i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Mill en Sint Hubert
Tags:

De kwestie Langenboom

vertelde op 8 augustus 2009 om 16:15 uur

“De handelwijze van de zeer Eerw. Paters van den Langenboom ten opzichte van deze quaestie, ten opzichte van mij, gelijkt naar niets. Ik ben er altijd voor geweest, en nou word ik door hen behandeld nog minder dan een kwajongen, aldus ook het kerkbestuur van Escharen. Zoo gaat het wanneer men met lieden te doen heeft, jong en onervaren, zonder de minste ondervinding.”

Nou, dat is duidelijk: pastoor P.J. de Groot is boos en niet zo’n beetje ook. Aanleiding voor deze boze brief aan het bisdom in 1917 is de strijd van Langenboom voor een eigen parochie, waar niet alleen catechismusles kan worden gevolgd en de H. Communie kan worden ontvangen, maar waar ook kan worden gedoopt, getrouwd en begraven.

Al in 1903 vragen de Langenbomers aan het bisdom om hun kerk te verheffen tot een “rectorale hulpkerk”. Op 22 november 1913 klimmen landbouwer P. van de Hagen en schoolhoofd H. van Kuppevelt opnieuw in de pen met een soortgelijk verzoek. Bisschop Van der Ven vraagt advies aan de pastoor van Escharen, P.J. de Groot. De Groot wil het dopen in Langenboom nog wel toestaan, maar trouwen en begraven? Daarvoor moeten de mensen toch nog echt naar Escharen komen.

Als inwoners van Langenboom in 1917 opnieuw aandringen op meer zelfstandigheid wordt het De Groot al te gortig. In zijn brief aan de bisschop spreekt hij inmiddels van ‘de kwestie Langenboom’. “Me dunk het is zoo prachtig. Doch dan moeten de Paters in mijn gedeelte, de Paters die ik immer verdedigd heb, den baas niet komen spelen”, schrijft De Groot in krachtig handschrift. Uit de wijze waarop hij woorden onderstreept, blijkt zijn woede.

Het komt dan ook niet meer snel goed tussen Escharen en Langenboom, op parochiaal gebied. In 1919 is het ophalen van eieren en rogge in Langenboom aanleiding voor een stevig conflict. Maar dan heeft Langenboom al wel wat men al zolang wil: een eigen pastoor. Op 31 mei 1918 gaat de nieuwe parochie van start. Tot kerkmeesters worden twee ‘oude bekenden’ benoemd: Petrus van der Hagen en Henricus van Kuppevelt. Op 27 augustus van dat jaar vindt de installatie plaats van Joannes van Gent tot pastoor. Op 15 augustus is de eerste parochiaan al gedoopt: Joannes van Kessel van de Spie.

Maar een plek om de doden te begraven, is er dan nog niet. Snel wordt een brief gestuurd naar het gemeentebestuur van Escharen om toestemming te vragen voor de aanleg hiervan. Twintig are, oostwaarts van het kerkhof van de Paters Dominicanen. De toestemming volgt snel, maar omdat het kerkhof heel laag ligt, moeten de inwoners van Langenboom aan de slag. Alle boeren van de parochie worden ingeschakeld en moeten – zonder vergoeding – met paard en kar zwarte grond halen op Kuppersveld op het Patersgoed. Op die manier wordt het terrein een halve meter opgehoogd.

Op 17 november wordt het kerkhof plechtig ingewijd door de nieuwe pastoor en direct daarop wordt het gebruikt. De eerste overledene die er wordt begraven, is Toon van der Linden, beter bekend als 'korte Toon'. Enkele dagen later wordt Harrie Jilesen begraven, nog maar zeven maanden getrouwd met Hanneke Gelab, maar plotseling overleden aan de Spaanse griep.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: