i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vught
Tags:

Duitse motorrijder maakt einde aan leven van kleine Keesje

vertelde op 14 januari 2018 om 14:00 uur

Op zondag 14 juni 1942 kreeg Lambertus van de Tillaart aan de Sint-Michielsgestelseweg 22 in Vught in de namiddag bezoek van zijn jongere broer Adrianus en diens zesjarige zoontje Keesje. Voor de 47-jarige Adrianus had de wandeling met zijn zoontje vanaf hun huis aan de Vliertstraat 21 naar de boerderij van zijn broer een ontspannen uitje moeten worden. Als opperman was hij daar na een week hard werken voor zijn gezin wel aan toe. De zon scheen lekker die middag. Toen nog kon hij niet vermoeden dat er zich die avond een vreselijk drama zou voltrekken.. Hier volgt een reconstructie aan de hand van het proces-verbaal nr. 949 van 17 juni 1942, enkele dagen na het ongeluk opgemaakte door de gemeentepolitie van Vught.

Situatieschets verkeersongeluk

In de avond waren de broers met Keesje na het eten nog even naar een veldje vlak bij de boerderij gelopen om te kijken hoe het koren er bij stond. Rond kwart voor 9 liepen ze terug naar de boerderij. Over het voetpad, dat door een grasveldje van de openbare weg gescheiden was. Aangekomen bij de boerderij stonden zijn nog wat na te praten op het grasveldje..

Met hoge snelheid

Op de wandeling terug werd de aandacht van Lambertus al getrokken door een motor met zijspan die hij vanuit Sint-Michielsgestel op circa 80 meter afstand in volle vaart zag aankomen. Aan het uniform dat de bestuurder droeg, zag hij dat het een Duitse militair was. Zonder snelheid te minderen, nam de motorrijder de rechterbocht. Lambertus zag dat één van de wielen van het zijspan omhoog ging om enkele meters verder weer op de grond terecht te komen. Hij had ook gezien dat de motorrijder de volgende bocht naar rechts niet kon nemen, iets naar links uitweek en daarna met volle snelheid op hen af kwam..

Tijd om te reageren had Lambertus niet, toen hij het gevaarte recht op hen af zag komen. Hij hoorde ook geen remmen. Lambertus werd door het zijspan van de motor aan de achterkant van zijn beide onderbenen aangereden, waardoor hij enkele meters werd weggeslingerd. Hij was helemaal in shock. Toen hij door een paar helpende handen op de been was geholpen, zag hij dat zijn broer Adrianus en diens zoontje Keesje ook op de grond lagen en aan het hoofd gewond waren. Links van de motor zag hij een Duitse militair tegen de grond liggen, die uit zijn mond en neus bloedde en hij zag dat de motor met zijspan tegen een boom was geklapt.

Foto rechts verkeersongeluk (toegang 5109 inv.nr. 242)

Buurman Joannes Cornelis Kool die met zijn kameraad Arnoldus W. van den Aker uit de richting Herlaar aan kwam fietsen, was zojuist café Pijnenburg in Halder gepasseerd. Voor de veranda van dat café stond een motor met zijspan van de Duitse Weermacht geparkeerd. Bij dit motorrijtuig bevonden zich ongeveer 12 tot 15 militairen. Eén van deze militairen was bezig de motor aan te trappen. Dit starten ging blijkbaar heel moeilijk en het trok veel belangstelling. Eerst wilden ze ook blijven kijken, maar ze waren toch doorgefietst. Hieronder lees je zijn relaas (in een fragment uit Proces-Verbaal Gemeentepolitie Vught nr. 949)

Lof voor deze twee jongemannen van 23 en 22 jaar, die onmiddellijk in actie kwamen en dokter Hillen en de politie waarschuwden! Ook ooggetuige Willem van Helvoirt liep daar net met vrouw en kind te wandelen en verleende hulp aan de slachtoffers.

Fatale afloop

De broers Van de Tillaart en Keesje werden op last van dokter Hillen alle drie naar het Groot Zieken Gasthuis vervoerd. Keesje werd met een zwaar hoofdletsel in shocktoestand binnengebracht en is enkele uren later om half een ’s nachts aan zijn ernstige verwondingen overleden. Vader Adrianus had een hersenschudding en verwondingen aan het hoofd en een knie.

Rechts een fragment uit Dagrapport gemeentepolitie Vught 14 juni 1942

 Wat moet dat een verschrikkelijke klap zijn geweest voor het gezin. Keesje was het nakomertje in het gezin van Adrianus van de Tillaart en Adriana Blommers. Ze hadden ook nog twee dochters, Cornelia van 19 en Maria Hendrika van 15.

Het stoffelijk overschot van Keesje werd door de Duitse Feldgendarmerie in beslag genomen en op 15 juni door Oberstormführer Herwich telefonisch vrijgegeven. Een schriftelijke bevestiging daarvan werd overbodig geacht.
Keesje werd begraven op de RK begraafplaats van de St. Petrus Parochie te Vught aan de Esscheweg (Kinderklasse B., graf nr. 67). Het kistje werd door de politie met een kruisband omwonden en verzegeld met het lakstempel ‘Wapen van Vught’.

Onderzoek 

Het motorrijwiel met zijspan van de Duitse militairen had als kenteken SS 122-281. De bestuurder van de motor was Oberscharführer Helten, die gelegerd was in de Frederik Hendrikkazerne te Vught. De ernstig gewonde duo-rijder werd eerst onderzocht door dokter Hillen en daarna door de Duitse Autoriteiten overgebracht naar het Kriegslazarett, gevestigd in het Groot Zieken Gasthuis te ’s-Hertogenbosch. Zijn naam was August Prang. Hij was Unterscharführer, gelegerd in Mariaoord te Vught, dat als herstellingsoord was ingericht. Het onderzoek van de bij dit verkeersongeval betrokken Duitse militiairen werd verricht door luitenant Küster van de Feldgendarmerie van de Ortskommandatur te ’s-Hertogenbosch, die snel ter plaatse was.

 

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Kees zei op 26 januari 2018 om 13:31 uur

Mooi maar droevig verhaal. Interessant de authentieke stukken.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 29 januari 2018 om 12:44 uur

Zeker een droevig verhaal. Dit verhaal is geschreven door mijn collega Annemarie naar aanleiding van de archiefstukken die dit jaar openbaar zijn geworden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 10 november 2014 om 16:17 uur

Duitsers vorderen eerste Chevrolet van Harry Vos

vertelde op 5 maart 2017 om 15:53 uur

“De Duitsers staan al op den Erpse weg”