i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Lith
Jaar: 1855
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Watersnoden

Dijkdoorbraak in Lith, 1855

vertelde op 20 juni 2011 om 14:55 uur

Eind februari 1855 begon het na een winterse periode van zes weken te dooien. Een vloed van smeltwater en kruiend ijs stroomde door de Rijn en veroorzaakte veel rampspoed in Duitsland. Daarna was Midden-Nederland aan de beurt.

Begin maart stond een groot gedeelte van het rivierengebied onder water. Op 4 maart stuwde de Waal via het Kanaal van Sint-Andries de (bevroren!) Maas op in de richting van Lith. Enorme ijsschotsen hoopten zich op tegen de Brabantse rivieroever en bij Kessel doorsneden ze het dijklichaam, zodat het water de polder instroomde.

Maar de grootste ramp voltrok zich stroomopwaarts, bij Lith. Het verhaal wordt verteld door een tijdgenoot, Willem van de Poll (1816-1904), die in 1855 rechter was in het naburige Tiel.

“Eenige wilgen, benevens een zandaak, werden bij de ijsbeweging te Lith, omstreeks 11 1/2 uren v.m., verbrijzeld. Het was als het ware het sein dat den ingezetenen het nakend gevaar aankondigde. Toch bleven gemeente- en polderbestuur werkeloos.

Daar stortten zich (...) tegen den avond het water en ijs, door de ijsbezetting bij Heerewaarden in hun voortgang gestremd, over de uiterwaarden in de rigting van Lith op de Maas uit. Daar de rivier nog vast zat, bragt zulks een vreeselijke schok te weeg: er volgde omstreeks 7 uren eene geweldige ijskruijing, waaronder de stand der rivier van uur tot uur zoo hoog opsteeg dat ze zich weldra tot 0,90 el [=90 cm] boven de kruin des dijks verhief.

Vervaarlijke ijsschotsen werden door de kracht van den stroom te Lith tegen de dijken gesleurd en dreigden het ongelukkige dorp met dood en verderf.”

Volgens Van de Poll ontbrak de coördinatie van bovenaf, terwijl veel Lithenaren verlamd waren van schrik en angst. Toch was er een groep inwoners aan het werk in het dorp: dominee Krol en zijn zoon, de heer Prosman, diens zonen en buren.

Onafgebroken werkten zij “aan den dijk, waarop kistingen van de protestantsche kerk tot voorbij het huis van den notaris Frijlinck werden gesteld. Maar bij gebrek van materieel was het onheil niet meer te keeren; het water stroomde allerwege over den dijk; ieder spoedde huiswaarts om het veege leven te redden. (...)

Omstreeks 4 uren in den nacht bezweek de dijk, niet langer in staat die aanhoudende persing van water en ijs te doorstaan (…) juist op dat gedeelte dat het meest met huizen was bebouwd. De wakkere Dielis Lommers had daar nog geruimen tijd den dijk verdedigd, doch toen men hem niet te hulp kwam, had ook hij het moeten opgeven.

Vier huizen werden bij die doorbraak, die aanvankelijk een wijdte had van 40 el, weggeslagen. Nu werd eene ontzagwekkende massa water en ijs als uitgegoten op de lager liggende landen; de bruischende golven en de vervaarlijke ijsschotsen sleepten alles mede in hun vernielenden vaart; 30 huizen en eene schuur, staande in de zoogenaamde Lieve-vrouwen-straat, - tegen over de doorbraak – werden omvergerukt.”

Zeven Lithenaren kwamen om. Zes van hen behoorden tot de gezinnen van de schippers Roelof Nentels en Frans van der Heiden.

E. Koster en C. Springer brachten de overstroming in beeld. De opbrengst van de tekening werd gebruikt 'ter leniging van de nood van de slachtoffers'.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Bert zei op 9 november 2014 om 22:01 uur

In 11 maart 1593 vindt er een dijkdoorbraak plaats tussen Lith en Kessel.
Zie hiervoor het schepenboek 50 van Lith op blz 134

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 9 juni 2011 om 12:31 uur

Lijden onder water

vertelde op 20 juni 2011 om 15:05 uur

De slachtoffers van 1855