i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxmeer
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: RK kerken

vertelde op 5 januari 2009 om 11:30 uur

De Sint-Petrusbasiliek in het centrum van Boxmeer staat op een plek waar al in de vierde eeuw een klein kerkje stond. In de loop van de twaalfde eeuw is het houten bouwsel vervangen door een stenen kerk.

In de vijftiende eeuw kwam in de plaats van de oorspronkelijke kerk een bakstenen gebouw met toren in de gotische stijl. Daaraan zijn in de zestiende eeuw aan de noord- en zuidzijde dwarsarmen gebouwd.

De huidige kerk is niet de oorsponkelijke meer. In het najaar van 1944 hebben de Duitsers de toren opgeblazen, waardoor ook de kerk bijna volledig instortte. Begin jaren vijftig heeft architekt H. W. Valk (die daarna ook een nieuw gemeentehuis voor Boxmeer ontwierp) de kerk herbouwd. Het interieur bevat nog wel originele elementen uit de vroegere kerk, zoals het eikenhouten oksaal uit 1634, een marmeren grafmonument uit 1741 en een drietal klokken uit de vijftiende eeuw.

In 2000 werd de Sint Petruskerk de achttiende kerk in Nederland die de eretitel basilica minor mocht gaan voeren. Dat is een eretitel die door de paus wordt toegekend. Aan die eretitel zijn enkele privileges verbonden. Die betreffen hoofdzakelijk het voeren van twee eretekenen. Het ene is het conopeum, een soort grote paraplu in de kleuren rood en goud.

Oorspronkelijk diende het conopeum om de priesters tijdens processies te beschutten tegen zon en regen. Het andere ereteken is het tintinnabulum, een staf met een bel, die vroeger werd gebruikt om de komst van de processie aan te kondigen.

Om voor verheffing tot basilica minor in aanmerking te komen, dient de kerk onder andere een eerbiedwaardige ouderdom, aanzienlijke grootte of bijzondere schoonheid te hebben en over voldoende geestelijken en toereikende inkomsten te beschikken voor de plechtige viering van de eucharistie. Een andere eis is dat de kerk een veel vereerd reliek bezit of een druk bezochte bedevaartplaats is. Dit laatste is natuurlijk in Boxmeer het geval.

In de crypte onder de kerk vond rond 1400 het zogenaamde Bloedwonder plaats. Deze gebeurtenis maakte van Boxmeer een bedevaartplaats. Nog altijd trekt elk jaar op de tweede zondag na Pinksteren, de zogenaamde Vaartzondag, een processie door de straten van Boxmeer om het Bloedwonder te herdenken. De reliek van het H. Bloed wordt bewaard in een kostbare reliekschrijn, opgesteld in de Bloedkapel. Deze schrijn werd in 1656 geschonken door graaf Albert ter vervanging van de vroegere schrijn van 1482, destijds een geschenk van kanunnik Johannes van Meer. De huidige schrijn is gesmeed door Rhabanus Raab, stamvader van een bekend geslacht zilversmeden in Boxmeer.

Dankzij het feit dat oksaal en orgel in de vorige kerk tegen de rechterzijbeuk stonden, zijn ze ontsnapt aan de verwoestende instorting van de toren in 1944. Het oksaal werd ontworpen door pastoor Peelen. Het werd in 1634 voltooid door Jan Werkens uit Venray. De kosten bedroegen destijds 3000 gulden, waarvan er 1000 waren toegezegd door graaf Albert. Pastoor Peelen vermeldt echter dat het ‘van betalinghe voorseyt en niet is gecommen’. Toch prijken de wapens van graaf Albert op het front en iets hoger, op het rugpositief, die van graaf Oswald en zijn vrouw. De karmeliet Benedictus Buns, musicus en componist (1642-1716), moet dankbaar van dit nieuwe orgel gebruik gemaakt hebben toen het in 1677 was geplaatst. Het was gebouwd door de Mechelse orgelmaker Blasius Bremser.

Het grafmonument aan de achtermuur is van graaf Oswald van den Bergh (gestorven 1712) en zijn gemalin Maria Leopoldina Catharina, gravin van Rittberg (gestorven 1718). Het classicistische gedenkteken werd uitgevoerd door de bekende J.B. Xavéry, die onder andere voor stadhouder Willem IV heeft gewerkt.

De kerk was het middelpunt van de parochie. Maar mijnheer pastoor was het gezicht van het ‘rijke roomse leven’. Denk aan pastoor Lutger Thien, die in 1954 de kerkgemeenschap onder zijn hoede kreeg. Hij stond er niet alleen voor. Zijn pastorale team bestond uit maar liefst drie kapelaans, namelijk A.J.B. Verhamme, J.J.F. Collet en M.A. Hendriks.

En wie herinnert zich pastoor H.J.G. Haarhuis nog, die midden jaren zestig in de basiliek zetelde? Beide pastoors moeten hun parochie door en door hebben gekend, al was het maar door alle biechten die zij hebben afgenomen. Over hen zijn dus vast boeiende verhalen te vertellen. Dat kan hieronder.

Pastoor Haarhuis    

Namens de vereniging De Metworst wordt een brood overhandigd. Op de foto v.l.n.r.: Harry Broeren, pastoor Haarhuis, Jan Nabbe, Jan Kelders. (BHIC, BOX0922, Fotostudio Jan Waarma)

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (5)

arno peters zei op 4 februari 2011 om 00:26 uur

In de krypte die tijdens de afbraak van de kerk gevonden werd zijn de fundamenten te zien die bestaan uit het in Boxmeer gevonden oersteen. Dat is een ijzerrijk gesteente die gevonden wordt langs de Maas. Bij een bezoek aan de krypte kunt u de oersteen bekijken en zien dat dit een rood-bruine kleur heeft. Daardoor is de plaats waar het gevonden werd door de Romeinen "De Rode Landen" genoemd. De Romeinen kwamen rond het jaar 11 door Boxmeer waar zij eerst een weg hadden aangelegd. Deze weg bestaat dus in 2011 nog steeds en is dus nu 2000 jaar.

Henk Buijks bhic zei op 4 februari 2011 om 09:12 uur

Mogelijk komt die oersteen uit Sint-Hubert, Arno. Daar is buiten het dorp een plek waar dat spul gedolven werd. Op het pleintje bij de kerk staat nog een beeldje dat de ijzeroerwerker voorstelt. En in de middeleeuwse kerktoren van Sint-Hubert zijn ook enkele ijzeroerstenen verwerkt.

arno peters zei op 7 februari 2011 om 00:14 uur

Dat zou inderdaad kunnen maar volgens drs H.J. van Cuijk in zijn boek
"facetten uit de historie van de gemeente Boxmeer en haar 11 dorpen" pag. 30, zegt hij :"nog tot op de dag van vandaag stuit men bij het ploegen op deze ijzerhoudende broekstenen". referende aan de beschrijving van "Boxmeer mette Roede lande daerom geleegen" (acte 1 april 1366).

arno peters zei op 17 maart 2012 om 22:32 uur

Bij het afbreken van de kerk kwamen de slopers de resten tegen van lichamen van de Grafelijke familie van Boxmeer, die daar al eeuwen werden begraven. Er was een Grafkelder in de kerk.
De slopers hebben (met of zonder enig respect) de overblijfselen opgegraven en in een kuil achter het huidige "Juvenaat" herbegraven. In een massagraf. Een triest einde van een zeer befaamde familie...

arno peters zei op 17 maart 2012 om 22:52 uur

Er was een budget uitgetrokken voor het grafmonument voor Oswald. Daar bleek echter geld over te zijn waarmee het Rochuskapelletje gebouwd werd. Deze kapel werd opgericht omdat er op die plaats het beeldje aangespoeld was van de H.Rochus die voorheen op het Zand had gestaan maar door wateroverlast op die plek terecht kwam. Een uniek Barok kapelletje waarvan de bouwstijl in de verre omgeving niet terug te vinden is!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 23 augustus 2013 om 11:12 uur

Een 'groote ramp' voor St. Petruskerk Uden

vertelde op 4 maart 2008 om 10:10 uur

Van Pieterskerk naar Sint-Petruskerk

vertelde op 27 mei 2010 om 11:16 uur

Het Heilig Bloedwonder