i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Haaren
Tags:

De Staten-Generaal over Haaren (1794)

vertelde op 8 februari 2009 om 11:38 uur

In 1794 maakt Mr. Caspar van Breugel in opdracht van de Staten-Generaal een overzicht van de sociaal-economische toestand van de Meijerij van ’s-Hertogenbosch, getiteld Beschreeve staat van de Meijerije. Dit overzicht hadden de Staten-Generaal nodig voor een hervorming van het belastingstelsel. De gegevens kreeg Van Breugel aangeleverd van de plaatselijke bestuurders van steden en dorpen.

Die hadden er natuurlijk belang bij dat de belastinginners niet al te hoge verwachtingen zouden koesteren. Het geschetste beeld was dus meestal somberder dan de werkelijkheid. Als het al te erg werd corrigeerde Van Breugel de gegevens van de bestuurders door er een commentaar aan toe te voegen.

Aan de andere kant waren de kwantitatieve gegevens natuurlijk wel controleerbaar, dus daar kon niet al te veel mee gesjoemeld worden. Maar een deel van het sombere beeld komt wel overeen met de werkelijkheid, want de economie zat in die jaren wel degelijk in een dip.

Over Haaren bevat de Beschreeve staat de volgende tekst:

Dit dorp is niet geleegen tot [gunstig gelegen voor] den koophandel door de nabijheid van deeze stad [’s-Hertogenbosch] en andere omliggende plaatzen, alwaar sterke negotie gedreven word. De passagie van deeze stad op Oisterwijk of Tilburg gaat maar door een gedeelte van Haaren, en wel buiten aff. 
Er zijn twee brouwerijen waar van eene alleen tot eigen consumptie.
Geen fabricqen.
Het eenig bestaan der ingeseetenen is den landbouw behalven nog sommige winkeliers en eenige ambagtslieden tot gerief der ingesetenen.
Er zijn seven tappers en herbergiers.

De aard der teullanden [akkers] is aldaar koud en mager, hoewel door sterk misten en wel bouwen somtijds nog wel goed koorn voortbrengt, als het door den aart der killige grond in den winter niet sterfft, hetgeen aldaar dikwils plaats heeft en dan door het meenigvuldig onkruid bedorven word, blijkende bij het gewas der somervrugten, die aldaar niet zoo wel wassen als in de omliggende plaatzen.

De weijlanden zijn dor en mager en zeer zandig, kunnende niet genoeg gemist worden, omdat de teullanden te veel nodig hebben en er door den armen boer geen vee genoeg kan gehouden worden, bij gebrek aan weijlanden, en daarenboven moet het nodige hooij tot onderhoud van het vee in den winter nog met groote kosten aldaar binnen gebragt worden.

Aantal huizen in 1736: 197; in 1791: 215; leeg: 6       
Aantal inwoners in 1791: 965.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: