i

Dit verhaal gaat over:

Periode: 1940 - 1945
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Vliegtuigtypes luchtoorlog 1940-1945

Duitse jagers 1940-1945

vertelde op 5 april 2019 om 15:38 uur

De meeste Duitse jachtvliegtuigen die boven Noord-Brabant zijn neergestort in de periode 1940-1945 maakten deel uit van de zogenaamde 'Nachtjagd', de verdediging van het luchtruim tegen de nachtelijke bombardementsvluchten van de geallieerden op Duitsland. Maar ook de 'Tagjagd' eiste zijn tol.

Een Jagdgeschwader Bf 109Op Woensdrecht waren vanaf mei 1940 tot september 1944 jagers gestationeerd voor de kustverdediging, zoals die van I/JG 26 (tot augustus 1943). Op Volkel, in gebruik van mei 1943 tot september 1944 was tot diezelfde tijd II/JG 26 gestationeerd, dat met Focke Wulf 190’s vloog. In de maanden daarna, tot februari 1944 was het III/JG 1, vliegend met Messerschmitts Bf 109.

De jachtvliegtuigen die in het Noord-Brabantse luchtruim het meest actief (en succesvol) waren bij het tegenhouden van geallieerde bommenwerpers, hadden hun thuisbasis op de nieuwe Fliegerhorst Venlo, dat tijdens de oorlog een belangrijke rol speelde bij de Nachtjagd. Op 18 maart 1941 arriveerde daar de I./NJG 1, de eerste eenheid die zich bezighield met de nachtelijke jacht. Al snel behaalde deze Gruppe onder leiding van Hauptmann W. Streib een groot aantal overwinningen.

Dat neemt niet weg dat ook Duitse jachtvliegtuigen neerstortten, hetzij in een luchtgevecht, hetzij als gevolg van motorstoringen of andere pech. Als je de grafiek bekijkt, zie je dat met de intensivering van de bombardementen op Duitsland door de geallieerden vanaf voorjaar 1943 ook het aantal gecrashte Duitse jagers toeneemt.

Een bijzondere piek is die van januari 1945: Unternehmen Bodenplatte, een laatste wanhoopsaanval door de Luftwaffe op vliegvelden in Zuid-Nederland, België, Luxemburg en Noord-Frankrijk. Het liep niet goed af: alleen al in Brabant stortten er die dag 33 Duitse jachtvliegtuigen neer.

Messerschmitt Bf 109

(Luftwaffe, 73 crashes)

Dit jachtvliegtuig droeg de naam van zijn ontwerper, Willy Messerschmitt. ‘Bf’ stond voor Bayerische Flugzeugwerke, het bedrijf dat ze produceerde. Dat bedrijf was een voorloper van de Bayerische Motoren Werke, beter bekend als BMW. Met een topsnelheid van ruim 640 kilometer per uur was de Messerschmitt Bf 109 de grote concurrent van de Britse Spitfire. De jager was al grondig getest tijdens de Spaanse Burgeroorlog in de late jaren dertig. Hij was bedoeld als een echte ‘interceptor’; het onderschepte vijandelijke vliegtuigen en kon ze met hoge snelheid achtervolgen. Er zijn er zo’n 30.000 van gebouwd, waarmee het het meest geproduceerde vliegtuig is geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat betreft snelheid, gewicht en wendbaarheid stak het toestel met kop en schouders uit boven de oudere Duitse jagers. Het nieuwe jachtvliegtuig was daarbij bijzonder stevig, wat het in staat stelde om vanaf vrijwel elk vliegveld te worden ingezet. Zoals bij wel meer jachtvliegtuigen toen het geval was, waren er van deze Messerschmitt vele varianten. Een daarvan had bijvoorbeeld twee extra mitrailleurs. In 1941 kreeg de Bf 109 er een geduchte concurrent van eigen bodem bij, de Focke-Wulf 190. Maar tot in 1945 zou de Messerschmitt Bf 109 volop aan de luchtoorlog boven Europa blijven deelnemen.

Focke-Wulf Fw 190

(Luftwaffe, 46 crashes)

De Focke-Wulf verscheen pas in 1941 op het strijdtoneel. Daarmee was het toestel de concurrentie wel meteen een aantal stappen voor. Het was op moment van verschijnen misschien wel het beste jachtvliegtuig ter wereld. Sommige varianten haalden een topsnelheid van meer dan 700 kilometer per uur. De wens van de Luftwaffe om niet langer afhankelijk te zijn van één type jager, de Messerschmitt, was vervuld.

Het verklaart ook de grootschalige productie: er zijn meer dan 20.000 exemplaren van de Focke-Wulf 190 gebouwd. Ook de Britse technici konden weer aan de slag voor een antwoord op deze Duitse jager. De meest gebruikte Spitfire van dat moment bleek namelijk niet goed tegen de razendsnelle Duitse nieuwkomer opgewassen. Een jaar later was de RAF weer ‘up-to-date’, maar de Focke-Wulf en de Messerschmitt Bf 109 bleven ook tijdens de rest van de oorlog een dodelijk duo en de ruggengraat van de Duitse Jagdwaffe.

Het waren deze toestellen, die op 1 januari 1945 Eindhoven aanvielen als onderdeel van operatie Bodenplatte, het laatste grootschalige Duitse luchtoffensief, waaraan zo’n 1.100 jachtvliegtuigen deelnamen. Doelwit waren geallieerde vliegvelden, hangars en vliegtuigen nabij het front van het Ardennenoffensief, in Nederland, België, Luxemburg en Noord-Frankrijk. Die dag zijn in Brabant 20 Messerschmitt Bf 109’s neergestort en 13 Focke-Wulf 190’s.

Messerschmitt Bf 110

(Luftwaffe, 26 crashes)

De Bf 110 was met zijn twee motoren, twee zware boordkanonnen in de ‘neus’ en een fikse spanwijdte van 16 meter en lengte van 12 meter, een heel ander verhaal dan de Bf 109 en de Fw 190. Dit toestel was dan ook oorspronkelijk gebouwd als tweepersoons jachtbommenwerper. Hij had een actieradius van 2.800 kilometer en kon wel 1.000 kilo aan bommen vervoeren.

Daardoor was het toestel een stuk langzamer dan de volbloed jachtvliegtuigen van Messerschmitt, met een maximumsnelheid van ‘maar’ 560 kilometer per uur. Tijdens de slag om Engeland in 1940 bleek het toestel dan ook onvoldoende geschikt om tegenaanvallen van eenmotorige jagers, zoals de veel snellere Spitfire, af te slaan. Het toestel kon daardoor ook zijn eigenlijke rol, het beschermen van bommenwerpers over een langere afstand, niet goed vervullen. Als gevolg werd de Bf 110 voortaan ingezet als nachtjager, een rol waarin deze Messerschmitt door zijn behoorlijke actieradius wél succesvol was.

Terug naar Type Vliegtuigen

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: