i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Zeeland
Tags:

De wervelstorm van 10 augustus 1925

vertelde op 27 november 2009 om 09:54 uur

Op 10 augustus 1925 raasde een wervelstorm over Nederland. Van Uden tot in het Twentse Denekamp richtte deze cycloon een breed spoor van vernielingen aan. In Zeeland en Escharen was de schade het grootst: in Graspeel, Trent en Oventje werden ruim dertig gezinnen dakloos, twee kinderen verloren het leven.

Een door de storm verwrongen lichtmast in Oventje houdt de herinnering aan deze donkere dag voor Zeeland levend.

Een groot deel van Nederland bezweek die dag bijna onder de hitte. Maar niemand had kunnen denken dat in ons land onder deze omstandigheden een wervelstorm van bijna tropische omvang zou ontstaan. Volgens weerkundigen bevond Nederland zich aan de westflank van een langgerekte hogedrukzone, die zich uitstrekte van Italië, via de Alpenlanden en Polen naar Finland en het noordwesten van Rusland.

Aan de andere kant lag er een lagedrukgebied met kern ten zuidoosten van IJsland. In Nederland waaide tussen beide systemen in een zuidelijke wind, die warme en vochtige lucht het land in blies. Tegelijkertijd naderde vanuit het zuidwesten een koufront. Vooral in het oosten van Nederland was het die dag nog lang zonnig.

De temperatuur steeg tot boven de 30 graden. Door de hoge luchtvochtigheid hing er een benauwde, kleffe sfeer. In de loop van de middag kwam vanuit het zuidwesten een onweersfont binnen. Uiteindelijk zou in een brede strook vanaf Uden in Brabant (waar ooggetuigen de wolken tot op 50 meter van de grond zagen hangen) tot in het Twentse Denekamp een spoor van vernielingen worden aangericht. Dat moet de baan van de zwaarste bui zijn geweest.

Het zwaarst getroffen werden de gemeenten Zeeland en Escharen in Brabant en Borculo in Gelderland. Dankzij een zeer pr-gevoelige burgemeester, jonkheer ir. R.R.L. de Muralt, trok Borculo verreweg de meeste aandacht van de landelijke media; deze cycloon is dan ook de geschiedenis ingegaan als "de stormramp van Borculo".

Koningin Wilhelmina en haar dochter Juliana lieten zich daar al twee dagen later zien. Zeeland en Escharen kregen pas op 18 augustus koninklijk bezoek. Het duurde bovendien enige tijd voordat de taxaties van de schade in Zeeland op hetzelfde peil waren gebracht als in Gelderland. Daar gaapte aanvankelijk een gat van 20% tussen!

In Escharen werd vooral het kerkdorp Langenboom (nu gemeente Mill) het kind van de rekening. In Zeeland betaalden vooral de buurtschappen Graspeel, Trent en Oventje een hoge tol. In Graspeel en Trent kwamen twee kinderen om. Vele tientallen huizen en schuren werden geheel of gedeeltelijk verwoest. Ruim dertig gezinnen raakten dakloos.

Dorus Lamers uit de Trent was ooggetuige:

"Willem Beek kwam langs het veld op de Graspeel waar wij aardappels raapten. 'Ga toch naar huis', riep hij. Ome Knilles was het ook al wezen zeggen. Op weg naar huis konden we duidelijk zien dat de wervelstorm niet naar ons, maar via Oventje, Trent en Graspeel naar Langenboom draaide. Wij lagen gelukkig buiten de route. Op de Graspeel werden verschillende huizen verwoest. Van een afstand zagen we de rechte, rode slurf over het huis van Tienuske van Uden gaan. Ja, we zagen hoe dat huis plat ging. De rietdekker was juist die dag klaargekomen met het nieuwe dak. 'Nou ben ik er mooi heel mijn leven voort vanaf', had Tienuske nog tevreden geconstateerd."

Ook Anna van den Elzen-Van den Heuvel uit de Graspeel maakte de storm van heel nabij mee:

"Ik was net uit school en had andere kleren aangetrokken. Van ons moeder moest ik naar de winkel, naar Ties Manders. Daar vloog plotseling al het glas uit de sponning.

'Kom vlug mee naar de slaapkamer en bidden, bidden, bidden', riep Kee, de vrouw van Ties Manders. We zaten allemaal geknield voor het bed en baden. Toen kwam Ties binnen en zei: 'Schei er maar mee uit, want het is al over. Anna kom jij eens mee naar buiten', zei hij tegen mij. Eerst zag ik niks, maar toen ik op een grote steen ging staan, zag ik dat er van ons huis bijna niks meer over was.

Ik wilde meteen naar huis toe. 'Ons vader en ons moeder', schreeuwde ik alsmaar. Ik klauterde over de bomen naar huis. Halverwege zag ik onze vader aankomen. Ik was zo blij. 'Maar meid, leef jij nog?' vroeg hij. 'Ja natuurlijk', antwoordde ik verbaasd. Vader was overstuur en vertelde me dat ons Nartje verongelukt was.

Ze hebben mijn broertje morsdood onder het puin vandaan gehaald. Hij lag al op een bed toen ik thuis kwam. (...)"

De regering richtte een Nationaal Steuncomité Stormramp op, dat geld en goederen ging inzamelen. Bovendien werd militaire hulp gezonden. Geniesoldaten legden een tijdelijk smalspoor aan van station Halte Zeeland naar de getroffen gehuchten. Ook maakten zij de wegen vrij van omgevallen bomen, haalden de muren van ruïneuze huizen en schuren neer en bouwden noodwoningen.

Vrijwilligers, onder wie veel leden van de RK Jonge Boerenstand uit heel Oost-Brabant, boden een helpende hand. De koningin en prins-gemaal Hendrik bezochten Zeeland op 18 augustus. De gedenkplaat op de verwrongen lichtmast in Oventje herinnert daar nog aan.

Naast het Nationale Steuncomité was er ook nog een Provinciaal Steuncomité en het plaatselijk Stormrampcomité. Deze laatste twee waren nog enkele jaren werkzaam om geld in te zamelen en uitbetalingen te doen aan degenen die schade hadden geleden. In Zeeland werd in totaal een bedrag van ƒ 254.697,01 uitgekeerd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (4)

Bernard Vissers zei op 12 maart 2009 om 20:58 uur

Deze wervelwind heeft niet alleen in Zeeland, Langenboom en Burculo huisgehouden, ook in Veghel is er schade aangericht. De boerderij van mijn opa; Hanneske Vissers op Havelt F15 is op de namiddag van 10 augustus verwoest. Opa en mijn vader waren of dat moment een paar honderd meter van huis in het Dúwsel aan het melken. Ze zagen de bui al lang dreigend aankomen en voor ze het in de gaten hadden, was de slurf over de boerderij getrokken. In verband met de broeierige hitte hadden de meeste deuren, ook de grote schuurdeuren, opengestaan. De wind had vrij spel gehad. Hannes Vissers besloot om in het verlengde van de verwoeste boerderij een nieuwe te bouwen. Deze kwam in 1926 gereed. Tot die tijd bleef men provesorisch in het oude huis wonen. Veel bouwmaterialen uit het oude huis werden verwerkt het achterhuis van de nieuwbouw. In de gevel naast de voordeur staat de datum van het bouwjaar;30 april 1927. Dat is tevens de verjaardag van zoon Jan. Hij was de enigste zoon want de vrouw van Hanneske was in 1921 aan tbc gestorven.
Op deze boerderij ben ik in 1955 geboren en met een onderbreking van 10 jaar heb ik daar altijd gewoond.
Havelt F15 werd gemeenteliijk veranderd in De Eeuwsels 4.
Sinds de bouw in 1926 en '27 is er aan de buitenkant nauwelijks iets veranderd. Het pand staat sindskort op de monumentenlijst

Bernard Vissers

Bernard Vissers zei op 12 maart 2009 om 21:04 uur

Er staat een foutje in de tekst. in de gevelsteen staat 30 april 1926. (en niet 1927)In 1927 kwam een bijna identieke boerderij gereed 200 meter verderop. Hanneske Vissers had een bouwtekening en twee vergunningen aangevraagd en heeft er eentje doorverkocht.
Bernard

Annemarie van Geloven bhic zei op 13 maart 2009 om 11:38 uur

Heel hartelijk dank voor uw waardevolle reacties. Uit uw verhaal spreekt heel veel liefde voor het ouderlijk huis!
Op de fotobank van BHIC staat een foto van de boerderij Eeuwsels 4. Als bouwjaar staat daar bij 'ca 1925'. Wij kunnen dit nu met een gerust hart wijzigen in 1926.
De boerderij die 200 meter verderop lag, is dat Eeuwsels 2 ?

Bernard Vissers zei op 15 april 2009 om 21:20 uur

Inderdaad die andere boerderij (1927) heeft als adres De Eeuwsels 2. Vroeger was het Havelt F13. De na de windhoos heropgebouwde boerderij was Havelt F15 (nu De Eeuwsels 4)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: