skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

De ondraaglijke lichtheid van St. Louis (deel 5)

Meisjes: dat was wel even een probleempje destijds. Als elfjarigen waren wij jongens verstookt geweest van gemengd onderwijs en het internaat zette die traditie voort. Meisjes waren eigenlijk wezens waar je weinig mee kon aanvangen.

Sprongen wij over de boerensloot dan vielen zij erin en begonnen dan te huilen. In bomen klimmen idem dito. Kikkers en kevers vangen en dan africhten voor ons nationaal insektencircus vonden ze zielig.

Tja... waarom de schepper er het nut van had ingezien om meisjes te boetseren was ons een groot raadsel. Volstrekt overbodige en irritante schepsels vonden wij en vooral ook die klikspaan zusjes.

Vies boekje

Maar toen op een lentedag in 1962 ging er een hardnekkig gerucht. Er circuleerde een vies boekje met meisjes. De grote jongens van het vervolgonderwijs hadden een exemplaar laten liggen bij de wc’s en die had een jongen van onze klas  gevonden.

Nou ik zag meteen dat dit een heel vies boekje was. Beduimeld en pagina’s die aan elkaar kleefden. Ik had nog niks van de inhoud gezien maar je zag het gewoon op een afstand al. Toen er ongeduldig aan getrokken werd scheurde het ook nog doormidden. Enfin, ons groepje jongste apen, die helemaal onderaan de pikorde stonden, bleven met fragmenten zitten. Dat werd dus puzzelen en plakken en jawel... Je zag duidelijk anderhalve tiet. 'Borst' zeiden we toen niet. 'Tiet' was spannender want dat mocht je niet zeggen.

Eerst hielden we het plaatje nog ondersteboven maar uiteindelijk werd het beeld duidelijker. Daar was dus een meisjestiet met op de tepel een blinkend puntig hoedje gekleefd met kwastje eraan. Met Velpon geplakt waarmee je ook fietsbanden kon plakken. Zag je meteen. De rest ontging ons maar het was wel een heel vies boekje.

Sexuele voorlichting

Ach, tuurlijk wisten we toen van de hoed en de rand na het zien van dat vieze boekje. Trouwens aan die ooievaar met kind in knapzak en van dat veld met knollen waar kindjes uitkropen, daar hadden we al langer aan getwijfeld. Kinderen had je gewoon en net als over geld: daar praatte je niet over. De broeder van de godsdienst les had ook uitgelegd dat zaad niet op de rotsen mocht worden gestort, dat Maria onbevlekt ontvangen was en dat je altijd met handjes boven de lakens moest slapen. Vanwege de vlekken dus.

Dat liet dus niks aan duidelijkheid te wensen over. Zo logisch allemaal.

Zouaven en Dodo

Er was ook het kleine Zouavenmuseum met stinkende oude uniformen en een verhaal over een garde die de oude paus bewaakte in Rome, maar nog interessanter vond ik het kabinet met opgezette dieren - in mijn herinnering op dezelfde verdieping als de slaapzaal. Naast apen en een krokodil uit de missie stond daar heel prominent een uitgestorven gans.

Een 'dodo', zei de broeder. Een soort mislukte dikke vette kalkoen maar dan anders. Nu schijnt het dat er geen hele dodo inclusief veren meer bestaat op de wereld - slechts wat botjes.

Bij deze dus mijn oproep: wie kan mijn verhaal bevestigen?

Had ik maar destijds een veer uit zijn vette kont getrokken dan kon ik nu alsnog het bewijs leveren. Ik weet (bijna) zeker dat ik die daar heb zien staan. Waar is trouwens die collectie opgezette dieren gebleven?

P.I.D.S

Het 'Post Internaat Disorder Syndroom', zoals ik het weleens gekscherend noem, heeft ertoe geleid dat ik aanvankelijk kwetsbaar in de ‘gewone’ wereld werd losgelaten met weinig praktische tools. Vervreemd van dorp en deels ook gezin. Nu was het ook een gekkenhuis eind jaren '60. Alle heilige huisjes moesten het ontgelden en ook de zedelijke moraal ging op de schop.

Dus mijn generatie babyboomers was zoekend en prettig gestoord en ik paste daar naadloos bij, zonder al te veel op te vallen.

In het kort mijn carrière vanaf 1966: student Hts, hippie, langharig werkschuw tuig, kraker, flowerpower, paarse broek, the Doors, joint en love en peace, kunstenaar en weer in de geitenwollen sokken inclusief baard en tuinbroek terug naar de natuur, om tenslotte te eindigen als docent kunst en keurig (tijdelijk) getrouwd, als tweeverdiener jup en jonge vader in een doorzonwoning, twee-onder-een-kap met Renault 4.

Erger kan ik het niet maken voor jullie lezers.

Resumerend:

Laat ik afronden door te zeggen: het is toch allemaal goedgekomen zeg maar.

Ik denk dat ieder van ons andere ervaringen en herinneringen heeft aan die tijd van circa 58 jaar geleden. Ik vond het toch de moeite waard om naast de feitelijke opsomming van gebeurtenissen ook de emotionele kant te belichten.

Ik heb in het begin niet voor niets het woord 'deportatie' gebruikt, omdat het een beetje de onmacht weergeeft die je plots voelde als onmondig kind, als je uit je nest wordt gerukt.

Maar zonder te willen bagatelliseren of zaken goed te willen praten, het was niet alles kommer en kwel toch?

Reacties welkom.

 

Joost

Reacties (1)

Cor Dekkers zei op 5 januari 2021 om 11:25
Zeer herkenbaar verhaal. Onder de luchtigheid van je verhaal gaat wel wat kinderleed schuil, denk ik. De zelfspot is vermakelijk en relativerend. Komplimenten!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!