i

Een Bossche bevrijdingsbaby

vertelde op 22 januari 2009 om 14:27 uur

Het BHIC kreeg van de familie Michel en Jenny de Reeper een brief van 27 december 1944 uit hun familiearchief, waarin de geboorte van een baby beschreven wordt én de angsten en verschrikkingen van het oorlogsgeweld waarmee Den Bosch in oktober bevrijd was.

Hier volgt de volledige tekst (zoals die was; we hebben alleen hier en daar een duidelijke tikfout verbeterd):

M.M. de Reeper

Commissie Handel (Technische art.) ’s-Hertogenbosch 27 December 1944

v. Heurnstraat 37

’s-HERTOGENBOSCH

Giro 395093

Beste Frans en Otti,

Het is nu 11 uur en ons licht gaat nu pas aan en profiteer van de gelegenheid die zich nu voor doet om jullie te schrijven daar Jansen mijn over buurman straks om 8 uur je brief kwam brengen met verzoek om morgen het antwoord klaar te hebben.

Toevallig is er gisteren van Jac uit een brief weg gegaan via een andere weg waar ik nog een paar lettertjes bij gedaan heb daar ik geen tijd kreeg voor een behoorlijke brief omdat ik het te laat wist.

Maar nu terzake; Je brieven ontvangen en gelukkig maken julli het goed en zijn evenals wij vrij. Hoera!!!!!! Ook hebben julli het er goed van afgebracht hé waar ik blij om ben en iets wat wij jammer genoeg niet kunnen zeggen.

Maar ik zal beginnen van voren af aan. Per 8 October is onze zoon geboren en draagt de naam van Michel-Jac-Maria de Reeper hij woog 8pnd en 20 gr. een flink baasje dus en kern gezond hoor. Vanaf 3 wkn tevoren had Joke ’s Zondags avonds al last gekregen en ben ik nog laat met begeleiding van de Politie naar het Ziekenhuis wezen brengen en moest er toen zelf ook blijven overnachten op een stoel.

De eerste paar dagen was zij er toen dag en nacht maar is toen verder overdag naar huis gekomen behalve in de kritieke dagen die toen onderhand geleiktijdig een anvang maakten. Je weet misschien van radioberichten uit die tijd dat Den Bosch onder vuur lag en ook overdag kwamen er nogal wat van die fluiters in de stad en brachten dood en verderf. Zoo heb ik 3 weken aan moeten sukkelen totdat op de bewusten zondagmorgen 8 October de kleine wachtend was en ik de gehele bevalling meegemaakt heb met het verblijdend resultaat.

Nu is hij Zondag ii wkn. oud geworden en het is werkelijk een verdomd lief kereltje, lekker dik en groot voor zijn leeftijd. Hij weegt nu ruim 12 en een half pond en lacht soms dat het een lieve lust is. Gelukkig is het met Joke ook goed en heeft zij weinig last van de voeding voor de kleine, voor deze tijd een groot voordeel voor de gezondheid van de kleine hé.

Na de normale ligtijd in het Ziekenhuis die vrij van rustig was is zij op een Woensdag 9dgn later thuisgekomen en zijn wij s.Zondags daarop naar de Kelder bij de overburen moeten vluchten daar er die dag de treffers van granaten heviger werden en dan ook veel opschudding teweegbrachten temeer daar er die dag 2 vliegtuigen op de Graafscheweg neergekomen waren die brand veroorzaakten en de nodige slachtoffers aan doden en gewonden.

De Woensdag daarop waren wij in de Vughterstraat bevrijd en Moeder daarintegen pas vrijdag n.m. om ongeveer 5 uur waar ik zelf ook getuige van geweest ben. Die paar dagen voorafgaand aan onze bevrijding lijkt mij nu vaak een sprookje zooveel hebben we meegemaakt en gezien maar nog meer gehoord van het bulderen van de pantserwagens, kanonnen en vooral granaten die van weerskanten op de stad vielen. Maandag en Dinsdag was er een gebod van om 2 uur binnen te zijn, er was niets te krijgen geen brood, water, kolen, licht niets van dat alles

Dinsdag was de Muntel al vrij en die middag ben ik nog door alle stellingen door voor de 2e maal die dag naar moeder op het Zand geweest om te vragen of zij misschien mee naar de kelder zou willen mee gaan doch zij weigerden daar het vervoer met Lena voor zo’n lange tocht levensgevaarlijk naar de Vughterstraat die ik nooit zal vergeten vlogen de kogels en scherven om mij henen rinkelde ruiten, angstig gillende menschen en brokken steen welke overal vandaan kwamen vulden met tusschendoor de ontploffingen het leven op straat.

Meerdere menschen heb ik gewond en dood op straat zien neer vallen zonder er ook maar iets aan te kunnen doen. Eenmaal binnen gouw in de kelder waar wij ruim 3 dagen en nachten onafgebroken in hebben doorgebracht met uitzondering van ons mannen en mijn persoontje inbegrepen die telkens opnieuw als het waren naar buiten gedreven werden en getuige waren van alles wat er in de buurt gebeurden. Zoo zagen we onder anderen in de straat het voorbij komen van troepenonderdelen van Duitschers geordent en ongeordent vluchtend of zich opnieuw opstellend tot zelfs uren achtereen zijn er een aantal Duitsche Pantserwagens in onze straat opgesteld geweest.

Zoo ook vluchtende menschen van de Vughterdijk en omgeving waar zeer veel granaten in geslagen zijn en van Lombok welk door de moffen geheel in brand gestoken is door fosfoor brandplaatjes zooals trouwend het overgroote deel wat verbrand is. Dit heeft zoo voortgeduurd tot Woensdag n.m. ruim 4 uur afwisselend in hevigheid totdat er op een gegeven oogenblik in onze buurt het lawaai wat minder werd en wij zooals steeds op onderzoek dan uitgingen ondanks het groote gevaar waar we ons dan aan bloot stelden en tot de blijde verrassing kwamen dat de Amerikanen op de Markt stonden we voelden ons toen bevrijd.

Doch de rust was slechts voor een klein oogenblik in die paar uren die er toen opvolgden zijn er nog verschillende doden en gewonden in de buurt gevallen. Zoo heb ik nog een man zien doodschieten door D.soldaten die zich in de Berewoudstra verschanscht hadden. Doch al spoedig kwamen de geall. tanks in de Vughterstraat en namen ieder een zijstraat voor hun rekening welke op de westwal dus op de Doeswilleboisingel uitkwamen. Dit was werkelijk spanned hoor van zoo nabij mee te maken. Soms hele roffelsalvo’s. Intusschen werd het donker en kleurden de hemel zich met vuur al vuur zoo ver je kijken kon.

Bij ons in de buurt stond het Paleis van Justitie in Brand terwijl op het Zand, in de Vischstraat, Karrestraat, Breedehaven, Lombok en overal de boel in lichte laaien stond. Wij waren vrij doch dit gevoel werd gedrukt aan de gedachten aan de andere familieleden en vooral moeder hoe zou die het maken ze zat zoo tusschen het gevecht in en tusschen of misschien wel in de brand. Nee jongens, dat gevoel die angs is verschrikkelijk geweest. De nacht is voorbij zonder slapen en veel rumoer.

Mijn huis had na de bevrijding slechts een groote ruit kapot. Groot was dan ook mijn teleurstelling toen ik s’morgens tot de ontdekking kwam dat er nog 3 van die groote stuk waren, dus alle op een na in de Postelstraat maar bovendien mijn mooie huiskamer naar de haaien een voltreffer had hem geramd. Gouw Joke op de hoogte gesteld en toen naar Anny die het dichtst bij was. In de Kerkstraat geen schade en all goed toen verder naar de Muntel naar Jac die weg was sprietgelopen over de resten van de mooie veemarktbrug mijn Herta mee zwemmend en vond ook daar alles in blakende welstand. Niets geen schade aan huis en goederen en de Muntel was al een paar dagen vrij.

Toen op weg naar moeder want vanaf de Dommel kon ik s’morgens al niet, ik ben gekomen tot aan de Rotterdamsche boot waar ik verder kruipend verder moest gaan want de boel lag daar onder D.vuur vanuit de Havendijk en Meelfabriek. Tot aan de boschjes aan de draaibrug ben ik gekomen en moest terug da Herta mijn verraadde want de kogels vlogen om mijn oren.

Toen geschuild op de Br.Haven die volop in de brand stond maar moest terug over de Orthenstraat naar huis. Intusschen was het gevecht om het Zand weer begonnen. Driemaal ben ik die dag wezen proberen en was s’avonds erg ontmoedigt en angstig omtrent het lot van moeder en de zusjes want het ging er heel fel op aan.

Maar Vrijdagmorgen zoo het gaat zoo gaat het, dacht ik, komen zal ik er en om 7 uur vertrok ik van de kelder uit. Bij de Berewoustraat ging ik als eerste kruipend over de resten van het bruggetje na er eerst de balken en planken in het water afgegooid te hebben. De Doeswilleboisingel was juist een enkel uur in de vroege uren bevrijd de menschen kwamen haveloos, geschramd en bevuild uit de kelder elkaar feliciteren. Bij de draak gekomen hoorde ik om hulp roepen en ging over naar de Stationsweg in een huis waar het begin van brand was om te helpen blusschen. Vandaar over langs Hotel Schot wat met die hele hoek van Cooymans tot en met de Maaslandstraat in brand stond naar de schuilkelder van de P.T.T. waar een paar weken al evacuees geweest waren en hoopten er moeder aan te treffen want de roode kruis vlag hing uit.

Groot was echter mijn verbazing toen ik daar in handen kwam van de moffen ’t klinkt ongelooflijk Frans, maar bij Cooymans privé en de Belgische consul waren Engelschen en daar nog D. in de kelder met een twintigtal zwaargewonden en op wacht een paar met revolver. Hoe ik er uit gekomen ben weet ik nog niet maar ik maakten gebruik van de schrik welke zij hadden voor de granaten welke met honderden vielen op station en naaste omgeving. Ik eruit om de vijf stappen schuilend met bijde armen in de lucht waaraan een zakdoek, soms kruipens wegens vallende stenen van brandende en nog steeds getroffenden huizen en zoo verder de Boschvelweg op richting van Heurnstraat tot op een gegegeven oogenblik ik omringd was door ik weet niet hoeveel D.Soldaten.

Ik kon mijn oogen niet gelooven zooveel als er waren uit alle portieken en huizen en ramen zag ik ze in de Kempelandstraat en zoo verder. Ik werd gefouilleerd en had geluk niets bij mij te hebben en kon doorgaan dus had veel geluk zoo door steeds dekkend zoekend voor de granaten naar kelder de Hoop doch niemand was er in. Door de St Maartenstraat op de hoek gekeken: ons huis stond er nog goddank maar alles leek uitgestorven. Ik terug naar de kelder van de Hoop om te schuilen want het was niet te harden, ’t leek wel of de hel was losgebroken en er niets heel mocht blijven. In de kelder gezeten angstig wachtend want ik had geen lucifers meer. In de ruststoelen en bedden van de gevlughten menschen die alle evenals in de kerk, P.T.T. door de moffen s.nachts er uit gejaagd waren.door de polders welke onder water stonden naar Vlijmen.

Ik vergeet nog te zeggen dat er in de Kempelandstraat op de spoorweg een groote tank stond opgesteld evenals op de hoeken nog granaatwerpers. Na ruim een halfuur welke wel 2 uren leken hoorde ik boven lopen in de straat en zag D.soldaten dekkend langs huizen lopen, maar ook tot mijn groot verrassing Frans Henskens en v Nistelrooij uit onze straat. Ik naar hen toe en hoorde dat moeder, Lena en Louisse behouden in het beneden huis waren. Ik er naar toe en je begrijpt de ontmoeting geen van hen die hun tranen kon bedwingen bij het weerzien in die hel waar zij al zooveel meegemaakt haden.

Naar hun verteld te hebben tusschen het vuur door hoever de geall. soldaten al waren, waren zij iets gerusgesteld en kregen weer hoop doch het zwaarste moest nog komen die morgen.

Schuurmans dhr.en juffr. woning uit de Boschdijkstraat waren daar beneden onder moeders slaapkamer in de bedstee tusschen twee muuren van de twee kamers in op en rond het bed. Er zijn momenten geweest dat we met allen op het bed op en over elkaar lagen moeder en Lena onderop onder de dekens. In de ergste oogenblikken kreeg dan de een dan de ander een huilbui van overspanning want het was soms niet meer vol te houden doch het wonderlijk hoe goed moeder alles en flink droeg geen traan kwam er hoor Lena en Louisse en de andere dames zoowel als Frans Henskens konden het soms niet meer harden onder dat trommel granaatvuur dat granaten uitspatten achter en voor boven en onder. We konden soms geen adem meer halen en scherven sloegen binnen.

Die morgen zijn er nog drie in ons huis neergekomen. Tusschendoor hebben we gebeden als nooit tevoren en naargelang de climax van het geweld steeg ook de hevigheid van ons gebed. Het was ongeveer 12 uur en ik was er ongeveer van 10 uur af besloten we alsnog naar de Kelder van de Hoop te gaan daar het niet langer verantwoord was en zoogezegd zoogedaan en als bij afspraak vlogen er zoo een vijftig menschen welke in de straat achter gebleven waren het huis uit angstig huilend en gillend de kelder in. Ik droeg Lena met mij mee en moeder was in de’r zwarte omslagdoek een echte vluchtelinge. Daar zijn we gebleven nu minder bang want nu konden de granaten voor ons leven toch geen kwaad meer tot n.m. 4 uur en wij zagen de engelsche soldaten sluipen over de Havensingel bij de Kortehavenstraat bij de pastorie.

Wij met een ovenplank waaraan een witte doek aan het zwaaien tot zij ons bemerkten en toen Frans Schuurmans en ik binnendoor de kerk er naar toe. We hebben nog als gids gediend voor de kerk en ik had tweemaal de bevrijding meegemaakt en toen vlug naar Joke en de kleine. Voor zoover, Frans en Otti, heb ik jullie zoo getrouw mogelijk beeld willen geven van de toestand hier en wat moeder meegemaakt heeft. ’s Zaredags daaropvolgend al heel vroeg met mijn bakfiets en gereedschap naar moeder thuis en een aanvang gemaakt met herstelling na eerst wat hout gestolen te hebben waar het maar te krijgen is.

Een stuk van de buitengevel aan de achterkant bijgemetseld en nieuwe W.C. die had het zwaarst geleden. Binnenshuis veel ravage doch schade valt nogal mee, op je oude slaapkamer en tusschen het plavond van de huiskamer is een voltreffer gekomen. De stoelen zijn nu hersteld en hier en daar wat glas. Het huis is weer behoorlijk bewoonbaar al moet er nog veel gedaan worden maar het is waterdicht.

Mijn huis hier is voor wat mijn huiskamer niet meer te bewonen, mijn meubelen erg stuk en parketvloer er geheel uit, mijn dak is voor een deel vernieuwd maar nog niet goed, mijn oude mooie huiskamer is nu werkplat. Moeten ons nu erg bekrimpen in mijn kantoor boven waar nu kantoor, keuken en huiskamer is met voor gezelligheid een zitje van mijn 4 kantoor fauteuils. De ramen zijn er uit en hiervoor glasplaten zoodat ik niet meer kan ventileren terwijl we hier koken moeten. Soms kunnen we elkaar niet zien van de rook.

Nee we hebben veel schade geleden, mijn winkel is nu nog open vanwege het materiaaltekort, werk is er genoeg voor ons niets aan te verdienen. Ik heb nu 2 menschen aan het werk waar onder Jan Martens doch er moet nog steeds geld bij nu al ruim 6 mnd. Handel krijg ik nog niet alhoewel ik volop moeite voor gedaan heb, maar de groote moeilijkheid: ik ben nog niet erkend dus visch overal achter het net en ben voor het werk aan prijzen gebonden. Electrisch licht is er niet en zit nu zowat op een mud na zonder kolen. Het is dus nog lang geen rozengeur en maneschijn.

Ik kijk dan ook uit naar een ander huis voor een redelijker bewoning en ga zoo gauw mogelijk naar België voor goederen en kom dan zeker in Heerlen aan. Ik was dit al eerder van plan geweest doch er komen zooveel V.1 over Den Bosch dat Joke nogal bang is om alleen te blijven wat trouwens begrijpelijk is. Iedereen is bang. Er vallen er veel in de omgeving terwijl er vrijdag j.l. een op de Vliert gevallen is met resultaat ongeveer 20 doden en evenveel gewonden.

Nu nog even zakelijk Frans: ik heb nog steeds een tegoed op het Grandhotel van F.1000,- dat weet je zeker nog wel voor levering van die groentesnijmachine welke nooit meer betaald is. Zou je niet eens voor mij willen informeeren wat daarvan geworden is en zoo mogelijk voorlopig beslag te laten leggen wat er betaald is (F1000,-) moet je maar niet zeggen daar ik dan misschien zwak sta in mijn vordering en hij hier toch geen bewijzen van hebben zal. Wanneer ik zelf binnenkort in Heerlen ben zal ik daar we verdere moeit voor doen. Voor tenemen moeite bijvoorbaat mijn dank.

Dan moeders 70e verjaardag vieren we natuurlijk door alle die kunnen aanwezig te zijn. Zou het niet mogelijk zijn dat ook jullie kwamen naar hier desnoods smokkelen over de grens. Samen brengen we levensmiddelen mee opdat moeder geen kosten zal hebben en wachten verder met eventueel cadeaux en feest tot alle broers en zusters aanwezig zijn incluis Charel. Laten we hopen dat ook hij in Mofrika het er goed van af zal brengen en niet ingedeelt wordt bij e.of a. dienst die direct met oorlog in verband staat.

Met Cor en Bert en de Kleine was het goed we hebben Bert reeds 2x in Den Bosch gehad ook Toos maakten het nog goed. Cor en kleine Hansje zijn licht gewond geweest doch dat is lang reeds beter. Wel hebben we reeds een paar maal eten mee gegeven daar zij gebrek had en nu al ruim 4 mnd. in verwachting is. Hun huis is beschadigd geweest maar intusschen weer gerepareerd laten we hopen dat zij weer niet getroffen worden daar Nijmegen nog steeds zwaar te lijden heeft zoowel van bommen als van granaten.

Maar kom, ik ga nu eindigen. Een volgende maal tref je er briefje van Joke in aan daar zij reeds lang slaapt en vandaag te bed gelege heeft zij was niet erg lekker. Ontvang Frans en Otti, heel veel hartelijke groeten van Joke en de Kleine Michel maar vooral van mij

Je liefhebbende broer

P.S. hierbij een briefje voor Ali, stuur het s.v.p door bij voorbaat dank en tot kijk. 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (6)

e.m.Willems zei op 26 oktober 2011 om 17:39 uur

het heeft mij bijzonder geroerd, om zo'n gedetailleerd verslag te lezen in een vreselijke strijd naar de bevrijding!

Marilou Nillesen bhic zei op 27 oktober 2011 om 10:02 uur

Bedankt voor deze reactie, E.M.Willems. Door zo'n persoonlijk verhaal krijgt de geschiedenis een gezicht, vindt u niet? Heeft u zelf deze tijd meegemaakt?

Joos Hamer zei op 5 september 2015 om 00:01 uur

Op zoek naar verhalen over Otti de Reeper-Muller, stuit ik bij toeval op deze brief. Frans en Otti waren onze buren in Heerlen vanaf 1957. Zelf waren ze zonder kinderen, maar alle kinderen in de buurt konden bij hen terecht. We noemden hen oom en tante. Otti stierf in 2001.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 5 september 2015 om 10:04 uur

Bedankt Joos, voor je aanvulling bij deze brief. Wat fijn om zo'n warme 'oom en tante' in de buurt te hebben gehad.

Joos Hamer zei op 5 september 2015 om 14:22 uur

Misschien toch wel leuk om te vertellen: toen ik in 1970 ging studeren en op kamers ging, kreeg ik van deze 'tante' Otti haar trapnaaimachine mee. Eigenlijk staat die inmiddels in de weg, niemand wil hem meer hebben, maar ik kan hem niet wegdoen omdat er een bijzonder verhaal aanzit, dat ik maar voor een deel ken.
Ik weet niet hoe en waar Frans de Reeper en Otti Muller elkaar hebben ontmoet. Zij kwam uit Oostenrijk, daar woonde ook haar familie. De familie was van origine Duits en woonde in Bohemen., waarschijnlijk al vele generaties. Daar zijn zij verdreven en gevlucht naar Oostenrijk. Ik vermoed ergens nog in WOII, want uit de brief maak ik op dat Otti in december 1944 al met Frans de Reeper was getrouwd en in Heerlen woonde. Over de trapnaaimachine heb begrepen dat zij die na de oorlog nog heeft opgehaald of heeft laten ophalen (?) uit Bohemen, onder het mom van bruidsschat, mogelijk nog met andere spullen, die ze door de vlucht hebben moeten achterlaten? Wat ik ook heb begrepen is dat Frans de Reeper daar nogal wat voor heeft moeten doen/regelen, om dat mogelijk te maken.
Dit is een stukje van de geschiedenis die maar weinig mensen kennen. Ik wil dit nog proberen te reconstrueren. Ook omdat de naaimachine nu onderdeel gaat worden van een expositie in het van Abbemuseum, ihkv de Dutch design Week 2015 over 'dingen' die van waarde zijn.
Ik kom graag in contact met mensen die het verhaal kunnen aanvullen.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 7 september 2015 om 20:15 uur

Wat een mooi verhaal Joos en wat leuk dat deze trapnaaimachine naar de expositie in het Van Abbemuseum gaat. Ik hoop dat er heel veel mensen op je oproep reageren, maar ik ga in ieder geval ook je verhaal even doorgeven aan mijn collega's die verhalen voor onze weblog 'brabant bekijken' schrijven en verzamelen. Wellicht kunnen zij er ook nog aandacht aan besteden. Je hoort nog van ons.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 5 september 2011 om 21:13 uur

Het verhaal van het 24ste kind

vertelde op 27 april 2009 om 14:28 uur

Onze dokter!

vertelde op 31 januari 2013 om 12:42 uur

Rond de bevrijding van Vessem