i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Periode: 1950 - 1980
Tags:

Een karrenwiel maken (4): de spaak

vertelde op 16 november 2018 om 11:43 uur

We hebben in de vorige afleveringen de naaf behandeld, nu is het volgend onderdeel aan de beurt, de spaak. Die werden geplaatst in de sleuven die in de naaf waren aangebracht. Het kloven van het hout voor de spaken werd op de pòst gedaan. De nabewerking gebeurde handmatig op een zogenaamde spaakklem.

Terwijl het eikenhout van de naaf vochtig werd gehouden, moest het hout voor de spaak 8-10 jaar drogen om een sterke verbinding te krijgen, de natuurwet van krimpen en uitzetten. Op de afbeelding zien we een velgspaakpen, waarvan het linker uiteinde rechthoekig is voorbewerkt. Het passend maken gebeurde voordat de spaak met kracht in de naaf werd gedreven.

Bij een karrenwiel varieert het aantal spaken afhankelijk van de doorsnee. De spaakklem was zo geconstrueerd dat het materiaal aan drie zijden vrij te bewerken was.  De staak werd stevig tegen de losse aanslag gedrukt waarin een scherpe pen zat. Daarna werden de twee onderdelen naar de draadspindel geschoven. De beugel werd aan de onderzijde achter een inkeping geplaatst en de spindel aangedraaid.

De spaakklem is 1,80 meter lang en voorzien van 22 inkepingen op een onderlinge afstand van 5 cm voor hout van 30 centimeter tot 1,40 meter. Hoe vader deze spaakklem in de praktijk opstelde weten we niet. Opgeborgen tegen de zoldering boven vaders werkbank vonden we hem per toeval. M’n broer vertelde over het gebruik.

Voor het ‘snijden’ van de spaak gebruikte men een 40 cm breed trek- of haalmes. De spaak werd vanaf een rechthoekige vorm naar een taps toelopende driehoekvorm bewerkt en de scherpe hoek werd aan de bovenzijde sterk afgerond. De onderzijde bleef voorlopig onbewerkt.

Voor het maken van spaken was een voorraad gekloofd hout aanwezig, voor een complete kar en wat reserve had je er een kleine dertig nodig. Doordat het hout zo droog was, kostte deze handbewerking menige zweetdruppel. Ook vertelde broerlief dat vader voor het kloofwerk later de lintzaagmachine gebruikte en daarbij het werkblad onder een hoek plaatste.

De foto toont het bewerken van de geklemde spaak door J. de Groot, stadswagenmaker in Leiden. Die was gespecialiseerd in het bouwen van handkarren, die ooit veelvuldig het Nederlandse straatbeeld sierden. In de Oude Varkenstraat waar De Groot werkte, was (en is) ook een smid gevestigd, ingericht voor o.a. het aanbrengen van de stalen band om het wiel, de reep.

Na het overlijden van de eigenaar van dit tachtigjarige familiebedrijf, werd de werkplaats gerestaureerd en opengesteld als museum. Omdat er te weinig bezoekers kwamen, is het opgeheven, waarmee weer een einde kwam aan een stukje industriële archeologie. Voordien heb ik enkele malen het museum bezocht.  Van het bedrijf rest nu nog slechts een boekuitgave uit 1981, waaruit bijgaande foto.

In Mandos’ Brabants spreekwoordenboek staat een gezegde over de spaak: ‘Elke speek van het rad komt eens boven,’  de waarheid komt altijd aan het licht.

Foto: J. de Groot uit: De Leidse wagenmaker, een bedrijf in beeld. (1981) J.F. Heijbroek – C.R. Mönnich.

Wordt vervolgd.
Lees ook de delen 12 en 3

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 21 november 2018 om 11:01 uur

Bedankt weer voor deze leerzame bijdrage, Rini! Zo te zien kwam er behoorlijk wat kijken bij het maken van de spaken. Wat een mooie foto's heb je er weer bij gevonden, maar erg jammer dat het museum is opgeheven. We zijn benieuwd naar het vervolg van je verhaal!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: