groningen. In gemeente zijn nog een tiental kleine vlasbouwers, die het vlas zelve verwerken; het gaat hen niet best. Het landbouwonderwijs wordt zeer gewaardeerd; om zich te bekwamen gaan de boerenzoons naar de landbouwwinterscholen te Roosendaal, Boxtel of Dordrecht; naar deze laatste school gaan de Protestanten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

anoniem zei op 23 juni 2011 om 15:59 uur

leuk verhaal hoor

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: