i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Teteringen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Automobilisten voor 1906

De eerste automobilisten van Teteringen

vertelde op 27 april 2016 om 11:40 uur

Teteringen was net als Princenhage en Ginneken een buitenplaats van Breda en met name voor kapitaalkrachtige pensionado’s een geliefkoosd oord. Voordat de provinciale kentekens in 1906 werden geïntroduceerd, hebben in het dorp drie auto’s rondgereden met een rijksnummer.

Twee daarvan maakten al vanaf 1899 de omgeving onveilig, de derde auto kwam er in 1905 bij.

E.J. (Emile) Valckenaer (1830-1902)

3,5 PK Cottereau. Foto: Classiccar4you.comValckenaer was een gepensioneerde militair die zich na veel omzwervingen op het einde van zijn leven vestigde in Teteringen. Hij was geboren in Vlissingen als zoon van een kapitein-ingenieur in Zeeland en diende zelf in het Oost-Indische leger. Hij trouwt in Indië met de dochter van een kolonel en keert in 1872 terug naar Nederland als gepensioneerd kapitein; hij is dan 42 jaar.

Wat hij daarna doet, is niet duidelijk maar hij woont achtereenvolgens in Princenhage, Boxmeer, Renkum, Doetinchem, Schijndel, Dordrecht, ’s-Gravenmoer, Deurne en Reuver (Limburg). Nergens blijft hij langer dan een jaar of drie. Had het iets met zijn militaire beroep te maken?

Uiteindelijk komt hij in Teteringen terecht. In 1899 - Emile is dan 69 jaar – koopt hij een 3,5 pk Cottereau met rijksnummer 62 van autohandelaar Gerritsen in Nijmegen. Het exemplaar is voorzien van een kap en kan een maximum snelheid bereiken van 30 kilometer per uur. Emile heeft er maar een paar jaar van kunnen genieten, hij overlijdt in maart 1902. De auto komt daarna in handen van autohandelaar Van der Aa in Tilburg.

Het voertuig zal erg veel opzien hebben gebaard, want auto’s zijn op dat ogenblik een uiterst zeldzaam verschijnsel in Brabant. Op het moment dat Emile zijn auto aanschafte, reed er maar één andere Brabander rond in een auto met een rijksnummer, jhr. Mr. L. van Meeuwen, president van het gerechtshof in Den Bosch.

W.C.H. (Willem) van Reede (1845-1915)

Eén dag nadat Emile Valckenaer zijn kenteken krijgt, kan ook dorpsgenoot Willem van Reede een rijkskenteken op zijn auto schroeven, het is nummer 117. Hij is dan de derde Brabander die met een dergelijke nummerplaat rondrijdt. Ze waren er heel erg vroeg bij in Teteringen.

Van Willem is heel weinig bekend, maar alles wijst erop dat hij uit de betere kringen kwam. Geboren in Rotterdam, zijn vader was koopman en 2e luitenant bij de Artillerie, zijn moeder een dochter van een gepensioneerde luitenant-kolonel. Hij trouwt met een meisje uit het geslacht Filedt-Kok en krijgt een dochter die later zou huwen met de zoon van een gepensioneerde generaal-majoor. Het is verleidelijk om aan te nemen dat ook Willem een militaire loopbaan heeft gehad, zoals zoveel gepensioneerden in Teteringen. Maar zeker is dat niet: in alle officiële stukken vermeldt Willem dat hij geen beroep heeft.

Geld moet hij wel hebben gehad, want als Willem met zijn vrouw in 1894 vanuit Rotterdam naar Teteringen komt, gaat het gezin wonen op Zandberg, de betere buurt. Als ze later in hun leven naar Ginneken verhuizen, betrekken ze een huis aan de Baronielaan. Evenmin een slechte locatie.

En in 1899 koopt Willem als 54-jarige dus een auto. Het is de kleinste die er in Nederland rondrijdt: een Benz van 1,90 lang en 1 meter breed, met een motor die loopt op petroleum. Mogelijk was het dit type.

Importeur Aertnijs in Nijmegen adverteert in die tijd met de volgende tekst: dit rijtuigje kan eene snelheid bereiken van 30 kilometer per uur. Het is elegant en solide gebouwd. De behandeling is eene hoogst eenvoudige, terwijl het onderhoud onbeduidend is.

Prijs vanaf 1.300 gulden. Niet extreem duur, maar nog altijd een paar keer het jaarsalaris van een arbeider. Voor een beetje rentenier dus makkelijk te betalen.

Als in 1906 de provinciale kentekens worden ingevoerd, woont Willem met zijn vrouw in Den Haag. In 1910 keren ze terug naar Brabant, Willem heeft dan waarschijnlijk geen auto meer, want zijn naam ontbreekt in de provinciale kentekenregisters.

C.J. (Charles) Loijens

In 1905 krijgt Teteringen een derde autobezitter: de luciferfabrikant C.J. (Charles) Loijens. Charles is een goed voorbeeld van de self-made man die in de tweede helft van de 19e eeuw alle carrièremogelijkheden aangreep die de industrialisering van Brabant hem bood. Hij kwam uit een geslacht van meubelmakers; een eerzame familie maar kijken we naar de huwelijkspartners en de getuigen bij die huwelijken, dan zijn het vooral bakkers, slagers en kleermakers. Middenstand dus en zeker geen onderdeel van de sociale elite van Breda in die tijd.

Charles begint ook als winkelier, hij drijft een winkel in tabak en sigaren op de Grote Markt in Breda. Daar merkt hij de behoefte aan betrouwbare lucifers - geen rook zonder vuur - en in 1885 begint hij een luciferfabriekje in Teteringen. Een ideale locatie vanwege de nabijheid van bossen die onbeperkt hout boden. Om die reden was er in Teteringen zelfs een tweede luciferfabriek, die van Dijkerman & Co. Maar waar over die laatste nationale schande werd gesproken vanwege de mensonterende werkomstandigheden, was de fabriek van Charles een toonbeeld van modern ondernemerschap: hygiënisch, goed verlicht door elektriciteit, behaaglijk door de centrale verwarming en bovenal veilig omdat er in tegenstelling tot de concurrentie geen gebruik gemaakt werd van het ziekmakende fosfor.

Charles vergaart een enorm kapitaal door de ontwikkeling van een machine die lucifersdoosjes maakt en ze automatisch vult. Voor veel geld wordt die uitvinding verkocht aan een Duitse machinefabrikant. In 1893 werken er bijna 200 mensen in zijn fabriek en worden er dagelijks 50.000 luciferdoosjes geproduceerd.

In 1907 verkoopt Charles zijn belang aan de schatrijke Tilburgse textielfamilie Eras, een jaar later trouwt zijn dochter met een telg uit dat geslacht. De Loijens zijn dan ook sociaal onderdeel van de Brabantse elite.

In 1905 koopt Charles een auto. En geen kleintje ook: met meer dan vier meter de grootste van Brabant. Helaas is het merk onbekend. De auto krijgt rijksnummer 1851. Vanaf 1906 draagt de auto het provinciale kenteken N-226. Dat nummer wordt in 1914 overgedragen aan een ander, Charles is inmiddels overleden.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: