i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Gemert
Tags:

De nachtegaal en een dode merel

vertelde op 28 februari 2018 om 09:00 uur

Willen van der Putten, beter bekend als Willem Put, was huisschilder van beroep en woonde in de Achter Haag. Zijn vrouw beheerde een winkeltje in “koloniale waren”. Op zijn huis had Willem met grote letters zijn naam geschilderd en aangezien Willem twee voornamen had (Wilhelmus Cornelius) stond er in grote letters “W.C. van der Putten”. Het kon niet uitblijven dat de mensen het al snel over “Schijthuis Van der Putten” hadden.

Willem was lid van de duivenmelkersclub. Postduiven zijn tijdens de vlucht voorzien van een ringetje aan een poot. Bij thuiskomst wordt het ringetje zo snel mogelijk in de klok gestopt, waardoor de tijd van aankomst genoteerd staat. De duif die het eerste thuis is, is kampioen.

Op zekere dag leverde Willem als eerst de klok bij het bestuur in. Doch door het slechte weer op de losplaats in Frankrijk waren de duiven veel later gelost. Bij de leden ging een lichtje op: Willem had het ringetje thuis gehouden en stiekem eerder in de klok gestopt, waardoor hij meerdere keren kampioen was geworden. Willem had zijn langste tijd bij de duivenmelkers doorgebracht.

Als actieve vogelvriend richtte Willem een vogelvereniging op, De Nachtegaal, gevestigd in het café van Peer van Dooren in de Oude Straat. Willem was natuurlijk voorzitter, hij deed veel voor de vereniging als hij zelf maar in de belangstelling stond. Tentoonstellingen in Bakel en in het bijgebouwtje van café Onder de Boompjes waren op inspiratie van Willem tot stand gekomen.

Op zekere dag had hij weer eens een grandioos idee: wij gaan Vogeltjesmarkt houden, net als in Antwerpen. Enige zondagen kwamen de vogelvrienden na de hoogmis samen en werden er vogels verhandeld. Op een zondag was het vol met vogelhandelaars, er werd druk geboden en verhandeld. Om één uur kwam ‘De Grijsaard’ binnen met al behoorlijk wat drank op. “Wat is hier aan de gang?” “Vogelmarkt, dat kun je toch wel zien.”

Intussen had Toon Rovers een merel gekocht, maar helaas was het beestje naar de vogelhemel vertrokken. Op een lollige manier gaf men elkaar de schuld, zo van: “gij hebt de merel kapot geknepen” en meer van die uitdrukkingen. De Grijsaard kocht ook een vogeltje in een houten kooitje, de prijs bedroeg twee flessen bier. “Hoe heet dat vogeltje”, vroeg De Grijsaard. “Gerretje”. Rond twee uur ging iedereen huiswaarts.

De Grijsaard met zijn aanwinst op de fiets naar huis in de Molenstraat. Bij Pikwal aangekomen kocht hij voor tien gulden een grotere zilverachtige kooi. Thuis zagen zijn schoonzoons meteen dat Gerretje een opgeschilderde mus was, maar ze lieten niets merken. Op een dag was Gerretje uit zijn kooi gevlogen en zat onder het fornuis. Bij het vangen had de vrouw van De Grijsaard nog haar arm verbrand.

Een week na het overlijden van de merel had ik een idee: van een sigarenkistje maakte ik een doodskistje, mooi schuin met zwarte randen en in het midden een kruisje. Daarbij een stuk of tien bidprentjes met een zwarte merel erop en de tekst: Vogels, waak met mij, want de moordenaars zitten achter je.

Wij hadden geen typemachine, Nol Rodekerke had het typewerk verzorgd.

De zondag daarop had ons Moeder op het klein tafeltje dat verscholen stond achter de kopse kant van het buffet een wit laken gelegd. Daarop stond het doodskistje met twee kaarsen. Toen er voldoende leden aanwezig waren, kondigde ons Moeder de begrafenis aan.

Van Someren ging voor en al de anderen achter hem aan, rond de jensbaan, langs het buffet om de grote stamtafel en zo herhaalde de tocht zich een keer of drie. Van Someren bad voor: een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven en de anderen baden na: acht, negen, tien, elf, twaalf.

Daarna schonk ons Moeder koffie en deelde broodjes uit met kaas. Het was een heel koddige vertoning. Vele tientallen jaren later trof ik Coby Janssen-Schell, die had het doodsprentje nog bewaard.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (5)

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 1 maart 2018 om 09:45 uur

Mooi verhaal. Doet me denken aan de plechtige begrafenis van onze huismerel vroeger.

Johan Spierings zei op 22 maart 2018 om 15:14 uur

Prachtig verhaal Martien. De meeste namen liggen me nog vers in het geheugen.
Gemert op z'n best!

Rini de Groot. zei op 22 maart 2018 om 20:52 uur

Martien, weer een verhaal waarbij ik schaterde.
We hebben zoiets dergelijks ook met onze hond gehad, met foto,s.
En bloemstukken van Boerenmoes uit Den Hof.
Weer een verhaal.
M'n verhalenlijst wordt groter ipv. kleiner.

Ik heb nog gevreén in de Vóór- of Achterhaag in Gèmèrt.

Helena zei op 22 maart 2018 om 21:47 uur

...en elke keer wanneer ik om de grote rotonde rijd waar voorheen een groepje huizen stonden in het buitengebied van Bakel en ik herken een van de bomen van weleer...dan denk ik aan de 'tamme' kauw die daar 'plechtig' begraven werd in de vijftiger jaren. Steentjes om het plekje, dikke tranen in het zand. Er zijn inmiddels al vele generaties kauwkes overheen gevlogen en alleen die vriend en ik zullen nog weten waar het kauwke zo ongeveer de laatste rustplaats vond.

Dat is voor mij even 'down memory lane' zoals meerdere plekken in dit gebied bij mij altijd herinneringen en beelden oproepen wanneer ik er passeer zo eens in de paar jaar. Ligt het aan de afstand of aan de leeftijd :-) of aan beide?

Albert
Albert zei op 23 maart 2018 om 01:01 uur

Rini, waar heb jij overal "gevrëen", want jij hebt ook al staan te vrijen in Mill.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 3 oktober 2015 om 11:57 uur

Autoritten naar de St. Michael-kerktoren

vertelde op 17 januari 2016 om 09:13 uur

Duiven in Sint-Oedenrode

vertelde op 16 augustus 2017 om 09:03 uur

Toen het nog normaal was om ‘Duivenmelker’ te zijn.