i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

De pegels van Karel V

vertelde op 2 juli 2009 om 14:24 uur

De eerste poging om de Aa als rivier in zijn geheel te bekijken en een afweging te maken tussen alle belangen die er met het water gemoeid waren, stamt uit het jaar 1546. Op 10 april van dat jaar vaardigde Karel V een plakkaat uit met regelgeving voor de waterbeheersing in de rivieren de Aa en de Dommel. Aanleiding voor dit plakkaat was een verzoek van de stad ’s Hertogenbosch en de inwoners van de Meierij om een einde te maken aan de wateroverlast voor een groot aantal bezitters van landerijen langs de rivieren.

Het grote aantal watermolens (met de daarbij horende stuwkommen) en andere hindernissen in het water, zoals viskorven en stuwborden, hinderden de doorstroming zodanig, dat het water achterwaert stijgende was en dus de beemden en broeken overstroomde. De zwarte piet lag vooral bij de molenaars die het water bij hun molens naar eigen goeddunken opstuwden, om er het meest profijt van te hebben. Dat er dan hogerop problemen ontstonden was niet iets waar ze zich mee bezig hielden.

Een commissie

Het benoemen van een commissie is een Nederlandse traditie die al eeuwenlang meegaat. Ook in dit geval nam Karel V zijn toevlucht tot dit middel. De commissie stelde zich op de hoogte van de geclaimde schade en onderzocht hoe de zaken beter geregeld zouden kunnen worden. Er ging vervolgens een rapport naar de keizer in Brussel met voorstellen tot verbetering. Karel V nam die voorstellen over in een regeling die een goede en onbelemmerde waterafvoer moest garanderen.

Maatregelen

Ten eerste werden de waterpeilen bij de verschillende molens in de rivieren vastgesteld. Dat gebeurde aan de hand van het instellen van zogenaamde pegels of peilmerken, die bij de molens werden gezet en waaraan de molenaar zich te houden had. In de praktijk bleek het echter niet altijd mogelijk voor iedere molen een goede peilhoogte vast te stellen. Bij de eerste molen op de Aa die de inspecteurs tegenkwamen, ging het bijvoorbeeld al mis: de molen van Stipdonk, bij Lierop, had op het moment van de inspectie, 14 augustus 1545, zo weinig water, dat men geen vast peil kon noteren. Daarom werd hier bepaald dat de waterborden van de molen en die van de sluis niet hoger mochten zijn dan de oevers stroomopwaarts van de molen en dat de waterplaat van de molensluis dieper gelegd moest worden.

In oktober was er wel genoeg water in de Aa om ook bij de molen van Stipdonk een pegel te zetten. Op 5 oktober sloeg men een paal in de grond, waaraan een ijzeren kruis met vier armen werd genageld. In het midden van dit kruis werd een ijzeren tap [= een bout] bevestigd die ongeveer één dwarse duim boven het kruis uitstak. De pegel werd anderhalve voet (c. 45 cm) boven de waterplaat gesteld en in tegenwoordigheid van een aantal getuigen door de commissarissen officieel bevestigd.

Ten tweede werd bepaald dat er jaarlijks in het voorjaar, tot half maart, een paar dagen moesten zijn waarop alle molenaars hun molen en sluis moesten openzetten en het water de vrije loop laten. Op die manier konden de weilanden en akkerlanden ontwaterd worden. Om een en ander enigszins gecoördineerd te laten verlopen moest de hele operatie bij ’s-Hertogenbosch beginnen. Vanaf de stad kwamen dan verder stroomopwaarts steeds de volgende molens aan de beurt, totdat uiteindelijk de gehele rivierloop vrij was.

Deze regelgeving was mooi, maar in de praktijk moest men zich er natuurlijk ook nog aan houden. Inspecties en boetes moesten dat garanderen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 29 juni 2009 om 14:58 uur

De Aa

vertelde op 2 juli 2009 om 14:13 uur

Corruptie in Helmond

vertelde op 22 september 2010 om 11:35 uur

Pegelproblemen