i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

Een moord en de zoektocht maar een schat...

vertelde op 14 december 2015 om 10:28 uur

Van kleermaker Gerard Hulsman was bekend dat hij wel een paar centen had. Ook al woonde hij in een wat armoedig huis net buiten Gennep. Toen Theo Hoesen uit Ottersum op zondagmorgen 9 november 1890 langs de stulp van de zeventiger kwam, zag hij dat er twee ruiten kapot waren. Binnen trof Hoesen het koude lijk aan.

Krantenbericht over de overvalDe handen waren achter de rug gebonden. Twee messteken hadden de kleermaker zijn leven gekost. Er was in alle laden en kasten gezocht. Een vrouwtje uit Hommersum dat van de euvele daad hoorde, wist zich te herinneren dat ze was aangesproken door een onbekende. Of ze misschien wist waar in Gennep die kleermaker woonde die flink in de slappe was zat? „Dan ga ik daar eens kijken of ik wat geld los kan krijgen.”

Justitie tast in het duister. Er komt licht in de zaak als op eerste kerstdag 1890 in Weustenrade, gemeente Klimmen, een beruchte crimineel wordt aangehouden. Het is de 33-jarige Jan Hendrik Leunissen; officieel schoenmaker, in de praktijk inbreker. Hij noemt zich graag ‘Rinaldo Rinaldini’, naar de rovershoofdman uit een achttiende-eeuwse schelmenroman. Zijn aanhouding verloopt weinig gladjes. Bij de gewelddadige bestorming van het huis van de moeder van de inbreker komt ene Van den Brand om het leven.

Tien jaar cel krijgt Leunissen van de rechtbank in Roermond en daarna nog eens zes van die in Breda, wegens diefstal en verkrachting. Justitie in Den Bosch vermoedt dat hij ook iets met de moord in Gennep te maken heeft. In oktober wordt hij, geboeid en zeer goed bewaakt, naar Gennep gevoerd om met de getuige uit Hommersum te worden geconfronteerd. Die zegt de man te herkennen. Als justitie hem ondervraagt, antwoordt hij brutaal: „Als jelui van die zaak wat weten wilt, dan moet jelui het maar uitzoeken; je wordt er goed voor betaald.”

Toch komt het niet tot een rechtszitting. Misschien oordeelt justitie wel: ach, de eerstkomende zestien jaar zit hij toch achter slot en grendel. Leunissen komt ook nooit meer vrij. Op 26 januari 1906 sterft de crimineel in de Groninger gevangenis, naar verluidt ‘aan een slepende ziekte’.

De erfgenamen van Hulsman erven 5.000 gulden. Dat valt ze tegen, ze hadden meer verwacht. Een jaar na de moord verkopen ze het huis en beuren, ocharm, niet meer dan 15 gulden. Ze maken wel een mooie deal met de nieuwe eigenaar. Mocht die ooit een schat aantreffen in of om het huis, dan zal die met de erfgenamen gedeeld worden. Is er ooit een schat gevonden? Geen idee…

Dit verhaal verscheen eerder in De Gelderlander en is geschreven door Geurt Franzen, bekijk hier zijn website.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 19 december 2015 om 13:57 uur

Blijkbaar bewoog de moordenaar zich in een, voor die tijd, goed opgeleid milieu als je al van een schelmenroman afwist. De meeste mensen en al zeker op het platte land waren toen ongeletterd. Maar waarschijnlijk heeft hij de naam "Rinaldo Rinaldini' van iemand opgevangen.
Ik lees in het krantenknipsel het woord -moordpoging- wat suggereert dat de moord mislukt was wat helemaal niet blijkt te zijn.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 16 april 2009 om 11:06 uur

Overval in Kerstnacht

vertelde op 7 mei 2009 om 09:30 uur

De schat van de watermolen