i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Dussen
Periode: 1461 - nu
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Waterkering

De Kornse Dijk

vertelde op 24 oktober 2011 om 12:25 uur

Veertig jaar na de Sint Elisabethsvloed van 1421 vaardigde Filips de Goede het zogenaamde Principale Handvest uit dat de aanleg van een dijk mogelijk maakte om het Land van Altena tegen het water te beschermen. Dit Handvest werd in 1465 gevolgd door een oorkonde, waarin het onderhoud van de dijk vanaf Woudrichem via Werkendam “ende alsoo voort over die Koorn aen die Dussen” geregeld werd.

De aanleg van deze enorme dijk, onder Dussen de Kornse en Rommegatse dijk genoemd, moet voor die tijd een gigantisch project geweest zijn, zeker ook gezien het relatief korte tijdsbestek (vier jaar) waarbinnen het gerealiseerd werd.

Het Handvest van Filips de Goede was dan ook een overeenkomst tussen bovenlokale autoriteiten, waarbij Filips’ neef Jacob I, graaf van Horne en heer van Altena, Jonker Johan, graaf van Nassau en kastelein van het Land van Heusden, de stad Dordrecht en haar ingelanden van Zuidholland (waartoe Dussen behoorde) en Jonkvrouw Odilie van Merwede, vrouwe van Eethen en Meeuwen de handen ineensloegen.

Bij de aanleg van de dijk - die overigens voor een groot deel nog in originele staat verkeert - is in het noordelijk deel gebruik gemaakt van oude dijktracees en van een gedeelte van de noordelijke oeverwal van het riviertje De Werken. Het traject via Dussen naar Meeuwen volgt geen natuurlijk verloop, maar gaat dwars door kommen en stroomruggen en langs woonkernen.

Alleen al voor de aanleg van deze kilometerslange dijk werd maar liefst zo’n 1.000.000 m3 grond verzet; ruwweg 330.000 boerenkarren met klei. De waterbuffer- en waterafvoersystemen werden compleet vernieuwd en gereorganiseerd. Er kwamen drie binnendijkse opvangboezems en een groot aantal afwateringssluizen in de dijk, waaronder de Kornse of Vierbanse boezem en de Kornse en Munsterkerkse Sluis.

Door technologische vernieuwingen ging men geleidelijk over van een natuurlijke naar een geforceerde afwatering met behulp van windmolens. In 1537 stonden er tenminste zestien molens in het gebied, waarvan maar liefst zeven rond de Kornsche Boezem. In 1600 was dit aantal opgelopen tot boven de dertig. De zeven wipwatermolens bij de Kornse Boezem bleven tot eind negentiende eeuw in bedrijf.

Kades werden opgeworpen, nieuwe weteringen gegraven, zoals de Baanse en Dussense Wetering, en aanwezige uitwateringgantels zoveel mogelijk benut, zoals de aftakking van de Dusse naar de Sluis die vandaar als Dussense Gantel uitmondde in de Oude Maas.

Na oplevering van de Kornse dijk (de naam is afgeleid van De Koorn, het gebied tussen Den Doorn en de Dusse) bood deze voortaan aan Muilkerk en een klein gedeelte van Munsterkerk (zo’n 10%) bescherming tegen het buitenwater. De nieuwe dijk was echter ook een ideale vestigingsplaats en vormde het startsein voor de vorming van nieuwe buurtschappen.

Eerst gebeurde dat alleen nog binnendijks, maar naarmate het buitenwater verder werd teruggedrongen, ook steeds meer buitendijks. Opvallend daarbij was de ontwikkeling van de bebouwing rond de Sluis van Munsterkerk. Na de bestuurlijke samenvoeging van Munsterkerk en Muilkerk in 1820 tot Dussen groeide die uit tot de nieuwe kern van het dorp.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 5 april 2009 om 11:51 uur

Het stoomgemaal aan de Roode Wetering bij ’t Wild

vertelde op 20 juni 2011 om 14:22 uur

De Sint-Elisabethsvloed

vertelde op 14 oktober 2011 om 11:56 uur

De dijkdoorbraak bij Haarsteeg in 1799

vertelde op 7 september 2011 om 15:22 uur

De waterschappen in het Land van Heusden en Altena