i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: 's-Hertogenbosch
Periode: 1975 - 1990
Tags:

De Rooie Vrouwen

vertelde op 2 juli 2019 om 09:45 uur

De P.v.d.A kende vanaf haar oprichting in 1945 een eigen vrouwenorganisatie als onderdeel van de Partij. Sinds 1975 was dat De Rooie Vrouwen, met een eigen structuur, eigen reglementen en een geformaliseerde positie in de Partij. Haar voorgangers waren het “Vrouwencontact in de P.v.d.A.”, opgericht in 1969 en daarvoor de “Bond van Sociaal Democratische Vrouwenclubs”, opgericht in 1905.

Vanaf het begin was Mathilde Wibauts daar voorzitter van. De Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (de voorloper van de PvdA) erkende de Bond in 1914. Haar opdracht was “de verheffing van de vrouw”.

Op vormingscentrum De Born, de plek waar de vrouwen bijeen kwamen en waar scholing gegeven werd, staat een beeldje met de tekst: “En zij leerden fier rechtop te staan.” Aan De Born is de naam van Liesbeth Ribbius Peletier verbonden. Ook zij was een bestuurslid van het eerste uur van de Bond van Sociaal Democratische Vrouwenclubs.

In 1970 werd ik lid van de P.v.d.A. en ik was niet de enige! De politiek stond in die jaren maatschappelijk zeer in aanzien. Afdelingsvergaderingen werden druk bezocht. Er werd zwaar gerookt, stevig gedronken en druk gediscussieerd. Wij vergaderden op de zolder van een boerderij in Boschveld. Aan het eind van de avond kon je elkaar niet meer zien door de rook.

In 1974 werd ik gemeenteraadslid van Den Bosch voor de P.v.d.A. In die tijd werden ook de vrouwen plaatselijk actief in de Rooie Vrouwen. De belangstelling voor het gemeenteraadswerk groeide en net als op landelijk niveau kwamen er specifieke vrouwenpunten en vrouwencursussen die scholing boden voor vrouwen die politiek actief wilden worden (de zogenaamde drempelcursus).

Een bijzonder moment was dat in 1982 alle vrouwelijke gemeenteraadsleden (dus over de politieke scheidslijnen heen) met elkaar een Emancipatienota schreven. Dat werd ons door de heren niet in dank afgenomen! Want vrouwen in de politiek, dat was nog zeker niet vanzelfsprekend. Hoe vaak gebeurde het niet dat, als wij als Gemeenteraad een bezoek gingen brengen aan een andere stad, ik de vraag kreeg (van een man natuurlijk): “En… wie zorgt er nu voor je kinderen?” Mijn antwoord: “dat vraag ik toch ook niet aan jou?” vonden de heren niet passend.

Tot 1985 heb ik actief deelgenomen aan het landelijke Rooie Vrouwenwerk. In dat jaar volgde ik Ton Lensen op als wethouder in Den Bosch. Ik kreeg ook een positie binnen de VNG, als Dagelijks Bestuurslid van het College voor Arbeidszaken. Dat was werk op landelijk niveau. Samen met Geke Faber volgde ik Pijkel Schroder en haar vicevoorzitter op. Dat was programma’s maken, vergaderingen voorzitten etc. Zorgen voor een blijvend sterke positie van de Rooie Vrouwen in de partij.

Voor de Rooie Vrouwen heb ik van 1978 tot 1981 vier jaar in Amsterdam gewerkt als emancipatiewerkster. Leuk werk, maar... "ik moest de vrouwen niet opstoken!” Want “daar zat niemand op te wachten”. Dat zat zo: we maakten  een onderscheid tussen emanciperen en feminiseren. Emancipatie stond voor economische onafhankelijkheid, op eigen benen kunnen staan. Het betekende ook gelijkwaardigheid tussen man en vrouw (een 5-urige werkdag, zodat man en vrouw een volwaardige werkweek konden hebben en toch samen voor het huishouden en de kinderen zorgen). Allemaal prima.

Feminisering ging veel meer over de autonomie van de vrouw, die zelf haar leven bepaalde en haar eigen keuzes maakte. In de drempelcursus onderzochten de vrouwen de internalisering van hun onderdrukking als gevolg van opgroeien met hun moeders en grootmoeders als voorbeeld. Studeren mocht dan wel belangrijk zijn, maar de echte rol voor de vrouw bleef toch moeder worden, kinderen groot brengen en stut en steun voor de man zijn.

En daar begon het te wringen, want het bleek dat dat ook in de politiek gold. Voor de partij was klasseverschil een belangrijker thema dan vrouwenonderdrukking. Ging je als vrouw op je strepen staan of maakte je ruzie als je vond dat vrouwen niet voldoende de ruimte kregen, dan werd dat buitengewoon onaangenaam gevonden. Mannen waren nu eenmaal kostwinner die carriere moesten maken.

Evenmin zat de landelijke Rooie Vrouwenclub te wachten op een scheuring of heftige tweespalt binnen de P.v.d.A. Vandaar die waarschuwing: ik mocht wel werken met Rooie Vrouwen; het was ook wel belangrijk dat de vrouwen weet hadden van de feministische theoriën, maar ik moest toch vooral ‘de kerk in het midden houden’.

Foto's:
's-Hertogenbosch, Aanbieding van de folder van de Vrouwen Adviescommissie door mevrouw J. de Vries (links) aan wethouder Joke van der Beek (rechts),  12 maart 1987. Fotograaf: Felix Janssens. Bron: Collectie Erfgoed 's-Hertogenbosch, fotonr. 0072704.
's-Hertogenbosch, wethouder Joke van der Beek en C. de Jager, directeur van het Gemeentelijk Woningbedrijf, 19 november 1987. Fotograaf: Felix Janssens. Bron: Collectie Erfgoed 's-Hertogenbosch, fotonr. 0074339.
Affiche Rooie Vrouwen. “Kies voor kwaliteit, kies een PvdA-vrouw”, 1988. Tekenaar: Len Munnik. Bron: Geheugen van Nederland.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: