i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Periode: 1967 - 1970
Tags:

Een karrenwiel maken (2)

vertelde op 29 oktober 2018 om 13:10 uur

In de zestiger jaren van de vorige eeuw begon de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde van de Katholieke Universiteit Nijmegen onder leiding van prof. dr. A. Weijnen aan de uitgave van een Brabants en een Limburgs dialectwoordenboek.

In de krant verscheen een artikel over dit project met de vraag om medewerking en ik meldde me aan. Ik kreeg vragenlijsten toegestuurd waarin diverse beroepen aan bod kwamen, maar ook vragenlijsten over kleding en handelingen bij een bewerking, soms verduidelijkt met tekeningen. De vragen moesten beantwoord worden in dialect.

Eén lijst bekeek ik met bijzondere aandacht, namelijk die over de vakterminologie van de rad- en wagenmaker, het beroep van vader. Het waren zo’n 70 vragen, toegelicht met evenzoveel schetsen van voorkomende onderdelen of gereedschap.

Nadat ik met vader de lijst had doorgenomen, toog ik naar Piet de Groot op Zoggel om de lijst  nog verder aan te vullen. Piet besprak op zijn beurt de vragen met de tachtigjarige Toon de Groot van de wagenmakerij uit de Koningin Julianastraat.

Dertig jaar later legde professor Gerard Rooijakkers van het Meertens Instituut in Amsterdam de geschiedenis vast van de karrenmakerij van Reinier de Groot in Uden. Na de boekhouding en het archief kwamen gereedschappen en gebruikte werktuigen voorbij. Tijdens het onderzoek ontdekten we op de werkhuiszolder voor ons onbekende gereedschappen.

Later nam ik als leidraad de lijst met getekende voorwerpen door en ontdekte een voorwerp, dat ook in de vragenlijst voorkwam, zie schets 6. Bij dit werktuig werd een rond voorwerp in een raamwerk tussen twee stalen centers geplaatst en met twee spieën geborgd. Hierbij zat een verschuifbare houten balk die was voorzien van een stalen haak met scherpe punt.

We vermoedden dat er, zoals de afbeelding weergeeft, tijdens het handmatig draaien van het voorwerp groeven werden getrokken op de onderliggende stam, als maatgevende herkenningspunten voor het later op de draaibank te vormen profiel.

Nadien werd de voorbewerkte boomstam op de machinaal aangedreven draaibank geplaatst en in het juiste model gebracht. Vader vertelde ons vroeger dat in de beginjaren Fried van Oort uit Uden de draaibank trappend had bediend.

De handeling was vooral in het begin hortend en stotend. Voor de bewerking werd daarbij de beitel stevig in de handen geklemd en diverse soorten beitels en gutsen gebruikt.

Met de krompasser werd de diameter gecontroleerd, met duimstok en steekpasser de afstanden. Achteraf zijn nergens aantekeningen of maten gevonden; die zaten bij vader natuurlijk in z’n hoofd geprent, na zoveel jaren. Het werk aan de draaibank ging gepaard met veel stof en houtsnippers die op omgeving en kleding neerdwarrelden. Afzuiging kwam vijftig jaar later pas.

Ter verduidelijking van de foto rechts: tussen de centers is een reeds gevormde 14 kilo zware, eikenhouten naaf geplaatst van 46 cm lang. Na afloop werd het per paar gemaakte aven met de steekbeitel gemerkt met een getal in Romeinse cijfers, de hier afgebeelde met IV. (klik op de foto voor een detail).

Ten slotte sloeg vader met de blindstempel zijn initialen in de domp.

Wordt vervolgd.

Dit is een vervolg op Een karrenwiel maken (1).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 30 oktober 2018 om 10:22 uur

Wat een interessante bijdrage, Rini. Mooi om te zien een rad- en wagenmaker zo'n uitgebreid instrumentarium had om zijn beroep goed te kunnen beoefenen; indrukwekkend!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: