i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Helvoirt
Tags:

De Staten-Generaal over Helvoirt (1794)

vertelde op 8 februari 2009 om 11:55 uur

In 1794 maakt Mr. Caspar van Breugel in opdracht van de Staten-Generaal een overzicht van de sociaal-economische toestand van de Meijerij van ’s-Hertogenbosch, getiteld Beschreeve staat van de Meijerije. Dit overzicht hadden de Staten-Generaal nodig voor een hervorming van het belastingstelsel. De gegevens kreeg Van Breugel aangeleverd van de plaatselijke bestuurders van steden en dorpen.

Die hadden er natuurlijk belang bij dat de belastinginners niet al te hoge verwachtingen zouden koesteren. Het geschetste beeld was dus meestal somberder dan de werkelijkheid.

Als het al te erg werd, corrigeerde Van Breugel de gegevens van de bestuurders door er een commentaar aan toe te voegen. Helvoirt is daar een mooi voorbeeld van. Van Breugel maakt hier de bestuurders van Helvoirt een beetje belachelijk door te veronderstellen dat ze niet echt met opzet een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven, maar eigenlijk gewoon te dom waren om het woord transitoir (doorgaand verkeer) te kennen…..

Aan de andere kant waren de kwantitatieve gegevens natuurlijk wel controleerbaar, dus daar kon niet al te veel mee gesjoemeld worden. Een deel van het sombere beeld komt dan ook wel overeen met de werkelijkheid, want de economie zat in die jaren wel degelijk in een dip.

Over Helvoirt bevat de Beschreeve staat de volgende tekst:

Dit dorp geleegen anderhalf uuren van deeze stad [’s-Hertogenbosch] en even zoo ver van Oosterwijk, drie uuren van Heusden, even zoo ver van Tilburg, zou om die reeden tot den koophandel wel [ gunstig] geleegen zijn, egter word die aldaar niet gedreeven. Ook word er geen vrije markt gehouden waar uit is voortvloeijende dat het transitoire of iets van dien aart aldaar geen plaats heeft.

Dit stellen de regenten, maar in den besten zin genoomen [in de meest gunstige zin geïnterpreteerd] moet men zeggen dat zij de beteekenis van het woord transitoir [doorgaand verkeer] niet gevat hebben. Want anders zou men zeggen dat een plaats alwaar de postwaagen van deeze stad op Tilburg en Breda, de tourkar op Turnhout en Antwerpen, alle verdere rijtuigen, voer- en vragtkarren derwaards, naar het gehele quartier van Oosterwijk, de baronnie van Breda en het Land van Braband doortrekken, zoodanig dat men er om zoo te spreeken nooit komt zonder passanten te ontmoeten, nog al iet of wat “transitoir” heeft.

Er zijn geen brouwerijen. Geen fabricqen. De verdere neering en handteering [middelen van bestaan] der ingeseetenen is, behalven den landbouw drie linnenwevers, drie schoenmaakers en agt loijers. Er zijn vijftien tappers waar onder seeven herbergiers.

In de Kerk- en Molenstraat, de Gijzel en het Laar zijn de teullanden [akkers] ten deele reedelijk goed; op den Distelberg en aan de Zandkant hoog, zandig en heijagtig, en dus veel minder in qualiteit. De weijlanden zijn in ’t generaal [algemeen] in het eene of ander district zeer verschillend, en daar bij zeer weinig, zoo dat de ingeseetenen altoos voor hun vee naar buiten moeten gaan hooijen.

Aantal huizen in 1736: 173; in 1791: 202; leeg: 1
Aantal inwoners in 1791: 1.202.

Voor de rest van het originele document, zie pagina 2-3, 4-5, 6-7, 8-9 en 10-11.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 7 april 2009 om 12:46 uur

Willem Hoffman (1908-1991)

vertelde op 8 februari 2009 om 11:38 uur

De Staten-Generaal over Haaren (1794)