i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Empel
Jaar: 1880
Tags:

Een rondreis door het rampgebied, deel 1

vertelde op 20 juni 2011 om 15:26 uur

Enkele dagen na de dijkdoorbraak bij Driehuizen waren de overstromingen in de Brabantse Maaskant landelijk nieuws geworden. Vandaar dat ook de Katholieke Illustratie belangstelling toonde: op initiatief van de katholieke priester-politicus Schaepman werd een speciaal Watersnoodnummer uitgebracht.

Deze ‘special’ zou voor 50 cent worden verkocht en de opbrengst zou geheel ten goede komen aan de slachtoffers van de ramp. In deze extra editie hoorde uiteraard een ooggetuigeverslag.

Een anoniem gebleven verslaggever begon op zaterdag 9 januari 1880 aan een rondreis door het getroffen gebied. Onduidelijk is of hij wandelde of reed. Vanuit ’s-Hertogenbosch ging hij noordwaarts langs de spoorlijn richting Hedel. Bij de Brabantse Maasdijk aangekomen, sloeg hij rechtsaf richting Empel, en bereikte hij via Gewande en ’t Wild het dorp Alem.

Vanuit Alem ging hij oostwaarts over de dijk langs Maren en Kessel naar Lith. Na Lith kwam Lithoijen, waar onze verslaggever in een bootje stapte om de dijkdoorbraak bij Driehuizen te zien. Op zaterdagavond arriveerde hij in Oss, waar hij “gedurende den zondag verbleef om een weinig uit te rusten van den vermoeienden tocht van zaterdag.” Op maandag keerde deze ooggetuige via Heesch en Geffen weer terug naar ’s-Hertogenbosch.

’s-Hertogenbosch

Vanuit de Maas kwam een enorme watervloed met ijsschotsen de Dieze op, in de richting van de stad. De eerste echte hindernis voor het ijs was de brug bij de Vughterpoort. De eerste schotsen schoten tussen de houten pijlers door, maar spoedig begonnen ze zich op te hopen vóór de brug.

Onze verslaggever zag vermoedelijk met eigen ogen wat er daarna gebeurde: “Wanneer nu de onderste ijsschollen, door de zwaarte die haar drukte, kantelden of braken, zoodat enkele stukken tusschen de pijlers konden ontsnappen, dan viel de opgebouwde ijstoren met donderend geraas ineen, om een kwartier daarna weer tot dezelfde hoogte te zijn opgekruid. Het was bij een dezer instortingen, dat de brug aan het geweld niet langer weerstand kon bieden. Een geweldig gekraak, eene diepe buiging, en voort dreef zij, door de nu vrij geworden ijsklompen opgestuwd.”

Empel

“Het water van den polder en dat van de rivier had over den dijk heen gemeenschap met elkaar en alleen de tot eilanden geworden huizen wezen in die watervlakte de plaats aan waar de dijk moest liggen. (...) In dat water lagen natuurlijk de winteraardappelen, het veevoerder en het hooi, naast het vee de eenige schatten van den Maasbewoner in den wintertijd. Het eerst werd voor het vee gezorgd, maar waar er mee te blijven? In de stallen – daarvan kon geen sprake zijn, en zoo werden op den dijk, die zelf onder water stond, stallen opgetimmerd, waar men de dieren bij gebrek aan beter herbergde.”

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 20 juni 2011 om 15:21 uur

Watersnood van 1880

vertelde op 20 juni 2011 om 15:31 uur

Een rondreis door het rampgebied, deel 2

vertelde op 20 juni 2011 om 15:34 uur

Een rondreis door het rampgebied, deel 3