i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Cuijk en Sint Agatha
Tags:

De Nölers, of hoe ‘t carnaval naar Cuijk kwam

vertelde op 10 oktober 2009 om 16:00 uur

Op een uitgaansavond van Kegelclub T.O.N. maakten Tiny en ik onze eerste carnavalsavond mee. In Gennep maakten we kennis met het Prinsenbal. De dames van de kegelclub zorgden voor passende kostumering, zodat we ook nog konden meedingen naar een prijsje.

Ik had mijn klant, Nol van Bergen van het gelijknamige hotel-restaurant, ingelicht dat we met 20 verklede deelnemers uit Cuijk zouden komen.

De auteur van dit stuk als GrootvorstNol had dit goed ter harte genomen en hoewel we buiten de prijzen vielen, zorgde hij voor een extra aanmoedigingsprijs van twee flessen wijn. Het werd voor iedereen een daverend succes. Maar goed dat de alcoholcontrole toen nog niet zo streng was.

Onze dames waren in de gevarenkelder beland, heb ik later begrepen. Iedereen was gekostumeerd en velen hadden een mombakkes op. De carnavalsvereniging in Gennep heet dan ook Het Mombakkes. De vrouwen vermaakten zich best en de mannen waren vaak onvindbaar in de doolhof van gangen en zalen in dat hotel. Maar op het scheiden van de markt, en dat was beslist niet vroeg, had iedereen zijn eigen man/vrouw in de armen, we zijn ook zonder hondenkar thuis gekomen.

Het carnaval liet mij niet meer los. Het jaar daarop, in 1959, wilde de gymvereniging waar Tiny lid van was, een gezellige avond organiseren voor leden en introducees. De voorzitster mevr. Molenaar vroeg mij, of ik soms een idee had hoe zo’n avond georganiseerd kon worden. Daar het juist in de carnavalstijd viel, was mijn idee een gekostumeerd bal. Dat kreeg inderdaad de goedkeuring en met Cees Wijnstok zijn we toen reclame gaan maken dat we de eerste Cuijkse carnavalsprins zouden introduceren. Ben Roosenboom van weekblad "De Echo" had er wel oren naar en zorgde voor de wekelijkse reclame in dat blad.

Wat niemand wist, was dat die eerste Cuukse Prins geen levend wezen was, maar de door ons nagemaakte Exporum-stier. Cees en ik hadden die in onze bijkeuken van ijzerdraad gemaakt. Op de carnavalsavond hebben we de stier, goed ingepakt, weggezet. Bij de onthulling was ook Ben Roosenboom aanwezig, grote hilariteit toen bleek dat het geen levendig personage was. Niettemin een weergaloze avond door de kostumering van alle deelnemers. Zo voerde een deel van de mannelijke deelnemers een act op in lange onderbroeken. Sommige van die broeken waren nog nooit gewassen, zoals duidelijke remsporen aantoonden. De zaal was te klein voor het vele Hosanna op deze avond.

Rond november 1959 stonden er bij mij drie jongelui aan de deur: Jan Manders, Fons Singendonck en Ed van der Heijden. Zij hadden gehoord dat ik de initiatiefnemer geweest was van die zo geslaagde carnavals-gymavond, en vroegen mij om een carnavalsvereniging op te willen richten. Zij hadden de hofkapel al rond. Ook noemden ze diverse namen van mensen die achter hun initiatief stonden, zoals burgemeester Jansen en directeur Dunlop van Nutricia. Die kapel klopte, maar de genoemde heren bleken bij telefonisch contact nergens van te weten. Toch: de aanzet was gegeven. Ik plande een oprichtingsvergadering en wist diverse mensen warm te krijgen. Op deze eerste vergadering werd ik tot voorzitter uitgeroepen. We waren op één man na compleet voor een Raad van Elluf. Staande de vergadering heeft Cees Wijnstok Mar Verhey gebeld, die meteen bereid was. Dat was ook heel praktisch, want Mar zijn vrouw Pia ontwierp en maakte de eerste kostuums voor twee dansmarietjes, Pia en Mientje.

De eerste Prins, Jan I, met zijn adjudant, in 1960Jo Videler, die de damesgymvereniging les gaf, is de uitvindster van onze naam, "De Nölers". Onze eerste (echte) prins was onderwijzer Jan Fransman. Ik heb zijn ouders zelf moeten bezoeken om dit voor elkaar te krijgen. Zo ging dat later vaak ook met nieuwe dansmarietjes. Burgemeester Jansen stond niet bepaald te juichen dat er een carnavalsvereniging was opgericht, en de heer Dunlop van Nutricia, die ik om medewerking belde, wist al helemaal niet hoe laat het was. Maar we hadden veel jeugdig enthousiasme. Steken en capes werden in eigen beheer gemaakt, broeken en jassen kochten we bij een verhuurinrichting in Nijmegen en onze hofkapel, dat moet gezegd, had een grote vinger in de pap.

Janus en Miet Jacobs en de familie Van de Ende waren destijds de steunpilaren die een zaal in vervoering konden brengen. Onze bijeenkomsten vonden plaats bij Fientje Sadelhoff die een café had aan de Maasdijk. In het café stond een grote potkachel, daaromheen posteerden we ons, met in de hand een pilsje van veertig ouwe Hollandse centen. Fientje deed gelijk carnavalesk mee en zorgde voor de fluiten waar we in het vervolg ons bier in kregen. Achter de schermen waren er wel eens probleempjes, maar die wisten we meestal goed op te lossen.

Van gemeentesecretaris Frans Buijssen kreeg ik steun, hij was de man die er samen met juffrouw Van Latum voor zorgde dat er Senatoren kwamen. Dat waren mensen uit de industrie, een huisarts, een dierenarts en mensen uit de bouw. Onze invloed steeg met iedere dag dat we naar buiten traden. Alles hield gelijke tred, we bezochten Bejaardentehuis Porta Caeli en alle cafées in de gemeente Cuijk, dat was toen in Katwijk, Linden, Vianen, Sint Agatha en Cuijk. Dat ging meestal op een open vrachtwagen van de firma Manders. Het eerste jaar (1960) moest ik op de maandag nog naar de kapper, die waren toen op maandag nog open. Terwijl ik geknipt werd, kwam de hele Raad van Elluf mij een pilsje brengen bij Jan Kothuis, want onze startplaats was toen De Korenbeurs. En dat was het begin van het openbare carnaval in Cuijk.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (7)

tony fransman zei op 13 november 2009 om 15:06 uur

toevallig dat ik de naam Jan Fransman, mijn broer, intypte bij Google en ik dit te lezen kreeg. Ik ga Jan e-mailen of hij dit weet. Leuk hoor!

Annemarie van Geloven bhic zei op 16 november 2009 om 16:25 uur

Beste Tony, wat leuk voor jou om zo spontaan iets over je broer te lezen. Mocht je broer Jan nog verhalen hebben, dan stellen wij zijn reactie erg op prijs!
Of als je zelf nog verhalen hebt, dan zijn deze altijd welkom.

dick wijnstok zei op 6 mei 2012 om 18:18 uur

MIJNHEER
KEES WIJNSTOK WAS EEN BROER VAN MIJ EN IK BEN VERSCHILLENDE MALEN IN CUYK GEWEEST OM FEEST TE VIEREN IK HEB DAAR HELE GOEDE HERINNERINGEN AAN
HELAAS IS KEES EEN PAAR JAAR GELEDEN OVERLEDEN ZIJN VROUW LEEFT NOG EN WOONT IN STEEN WIJK
MET VR GROET DICK WIJNSTOK

Mariët Bruggeman bhic zei op 7 mei 2012 om 10:20 uur

Beste Dick,
hartelijk dank voor je reactie en jammer om te lezen dat Kees helaas overleden is.

Ik kan me goed voorstellen dat jullie samen voor en tijdens carnaval heel veel lol gehad hebben. Mocht je nog leuke verhalen weten, dan horen we die graag.
Met vriendelijke groeten,

Els zei op 15 april 2015 om 04:45 uur

Ik lees dit, een jaar nadat mijn vader, Piet van Oostrum, is overleden. Ik ben trots op hem voor wat hij heeft betekent voor de sfeer die carnaval met zich meebrengt. Hij heeft tot zijn aan zijn dood hiervan genoten.

Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 16 april 2015 om 19:39 uur

@Els, Carnaval als het feest der verbroedering. Het is goed om te horen dat je vader daar tot het laatst intens van heeft genoten.

Albert zei op 4 juli 2017 om 10:44 uur

Verhalen vertellen, dat kon Piet wel. Wij hebben daarover samen nog een cursus gevolgd. Ik kende Piet al van zijn tijd, dat hij werkte voor Douwe Egberts (DE) en hij bij mijn ouders kwam, die een kruidenierswinkel hadden, namens Douwe Egberts.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: