i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Den Dungen
Tags:

Een Dungens brugwachtersgeslacht

vertelde op 15 oktober 2010 om 13:01 uur

Ruim honderd jaar lang werd de Dungense brug bewaakt door een telg uit de familie Van de Meerendonk. De eerste brugwachter bij de Dungense brug in 1826 was Antonius van de Meerendonk, geboren in Sint-Michielsgestel in 1791 en gehuwd met de Empelse herbergierster Johanna van Lith.

Antonie (1791-1867) was van 1825-1863 brugwachter. Volgens zijn achter-achterkleindochter, mevrouw Nettie van Ravenstein-van de Meerendonk, gaat het verhaal in de familie dat Antonie mee heeft gedaan aan Napoleons veldtocht naar Rusland. Onderweg zou hij zelfs een officier het leven hebben gered, wat hem naar zeggen bij terugkeer de post van brugwachter in Den Dungen zou hebben opgeleverd.

Antonie was de zoon van Johannes van de Meerendonk, herbergier op de Pettelaer. Dat verklaart waarschijnlijk mede zijn huwelijk met Johanna van Lith, die in het Dungense bevolkingsregister van 1826 te boek staat als herbergierster. De combinatie van brug en herberg ligt voor de hand. De Van de Meerendonks staan dan ook afwisselend te boek als brugwachter en tapper.

In die hoedanigheid vinden we tenminste ook de oudste zoon van Antonius, Johannes, weer terug in het bevolkingsregister. Johannes van de Meerendonk (1828-1901) was van 1863 tot 1891 brugwachter en getrouwd met Maria Schouten uit Den Dungen.

Ook hun zoon Adrianus werd weer brugwachter bij de Dungense brug en wel in 1891. Hij bleef dat tot 1925. Uit zijn huwelijk met Antonetta Goossens ontsproot in 1869 opnieuw een toekomstige brugwachter, Martinus van de Meerendonk.

Martinus (1893-1949), inmiddels de vierde generatie van brugwachters, huwde Antonia van Bragt uit Someren. In 1925 werd hij brugwachter in Den Dungen en bleef dat tot 1947. Een paar jaar na zijn aantreden kwam er naast de Dungense brug een aparte trambrug. De Van Lanschotbrug stond meestal open. Pas als de tram er aankwam, liet de brugwachter de brug zakken. Martinus zorgde nu voor twee bruggen.

Martinus’ zoon Adrianus volgde hem wel op, maar bleef nog geen jaar bij de brug in dienst. Hij koos voor het vak van meubelmaker.

Ten slotte was er nog Frans van de Meerendonk (1896-1956). Weliswaar werd hij niet de brugwachter van de Dungense Brug, maar hij werkte wel voor Rijkswaterstaat. In 1923 was hij namelijk sluisknecht aan sluis 11 in Someren, in 1924 sluisknecht-telegrafist bij Sluis O aan de Maastrichtseweg en vanaf 1941 brugwachter aan de Kasterensebrug bij het Kardinaal van Rossumplein.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Henk van Gestel, Sint-Michielsgestel zei op 17 december 2014 om 12:42 uur

Over de "Dungense" brug en zijn brugwachters is in het tijdschrift van de Dungense heemkundevereniging "Op die Dunghen" reeds uitgebreid door mij gepubliceerd in 2001 (jaargang 26, nr. 3).
Daaruit blijkt dat Den Dungen de brug te danken heeft aan toenmalig burgemeester Gerardus Godschalk, die namens het gemeentebestuur met Waterstaat op 2 juni 1823 in Middelrode een overeenkomst sloot om daar ter plekke een brug te realiseren in plaats van verderop (nabij Beekveld in Berlicum). Dat heeft de Dungense gemeenschap veel geld en moeite gekost, ze moesten namelijk o.a. de realisatie, het onderhoud en het beheer zelf betalen. Men mag dan ook met een gerust hart stellen dat het de "Dungense " brug is.
Een belangrijke bijkomstigheid was dat de gemeente mocht bepalen wie de functie van brugwachter op zich mocht nemen. De door de overheid aangestelde wachters waren allen van protestantse huize in tegenstelling tot de Dungense, die was in het katholieke Den Dungen als enige in het gezelschap van collega's, uiteraard katholiek (tot het midden van de vorige eeuw, na het einde van de Van de Meerendonkdinasty). Het was tevens de reden waarom de Dungense brugwachter o.a. tot circa 1890 als nevenfunctie tapper was. Dat werd door de gemeente om financiële redenen gedoogd. In dat jaar werd de overeenkomst uit 1823 opgeheven en kwam de Dungense brugwachter in dienst van Waterstaat en werd hem voortaan verboden nevenfuncties uit te oefenen waaronder een tapperij uit te baten. Daar tegenover stond dat voor hem als een van de weinige Dungenaren een gunstige pensioenregeling in het vooruitschiet lag.

Met de aanleg van de Zuid-Willemsvaart kwam er ook een einde aan de vaarverbinding tussen Den Dungen en Den Bosch via de Dungense Vaartgraaf. Dat heeft diverse (Dungense) schippers hun brood gekost. Dat was een andere reden waarom men in Den Dungen voor iemand uit dat wereldje koos.

De kans is uiterst klein dat Antonie van de Meerendonk zijn functie te danken heeft aan de vermeende Napoleons Russische veldtocht.

De "Dungense" brug ligt sinds 1996 op het grondgebied van de buurgemeente Den Bosch, maar zal hopelijk als aandenken aan zijn pleitbezorger burgemeester Godschalk die naam voor eeuwig blijven behouden.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 17 december 2014 om 20:09 uur

Beste Henk, bedankt voor je uitgebreide aanvulling bij ons verhaal over de brugwachters van de Dungense Brug.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 15 oktober 2010 om 11:28 uur

Dungense Brug