i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Veghel
Tags:

Een Curaçaose erfernis, slavernij en vrijheid

vertelde op 5 maart 2017 om 16:09 uur

Veghelaren zijn mede-eigenaren van de Curaçaose plantage San Hieronimo. Slavin Phelipa uit de erfenis van grootmoeder Rojer-Evertsz krijgt in 1858 haar vrijheid.

Foto: P.J. Benoit, Voyage a Surinam. 19e-eeuwse plantagehouders en hun slaven in West-Indië.Foto: P.J. Benoit, Voyage a Surinam. 19e-eeuwse plantagehouders en hun slaven in West-Indië.

Wat gaat er door de gedachten van Phelipa Damromund als zij op 14 oktober 1858 in vrijheid wordt gesteld? De 20-jarige slavin en haar vier maanden oude zoontje zijn niet langer eigendom, maar vrije mensen. Met toestemming van de erfgenamen van Phelipa’s voormalige eigenaresse, Eva Rojer-Evertsz. Onder die erfgenamen bevinden zich de kleinkinderen van Eva Rojer-Everts, de familie De Munck uit Veghel.

Grote liefde

De hervormde en mondaine De Muncks vallen op in het provinciaalse katholieke Veghel. In tegenstelling tot de meeste dorpsgenoten, die hun levenspartner op een plaatselijke kermis aan de haak slaan, vindt vader Izaak De Munck zijn grote liefde in West-Indië. Als officier van administratie bij de marine belandt hij in Curaçao. Hij ontmoet er de plantersdochter Wilhelmina Barbelina Rojer. De liefde bloeit op en Wilhelmina verruilt het warme Curaçao voor het kille Nederland. Ze komt in een gespreid bed. Behalve een prachtig herenhuis in de Veghelse Straat, bezit Izaak De Munck verschillende pachtboerderijen. Onder andere ‘Jan Abrahamslust’ in Zijtaart, afkomstig uit de erfenis van zijn vader.

Maar de kersverse bruid is ook niet de minste. Ze brengt in haar huwelijk een deel van de plantage San Hieronimo op Curaçao in. Deze 1.200 hectaren tellende plantage aan de voet van de Tafelberg San Hieronimo staat onder beheer van de familie Rojer-Evertsz. Net als de kleinere ‘tuinen’ Dokterstuin en Paradera in de Westpunt of Zuurzak nabij Willemstad. De Curaçaose plantages zijn klein, de opbrengst voor plaatselijk gebruik. Tot het bezit van de plantersfamilie Rojer behoren niet alleen de tuinen, maar ook de mensen die er werken. Slaven. Behalve slaven, wonen en werken er op de plantages ‘vrije lieden’. Dit zijn vrijgelaten slaven of hun nakomelingen. Vrijgelaten wegens trouwe dienst of ‘genegenheid’.

Vrije lieden

De Curaçaose samenleving is complex. Behalve de familie De Munck staat er op 14 oktober 1858 in Veghel ongetwijfeld niemand stil bij de diversiteit van die samenleving, de betekenis van slavernij of vrijheid. Maar de maatschappelijke discussie is dan al op gang gekomen. Vijf jaar later schaft Nederland de slavernij in de koloniën af. Als een van de laatste Europese landen. Ruim de helft van de Curaçaose bevolking bestaat dan inmiddels uit ‘vrije lieden’. Phelipa Damromund uit de erfenis van grootmoeder Rojer-Evertsz is er één van.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 14 november 2014 om 11:21 uur

Javanen in de polder

vertelde op 13 juli 2016 om 09:26 uur

Toen er nog "nieuwsgierig en kooplustig" publiek was...